28 september 2012

Fiets op het vliegtuig



Mijn fietsvakantie ging dit jaar naar Ierland. Ik wilde heel graag mijn eigen fiets meenemen. Ten eerste omdat die gemaakt (en gekocht) is voor fietsvakanties, een fiets die twintig kilo bagage verstouwt zonder een kik te geven en zonder raar te gaan doen. Ten tweede omdat mijn eigen fiets me op het lijf geschreven is, al is het terrein zwaar, ik weet dat ik op deze fiets geen lichamelijke klachten krijg. Ten derde omdat er geen huurfiets te krijgen is die qua comfort, betrouwbaarheid en veiligheid in de buurt komt van die van mij (zeker niet in Ierland dat geen fietsland is).

Omdat de reis per boot en trein twee etmalen zou duren en vliegen maar twee uur, koos ik ervoor om mijn fiets mee te nemen op het vliegtuig. Ik heb mogen ondervinden dat dit geen sinecure is maar wel een avontuur.

Uitdaging één: reserveren. Dat viel erg mee. Je kunt een fiets bij Aer Lingus, de maatschappij waarmee ik vloog, niet online aanmelden of inchecken maar telefonisch kun je een plek reserveren. Dit ging zonder problemen. Per vlucht kunnen er zes fietsen mee, maar ik was op zowel heen- als terugreis de enige, dus bang te zijn dat je niet mee kunt hoef je niet te wezen.
Uitdaging twee: de fiets verpakken. Hier beginnen de problemen, en goed ook. De fiets moet volledig verpakt zijn in een tas, doos of box. Ik ben in het bezit van een tas (AGU). De racefiets past daar zonder moeite in, maar helaas, een trekking fiets dus niet, ook niet na het demonteren van beide wielen (wat sowieso moet voor zo’n tas), de bagageframes en de standaard. Nog steeds is het frame langer dan de ruimte die de tas biedt.
Zelf koos ik vervolgens voor het lief aankijken van een fietsenmaker en dit werkt, zowel voor heen- als terugreis lukte het me om gratis een doos mee te krijgen, in beide gevallen een enorm ding, een doos waar een Duitse elektrische fiets in had gezeten. Op zichzelf een prima doos om de fiets mee op het vliegtuig te krijgen. Je moet de pedalen eraf halen en het stuur losmaken en in de lengterichting van de fiets draaien, maar dan ben je ook klaar….

… Eh ho wacht even, de pedalen eraf halen? Dat is makkelijk gezegd, maarre, lukt dat ook zomaar? Drie tips. Tip één, zorg dat je een pedaalsleutel hebt en niet een gewone moersleutel, want je krijgt die krengen daarmee echt niet los. Tip twee, voor het rechterpedaal moet je naar links draaien en voor het linkerpedaal naar rechts. Gelieve dit te onthouden, wil je jouw pedaalsleutel en/of crank niet aan gort wrikken (vooral het tweede is duur). En bij het de pedalen er weer opzetten, is het dus de andere kant opdraaien. Nu je dit leest, zit je hoofdschuddend te denken waarom ik dit vermeld, want je bent toch zeker geen debiel? Bedenk dat je gedurende je vakantie twee keer de pedalen moet demonteren en monteren. Die tweede ronde is een paar weken na de eerste, en weet je het dan ook nog steeds? Bovendien zou het zomaar kunnen dat je tijdens zo’n karweitje onder stress staat wegens vertraging opgelopen en vliegtuig vertrekt al bijna.  
Tip drie, steek de pedaalsleutel niet in je handbagage, want daar kom je niet mee door de douane. Ik was zelf zo slim dit wel te doen, maar de douane gaat je haarfijn uitleggen dat je met zo’n ding andere passagiers kunt doodslaan en dus mag je pas het vliegtuig in na het inleveren van jouw moordwapen.

Met andere woorden, na mijn vliegreis en de landing had ik een klein probleem. Wat doe je als je op Dublin Airport bent (dit vliegveld heeft geen station heeft en ligt zeker ook niet op loopafstand van het centrum van Dublin), met één fiets en twee pedalen en geen gereedschap om de pedalen  te monteren?
Hoor ik iemand zeggen, een taxi nemen naar het centrum? Jammer maar helaas, als je fiets nog in de doos zit, past hij niet in de taxi. Als hij uit de doos is, zal een Ierse taxichauffeur hem bekijken alsof hij zoiets nog nooit gezien heeft en zal dan zeggen dat hij de bank wel kan opklappen maar dat hij daar z’n bekleding echt niet aan waagt. Ieren fietsen nooit en dus vervoeren ze ook nooit een fiets in een auto. Als je een levende krokodil in je handen hebt, heb je meer kans om meegenomen te worden dan wanneer je een fiets in handen hebt.

Gelukkig heb ik een smartphone (oh ja, je moet er wel eentje hebben die in Ierland ook Internet heeft...) en een vriendin die meedenkt en nadenkt. Wat me brengt op mijn extra tip, tip vier. Pak de pedalen in je bagage en zet de fiets weg, er is aan de overkant van de weg, ter hoogte van de taxistandplaats een prima stalling compleet met afdakje voor als het regent (en dat doet het in Ierland zeer regelmatig).  Surf naar www.halfords.ie. Ga naar de “store locator”, tik in Dublin Airport. Laat het adres van de nu op jouw scherm verschenen winkel zien aan een taxichauffeur en hij zal jou en jouw bagage er in tien minuten naartoe rijden. Hij wil ook nog wel even wachten terwijl jij jouw pedaalsleutel aanschaft (die hebben ze bij Halfordsen in Ierland, geen probleem). Laat jezelf en jouw bagage weer terugrijden naar het vliegveld. Je bent ongeveer 30 euro lichter (15 voor de sleutel en 15 voor de taxi) maar niet veel later heb je wel een fiets waarop je kunt fietsen en dat is - vooral als je op fietsvakantie wilt - een zeer groot goed.

