28 november 2006

Top 200 (90-81)

90. Genesis - Firth Of Fifth (1973)

Dit is zowat klassieke muziek. Het zingen en de tekst had er eigenlijk niet bij gehoeven, ook al omdat het de meest intelligent klinkende tekst aller tijden is, maar waar het over gaat, ik weet het niet. Misschien weet Peter Gabriel het zelf, maar het zou heel goed kunnen van niet.


89. Toploader - Achilles Heel (2000)

Gewoon een mooi liedje over de liefde, net zoals duizenden anderen dus. Maar dit is een echt mooi liedje over de liefde.


88. The Serenes - Millbank Wood (1993)

Weer zo'n onderschatte band van Nederlandse bodem. Het is wat dromerig, een beetje zweverig, en fantasierijk. Dus pruimt de Hollander het niet.


87. N.E.R.D. - Breakout (2004)

Wat moet ik hier weer van zeggen? Ik vind het gewoon lekker.


86. The Doors - L.A. Woman (1971)

The Doors is zo'n band waar ik bij vlagen regelmatig naar luister, maar dan ook rustig een tijd niet, en in die periodes kan de band me zelfs gaan tegenstaan. Eerlijk gezegd vind ik de muziek wat aan de simplistische kant, en die Jim Morrisson nagelt zich dan wel mooi aan het kruis en zo, maar is het niet gewoon een boerenlul met ADHD en een kwade dronk?

Anyway, dit is wel één van hun beste prestaties.


85. The Byrds - My Back Pages (1967)

Weer niet echt iets bijzonders over te melden, weer zo'n nummer van 3,5 minuut wat van begin tot eind klopt.


84. Hüsker Dü - Could You Be The One (1987)

Het is of deze of Bed Of Nails. Bed Of Nails is verscheurend en een beetje pijnlijk om naar te luisteren. Maar hier word je vrolijk en hyperactief van.


83. Roxy Music - If There Is Something (1972)

Het nummer is misschien een beetje mislukt, want het klopt net niet, maar daarom juist zo mooi. Een uitgesponnen verkenningstocht langs uiteenlopende emoties.


82. The White Stripes - Seven Nation Army (2003)

Een soort Jimi Hendrix-sound van de eenentwintigste eeuw.


81. Grateful Dead - Truckin' (1970)

Dit is een klassieker, zo'n nummer wat hoog in de Top 2000 zou moeten staan. Er is alleen één probleem, het nummer is in Nederland volkomen onbekend. Op een pompende bas toer je heel Amerika door, en dan eindig je down and out in een God forsaken motel en droom je ervan om rust te vinden.

27 november 2006

Roken

Ik ben nu ongeveer vierenhalf jaar gestopt. Te lang geleden om de datum nog precies te weten. Toen ik net gestopt was, wist ik behalve het aantal dagen ook het aantal uren, minuten en seconden dat ik gestopt was.


Ik heb nooit meer een sigaret aangeraakt. Wel een keer een sigaar, met oudejaar om vuurwerk af te steken. Ik rook en proefde bij het blazen om de sigaar aan te houden genoeg om te vermoeden dat dit rund het stunten maar beter tot vuurwerk kon beperken.


Ik ben niet-roker. Maar ben ik nu helemaal bevrijd van mijn vorige leven?


Niet helemaal. Ik droom nog regelmatig dat ik rook, en als ik midden in die droom wakker wordt, voel ik als eerste spijt, en ook verdriet, omdat ik gezondigd heb en al die discipline in al die jaren voor niks geweest is.

Als het roken te dichtbij komt, voel ik af en toe nog wel eens een aandrang. Gezellig in de kroeg, na een etentje met z'n tweeën terwijl de ander opsteekt. Nu ik dit stukje doe, heb ik ergens een gevoel dat het schrijven van dit stukje, en ook het vooraf erover nadenken, zal bewerkstelligen dat ik weer ga roken. Om het angst te noemen is misschien overdreven,m aar het gevoel was wel dusdanig dat ik even heb zitten twijfelen of ik het stukje wel zou doen (maar ja, ik zat er sowieso over te broeden en als dat te lang duurt, bereik ik een point of no return).


En misschien heeft het ermee te maken dat voor mij, als ik vroeger achter een computer zat, de zinsnede van Martin Amis in Geld of de afscheidsbrief van een zelfmoordenaar gold: "Ik steek nu een sigaret op. Je kunt ervan uitgaan dit ik dit voortdurend zal blijven doen, behalve bij uitdrukkelijk tegenbericht."


Ik denk dat voor mij geldt wat ook voor alcoholisten geldt die van hun verslaving af zijn. Zij kunnen nooit meer één druppel drinken, ik nooit meer één trekje roken. Er zijn wel gezelligheidsrokers, mensen die af en toe roken maar het wordt nooit structureel. Ik denk dat je voor dat gedrag het karakter moet hebben. Je moet wispelturig zijn of heel snel kunnen schakelen of gewoon ronduit gespleten zijn. Voor een consequent mens als ik geldt dat ik zwanger ben of niet zwanger ben, en een beetje roken bestaat niet.


Ik heb de indruk dat dit de valkuil is van veel gestopte rokers, en reden nummer één om terug te vallen. Rokers stoppen omdat ze best gevoelig zijn voor alle argumenten die daarvoor te bedenken zijn, en zien de redelijkheid van alle argumenten om te stoppen, en ze voelen ook dat stoppen beter zou zijn voor het lichaam, al zeggen ze dat misschien niet. Rokers zijn wel koppig, maar niet gek. Maar omdat ze diep van binnen geen absolute wil hebben om te stoppen (en sowieso zijn er weinig mensen met een wil die 24 uur per dag standvastig is), willen ze een beetje blijven roken. Na een tijdje rookvrij denk je dat je nu toch wel weer een trekje zou moeten kunnen nemen, eentje maar. Helaas, verkeerde inschatting. U gaat niet langs Start, u ontvangt geen 20000 Euro, en opnieuw beginnen maar weer.


Er was een aanleiding die vijf jaar geleden de sluimerende wens om te stoppen aanwakkerde. Mijn vader overleed. Nog vrij jong. Mentaal was er wel het een en ander niet helemaal goed, maar fysiek was de man zo gezond als wat. Hij overleed aan blaaskanker, een van de kankers die een sterk verband met roken heeft. En mijn vader rookte vanaf zijn vijftiende tot op z'n sterfbed.


Nu kun je zeggen dat als Erwin Kroll elke vijf dagen met een nieuw warmterecord aan komt kakken, dat het broeikaseffect daarmee nog niet aangetoond is, en dan heb je formeel gelijk. Maar toch poneer ik hier dat het klimaat de schijn tegen heeft, en die kanker van mijn vader ook.


Wat deed ik nadat de kist weggezakt was, en aarde het deksel steeds zwaarder bedekte? Een sigaret opsteken natuurlijk, want dat was toen ik nog rookte wat ik deed na alles.


Maar ik wilde niet in de voetsporen van mijn vader treden. Niet een heel werkzaam leven voor een pensioen sparen, en dan als het uitgekeerd wordt, nog wel verlangen naar leuke dingen, maar al te veel pijn hebben om er nog puf voor te hebben.


Ik hoop maar dat het nog op tijd is, na twintig jaren roken niet te laat. En ik hoop dat het me zal helpen om niet te roken. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, dus je weet het niet. In ieder geval had ik, als ik nog gerookt had, alle maanden met een R erin bronchitis gehad, zwarte vlekken voor de ogen gezien bij het snel oplopen van een trap, en ik had elke nieuwe omgeving in mijn leven met sonar- en radarogen moeten afzoeken op zoek naar straf (rookstickers, bordjes) of beloning (asbakken). De winst om al die dingen niet meer te hebben, steek ik nu al viereneenhalf jaar in mijn zak.


Vanwege de dood van mijn vader is mijn associatie met roken danig veranderd. Vroeger had het zijn positieve kanten. Het was iets dat bij me hoorde, van mij was, iets dat moest kunnen, iets dat IK in ieder geval wel moest kunnen… Nu voel ik verval, iets dat schoon van binnen vies maakt.


Hoe diep zit dat verslaafd zijn nou precies?


Je zou kunnen beweren dat roken het uitdagen van de dood is, en zo lang je Magere Hein door rook in z'n gezicht te blazen, kunt afschudden, heb je weer een dag erbij. Omdat jij oud kunt worden door te roken, voel je je onsterfelijk. Maar ik denk deze voorstelling van zaken overdreven is.


Een gevoel dat denk ik wel hoort bij de verslaafde roker is dat het zijn gewoonte is, zijn ding, en die boze buitenwereld moet echt niet denken dat zijn ding zomaar afgepakt kan worden (de roker als paria afschilderen, versterkt dit gevoel nog eens). Als dat gevoel blijft hangen nadat je gestopt bent, verklaart dat ook waarom je toch dat ene trekje nog wilt, zelfs nadat de verslavingsverschijnselen al tijdenlang verdwenen zijn, en het denken aan een sigaret nog maar af en toe terloops gebeurt, het enige wat je moet doen is tien seconden aan iets anders denken en je bent het vergeten (Terwijl je in de eerste dagen na het stoppen maar af en toe terloops niet aan een sigaret denkt, en tien seconden aan iets anders denken is ondenkbaar). Dat ene trekje is helemaal nergens voor nodig. Tenzij je wilt bewijzen dat roken nog steeds jouw ding is, en als je bewijs wilt dat jouw ding nog niet van jou afgepakt is.