Terug naar de doos. Je trekt er een hoop bekijks mee van het personeel als je ermee aan komt zetten, maar het inchecken van het gevaarte is verder geen probleem. Hou er wel rekening mee dat de doos stuk zal gaan bij het uitladen van het vliegtuig, dit is bij mij zowel op heen- als terugreis gebeurd. En met stuk bedoel ik dat de hele onderkant er zo goed als uitgescheurd is, met andere woorden, om de doos een tweede keer te kunnen gebruiken heb je heel veel en sterke tape nodig.
En hou er dus ook rekening mee dat je fiets stuk kan gaan. Ik ben er zelf niet helemaal over uit wat je nou het beste kunt doen, zorgen dat je fiets kan bewegen in de doos of zorgen dat hij niet kan (met andere woorden, hem vastzetten met stukken karton en verpakkingskussen e.d.). Wel weet ik dat mijn fiets op de heenreis in de doos wat bewegingsvrijheid had en dat hij toen heelhuids uit de doos kwam, al was de doos zelf hevig beschadigd. Op de terugreis had mijn fiets geen bewegingsvrijheid en toen had ik een flinke slag in het achterwiel en een klein slagje in het voorwiel. Ik stem voor bewegingsvrijheid.

Oh ja, zo’n fietsdoos is “oversized baggage” en komt dus uit het “oversized” luik. Dit gebeurt pas nadat alle normale bagage verschenen is.

De doos met een gewone taxi of auto vervoeren gaat niet, te groot. De doos als bagage voortslepen gaat in principe wel, maar je bent wel na 200 meter moe en na 500 meter uitgeput. Dit voortslepen was wat wat ik op de heenreis gedaan heb, want ik woon amper een kilometer van het station. Maar in gezelschap van deze doos was het wel de langste kilometer uit mijn leven, zoveel zwoegen. Ook is het zo dat de NS niet blij met je is wanneer je met zo’n enorme doos aan komt zetten. Ze hebben me wel vervoerd, maar ik kreeg een hoop gemopper van hoofdconducteurs.
Het is beter om in de trein de fiets gewoon los te vervoeren (fietskaartje kopen voor €6, dit is ongeacht de reisafstand) en hem pas op Schiphol in een doos te doen. Dat kan, voor 20 Euro kun je een kartonnen doos kopen. Dit is wel een kleinere doos dan die ik had, hou er rekening mee dat je het voorwiel los moet maken – eitje - en het bagageframe. Losmaken van zo’n ding is geen probleem, maar weer vastzetten is wel iets lastiger, want je moet je herinneren in welke gaten hij precies zat. Tip vijf: Schroef je schroeven waarmee het frame vastzat in die gaten, dan is dat probleem ondervangen en ben je er ook meteen zeker van dat je ze niet kwijt raakt.
Als de doos stuk gaat, en mijn ervaring is dat die kans groot is, hou er dan rekening mee dat Aer Lingus op Dublin Airport geen dozen aanbiedt. Als je vanuit Dublin naar Amsterdam wilt met je fiets, moet je arriveren inclusief doos, anders mag je er ergens eentje gaan zoeken ( moet je weer naar die Halfords store…).

Mocht je doos wel heel blijven, dan komen we bij uitdaging drie...Overtollige bagage. Als je gearriveerd bent en klaar om weg te fietsen, dan heb je mogelijk een doos over die je kwijt moet voor de duur van de fietsvakantie en misschien ook nog wel een koffer. Om jouw bagage tijdens de vliegreis te vervoeren is het wel zo gemakkelijk (en ogenschijnlijk ook wel zo goedkoop) als je de fietstassen in één grote koffer hebt gepakt. Ten eerste heb je dan behalve jouw fietsdoos één stuk ruimbagage, wat niet duur is om in te checken mits je binnen de twintig kilo blijft. Als je tassen los wil inchecken, dan mag tas één mee voor €15, maar voor de tassen twee, drie en vier mag je bijbetalen (€9 per kilo, tikt lekker aan). Bovendien vrees ik dat je nu veel kans hebt op beschadigingen, in ieder geval van de tassen zelf maar mogelijk ook de inhoud.