Het zal dus niet zo gemakkelijk zijn het aantal rokers terug te dringen. Maar wat maakt het mij uit? Ik ben op dit moment gestopt en laat ik daar dan alsjeblieft van genieten voor zo lang als het duurt. Ik ben voor leven en laten leven, en iedereen heeft recht op zijn eigen ondergang, en ik ben niet astmatisch en - laat ik eerlijk zijn - het idee dat ik van andermans sigaret zelf schade oploop, voel ik niet, net zo min als dat ik vroeger voelde dat ik van mijn eigen sigaretten dood kon gaan (je beredeneert het, maar je voelt het niet).


Dus wat is het probleem? Praktisch is het wel lastig, die gewoontes van mijn rokende medemensen. Ik moet erop letten wat ik woensdagavond, mijn bridgeavond en passief-meerook-avond, aantrek, want donderdag moet het de was in. De lucht moet ik inademen. En als de rook in een klein vertrek wordt uitgeblazen, moet ik de druk op mijn longen voelen, het letterlijk adembenemende gevoel van minder bruikbare zuurstof. Ik zou best willen dat gewoon iedereen met die ongein stopt. Het nut en de voordelen van roken zijn - behalve dat ik-gevoel dat je zonder ergens aan verslaafd te zijn ook kunt cultiveren - nihil. Dat weet ook de roker.


Laat ik maar eerlijk toegeven dat het draagvlak om een stukje kwaliteit van mijn leven te moeten inleveren ten gunste van deze geen enkel doel dienende gewoonte, klein is geworden. Tijd om onze met blauw aura omgeven medemens op een of andere manier tot stoppen te bewegen.


Hoe dan? Repressie zal het hem niet doen. Repressie romantiseert, zie ook drugs. Op het schoolplein in het fietsenhok, en op schoolfeestjes, zullen altijd sigaretten uitgeprobeerd worden, en helaas zie ik geen methode die bewerkstelligt dat deze experimenterende zestienjarige voelt (en dus niet alleen beredeneert) hoe veel moeite hij over een paar jaar, of twintig jaar, zal moeten doen om z'n experiment ongedaan te maken, en misschien is hij een van de zestienjarigen die dit nooit zal lukken.


Wat betreft drugs is het wel zo dat veel mensen experimenteren, maar er zijn veel minder mensen die een blijvende verslaving weten te ontwikkelen. De meeste mensen willen normaal zijn, erbij horen, en dan is het niet aantrekkelijk om een gewoonte te hebben die bijna nergens getolereerd of begrepen wordt.


Dus toch maar een rookverbod in restaurants en horeca. En om mensen te helpen met stoppen, cursussen van overheidswege, compleet met ex-rokers die komen vertellen hoe het hen na tien mislukte stoppogingen en ook een paar huwelijken toch gelukt is.


Hoe dit laatste te financieren? Nou, dat is wel een heel makkelijk antwoord, van de rookaccijns natuurlijk. En aan de rookwarenfabrikant vragen we een vrijwillige bijdrage die een verplichtend karakter heeft.

26 november 2006

Informatie

De bovenmeester wil graag weten hoe het gaat met de casting voor het schooltoneelstuk, en roept Gijs bij zich, zijn favoriete leerling, aan wie gevraagd is op het plein zijn ogen open te houden.


"Nou, hoe staat het er voor? Wat heb je me te melden?"

"Jantje zegt dat hij eventueel met Pietje wil, maar dan moet Pietje niet meer schoppen bij voetballen, en een nieuwe Nintendo kopen."

"En met Klaasje?"

"Nou, daar deed Jantje wat vaag over, maar volgens mij wil ie dat niet. In ieder geval zegt Jantje dat knikkeren sport nummer één moet blijven, maar Klaasje zegt dat hinkelen belangrijker is, en er moet weer haasje-over gedaan worden, want dat is lang verwaarloosd…"

"Iedereen weet dat Jantje valt als ie haasje-over probeert."

"Ja, dat weet iedereen."

"Oh ja, Jantje zegt trouwens dat hij onder geen beding met Pietje en Klaasje samen wil. Dus dat maakt het niet makkelijker."

"Dat kun je wel zeggen," valt de bovenmeester uit.


Er valt een stilte.

"Er wil niemand Geurt erbij hebben?"

"Niemand zegt dat ie graag met Geurt wil, en Pietje zegt expliciet dat hij niet meedoet als Geurt meedoet. De anderen zeggen allemaal wel dat zijn nieuwe Nikes heel erg cool zijn."

"Dan hebben we nog Reli-Rik…"

"Reli-Rik wil met iedereen, als ze maar ophouden met vloeken op het schoolplein."

"En wie staat daar positief tegenover?"

"Eh, zou ik je niet precies kunnen zeggen. Pietje en Klaasje in ieder geval niet, want die staken hun vinger de lucht in en zeiden g… nou ja u snapt wel wat ze erbij zeiden."


"Dus zo te zien moet ik het weer oplossen… Net als de meeste vorige keren trouwens."

"Iedereen zou het uitermate onverstandig vinden dat u er zich in mengt, want het is uw taak niet om…"

"Die riedel ken ik," zei de bovenmeester, en wuifde de woorden van Gijs weg.

"Het zal dan wel Jantje met Markie blijven, of Riet, want Markie wordt misschien wel van school gehaald, en dan moeten Pietje Klaasje, Annabel, Geurt en Reli-Rik beloven dat ze achter de coulissen applaudisseren wanneer het stil wordt in de zaal."



"Dit wil echt niemand," snoof Gijs, hoorbaar geshockeerd.

"Nu niet," zei de bovenmeester kalm. "En nu wordt dit voorstel natuurlijk ook niet geopperd. We benoemen de conciërge om een cast te formeren en we wachten af wat hij ervan bakt…. In ieder geval zal het wel even duren. En dan, over een maand of wat als ze elkaar elke pauze bloedneuzen slaan, doen we dit voorstel en ik beloof je, Gijs, het zal dan klinken als de laatste uitweg."


Gijs keek de bovenmeester wat onderzoekend aan.

"Ingerukt," zei ze, vriendelijk doch beslist.

25 november 2006

Fietsfoto - Friesland


Haskerhorne 28-12-2005

24 november 2006

Top 200 (100-91)

Zo, ik heb de eerste 100 gehad. One hundred down, one hundred to go…


Eerlijk gezegd krijg ik last van ongeschreven regels, namelijk dat in zo'n Top weet-ik-hoeveel de nummer 1 op 31 december om vijf voor twaalf bekend gemaakt wordt. Of twee voor twaalf als het Stairway to Heaven is, want anders haal je de klok niet.

Waarom ik deze regel zou moeten volgen, weet ik niet, maar ergens voelt het als verboden dat je pas op 22 januari met een nummer 1 aan komt kakken. Ik bedoel, dan zijn de mensen met goede voornemens al lang weer begonnen (waarom is een goed voornemen altijd iets waarmee je stopt, trouwens?).


Ik heb even zitten rekenen, en omdat er tussen deze lijstjes door toch ook nog wat stukjes moeten staan, is het niet te hopen dat ik in de donkere dagen voor Kerst tegen een writers block aanloop.


100. Neneh Cherry - Manchild (1989)

Het is een lief liedje, en vooral zo sympathiek gezongen. Er zit een gouden hart in de vrouw die dit zingt, je voelt het.


99. The Traveling Wilburys - Handle With Care (1988)

Het werkt niet altijd, dat je een stel muzikanten die hun tijd eigenlijk wel een beetje gehad hebben, bij elkaar zet en hoopt dat ze iets maken wat de moeite waard is. Maar hier is het gelukt.


98. Electric Light Orchestra - Can't Get It Out Of My Head (1974)

Heel veel ELO achter elkaar trek ik niet, maar dit nummer vind ik hun muzikaal hoogtepunt, en de titel van het nummer is een mooi voorbeeld van zelfreferentie.


97. Felt - Primitive Painters (1985)

Vroeger nam ik met een vriend van mij nummers op van VPRO-programma's als de Wilde Wereld (wat mijn favoriete programma was) en Frontlijn (dat was zijn favoriete programma). Dit nummer had hij bij Frontlijn te pakken gekregen. We vonden het allebei mooi, alleen jammer was dat bij artiest en titel allebei ? stond, hoewel bij de artiest ook stond Velt?, Felt?, Failed? Zo ging dat in die jaren, je moest meeschrijven met de DJ en als die snel of binnensmonds praatte, of je lette even niet op, dan had je het niet helemaal verstaan. En Internet om het naderhand op te zoeken, jongens en meisjes, dat bestond nog niet.

Ik heb dit nummer jaren op een cassettebandje gehad met op het hoesje Velt? - ? (There's a look on your face). Op zeker moment verdween een bandje als dit – matige opnamekwaliteit - in een doos, en dus verdween feitelijk dit nummer.