Maar goed, als je jouw tassen in een koffer pakt, is dat met inchecken makkelijk, maar je blijft wel met die koffer zitten wanneer je fiets opgetuigd is en klaar voor vertrek. Er is “left luggage” op Dublin Airport. Makkelijk te vinden is die niet per se. Als je arriveert in terminal 2 (wat zo is als je met Aer Lingus vliegt) dan blijkt daar namelijk nergens een bordje “left luggage”  te zijn. Heel veel van het personeel dat op dat vliegveld rondloopt heeft er ook geen idee van of er een “left luggage” is en zo ja, waar dan wel (ik heb het uitgeprobeerd en pas de vierde karretjessjouwer wist me te vertellen waar ik heen moest, nadat er twee waren geweest die beweerden dat er helemaal niet zoiets als “left luggage” bestond op Dublin Airport).
De left luggage is in terminal 1, de oude terminal. Enne, het daar in bewaring geven van een koffer kost dus wel 6,95 per dag (hoe veel een doos zou kosten, weet ik niet, want mijn doos was zo stuk dat ik hem in stukken gescheurd heb achtergelaten in drie papierbakken). Eh, even rekenen hoor, 16 dagen fietsvakantie, eh…. Errrmm. Meer dan 100 Euro!
Een kostbare verrassing was dat. Een volgende keer misschien maar beter een wegwerpkoffer nemen (waarmee je dus wel met het probleem zit dat je in je vakantie ergens een koffer zult moeten kopen en vind je dan een goedkope?)

Uitdaging vier:  Waar stal ik een fiets in Dublin?
Als het voor minder dan 48 uur is, hier:

Drury Street Car Park. Het ideale asiel voor een uitgefietste fiets.

De meeste andere plekken zijn op z’n best regenachtig en op z’n slechtst levensgevaarlijk. Er zijn aardig wat rekken, maar de half gemolesteerde fietsen die je hier pleegt aan te treffen, moeten genoeg waarschuwing zijn dat je een dure fiets in Dublin ’s nachts maar liever niet alleen laat.

Uitdaging vijf: Op de terugweg, hoe krijg ik mijn in doos verpakte fiets op het vliegveld (dat zoals ik al zei geen station heeft). Misschien dat het lukt met de Airport Shuttlebus, maar dan alleen als jouw doos niet al te groot is, mijn doos zou er niet ingepast hebben. En je moet tijd genoeg hebben en bereid zijn eventueel een beurt over te slaan, want soms zit het ding tjokvol. Bovendien zul je bij een halte moeten zien te geraken, hetgeen inhoudt dat je mag kiezen of je gaat sjouwen met doos zonder fiets (en de fiets inpakken bij de halte), waarbij je ongetwijfeld zult ondervinden dat zo’n doos veel bekijks trekt, een hoop wind vangt en in drukke mensenmassa’s nog heel wat onhandiger is dan een paraplu. Je kunt ook met ingepakte fiets bij de halte zien te komen (maar zoals ik al zei, dan is het te hopen dat hij dichtbij is, want na 500 meter sjorren aan de doos ben je uitgeput).
Ik heb ervoor gekozen om een rolstoeltaxi te bestellen. Ik kan dit (eenmans)bedrijf aanbevelen:
http://howthcabs.ie/
Deze chauffeur heeft vroeger zelf fietsen heeft gerepareerd, dus hij heeft affiniteit met fietsen. Hij heeft een grote bus, waar de doos zeker in gaat passen. Hij heeft mij zelfs geholpen bij het inpakken van de fiets in de doos, dus bij mij kan de man geen kwaad meer doen.

Uitdaging zes: De kosten. Mijn ervaring is dat het vervoeren van een fiets per vliegtuig een kostbaar akkefietje is. De kosten op zich zijn al niet mals (bij Aer Lingus €40 per vlucht, dus €80 retour) maar er komen nog kosten bij, zoals vervoerskosten om de fiets op het vliegveld te krijgen, eventueel kosten voor het aanschaffen van een doos, eventueel bewaarkosten voor overtollige bagage. Daarnaast misschien ook nog stommeschuldkosten (de pedaalsleutel in de handbagage doen kostte €45 wegens oude sleutel kwijt, nieuwe sleutel aanschaffen en taxikosten) en reparatiekosten (in mijn geval €50 om de slagen in de wielen te herstellen inclusief een nieuwe spaak).
Al met al was ik aan het vervoer van mijn fiets ongeveer €300 kwijt. Je kunt er bijna een nieuwe fiets voor kopen…

Evaluerend, het vervoeren van een fiets per vliegtuig is duur en stressvol. Een fiets op de trein is niet altijd relaxt, want soms is er geen ruimte en sta je zo klein mogelijk gemaakt hopeloos in de weg te staan. Soms moet je zeulen met het ding en soms ren je over perrons. Maar het is oneindig veel  goedkoper dan vliegen, je hoeft je fiets niet te demonteren en de kans op beschadigingen is een stuk kleiner. Mijn ervaringen met de fiets op de boot zijn nog positiever, daar heb ik nog nooit een probleem mee gehad. In het buitenland mag de fiets op de boot soms zelfs gratis mee…
Kortom, de volgende keer weet ik het wel. Ik neem weer de boot en de trein, al duurt dat een stuk langer.