Ergens in 2000 of 2001 zat ik zoals wel vaker wat muziek te downloaden. Het was nog in de tijd van Napster toen downloaden langzaam ging en soms moest je op 98% compleet overnieuw beginnen wegens verbinding verbroken, maar gezellig was het wel (het latere Kazaa was dat totaal niet, gezellig, alleen maar grote groepen gratis graaiers en griezelware op je PC).

Op een gegeven moment herinnerde ik me dat nummer ?-? en ging ik wat proberen. Na het intikken van "Felt" kreeg ik zowaar iets van 10 hits. Op intuïtie koos ik Primitive Painters eruit en na een volle avond stampen op 0,2 kb per seconde, was het nummer binnen en bleek het inderdaad de ?-? van vroeger op het bandje te zijn. Wat kun je op zo'n manier gelukkig zijn met één nummertje…


96. Prince - Starfish And Coffee (1987)

Waarom is dit het mooiste nummer van Prince? Weet ik veel, misschien is het dat wel helemaal niet. Maar toevallig is het wel het nummer van Prince dat ik het liefste hoor en het vaakst draai. En het is lekker mijn Top 200.


95. Fatal Flowers - Well Baby (part 1&2) (1986)

Zo schandalig onderschat dit nummer. Van die vervelende bandjes als Kane of de Kast of Volumia worden door het poldervolk omarmd, maar dit bandje, die DIT nummer maakt, een pure, ultieme popsong…Het is helaas paarlen voor de zwijnen voor d'n Hollander. Weggeven aan België dat land!


94. System Of A Down - Chop Suey (2001)

Het is wel heel erg lekker om dit nummer heel erg hard te draaien.


93. P.J. Harvey - Man-Size (1993)

Erotiek die zo schaamteloos openhartig is dat je er door bij de strot genomen wordt.


92. Suzanne Vega - Luka (1987)

Marlene on the wall zal wel een grotere favoriet zijn, maar ik vind het tempo, de loop, de flow zo heerlijk dat dit nummer me liever is.


91. Talking Heads - Psycho Killer (1977)

Een rebelse daad. Vroeger keek ik Toppop en Ad Visser, en eens was dit gekke nummer opeens een hit, en dat was een filmpje met een lekker debiele performance. Mijn vader (meekijken gewenst?) had er geen goed woord voor over. Dus je kunt wel raden wat ik toen de puberteit toesloeg zowat als eerste op mijn eerste bandje opnam.

Kwakkelwinter

Met moeite opende Bertus de voordeur van zijn seniorenappartement. De deur wilde niet goed open omdat er vers gevallen sneeuw tegenaan gewaaid was. Hoewel de hoeveelheid meeviel, het was maar een dun laagje dat op veel plaatsen eigenlijk weggewaaid was, voelde hij de plicht om vandaag zijn stoep te vegen. Hij zuchtte. Tot nu toe stond alles wat hij verzonnen had vandaag te moeten doen, hem tegen.


Zodra Bertus zijn eigen pad af was, ging zijn stap over in geschuifel, beducht omdat de ijzel van gisteren misschien wel onder de sneeuw zat. Hij bleek wat overdreven voorzichtig te zijn. Hij probeerde over te gaan op een normale looppas, maar merkte dat hij dit – uit angst voor een plotselinge laag ijs onder zijn voetzolen – eigenlijk niet goed durfde. "Je lijkt wel een oude man," mompelde hij in zichzelf, nadat hij eventjes een paar jolige pasjes, tegen huppelen aan, gedaan had, en eindelijk normaal liep. "Correctie," dacht hij in zichzelf. "Je bent een oude man."


De hoofdstraat van het dorp was aan één kant ook de rand van dat dorp, en dat merkte Bertus pas toen hij bij de bocht kwam, en een stuk straat passeerde waar aan deze kant geen huizen waren. De snijdende wind vanaf de half witte landerijen blies Bertus bijna zijn dikke jas uit. Toch goed dat hij zijn wanten en muts had aan gedaan. Een jonge vrouw had wel haar kinderwagen maar niet zichzelf voldoende ingepakt, en passeerde Bertus met een rood en verwrongen gezicht van winters ongemak.


Voorbij de bocht, de drukke straat over, en het terrein van de supermarkt op, was het opeens mis. Na een stuk straat dat fel beschenen werd door de zon en nu al vochtig was, volgde een stuk straat in de schaduw en daar gleed Bertus plotseling weg. Hij reageerde instinctief, en vond zijn evenwicht terug, maar bij elk stapje dat hij vervolgens zette, voelde hij zijn voeten glijden. Bertus zag vlakbij hem een oudere vrouw ook bijna vallen. Hij hervond zijn evenwicht en een min of meer veilige schuifelpas. Lawaai van schooljeugd alarmeerde hem en bevroor hem tot stilstand. Omkijken durfde hij niet. Nadat de twee, drie jongens roekeloos glijdend en luid roepend gepasseerd waren, haalde hij zijn schouders op naar de oudere vrouw, en besefte dat de angst in haar ogen ook in de zijne moest zitten.

Ze wisselden een paar zinnen over die jeugd van tegenwoordig.


Toen ze allebei doorliepen, herinnerde hij zich weer een moment, zeker dertig, misschien wel vijfendertig of veertig jaar geleden, dat hij bij soortgelijke omstandigheden notabene op de fiets rondreed, omdat dit spannend was, en hij een bejaarde had gezien, met spartelende benen die in een spreidstand gegleden waren en daar niet meer uit vandaan wilden. Hij was te beleefd om die man uit te lachen, maar was wel vrolijk doorgeglibberd.


Nu dacht Bertus aan zijn zus, die voor een nieuwe heup in het Academisch lag. Eigenlijk moest hij vandaag ook nog bij haar langs. Weer zuchtte Bertus diep. Voor hij de warme supermarkt binnenstapte, veegde hij automatisch het sneeuw van zijn jas, hoewel zijn jas schoon was.


Hij kocht brood en melk en macaroni met boterhamworst voor twee dagen, en de vuilniszakken waren bijna op, dus die kocht hij ook. Na een korte aarzeling gooide hij een reep pure chocola in zijn kar. Om zichzelf te verwennen. Hij dacht na waarom hij altijd eten voor twee dagen kocht, hoewel hij tegenwoordig de tweede dag vaak weggooide. Was dit om voor te wenden dat hij eten voor twee personen kocht?


Buiten zette Bertus zich schrap, en betrad voor de tweede keer het stuk waar het levensgevaarlijk glad was. Hij riep waarschuwend naar een mevrouw die van de straat kwam. Ze luisterde, begreep hem en schuifelde voetje voor voetje voort. Een meisje op de fiets met een wapperende witte sjaal kwam plotseling achter de mevrouw vandaan, van plan om een bochtje te nemen, precies aan het begin van het gladde stuk. Bertus zag de fiets slippen. Het meisje slaakte een kreet, en Bertus stond aan de grond genageld want de fiets gleed in zijn richting. Op goed geluk en daardoor onnavolgbaar sprong het meisje naast haar fiets, in evenwicht op haar voeten, en vervolgens manoeuvreerde ze haar fiets die als een keffende hond aan een lijn Bertus leek te willen bespringen, terug in het gareel. Het meisje lachte naar hem. Bolle rode wangen en blonde haren in de war door haar muts.


"Sorry hoor," zei ze en Bertus zei dat het niets gaf, hoewel hij voelde dat zijn benen trilden. Ze kon er niks aan doen, snapte hij en hij zei dit ook.


Na nog een paar zinnen, stapten zij en hij verder, en Bertus bereikte de zon, zo fel dat hij zijn ogen bijna dichtkneep. Op zijn koude wangen voelde hij een klein beetje de zonnewarmte. Hij dacht terug aan de lach op het gezicht van het meisje en kreeg zowaar een beetje zin in deze dag.

20 november 2006

Niets is zo charmant...

Eén aanname kan meer schade aanrichten dan tien feiten kunnen verdoezelen

19 november 2006

Reservebelg

Gisteren was Zeeuws-Vlaanderen in het nieuws. Dat gebeurt niet zo vaak, dus misschien mogen we van een bijzondere dag spreken. De streek was in het nieuws, omdat de Belgen voornemens zijn om vanaf 2008 tol te gaan heffen op hun snelwegen. Dit betekent dat de Zeeuws-Vlamingen niet meer in staat zijn om in hun auto de rest van Nederland te bereiken zonder dat ze tol moeten betalen. Ze kunnen kiezen of ze Nederlandse tol betalen, via de Westerscheldetunnel naar Zuid-Beveland, waar vervolgens een snelwegverbinding ligt naar de rest van Nederland, of Belgische tol. Voor de Belgen wordt deze tol gecompenseerd met belastingmaatregelen, maar voor de Zeeuws-Vlaming dus niet.


Met het probleem waarvoor de Zeeuws-Vlamingen zich geplaatst zien, heb ik niks. Ik woon er bij lange na niet in de buurt, en ik heb ook geen auto, dus ik denk dat ik wel onder die tol uitkom. De reden dat zo'n nieuwsitem mij opvalt, is dat ik een Zeeuws-Vlaming ben.


Althans van geboorte. Maar heb ik verder wat met die streek?

De reden dat ik er vertrok, ligt buiten mezelf. Mijn vader werkte bij Rijkswaterstaat in Terneuzen, maar die vestiging zou worden opgeheven, dus moest hij nieuw emplooi vinden, wat hij vond bij de vestiging Leeuwarden. Niet echt lekker dichtbij, dus verhuiswagen besteld en het hele land doorgecrosst, en neergestreken in een dorpje onder de rook van Leeuwarden.


Ik was toen zes jaar, dus niet beslissingsbevoegd in dezen.


Je zou zeggen dat datgene van mijn karakter en gedrag wat aangeleerd is, en door ervaringen bepaald, niet echt Zeeuws-Vlaams kan zijn (of hebben die eerste paar jaren zo veel invloed?). Maar er is ook nog genetisch bepaald karakter, en zie je daar dan de geboortestreek terug?


In het nieuwsitem werd beweerd dat Zeeuws-Vlamingen nooit boos worden. Wat dat betreft zet ik een vinkje, want er zijn mensen als juffrouw Donderwolk nodig om mij boos te krijgen, grof geschut dus. Verder werd door een of andere streekverteller (of zoiets) nog het een en ander geponeerd over het karakter van de Zeeuws-Vlaming, wat er in mijn eigen woorden – dus geïnterpreteerd – op neerkomt, dat ze Bourgondischer zijn dan de rest van Zeeland (wat niet zo heel moeilijk is, want Calvinistischer dan Bevelanders of Tholenaars bestaat niet), maar ook weer niet zo chaotisch en ongeorganiseerd als de Belgen.

Misschien zit het Zeeuws-Vlaamse in mijn muzieksmaak, want wat betreft ben ik duidelijk een Belg. Belgische muziek klinkt als lukraak neergepote huizen, en pas bij nadere bestudering blijkt een stratenplan, en in twee maten gaat het moeiteloos van klein en bescheiden naar pompeus en joyeus. Nederlandse muziek klinkt als de allemaal in dezelfde kleur geschilderde balkonnetjes van de Vinexwijk, waarbij u kunt kiezen tussen type A (couplet) en type B (refrein). Generaliserend is de conclusie dat Belgische muziek spannend is en Nederlandse muziek slaapverwekkend.

Een paar jaar geleden ben ik teruggeweest, als vakantieganger. Zeeuws-Vlaanderen is mooi om te fietsen, want overal zijn dijkjes, dus een beetje op en af, en bovendien staan op die dijken bomenrijen (geen overbodige luxe, want waaien doet het er ook).

Een bepaalde vertrouwdheid had Zeeuws-Vlaanderen wel. Maar om nu te zeggen dat ik het gevoel had thuis te komen, is schromelijk overdreven. De Zeeuws-Vlaming als mens ken ik namelijk helemaal niet, dus of die streekverteller nu gelijk had, ik zou het je niet kunnen zeggen. Wel is het zo dat de dorpjes klein zijn gebleven en dat de lucht redelijk schoon is. Je zit er lekker rustig, daar in Zeeuws-Vlaanderen. En als het stormt in je hoofd, kun je uitwaaien op het strand van Cadzand.

Dus laat ik als gedachte-experiment gaan wonen in Zeeuws-Vlaanderen. Vervolgens moet ik ook wat te doen hebben, want mijn pensioengerechtigde leeftijd is niet echt in zicht, en de mogelijkheid om te leven van een uitkering gaat in de 21e eeuw niet terugkomen.


Ook als mijn ouders niet vertrokken zouden zijn, had ik vast niet meer in Zeeuws-Vlaanderen gewoond. Ik zou zijn gaan studeren, en dan moet je naar Rotterdam of Tilburg. En dan was ik in die contreien aan het werk geraakt, want als je in Zeeuws-Vlaanderen aan het werk wil, moet je boer of lokettist van de toltunnel zijn. Nou ja, misschien had ik chemicus bij Dow Chemical kunnen zijn, maar ik denk dat ze op dat immense complex van rokende schoorstenen niet meer dan een paar operators nodig hebben voor het wandbord met rode en groene lampjes.


Wat me op het eerste gezicht wel een tof idee lijkt, is werken in België en wonen in Zeeuws-Vlaanderen. Ik weet niet hoe de ICT-sector is in bijvoorbeeld Gent (dat is bereisbaar vanuit Zeeuws-Vlaanderen), maar die stad is groter dan Groningen, dus je zou zeggen dat er emplooi moet zijn. Dus Gent, als ge nog een functioneel ontwerper zoekt, laten we eens praten.


Misschien wordt het na de pensionering oud worden in Zeeuws-Vlaanderen. Maar misschien ook niet.

18 november 2006

Top 200 (110-101)

110. Crosby, Stills, Nash & Young - Almost Cut My Hair (1970)

Vooral vanwege het gitaarwerk van Neil Young, waar ik meer mee heb dan met die andere drie. En die andere drie hadden weer niet zo veel met Neil Young, of anders gezegd, die gitaar en de rest is strikt gescheiden in de studio ingespeeld, zo goed konden de heren met elkaar overweg.


109. Marillion – Forgotten Sons (1983)

Marillion is een jeugdliefde. Ergens in 1984 kreeg ik een cassettebandje van een schoolgenoot, en dat bandje is vervolgens een half jaar niet uit de speler verdwenen. Ik was een paar jaar trouw (devoot, idolaat) fan, maar toen verliet de leadzanger de band.

Ook omdat mijn smaak inmiddels veranderd was, vond ik niet veel meer aan Marillion zonder Fish, en datzelfde gold voor Fish zonder Marillion.

Dit blijft een mooi lied, tegen oorlogen. Kijk naar een documentaire over Irak of Afghanistan en je ziet de bijna kaalgeschoren jochies voor wie geldt "From the dolequeue to the regiment a profession in a flash".


108. Neil Young - After The Gold Rush (1970)

Ah kijk, vlak na CSNY hebben we Neil Young alleen. Had ik beter wat verder uit elkaar kunnen zetten. Sowieso denk ik nu ik deze regels bij dit liedje tik, dat het nummer hoger had gemoeten.

Leuk zo'n Top 200 (of whatever het aantal is), maar vijf minuten nadat je ze in volgorde hebt staan ben je het al niet meer eens met de volgorde… Waar doe je het toch voor?


107. Urban Dance Squad - No Kid (1989)

Eén van de weinige bands die buiten Nederland bekend werd, en dan voor de verandering eens met muziek waar we als kaaskoppen trots op mogen zijn, wat niet geldt voor exportproducten als de Vogeltjesdans en Poing.

"Klinkt zo internationaal" hoor je te zeggen, als je manager van een platenmaatschappij bent, en verdomd, het is in dit geval nog waar ook.


106. Adamski - Killer (1990)

Dit is de mooie versie van dit nummer. Als je alleen de andere, van Seal, kent, dan zeg ik: Inruilen!


105. Steve Harley & Cockney Rebel - Mr. Raffles (Man It Was Mean) (1975)

Veel mooier dan het bekendste nummer, Sebastian. Hier zit ook kitsch in, maar het blijft meer onderhuids, en bovendien heeft dit nummer een van de mooiste en onweerstaanbare melodieën aller tijden.


104. Moby - Why Does My Heart Feel So Bad? (1999)

Een warme pianodeken die een beetje pijn doet, maar op een manier die te verdragen is.


103. The Cult - Love Removal Machine (1987)

Beroemd, zo niet berucht, van de scheikundefeesten eind jaren 80 en begin jaren 90. DJ Marco hield van ruig, eigenlijk het meest van metal, maar ook van punk en wave. Dit was een nummer wat hij draaide omdat hij het leuk vond, en een steeds breder publiek ging er op loos, zodat er vervolgens dan nog wel drie, vier lekkere – dus lawaaierige – nummers achteraan gedraaid konden worden, want de dansvloer was immers vol.

De mensen die al die herrie niet echt begrepen, gingen het zelfs "Scheikundemuziek" noemen. Is een geuzennaam!


102. Underworld - Born Slippy (1995)

Buitengenrelijk uitstapje.


101. This Mortal Coil - You And Your Sister (1991)

Is dit nu heel mooi en zoet, of is het schijn die bedriegt? Het is een hit geweest, dus voor het grote publiek houden we de eerste interpretatie vol, maar we weten wel beter.

17 november 2006

Draak

Bij De Wereld Draait Door was muziekfreak Leo Blokhuis te gast. Het ging het meest over The Beatles - en over Wouter Bos want die zat zieltjes te winnen - maar het ging ook even over "De grootste draak aller tijden".

Nu is het eigenlijk een beetje flauw om muziek die je niet leuk vindt, af te kraken, maar er zijn liedjes die het uiterste van je auditieve incasseringsvermogen vergen en dan wordt het wel moeilijk zoiets zonder protest over je heen te laten komen.

De draak aller tijden van Leo Blokhuis is I Will Always Love You van Whitney Houston. Met die keus ben ik het hartgrondig eens. En ik heb er een goede reden voor.