15 augustus 2012

Leve Ierland


Er zijn misschien niet veel mensen die in Ballyvourney honger krijgen (behalve de inwoners van Ballyvourney zelf). De eenzame fietser wel. Daarom besloot hij een middagmaal te nuttigen in een pand met groene raampjes dat Abbey Hotel heette. Erg mondain zag het er niet uit, maar hoe veel mondains kon je verwachten van het Ierse platteland? Er was in ieder geval een grote bar, zag de eenzame fietser toen hij door een van de kleine raampjes tuurde. Hij parkeerde zijn stalen ros, bepakt met vier tassen, tegen de gevel.
Hij zocht en vond de ingang en passeerde een desk met een bordje ‘Reception’. Onbemand. Het was ook nog te vroeg voor incheckende gasten. Hij ging linksaf en betrad iets dat op een pub leek. Al was het publiek van deze pub wel opvallend oud. De eenzame fietser zag niemand die niet gepensioneerd was. De kreet 8 tot 88 kwam bij hem op, al zag de meneer links die met bibberende vingers een grote groene doperwt op zijn vork probeerde te prikken, eruit alsof hij best nog wel eens ouder kon zijn.
De oudjes zaten her en der verspreid aan tafeltjes, soms met z’n tweeën, soms alleen, maar één ding hadden ze gemeen. Ze hadden allemaal een bord voor zich met een paar heuveltjes aardappelpuree erop, een bergje grote groene doperwten en een gehaktbal met een jusvochtigheid van 100%. De eenzame fietser vroeg zich af of al deze oudjes hotelgasten waren of dat er een soos aan de gang, dan wel de pauze van een bridgetoernooi. Bij de televisie hoog aan de wand ontdekte hij een jonge jongen, ook al bezig met zo’n bord aardappelpuree. Daarnaast met een half oog bezig met het weerbericht. Een mevrouw met een full Irish accent vertelde opgeruimd dat het heel slecht ging worden.
De eenzame fietser besloot toch neer te strijken, al was aardappelpuree met doperwten nou niet het eten waar hij net buiten naar had verlangd. Nadat hij een minuutje had gezeten, begon de man achter de bar (ook niet meer de jongste) tegen hem te praten en naar achteren te wijzen. De eenzame fietser kon de man niet bijster goed verstaan, maar begreep dat hij daarheen moest voor het eten. De man zei wel “sandwich menu” en het leek de eenzame fietser stug dat hij daar aardappelpuree met doperwten mee bedoelde. Maar het was toch met een gevoel van wantrouwen dat de fietser zich naar de achterkant van de pub begaf, waar het donker was en een lege ruimte gaapte. Een beetje meer licht maken en hier kon op zaterdagavond traditioneel gedanst worden.
Als het niks was, zou hij rechtsomkeert maken, nam de eenzame fietser zich voor. Aan het begin van Ballyvourney had hij een tankstation gezien en daar kon hij vast wel een broodje scoren. Onder geen beding ging hij erwten zitten knauwen. Voor hij de ruimte betrad waar het licht was, kwam hem een geur tegemoet die hem deed denken aan een gaarkeuken. Werd het voer gratis verstrekt aan oudjes en hulpbehoevenden, en had de laatste klim hem zodanig afgemat dat de barman hem voor de laatste categorie aanzag?
De eenzame fietser betrad iets wat inderdaad wel wat weg had van een gaarkeuken. Een kleintje maar, met twee vrouwen achter een balie, beide in zwart kokstenue inclusief muts. In de voorste vitrine lag een grote berg aardappelpuree glimmend op hem te wachten. En ook van de erwten waren er nog meer dan genoeg.

Maar gelukkig, er konden ook sandwiches besteld worden, ontdekte de eenzame fietser op een schoolbord. Terwijl de oude man voor hem begerig op de stapel met puree wees, bestudeerde hij het aanbod. Hij besloot voor de Chicken Kiev te gaan, want daar zaten ook frietjes en salade bij. Want de eenzame fietser had best wel. De bestelling was geen probleem, hij kon teruggaan naar zijn tafeltje en dan zou het lekkers hem gebracht worden.
Terwijl de fietser zat en wachtte, zag hij dat de oudjes in een tijdsbestek van een paar minuten allemaal opstonden, alsof er een signaal gegeven was. Ze gingen letterlijk af door de zijdeur, de deur die toegang leek te geven tot de kamers van dit hotel. Toch werd het niet echt leeg, want er kwamen twee grote mannen binnen, nog lang niet gepensioneerd. Ze liepen resoluut door naar achteren en kwamen terug met hun aardappelpuree nadat de eenzame fietser bij de barvrouw (niet echt piep) een koffie had besteld. Monsterachtige porties.
Ongeveer op dat moment kreeg de eenzame fietser zijn sandwich voorgezet. Het was een enorm geval, twee keer drie sneetjes naar knoflook ruikende toast, met daartussen een dikke laag kip met cheddar cheese. Daarnaast een bakje dikke gele patatten en een op een schoteltje nog een berg salade wat in Nederland rustig als één lunchgerecht verkocht zou worden. En dat ene gerecht zou waarschijnlijk duurder zijn dan de 8,50 die als prijs op het schoolbord bij deze orgiastische lunch gekalkt stond..  
“Leve Ierland,” dacht de eenzame fietser terwijl hij zijn sandwich aan zijn mond zette. Hij smaakte heerlijk. Lekker veel vooral, veel knoflook, veel kaas, veel kip. Overdaad schaadt echt niet altijd. Halverwege zijn eerste sandwich wist de fietser al dat hij zijn friet nooit op zou krijgen. Hij keek om zich heen en zag dat één van de grote mannen een extra bak patat kreeg geserveerd bij zijn maaltijd. De eenzame fietser voelde bewondering voor de eetlust van de Ier. Hij kon aardig eten, maar hier in Ballyvourney, moest hij zijn meerdere erkennen. Hier woonden oermensen.