Ik woonde ooit in een studentenflat. Behalve buren links en rechts en benedenburen had ik ook een bovenbuurvrouw, best een aardig meisje. Alleen was ze op een gegeven moment verliefd op iemand, maar dat was nog niet erg. Wel erg was dat ze dit vierde met I Will Always Love You op repeat.

Nu moet je even proberen om je dit liedje te herinneren. Ik geef toe, dit is een nare opgave, maar het moet even. Ik zal je helpen. Leo Blokhuis zei dat onze Whitney klinkt als vroeger de sirenes op de eerste maandag van de maand... Zie je, dat helpt, nu heb je haar meteen weer in je kop zitten, niet dan?

Stel je dus dat liedje even voor, dat klinkt van ergens boven, maar niet loeihard. Met andere woorden, het begin en de coupletten hoor je niet of nauwelijks. Maar dat refrein hoor je steeds wel. En als Whitney het op haar heupen krijgt en alle sluizen gaan open, dan hoor je haar behoorlijk goed.

Eén keer gaat nog, er zit tenslotte een dikke betonnen vloer tussen. Maar als je zaterdagmiddag om een uur of twee voor het eerst naar boven tuurt, gealarmeerd door iets sirene-achtigs, en dat gaat door tot een uur of vijf, dan ben je mentaal behoorlijk gesloopt door dat ge-Aaaaaaaaaaaaai aaaaaaaaaiaaaaai aaaaaaaaaaiaaai will always luuuhuuuhuuuhuuuve you ooe waai. En zo halverwege de avond - buiten wordt het rustig - gaat Whitney nog een uurtje op repeat.

En morgen is er weer een dag, en het belooft een fijne dag te worden, niets beters dan de dag beginnen met Whitney....

Vanavond was er ook een item op het nieuws dat het Nederlandse leger gevangenen onder druk zette met luide muziek. Als ze iemand in de cel hebben zitten die nog steeds niet praat, dan heb ik een tip.

Fietsfoto - Groningen


Roodeschool 01-07-2006

De macht van het woord

Ik ontdekte de macht van het woord bij toeval. Het feit dat ik dit bij toeval ontdekte, heeft ook wel iets te maken met naïviteit. Ik mag stiekem graag denken dat ik alles zie en aanvoel, maar die observatie is de eerste fout.


Het speelde tegen het eind van mijn studietijd, de laatste zomer, die inclusief zomervakantie was, want die had ik nodig om binnen zes jaar (wat toen de limiet was) klaar te zijn.


De aanleiding was een ruzie met een kantinejuffrouw. Het was maandagochtend en ik verscheen in de kantine voor een kopje koffie, en ik had alleen groot geld bij me. De kassa was net geopend en dus (dus?) was er slechts een paar guldens en kwartjes aan wisselgeld. Dit verschijnsel deed zich iedere maandagochtend voor, en tot dan toe was het altijd de gewoonte geweest dat er werd "opgeschreven", en dan kon je later, als er wel wisselgeld was, alsnog betalen.


Eerst zocht de kantinejuffrouw hulpeloos in de lege bakjes van de kassa en ze zei dat ze niet terug had. Dat kon ik ook zien, dus vroeg ik op het opgeschreven kon worden.


"Dat doen we niet meer," antwoordde de kantinejuffrouw, en het hulpeloze verdween. Ze zei erbij dat dit een afspraak met "beheer" was (of zoiets, het is lang geleden, dus details zijn misschien niet helemaal juist), en dat was dat, voor haar. Ze hield op met me aan te kijken en ging door met de persoon achter mij die ook koffie wilde, en wel muntjes had.


De vraag hoe "beheer" zoiets kon afspreken zonder de consequentie van dit beleid te overzien, op maandagochtend moet je nu wisselgeld in de kassa hebben zitten, speelde door mijn nog niet wakkere hoofd, maar sprak ik niet uit. Het was duidelijk, ik kon geen koffie krijgen, zo hadden hogere machten dan ik – en ook de kantinejuffrouw - besloten.


Op het moment dat ik het volle kopje koffie dan maar bij de kassa neerzette – zodat het weggegooid kon worden of verkocht aan iemand die wel kleingeld had, er was een rijtje aan het ontstaan - zei de kantinejuffrouw heftig "Hé, wil je dat wel even opruimen."


Dat was me iets te gortig. De combinatie van maandagochtend, geen koffie en met regels van "beheer" om de oren geslagen worden, was wel voldoende ellende. De niet te verkrijgen waar dan ook nog zelf moeten opruimen, was duidelijk een brug te ver. Dus ik zette het kopje vrij hard neer bij de kassa, en vertrok (demonstratief) uit de kantine.


Gelukkig bevond mijn gebouw zich op een universiteitscomplex, en er was een gebouw op loopafstand waar ze ook een kantine hadden, en daar hadden ze wel een kassa vol wisselgeld. Nadat ik een paar uur lekker had gewerkt en helemaal wakker was, zag het leven er weer wat zonniger uit, dus vond ik dat ik wel een tweede poging zou kunnen wagen in mijn eigen kantine. Ik hoopte er zelfs op dat ik met de kantinejuffrouw het akkefietje van eerder die ochtend zou kunnen uitpraten.


Dit bleek niet geheel het geval. Mevrouw bevond zich inderdaad in de kantine, en op het moment dat ik voor het koffiemachine verscheen werden haar ogen zeer groot. En vervolgens begon ze me de mantel uit te vegen. Het precieze betoog ben ik al heel lang vergeten, wel jammer want het was in de categorie viswijven een prachtige inzending. De reden van haar boosheid was in ieder geval dat ik dat kopje koffie niet had opgeruimd, want dat had zij nu "helemaal' moeten doen, en bij elke keer dat ik er een woord tussen probeerde te krijgen, werd ze steeds kwader. Wisselgeld in de kassa hebben op maandagochtend was godsonmogelijk, dat moest ik snappen, want er was nooit wisselgeld in de kassa op maandagochtend (dat laatste klopte). Ergo, als "beheer" op een goede dag besloten had dat er niet meer opgeschreven werd, dan moest ik proactief zijn. Je zorgt maar dat je kleingeld hebt en anders geen koffie. En nadat ze me deze stelling had voorgelegd, en ik probeerde daar een paar kanttekeningen bij te plaatsen, ging ze moeiteloos over op wat persoonlijke noten, bijvoorbeeld dat ik altijd al zo'n vervelende klant was geweest, die altijd in de weg liep en nooit wat opruimde. Geen idee had ik hoe moeilijk het was. Het was zo moeilijk en zwaar.


Er was geen andere uitweg dan de aftocht. Ik had nog wel een kopje koffie in mijn hand. In mijn fantasie heb ik het in haar gezicht gegooid, of in de grote glimmende lege bak die wachtte op gehaktballen drijvend in jus, zodat ze die weer zou moeten schoonmaken. In de praktijk heb ik dit kopje net als het vorige bij de kassa neergezet, en ben voor de tweede keer weggelopen. Met trillende handen van onmacht en boosheid.


De rest van de dag leefde ik op een vulkaan. Ik had letterlijk pijn in mijn buik vanwege de boosheid over het onrecht dat me in mijn ogen was aangedaan, en de onvrede hoe een en ander verlopen was. Het was zo erg dat ik zelfs naar de manager van het kantinepersoneel ben toegestapt om een klacht in te dienen.


Het positieve wat ik over die man kan melden, is dat hij me liet uitpraten. Aan zijn ogen was te zien dat mijn probleem – uitgescholden worden door kantinedames – hem niet vreemd was, maar er was even duidelijk te zien dat hij niet van plan was iets te gaan doen met mijn klacht.


Dus bleef ik vol met stress zitten, en er moest gewoon iets gebeuren. Teruggaan naar de kantine, en een gesprek eisen met de kantinejuffrouw, was misschien de meest logische weg geweest, maar a) zeker toen was ik niet zo'n prater, en b) ik herinnerde me nog goed dat ik echt geen woord tussen die viswijventirade had gekregen, dus waarom zou het nu anders zijn.


Mijn studierichting (Scheikunde) had een krantje, en als ingezonden stuk voor dat krantje heb ik het hele verhaal uit de doeken gedaan. In een leuke verpakking, want ik maakte van de kantine een supermarktketen (ik hoorde het accent van de kantinejuffrouw weer en dacht Edàààh), de aankoop werd een pak melk, en de caissière werd "juffrouw Donderwolk". Verder ging alles zoals het in het echt ging. Aan het eind van het relaas onthulde ik dat het niet om een supermarkt ging, maar om de Scheikundekantine. En dat ik vanaf nu naar de concurrent ging, waar ze wel wisselgeld hadden en waar ze me niet uitscholden als ik voor klant probeerde door te gaan.


Ik verkaste naar het andere gebouw, wat gemakkelijk kon, want ik kon in de bibliotheek gaan zitten en in alle rust mijn scriptie afmaken. Af en toe werd ik aangenaam verrast werd door de vriendelijkheid van het kantinepersoneel (er was echt een groot verschil tussen de twee kantines, juffrouw Donderwolk was namelijk niet de enige in de Scheikundekantine die wel eens chagrijnig deed). Op het moment dat ik mijn bul kreeg, was mijn stukje nog niet eens verschenen, de redactie was nauwelijks terug van zomervakantie.


Dus heb ik uit de tweede hand mogen vernemen wat er gebeurde toen het stukje verscheen. De kantine had het er niet makkelijk mee. De naam juffrouw Donderwolk was in vruchtbare aarde gevallen, en als het even niet naar het zin was, werden ze ge-Edàààht. Dat de Scheikundekantine opereerde als een gaarkeuken uit het Oostblok, was jaren een gruwel geweest, maar ook een taboe. Het taboe was nu doorbroken, dus was het zwijgen over en alleen achter hun rug kankeren, opeens over.


In de volgende editie van het Scheikundekrantje verscheen er een verhaal (een grote coverstory) over het kantinepersoneel, wat een mooie goed nieuws show was. Aan het eind werd er over mij – "voor de grap natuurlijk" – nog wel gezegd dat ik me maar niet meest vertonen in de kantine, want dan draaiden ze gehaktballen van me.


Ik heb nog overwogen om een reactie voor in te sturen. Dat heb ik maar niet meer gedaan. De zoete wraak was dat ik echt nog jarenlang – als ik op een feestje scheikundigen tegenkwam – bleef horen over juffrouw Donderwolk.

14 november 2006

Top 200 (120-111)

120. The Flaming Lips - A Spoonful Weighs A Ton (1999)

Van de plaat The Soft Bulletin, wat een van de heel mooie platen aller tijden is.


119. The Hooters - All You Zombies (1985)

Uit eigenzinnigheid luisterde ik in de jaren 80 wel eens naar de Amerikaanse hits in plaats van de Hollandse. Het was in de tijd dat Koos Alberts met drie platen in de hitparade stond, dus misschien begrijp je waarom.

Vandaar dat ik dit nummer ken, want het is een Amerikaanse hit, terwijl het in Nederland zoals dat heet "niets" gedaan heeft. Zo zie je maar wat voor volstrekte willekeur een hitparade is. Het is uit de categorie mainstream namelijk één van de lekkerste platen uit de jaren 80.


118. Flash And The Pan - Hey St. Peter (1979)

Weer zo'n nummer van 3 en een halve minuut, met een kop en een staart, en wat van begin tot eind lekker blijft en smaakt naar nog een keer.


117. Arctic Monkeys - I Bet You Look Good On The Dancefloor (2006)

Groot geworden door gratis nummers op Internet te zetten. Nogal een hype, dit bandje. Als ik bijvoorbeeld naar MTV's Brand New zap, zie ik steeds meer bandjes die sprekend op Artic Monkeys lijken.

Het zal wel een gevalletje zijn van opa die jong wil doen, maar dit nummer vind ik vreselijk kicken.


116. L7 - Pretend We're Dead (1992)

Hit in de korte tijd dat dit soort muziek een hit kon worden. Terecht, want een onweerstaanbare riff en melodie.


115. The Band - The Night They Drove Old Dixie Down (1978)

En dan wel specifiek de versie die op de film cq. live-album The Last Waltz staat. Je zou het een soort feestnummer kunnen noemen, hoewel je bij zo'n term misschien Havenzangers-associaties hebt, maar dat soort feesten bedoel ik dan weer niet. Geweldige blazers ook.


114. Thin Lizzy - The Boys Are Back In Town (1976)

Het is iene-miene-mutte of je Whisky In The Jar neemt of dit nummer. Whisky In The Jar klink het beste als je wat te veel op hebt, dit als je nuchter bent.


113. Stone Temple Pilots - Interstate Love Song (1994)

Eigenlijk alleen om de riff, maar die is zo lekker dat ik daarmee tevreden ben. Kun je 10 keer achter elkaar draaien, maar ook de tiende keer blijft je hoofd meebangen.



112. Cuby And The Blizzards - Window Of My Eyes (1968)

Het beste bluesnummer van Nederlandse bodem.


111. The Stone Roses - I Am The Resurrection (1989)

Als het gaat om de eeuwigheidswaarde van de Manchester-rage dan is de eerste CD van The Stone Roses het meest memorabel, en van die CD dan weer dit nummer.

13 november 2006

Go Holland Go

Hi there!


I like to tell you about Holland, a nice, neat and swell country somewhere in Europe, close to Germany and Kopenhagen. I will do this in English, because otherwise you would not understand me. Once in the 17th Century we were so mighty and powerful that we could have spread our language all over the world, and if we would have done so, Boston would now have been called Nieuw Oost-Knollendam.


But we didn't. We chose to trade spices and make friends. We are not like you, you see…


What do you know about us?

I think you will mention tulips, windmills and wooden shoes, and those are three things I don't give a shit about. So does 95% of our lovely, peace loving population. You also might know that most of our country is below sea level, so if your almost-president Al Gore is right, we will be pretty much be gone and forgotten by the end of this century. 95% Of our population does not give a shit about this either. I think we think your Administration will come to its senses and deal with it. And if these floods come anyway, we will deal with it and maybe we will even succeed to make a buck out of it while busy.


We are run by a smart and swell guy named Jan-Peter Balkenende. You cannot possibly pronounce his name, and maybe that's one reason we elected him. The other reason is that he is so magically charismatic that we compare him to Harry Potter. The guy is from a right-wing, Christian party. In Holland this does not mean he is opposed to abortion, gay marriage and euthanasia, like any decent Christian in your country. He actually is opposed to it, but coalitionwise it would be unwise to express this view aloud.


The man is full of dogmas though. It is absolutely out of the question that we would abolish tax deductable mortgages, called "hypotheekrenteaftrek" (don't bother, the medical bills involved trying to pronounce this word are definitely not tax deductable).


"Hypotheekrenteaftrek" is some kind of State support, to enable more people to buy their own house. Nowadays, every Dutchman who has a job, would be able to buy a house, if not that people who own a house and want to sell, ask way too much for it. They ask more because they know your mortgage is tax deductable.


So you can easily see why it is absolutely essential to not abolish the hypotheekrenteaftrek.


You don't get this? I can see that you are not a Dutchman. American right? Nice little political system you got there. Offering a choice between right wing politicians and ultra right wing politicians. This Bush character of yours, this silly person, he is really nothing, isn't he?


You see, this is something we Dutchmen are good at. We point our little finger. We see what's wrong in this world, what is wrong on the other side of our borders, and we'll tell you. Since we are a small country, there is a lot of abroad to worry about, hah hah hah!


Inside our borders we don't have to worry. It's all so neat. We are such a pretty little folk. We are World renowned for our tolerance. Everybody is welcome in our little country: Black, yellow, red, Muslim, Buddha, Christian, Frisian, Limburger, don't matter. Of course there are a few rules. You must learn the language. You must work hard. And you must be prepared to look like us, think like us, talk like us and complain like us, otherwise we'll put you in jail and kick you out. But that's logical, isn't it. We really can't have anything out of the ordinary. Okay, you can eat couscous on Sundays, since we eat macaroni on Saturdays, and that's not a Dutch dish either. Other than that, no fancies.


I'm sure you Americans agree with us. You know, our government supports Mr Bush, we support him with all his brave endeavours in harsh, barbaric, foreign worlds, bringing peace and democracy to it, and taking the oil back with him. Isn't this jolly good of our government? We are every inch behind you!


In return for all our support I'd like you to support us (for once). You know, we are very very good at soccer, a game you don't understand and don't give a shit about, but we do, and we really are keen on being World Champion, ever. We want to beat the Germans in the final this time. It's gonna be hard, because they know all about this Fat Lady of yours.


In other words, they always score in the last minute. We always deserve to win, because we play so attractive and nicely (we only got 2 red cards and a few handful of yellow cards in the last serious match we played), but these Germans… It's like those Iraqi people of yours, they just don't seem to get that you are good and righteous, and that they should shut up and listen.


If it is soccer time, we all put on orange clothes, and the girls paint orange suns on their cheeks and everybody forms a big choir and chants "Hup Holland Hup". Translated in English this would be "Go Holland Go".

So please help us next time. Please sing along with us.


12 november 2006

Anders

Ik kan me het moment dat ik me voor het eerst realiseerde dat ik "anders" was, nog goed herinneren.


Hoe oud ik precies was, weet ik niet meer. Ik was zeker niet ouder dan twaalf, en ik denk dat het eerder tien was. Misschien zelfs nog jonger.


De woonkamer zat vol visite. Mijn oom en tante uit Canada waren op bezoek, en een van hun zoons, Henry, was ook mee. Dat weet ik nog omdat ik gedurende het weekend een paar keer tegen hem schaakte, maar erg veel was daar niet aan, want hij was veel beter. Niet heel raar, want hij was een stuk ouder dan ik.


In de zithoek werd gezeten en gekletst, door mijn ouders en door mijn oom en tante. De televisie stond aan. Ik weet niet zeker waarom, want het kletsen overstemde bij vlagen het geluid van de televisie, maar het zou kunnen dat Henry – die er op dat moment ook bij zat – daarom gevraagd had.


Ik zat ergens voorbij die zithoek op de grond met iets te spelen. Ik denk dat het legobouwsels waren, maar het kan ook best iets anders geweest zijn. Terwijl ik aan het spelen was, luisterde ik een beetje mee met het televisieprogramma.