Uiteindelijk moest hij driekwart van zijn patat en een kwart van zijn sandwich laten liggen. Uitgeput maar voldaan leunde hij achterover en genoot van het glas water dat gratis verstrekt werd, op een groot dienblad op de bar stonden een aantal literglazen klaar voor de dorstigen. Als er eentje afgepakt was, zette de barvrouw er prompt weer een terug.
Op het tafeltje naast hem zette een enorme man in bouwvakkersoverall zijn bord vol aardappelpuree neer, om er op aan te vallen alsof dit het eerste eten was dat hij in drie dagen zag. In de tijd dat het de eenzame fietser kostte om de laatste bodem van zijn glas water op te drinken, verzwolg de man zijn middagmaal. Schoon op.
“Leve Ierland,” dacht de eenzame fietser nogmaals, waarna hij besloot dat het tijd geworden was zijn tocht te vervolgen.

05 november 2011

Iets warmer


Iets warmer


Nu de dagen steeds korter worden in plaats van langer, verlang ik weer terug naar mijn blog. Schrijven is het leukst op ochtenden waarop het maar niet licht wil worden, aan de keukentafel met de lamp aan. Koffie bij de hand, en iets lekkers voor erbij. Zitten en de hersens ertoe aanzetten om woorden te vormen. Het gaat goed als gedachten binnenin iets laten stromen. Woorden hebben iets nodig om op meegevoerd te worden. Ze moeten omlaag wapperen zoals een geel blad op het moment dat het afscheid neemt van haar boom, of ze moeten klateren als een bergstroompje, samen met andere bergstroompjes een compleet waterorkest vormen. Als je welgekozen woorden achter elkaar plaatst, krijg je een melodie, maar als het van binnen niet wil stromen, krijg je verkeerslawaai.
Soms lijkt het leven alleen maar verkeerslawaai. Kleuren willen niet opvallen, geuren willen mijn neus niet bereiken. De schoonheid van hoe mensen lopen of trippelen of schuifelen wil niet opvallen. Er zijn wel vogels die fluiten, maar de geluiden van de stad zijn de enige geluiden die opvallen. Bijvoorbeeld de geluiden van parkeerders. Ik woon in een rustig straatje, maar op zaterdagmiddag wordt er voortdurend geparkeerd en weggereden. Dus word dit stukje begeleid door geluiden van portieren die dichtgeklapt worden. Geluiden van motoren die starten, geluiden van gas geven, slippende koppelingen, abrupt remmen, want de wielen zijn nog niet schuin genoeg gedraaid om de plek te kunnen verlaten.
Terwijl iemand probeert weg te komen, staat degene die haar plek innemen al te wachten. Stationair draaiende motor. Alsmaar gebrom onder mijn raam, soms minutenlang. Als je wil beseffen hoe veel lawaai een benzinemotor eigenlijk maakt, ga dan in een rustig straatje waar wel betaald parkeren is, bij een raam een blogstukje zitten tikken.
Soms is het leven vooral grijs. Soms vlot het gewoon niet. Een doelloze bezigheid is het dan, dat leven. Ik voel me nutteloos. Hallo, ik ben hier een leven aan het leiden, roep ik dan in gedachten, maar er is niemand die het interesseert. Mensen lopen door. Een enkeling houdt heel even in, kijkt heel even om, maar bedenkt zich en loopt ook verder.
Op dit soort dagen met dit soort gedachten verlang ik nog het meest naar mijn blog. De eerste gedachte over een stukje op het blog zetten, is dat het nutteloos is, net als het leven waaraan ik nu even lijdt, in plaats van dat ik het leid. Dit blog is haar lezers allang kwijt geraakt. Er zijn geen bezoekers meer. De enkeling die  dankzij een verdwaalde zoekterm op Google naar hier verdwaalt, zal misschien even een paar regels scannen, maar bedenkt zich en surft verder.
Ondanks die wetenschap, geeft een stukje tikken en voltooien toch een goed gevoel. Want aan het eind van een stukje is het altijd ietsje warmer dan aan het begin.

15 april 2011

Terug

“Heej,” zei Roelien, met een blik en stem vol verrassing.
“Lang niet gezien,” liet ze erop volgen. Een kort moment nam ze Folkert van top tot teen op, waarna ze opschrok, zich omdraaide en van de hoogste plank de jeneverfles nam. Vanwege het verre reiken lieten haar schouderbladen lieten een afdruk achter in haar gesteven witte bloes.
“Ik neem tenminste aan dat dit nog steeds jouw drankje is?” zei ze. Folkert knikte. Roelien pakte een klein glaasje, zette het voor Folkert neer en vulde het tot de rand. Folkert keek ingespannen toe.
“Je ziet er goed uit,” zei Roelien. “Dunner,” liet ze er schalks op volgen.
Folkert leek verrast. Toen hij haar aankeek, dacht ze bij nader inzien dat hij er ook moe uitzag. Zijn lachende ogen maskeerden een triestheid, maar verborgen haar niet helemaal.
“Het is een tijdje wel goed met me gegaan,” zei Folkert. Hij nam zijn glas. Hij bekeek het. Hij leegde het in één teug.
“Maar nu niet meer?”
Folkert keek naar zijn glas. Het was wel tien seconden stil voor hij naar Roelien opkeek.
“Mag ik er nog één?” vroeg hij. Roelien haastte zich de fles te grijpen. Opnieuw vulde ze zijn glas tot de rand en opnieuw keek Folkert ingespannen toe. Zodra Roelien klaar was met schenken, nam hij onmiddellijk zijn glas.
“Het voornaamste is dat je terug bent,” zei ze. Folkert keek aan.
“Ja,” zei hij. “Ik ben terug”.
“Daar drinken we op,” zei hij vervolgens, waarna hij wederom in één teug zijn glas leegde.