Hoe het programma precies heet, weet ik niet meer (iets met Klas er in denk ik, als in schoolklas), maar het werd in die tijd regelmatig uitgezonden. Ik weet nog wel dat het een speciale uitzending was, met dingen erin die normaal niet in het programma zitten. Er waren een aantal klassen een of ander weekend op kamp. Het programma ging waarschijnlijk over de avonturen die in dat weekend beleefd werden. Het kan wel zijn dat iedere klas zelf een filmpje gemaakt had of iets dergelijks.


Ik luisterde mee, en af en toe keek ik wel even op, maar te weinig om het meekijken te noemen. Het geluid was genoeg. Ik herinner me dat er af en toe spannende muziek klonk en schelle stemmen. Er speelde zich van alles af in en om een bos, waarschijnlijk ook iets met een boze tovenaar.


Voordat het moment waarover ik het wil hebben, zich aandiende, waren er veel stemmen geweest en de muziek had ook weer geklonken. Het hoe en wat van het hele verhaal weet ik echt niet meer. In ieder geval was het zo dat er een groep kinderen in het bos was, en een van hen, een meisje, raakte haar groep kwijt en kwam alleen in dat bos terecht. Volgens mij riep zij haar groep, en hoorde zij hoe haar groep haar riep, maar die stemmen raakten steeds verder weg.


De precieze toedracht ben ik vergeten, maar vanwege die boze tovenaar werd het meisje door andere kinderen, niet haar groep, ontdekt, en in het schemerdonker werd ze overmeesterd. Ze werd vastgebonden aan een boom.


Terwijl dat gebeurde, keek ik op, terloops zoals ik daarvoor af en toe ook had gedaan. Maar nu zag ik dat meisje en ik zag dikke touwen waarmee ze omwikkeld werd. En nu was ik dat legobouwsel even vergeten, want mijn ogen werden plotseling als door een magneet naar het televisiescherm getrokken. Het shot duurde maar een paar seconden, en toen waren er weer andere beelden.


Wat ik heel goed doorhad, was mijn fascinatie voor het beeld van dat meisje en daar waren die touwen niet los van te zien. Het was een fascinatie die voor mijn gevoel vanuit het niets kwam, maar nu zat het in me en het hield me in de ban.


En wat ik daarnaast doorhad, was dat er verder niemand in de volle woonkamer was, die ook gefascineerd naar dat tafereel had gekeken. Het geklets was gewoon doorgegaan. En nu was ik nog steeds de enige die televisie keek, en bleef kijken, want ik verlangde terug naar dat meisje op het scherm.


Ze kwam even later nog terug. Haar groep had haar teruggevonden en ze werd bevrijd. Dus was zij vrolijk en de groep ook. Ik zou ook blij voor haar moeten zijn, maar ik voelde teleurstelling.


Nog steeds ging het geklets door. Niemand merkte dat ik verdrietig was geworden, waarom zouden ze ook. Ik voelde me onbegrepen. Ik voelde me alleen.


Vanaf toen wist ik dat ik "anders" was. Wat het woord voor dat "anders" was, wist ik niet. Ik zou daar ook pas jaren later naar gaan zoeken. En het zou nog weer heel veel jaren duren voor ik doorkreeg dat ik en niet zij degene is die met de rug tegen de boomstam moet staan.


Dat ik een moeizaam liefdesleven zou krijgen, had ik ook nog niet door.

11 november 2006

Vrijgemaakt

Het was voor het eerst sinds een jaar of vijf, zes dat ik Belinda weer zag. Het was op een feest in een studentenflat, een feest van vier mensen die ik niet allemaal kende, en zij was uitgenodigd door één van de mensen die ik niet kende. Ik was verbaasd haar tegen het lijf te lopen, want Belinda was "vrijgemaakt", en mensen die vrijgemaakt zijn, verwacht je niet tegen te komen op een feest waar zo langzamerhand iedereen dronken begon te worden, en waar her en der werd geblowd.


Vroeger liep ze vaak in jurken waar haar moeder twee uur met bus en trein voor reisde, omdat ze verder nergens anders meer te krijgen waren. Nu droeg ze een spijkerbroek en een zwart topje, iets waarmee ze niet uit de toon viel. Het stond haar goed. Ze was mooi geworden, merkte ik, voelde ik aan het ongemak waarmee ik tegenover haar stond, nogal met de mond vol tanden, want dat heb ik altijd vlakbij meisjes.


Gelukkig wilde Belinda wel praten. Het begon over vroeger, maar heel snel ging het onderwerp over op nu. Omdat de muziek keihard stond, moest ze zo'n beetje tegen me aan leunen om verstaanbaar in mijn oor te kunnen tetteren. Ze waggelde. Ze viel langzamerhand steeds gemakkelijker, haast vertrouwd, tegen me aan, zodat ik het zweet op haar blote arm tegen mijn arm voelde. Even later viel ze zwaar met haar borst tegen mijn borst aan, en ze schoot in de lach nadat ik haar, half geërgerd en half geïntimideerd door wat ik van haar lichaam voelde en rook, van mij af duwde. Bij het zoeken naar evenwicht doolde ze de in de ruimte.


Ik ving haar op zonder haar per ongeluk onzedelijk te betasten en troonde haar mee naar één van de kamers waar het wat rustiger was geworden, want de voornaamste feestvierders waren zo dronken dat ze of ergens lagen, of naar de herrie vertrokken waren. Ze zei dat ze drank wilde. Ze schreeuwde "bier".


Ik kwam terug met cola, en ze begon eerst te klagen, en vervolgens werd ze vervelend. Ze zei dat ik net was als haar moeder. Ik zei tegen haar dat ze genoeg drank had gehad, en dat ik er niet aan mee ging werken om haar nog verder dronken te voeren. Belinda nam de cola in ontvangst. Ze besloot het voorlopig weer best te vinden.


Het werd nog een heel stuk later. Belinda was en bleef aan de cola, en ik was en bleef aan het bier, dus op enig moment waren de rollen min of meer omgedraaid. Het was op dat moment dat Belinda weer iets over haar moeder zei.


"Die vrijgemaakte moeder," zei ik. Ik wilde er "dat rare mens" bij zeggen, maar dat zou Belinda wel eens beledigend kunnen vinden. De ondertoon van mijn woorden was echter al "dat rare mens".


"Niet alleen mijn moeder," zei Belinda. "Ik ook."

Ik keek haar aan en zag een serieus gezicht. Ze had haar geloof kennelijk niet afgezworen.


Verreweg het beste was geweest om het onderwerp te laten rusten. Maar er kwam ergernis door mijn dronkenschap heen, en opeens voelde ik een dringende behoefte om dat belachelijke geloof van haar eens flink te bekritiseren.

"Vrijgemaakt is het meest leugenachtige woord dat ik ken," zei ik, "Er zit vrij in, maar het is een synoniem voor gevangenschap."

Het duurde even voordat Belinda me begreep, maar toen werd ze welsprekend. Er kwam een heel verhaal over God en Jezus, en waarheid en liefde. Op een goed moment wist ik er tussen te krijgen, dat liefde volgens mij niet stond voor met een jurk uit het jaar 0 door het dorp te moeten lopen om uitgelachen te worden. Belinda zweeg abrupt. Ik begon al spijt te krijgen van wat ik gezegd had. Ik had haar ook kunnen vragen om uit te leggen waarom er oorlogen waren en hoe die onschuldige slachtoffers in Gods bedoelingen pasten. Maar ik had haar willen raken. Wat was ik soms een klootzak.


"Eens zul je spijt hebben van deze woorden," zei Belinda toen, en langzaam keek ik opzij en in haar gezicht. Het was in zichzelf gekeerd, en ik las iets heiligs in haar blauwe ogen, die verder broeierig waren van de drank en de slaap.

"Hij zal jou voor mij straffen," zei ze tegen me, en ze meende het serieus. Vervolgens stond ze op en zwalkend begon ze haar jas en de uitgang te zoeken.


Bij de deur van de kamer keek ze om en ze lachte. Ze lachte me uit.

Top 200 (130-121)

130. Manic Street Preachers - Motorcycle Emptiness (1992)

Het mooiste van dit nummer is het gitaartje dat klinkt als het verlangen waarover dit nummer gaat.


129. Everlast - I Can't Move (2000)

Hoe leg je dit uit, als je dit niet kent, en nu zou downloaden en draaien, zou het waarschijnlijk vrij gewoontjes overkomen, een beetje doorsnee, misschien zelfs saai. Toch is dit een toppertje. En het nummer lijkt ook nog elk jaar een ietsje mooier te worden.


128. Anouk - Nobody's Wife (1997)

Herinnering aan een ex, bij wie de tekst van het nummer goed past.


127. Kid Frost - No Sunshine (1992)

Cover van Bill Withers, of zeg maar gerust remake, want het is een geheel eigen interpretatie. Waar kies je voor als je in slumland woont? De makkelijke weg geanalyseerd.


126. Anne Clark - Nothing At All (1984)

Het duurt amper twee minuten, maar het is zo'n breekbaar, ontroerend nummertje. Het zweeft ergens tussen pop en arty farty, maar het is wel echt. Bloedmooi.