05 februari 2011

Verlatingsangst

“Jouw beurt, Sjaak,” spreekt de docente.
Net als de vorige tien sprekers uit de kring sta ik op, vouw mijn handen voor mijn buik en schraap mijn keel. Ik laat mijn rechtervoetje vrijen met het kille laminaat van het zaaltje.
“Toe maar, Sjaak,” moedigt de docente met zachte dwang aan.
“Ik ben Sjaak Kempe, en ik heb verlatingsangst,” zeg ik vervolgens tegen tien paar niet onwelwillende maar ook niet bijster geïnteresseerde ogen.

Wat is verlatingsangst? Heel simpel, het woord zegt het al, elke keer wanneer iemand zich aan mij dreigt te gaan binden, voel ik de vrees, sterker nog, de overtuiging, dat deze persoon mij zal verlaten. Vroeg of laat, ze laat me in de steek. Ik zeg “ze” want je raadt het al, verlatingsangst speelt met vrouwen en niet of nauwelijks met mannen.  
Ik geloof ook niet dat ze me leuk vindt. Niet echt. Niet tot in het diepst van mijn hart. Als ze in woord, blik of gebaar laat merken dat ze me aardig, lief of begerenswaardig vindt, denk ik dat ze toneel speelt. Als ze zegt dat ze zo weer terug is, denk ik, ja dat zal wel weer. Als ze zegt dat ik bijzonder ben en dat ze onze relatie kostbaar vindt, dan denk ik ja maar voor hoe lang nog? En als ze onder of boven op me ligt en een orgasme krijgt, denk ik dat ze faket, of aan de buurman denkt.
Is het vervelend? Dat is een understatement. Is het belemmerend? In alle opzichten.

Ik wist al wel dat ik het had, verlatingsangst. Ik voelde het al langer. Maar het gaat zoals in het liedje van Boudewijn de Groot (Tip van de Sluier)
Achter iedere deur die ik open doe
doe jij een andere deur weer dicht
en zo blijf je verborgen,
nooit wordt er meer dan een tip
van de sluier opgelicht
Ik moest eerst mijn ziekelijke verlegenheid overwinnen voor ik ontdekte dat ik belemmerd werd door een minderwaardigheidsgevoel, en pas nu dit gevoel me geen parten meer speelt, heb ik een nieuwe stank ontdekt. Ik sluip nog weer verder de donkere gang in en ontdek een nieuw hol. Zwavelachtige dampen van de bewoner van dit hol kringelen mijn neus in en maken me onpasselijk. De draak is thuis.
Ik voelde altijd al wel dat hij er was, maar tot nu zag ik hem niet. Als je de vijand niet ziet, weet je ook niet hoe je tegen hem moet vechten. Tot nu toe had ik al verloren voordat er überhaupt een gevecht begonnen was. Ik wist niet dat ik langs de draak moest, dus was ik de verkeerde weg al ingeslagen voordat ik het zwavel rook en voordat het vuur uit zijn neusgaten mijn huid schroeide.

Er is iemand. Er is weer eens een “ze”. Het is een contact op afstand. Heel veel mailen en nog niet zo vaak elkaar zien. Er is chemie en er is aantrekkingskracht. Steeds dichterbij is ze gekomen. Ze is al op de plek waar het warm is, waar het schemerlicht flakkert op haar mooie gezicht, schittert in haar mooie blauwe ogen. Er is warmte. Er is vriendschap. Er is een taart en de belofte van slagroom. Zij rent net als ik nog voor het ontbijt naar de computer en drukt als laatste actie voor het slapengaan op de “verzenden”-knop van haar mailprogramma.
Als je met elkaar mailt, als de dans verzorgd wordt door woorden, dan weet je niet altijd alles. Je ziet wat er staat, maar je voelt niet altijd wat er achter zit. Soms lees je woorden die getikt zijn toen de ander scherp en fit en vrolijk was, maar jij bent moe als je ze leest, en interpreteert ze daarom anders. Je ziet de ander niet, ziet niet de ogen bij de woorden. Zit er een twinkeling in of kijken ze ernstig? Plagen ze of voelen ze zich aangevallen?
Met andere woorden, talloze kansen voor verlatingsangst om de kop op te steken. Bijvoorbeeld elke keer nadat ik op de “verzenden” knop gedrukt heb. Mailt ze nog wel terug? Elke 10 minuten even kijken. Alweer niet. Ze is er niet. Een normale stem zegt dat ze even boodschappen aan het doen is. Ze is even met iets bezig. Ze heeft telefoon of bezoek of weet-ik-veel gekregen en haar antwoord komt heus nog wel. Maar een schrille stem zegt dat ze op vakantie is gegaan zonder het jou te melden, dat ze onder een bus is gekomen en dat je nooit meer van haar zult horen, dat ze naar een andere man is gelopen om daarmee het pikante fantasietje te beleven wat jij haar zojuist gemaild hebt.