125. Soul Asylum - Runaway Train (1992)

Soms doe je andere dingen als je muziek draait, de afwas om maar wat fijns te noemen, of schoonmaken, of behangen. Voor als je mee wilt brullen.


124.Cake - The Distance (1996)

Nummers die gemaakt zijn om zo lekker mogelijk te klinken, vallen lang niet altijd bij mij in de smaak, maar dit nummer wel. Muziek heeft niet altijd moeilijk te zijn. Soms heb ik genoeg aan een pakkende riff, een melodie die je kunt meefluiten en een refrein dat zich in je kop stampt.


123. Tanya Donelly - Swoon (1997)

Ik denk dat iedere muziekliefhebber dit heeft. Iemand die van het andere geslacht is dan jij - – correctie: iemand die van het geslacht is waar je op valt – en die een stem heeft die jouw gevoelige snaar altijd weet te raken, zelfs al zingt hij of zij bij wijze van spreken een carnavalskraker.

Bij mij is de stem Tanya Donelly (en wees niet bang, aan carnavalskrakers doet ze niet). In haar stem kun je alles horen een vrouw boeiend maakt. En af en toe nog iets dat niet boeiend is, maar dat krijg je er wel bij en je moet er mee leven.

Een mooie bijkomstigheid is dat ze in diverse bands heeft gezeten en dat ze ook nog een solocarrière heeft gehad. Belly komt nog, Breeders (hoewel Tanya mijn nummer niet zingt) en Throwing Muses (Met het ultieme door Tanya gezongen nummer).

Nog wat vergeten?

Oh ja, het mooie nummertje You And Your Sister. Staat er ook in hoor.


122. Crash Test Dummies - Mmm Mmm Mmm Mmm (1993)

Een liedje voor een zomeravond waarin het ook als het donker is geworden nog steeds meer dan 20 graden is. De tekst is trouwens niet zo zomeravond.


121. Smashing Pumpkins - Soma (1993)

Ze zijn gezakt, en niet zo'n beetje ook. We hebben het hier namelijk over een ex-nummer 1. Het is omdat ik zelf ben opgeschoven naar meer melodieuzer, lichter, frivoler, en dan zijn drie etiketten die je nou niet op deze muziek kunt plakken. De sound gaat van vederlicht naar loodzwaar, en de tegenstellingen zijn gemaximaliseerd.

Is en blijft wel een belevenis hoor, dit nummer. In het genre zacht-hard-zacht een topper.

10 november 2006

Donald Rumsfeld

Donald Rumsfeld is afgetreden. Dit is de man die samen met George W. himself en Dick Cheney de war on terror in het algemeen en de oorlog in Irak in het bijzonder heeft mogelijk gemaakt. Maar ik heb een speciale band met Donald Rumsfeld om een andere reden.


Ergens als onderdeel van de war on terror bracht de Amerikaanse regering een kaartspel uit, waarbij de grootste terroristen uit het Midden-Oosten werden afgebeeld als azen, heren, vrouwen en boeren. Er kwam onmiddellijk een tegenreactie – ik weet eigenlijk niet precies van wie – via een kaartspel waarbij de grootste oorlogsprofiteurs uit Amerika in het zonnetje werden gezet.


De Jack of Hearts van dat kaartspel is Donald Rumsfeld.


Met het verdwijnen van deze man is niet alleen de familie Jack of Hearts een stuk vriendelijker en vredelievender geworden, maar ook de wereld.

07 november 2006

URL

Lezer N. vraagt zich af wat de reden is van mijn URL, met name het eind. "Je bent toch niet zo'n slaper?" voegde hij eraan toe.


Nou, mijn internetnaam is Jack of Hearts. In dezen moet je denken aan de spelkaart hartenboer. Ten eerste omdat ik bridge speel, ten tweede omdat het een kaart is die wel bij me past (In de bridge-rangorde is hij redelijk hoog, maar natuurlijk zijn er hogere. En hij verliest van hartenvrouw). De logische URL voor mijn weblog zou zijn – je had het zelf kunnen verzinnen, maar ik maak het je extra makkelijk – jackofhearts.blogspot.com.


Je kunt het zelf uitproberen, om te ontdekken dat deze URL helaas al bestaat. Wat het nog een beetje extra jammer maakt, is dat het hier een weblog van een sneu soort betreft. De eerste post heeft als tekst "First of many". Hier begint het sneu al een beetje, want als je echt zin hebt, zou je ook kunnen beginnen met iets substantieels, of met iets wat je echt van het hart moet. Hoe dan ook, er wordt in ieder geval wel een duidelijke toezegging gedaan dat er nog wat staat te gebeuren.


Maar dat valt tegen. Na die eerste post komen er nog een stuk of drie, maar daarna wordt het redelijk stil. En deze stilte duurt inmiddels bijna vier jaar.


Dus vraag ik me af of het ooit wat gaat worden met mijn Engelstalige Internet-naamgenoot. Hoewel, misschien is het omgekeerde het geval, en komt de radiostilte omdat hij gelukkig geworden is. Het schijnt dat je dan namelijk niks meer te melden hebt.

06 november 2006

Liefde voor muziek

Voor heel veel mensen is muziek van levensbelang. In hun tienerjaren tenminste, de jaren dat alles veel urgenter lijkt dan het later blijkt te zijn. Muziek blijft voor velen urgent tot aan het eind van hun school- of studententijd.


De eerste knauw is dat er een vrouw langskomt. Het effect is dat jongens die voorheen van bijvoorbeeld death metal hielden – ze kenden hele hopen bands, gingen naar concerten en werden giftig als je het genre afkraakte – plotseling ophouden met CD's kopen, van 100 naar 0 in 8.7 maanden.
"Nou, ik heb laatst wel een CD Knuffelrock gekocht, vindt Natasha leuk zie je, maar weet je dat daar best goede nummers op staan".


Nog een graadje erger is wat een kennis van mij presteerde. Hij vond deze CD in Nederland te duur, dus kocht hij hem in Duitsland, waar ze hetzelfde product op de markt brengen maar daar heet het dus Knusperrock (of iets wat daarop lijkt, het enige Duits wat ik ken is "Don't mention the war").


Daarna komt de hond. Die heeft dacht ik een vrij beperkte invloed op de muziek. Mensen die niet van muziek houden, beweren dat het beest mee gaat janken op liedjes die zij van alle slechte liedjes die er zijn, nog een graadje slechter vinden. Maar hoewel ik geen hond heb, is dit volgens mij apekool.


Met de komst van de twee kinderen, jongen en meisje, is het afgelopen. De "smaak" van de ouders is nu K3 en Kabouter Plop, en iets voor henzelf komt er niet meer in.


Wel heb je een slag mensen die deze aanslagen in zoverre overleven, dat ze blijven luisteren naar de dingen die ze in hun tienerjaren leuk vonden. Jammer van dit soort mensen is dat ze niks nieuws meer proberen. Vervelend aan dit soort mensen is dat ze teksten gaan spuien als "Nou, sinds Pink Floyd is er nooit meer wat gemaakt dat de moeite waard is."


En dan natuurlijk Pink Floyd ophemelen, op een net zo'n langdradige manier als dat die nummers van hen zijn (eigenlijk had ik me voorgenomen om andermans muziek niet te bekritiseren, want ik misgun niemand zijn Pink Floyd, maar ik kon het gewoon niet laten).


Ik geef toe, het is moeilijk om nog even krankzinnig enthousiast van nieuwe muziek te worden als in mijn tienerjaren. Ik weet nog wat ik deed op dag dat ik Joy Division ontdekte. En de eerste keer Pixies-Surfer Rosa was eerlijk gezegd beter dan de eerste keer van dat andere.


Zo ultiem als toen wordt het waarschijnlijk niet meer. Toch heb ik dit jaar al heel wat leuke dingen gehoord, die me aangenaam verrasten en dito bezig hielden. Arctic Monkeys, Flaming Lips, Belle and Sebastian, de nieuwe Johan… Stuk voor stuk waard om te hebben, te draaien, te koesteren.


Maar de reden dat ik dit stukje schrijf, dat ik dit weekend – voor de vijfde keer dit jaar! - wéér een bandje ontdekt heb dat muziek maakt waar ik mee wegloop. Voor mij is het nieuw, maar de CD is al uit 2000.


Ik raak opgewonden bij het horen van deze muziek, vlinders in de buik gewoon. Ik voel enthousiasme dat er zulke mooie dingen gemaakt worden. De CD is een belevenis waar je rode oortjes van krijgt, zo veel gebeurt er.


Prachtige melodieën, als elfjes uit Lord of the Rings, maar ook spannende breaks, typische wendingen, afwisseling vanwege zowel een mannelijke als vrouwelijke zanger. Als je name dropping nodig hebt, het ligt een beetje naast de hierboven al genoemde Flaming Lips en Belle & Sebastian (Voor de mensen die na 1979 nooit meer iets leuks gehoord hebben, Flaming Lips is de Pink Floyd voor jonge mensen).


Ik heb het over Delgados – The Great Eastern. Als je eerst een nummertje gratis op proef wilt, Thirteen Gliding Principles is één van de toppertjes.

Clicky

Clicky Web Analytics