Er komt een moment dat ze iets mailt wat pijn doet. Het doet pijn omdat het uit de lucht komt vallen, of omdat je de context niet kent of omdat je haar woorden verkeerd opvat. En op zo’n moment is de verlatingsangst er als de kippen bij.
“ZIE JE WEL!” schreeuwt het schrille stemmetje triomfantelijk. “Zie je wel dat ze je verlaten heeft?”
En vervolgens steekt de pijn de kop op. De machteloze woede. Het gelaten schroeiende vuur van het is ook altijd hetzelfde.
“Reageer furieus,” hitst het schrille stemmetje. “Leer haar eens en vooral altijd af om jou zoveel pijn te doen. Wees haar voor. Haal de trekker over voordat zij het doet. Doe haar pijn, kwets haar, maak haar af, slinger de akeligste woorden die je kunt verzinnen recht in haar mooie gezicht. Ruïneer haar mooie blauwe ogen met zwavelzuur.”

Jouw verstand probeert de zaak nog te sussen. Er is een basis, heus. De warmte en vriendschap waren echt. Echte vriendschap kun je niet in één mailtje om zeep helpen. Maar dat schrille stemmetje pakt draadjes op en bestuurt jouw vingers terwijl ze tikken. En hij pakt een pook en stuwt dat gelaten schroeiende vuur nog wat hoger op.
Je drukt op “verzenden” en denkt nu ga ik wat anders doen. Nu ga ik verder met de rest van mijn leven. Klaar. Ik ben helemaal klaar met haar. Maar 2 minuten later kijk je voor het eerst of er al een antwoord is. Je beseft dat je jezelf nog net zo verbonden met haar voelt als voordat je die pijn voelde, maar het schrille stemmetje probeert om de verbondenheid die je voelt, aan alle kanten te bagatelliseren, te ontkrachten, zwart te maken. Het was allemaal één grote leugen, zie je dat nou echt niet?

Je wacht en je wacht en je wacht en je houdt jezelf opgefokt, en eindelijk, daar is het mailtje terug. Ja, heel goed, jouw woorden hebben hun effect niet gemist. Er is verbazing en ergernis en een duidelijk begin van woede, van wegkijken, van deuren dicht slaan. Mooi zo. Goed zo.
“EN NU NOG ZO’N MAILTJE” schreeuwt het schrille stemmetje.

Gisteren kwam ik oog in oog met de draak te staan. Verlatingsangst. Voor het eerst zag ik wat hij was en in welk hol hij zich schuilhield. Hij was er half uitgekropen. Ik zag hoe de draak eruit ziet. Al zijn zeven koppen zwiepten, terwijl zijn neusgaten zwavel uitbraakten en de opengesperde monden vuur spuwden.
Min of meer in blinde paniek besloot ik om met de draak te vechten. Ik weet niet precies hoe ik het deed, maar het lukte me om één van zijn koppen eraf te hakken en vervolgens bleek ik net genoeg ruimte te hebben om langs de draak te glippen en buiten bereik van zijn verzengend vuur te blijven.
Ik tikte een mailtje vanuit mijn ware gevoel en niet vanuit het gevoel dat door het schrille stemmetje ingegeven werd. Wachten-wachten-wachten en een diepe zucht, want ik kreeg van haar ook een mailtje vanuit haar ware gevoel. Ook zij was langs haar draak gekomen. Tijd voor reparatiewerkzaamheden.
Het brandje is geblust. Het contact is in stand gebleven. Het is nog goed tussen ons.

De draak is een slag toegebracht. Maar verslagen is de draak nog lang niet.

16 januari 2011

Nederland is te druk

Destijds mocht Pim Fortuyn van het bestuur van Leefbaar Nederland niet zeggen dat Nederland te vol was. Dus maakte hij ervan dat Nederland te druk is. Dagen als deze bewijzen dat hij gelijk had.

Met dagen als deze bedoel ik dagen waarop half Nederland erop uittrekt om oma rond te rijden, of om ergens te wandelen of te fietsen. De eerste dag in de lente dat het zonnig en boven de 15 graden is, is zo’n dag. De eerste dag in mei dat het 20 graden is met weinig wind. En een onverwachts zonnige dag in de winter is ook zo’n dag, zeker als die komt nadat de sneeuw vele mensen meer dan een maand thuis gehouden heeft.

Ik ga regelmatig uit fietsen, ook wanneer anderen daar niet aan zouden moeten denken. Als het zwaarbewolkt is, als het koud is of als er een harde wind staat. Voordeel is dat het met dat soort weer rustig is, je kunt overal lekker je eigen tempo rijden. Nu was het zwaarbewolkt noch koud, integendeel, het was lekker zonnig, maar een harde wind stond er wel, dus het aantal mensen dat durfde te gaan fietsen, bleef beperkt. Maar wel zaten de binnenweggetjes vol met auto's die oma rondreden, en de fietspaden en kleine weggetjes zaten tjokvol met wandelaars. De voetpaden zijn erg drassig, zeker voor mensen die op hun gewone Schoenenreuzen de paden op, de lanen in gingen. En dat was vandaag iedereen. Met andere woorden, mensen liepen daar waar ik wilde fietsen.

Sommigen liepen netjes aan de kant en anderen gingen naar de kant als mijn bel klonk. Maar in één uur en drie kwartier fietsen turfde ik 12 keer moeten stoppen of inhouden voor mensen die midden op de weg liepen, 5 keer stoppen omdat rechts van de weg mensen liepen en links een omataxi aankwam, 2 keer een paar kilometer niet op volle snelheid kunnen rijden omdat ik achter een omataxi kwam te zitten die met een vaartje van 20 kilometer het binnenweggetje meende te moeten nemen, 1 keer inhouden voor een hond met een stok die niet luisterde naar baasje en bazin, en 1 keer vol op de rem omdat hond wel naar de kant ging, maar baasje en bazin liepen tijdens het roepen van het beest naar het midden van de weg. Oh ja ook nog 1 keer vol op de rem omdat een echtpaar zonder te kijken het fietspad overstak omdat ze aan de llinkerkant iets moois zagen waarvan ze een foto wilden nemen. En 3 keer inhouden voor kleine kinderen, maar dat is niet erg.

Als mensen ergens lopen, en allang vergeten of helemaal niet door hebben dat ze op een fietspad zijn, schrikken ze vaak als iemand iets doet waarvoor dat fietspad bedoeld is. Er was een mevrouw die midden op het fietspad liep en die zich wild schrok toen ik haar tegemoet kwam rijden aan de uiterste rechterkant, dus een aanrijding was echt niet aanstaande. Maar wel krijg je op zo’n moment zo’n blik van “Weer zo’n mongool die het waagt om op het fietspad te fietsen.”

Ik moet bekennen dat ik dacht aan de woorden van Pim Fortuyn, toen ik even stilstond op een mooi stukje weg, en zowaar kon ik 50 meter ver kijken zonder een wandelaar te zien. Overigens moet ik er wel bij zeggen, dat van al die mensen die mijn fietstochtje doorkruisten, er 0 mensen bij waren die op moslims leken. Allemaal zo autochtoon als wat, die mensen die me voor de wielen liepen.

En ik moet ook bekennen dat ik op dat moment dacht dat het helemaal niet zo’n gek idee zou zijn als er van die 16,6 miljoen Nederlanders er een stuk of 6,6 miljoen zouden emigreren of uitsterven. Ik vond het wel een beetje nare gedachte van mezelf, maar ook een niet geheel onbegrijpelijke.

Nee ik veracht de ecologisch achterlijk succesvolle soort “mens” niet, maar het is nou ook weer niet zo dat ik haar elk uur van de dag een warm hart toedraag.

31 december 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (10-1)

10. Metallica – Welcome Home (Sanitarium) (1986)
Een groot liefhebber van metal ben ik nooit geweest, maar voor Ace Of Spades van Motörhead en de 10 beste nummers van Metallica maak ik graag een uitzondering. Net als het veel bekendere One begint het nummer zachtjes en eindigt het nummer in een eruptie, alleen is de eruptie in dit geval wat gekker en tegendraadser, niet zo raar want het nummer gaat over gek worden.

9. The Verve – Lucky Man (1997)
Over vrede vinden met jezelf, over jezelf willen, durven en kunnen zijn. En een stille trots voelen als dit wel eens lukt.

8. Throwing Muses – Green (1986)
Voor dit nummer heb ik eigenlijk geen woorden. Het meest concrete wat ik erover kan zeggen, is dat dit nummer het zusje is van de kleine jongen binnen in mezelf. Wat helaas geen omschrijving waarmee jij nu weet hoe het nummer klinkt. Dus luisteren maar, bijzonder is het nummer op z’n minst.

7. Radiohead – Lucky (1997)
Eén van de prijsnummers van een zeldzame prijsplaat, OK Computer. Over 250 jaar als de mensheid ten onder gegaan is aan z’n eigen vuil,  komen buitenaardse wezens de korte geschiedenis reconstrueren, kort in elk opzicht, met uitzondering van hun oorlogen, hun klaagzangen en hun napraten over voetbal op televisie.
Bbbrr, zullen ze denken. Bach, Beethoven, Beatles, Rolling Stones, Radiohead.

6. The Velvet Underground – Venus In Furs (1967)
Nummer dat laat horen hoe sadomasochisme klinkt, voelt en ervaren wordt.

5. Pavement – Grounded (1995)
Het snakken naar een refrein benadert soms het snakken naar een orgasme.

4. Green Day – Boulevard Of Broken Dreams (2004)
Het lijflied van de einzelgänger.

3. Belle & Sebastian – The Stars Of Track And Field (1996)
Belle & Sebastian is dromerig en associatief, een beetje ijl en luchtledig, enigszins ongrijpbaar en onaantastbaar. Maar Belle & Sebastian is vooral aandoenlijk, puur en bloedmooi. If You’re Feeling Sinister is hun mooiste en meest betoverende plaat, en dit nummer is een nummer zonder weerga.

2. Death Cab For Cutie – Transatlanticism (2003)
Over de verwijdering tussen geliefden, eindigend in een muzikale, op het strand uiteenspattende golf, flonkering, betovering, en een hartekreet op het moment dat de levens te lang langs elkaar geleefd hebben.

1. dEUS – Disappointed In The Sun (1996)
Mijn lijflied en mijn levenshouding, verpakt in een muzikale grabbelton van melodieën en dissonanten. Een pianoloop creëert een gaandeweg breder wordende stroom van klanken. Spanning bouwt op tot haast ondraaglijke proporties, tot snakkend naar bevrijding. En die komt gelukkig, in een climax waarin echt alle registers opengaan. Voor even mag en kan alles.
Dit is muziek. Dit is leven.
Laat nu de champagne maar knallen en laat 2011 beginnen.

Clicky

Clicky Web Analytics