30 april 2007

22 jaar

22 jaar, dacht hij. Dat was toch niet niks? Dat moest toch tellen?


Zijn hoofd zakte totdat het rustte in zijn handen. Langzaam verdween elke beweging uit z'n lichaam, als laatste het zenuwachtige wippen van zijn rechtervoet. Hij zat roerloos. Zelfs zijn ogen, die eigenlijk nooit rust vonden, waren gefixeerd op één punt.


Toen hoorde hij Robin beneden in de gang een schreeuw geven. Hij hoorde een bons, gevolgd door iets dat luid kletterde. Hij hoorde Gerben uitvaren tegen Robin en hij hoorde hoe het jongere broertje zijn gedrag op klaaglijke toon verklaarde. Hij hoorde zijn vrouw boven die van Robin uitkomen. Haar stem klonk zo mogelijk nog klaaglijker.


Hij hield het niet meer. Terwijl hij weer rechtop ging zitten, wiebelde zijn rechtervoet als een razende. Zijn voetzolen piepten hoorbaar, maar het enige waar hij naar luisterde was de stem van zijn vrouw, hoog en inmiddels verwijtend, teleurgesteld, beschuldigend, oordelend.


Hoe konden ze? Hoe konden ze iemand na 22 jaar bij het grof vuil zetten? Alsof hij zich niet altijd tot het uiterste ingezet had…


Zijn hoofd zakte weer tot rust op zijn handen, maar zijn rechtervoet bleef wild wiebelen, terwijl hij zichzelf opnieuw smoezen hoorde verzinnen waarom zijn werk niet af was, waarom hij pas na negenen binnenkwam, waarom hij met zus bezig was terwijl diverse mensen op zo zaten te wachten, en terwijl hij voor zo stond ingepland.


Hij zag zichzelf terug in de auto bij de ringweg van een stad dichtbij zijn woonplaats, de grote stad in zijn regio. In een telefooncel pal naast de weg had hij opgebeld, zodat zijn stem voortdurend dreigde overstemd te worden door optrekkend vrachtverkeer. Er was iets mis gegaan, had hij gezegd. Goed mis, want hij was dus nog bij de Brennerpas. De camper was nu kapot. Meerdere rooie lampjes, het zag er niet mooi uit. Er stonk ook iets, her en der lekte vloeistof. Voorlopig was het wachten op de Wegenwacht, dus op dit moment was niet goed te voorspellen wanneer hij weer in Nederland zou zijn, en wanneer hij weer aan het werk zou kunnen.


Ze hadden hem nooit zien staan, de laatste jaren. Sinds de verandering van standplaats en van teamorganisatie was er in de klad in gekomen. Voor loonsverhogingen was hij al jarenlang gepasseerd. Daar zat hij weer tegenover zo'n baas, zo'n manager, en dan begon die weer over afspraken maken, en die ook nakomen.

"Ja ja," zei hij dan. Steeds meer en steeds vaker zei hij dan "ja ja".


Ze waardeerden hem gewoon niet. Hij deed z'n best, maar hij kon hoog springen of laag springen, ze vonden toch altijd weer dat hij zijn afspraken niet nakwam. Wat een onzin. Alles kwam toch altijd op z'n pootjes terecht? Ondanks dat het zo moeilijk was. Het was zo zwaar. Het was best vaak lastig. Het was soms heus niet gemakkelijk.


Even was het stil beneden. Toen sloeg er weer een deur. Er klonk een nieuwe kreet. De stem van zijn vrouw verhief zich nog maar weer eens met een vermoeide routine.


Eerst was ze razend geweest. "En je zult in beroep gaan, en je zult ze vertellen hoe verkeerd ze het zien. Hoe kun je nou ontslagen worden als je al zo lang in dienst bent, zo veel ervaring hebt, en altijd een redelijke inzet toont."

Toen was ze beschuldigend geweest. De oude verwijten. Dat hij altijd zo stil was. Dat hij zich nooit uitsprak. Dat hij kennelijk op zijn werk niet duidelijk kon maken dat er thuis een groot gezin te onderhouden was, en dat daar ook wel eens iets moest gebeuren. Het was soms heus niet gemakkelijk, zo'n groot gezin. De afspraken moesten toch een beetje aangepast kunnen worden? Hij hield zich toch best aan afspraken mits ze redelijk waren? Kennelijk was het niet duidelijk dat die afspraken gewoon niet deugden.

En toen had ze zitten huilen en had ze zich hardop, vertwijfeld, afgevraagd hoe het nu verder moest met haar en met haar gezin.


Niet met hem. Ze had zich niet afgevraagd hoe het nou verder moest met hem.


Opnieuw zat hij met z'n hoofd in zijn handen. Terwijl hij luisterde naar alle geluiden beneden, wiebelden zijn voeten en flitsten zijn ogen heen en weer van het ene nietszeggende punt naar het andere.


22 jaar, dacht hij wanhopig. Dat kon toch niet niks zijn?

24 april 2007

Kleurspoeling

Een aan amfetamine verslaafde blondine probeerde op zwart zaad benzine en gaf even later half van de wereld over in de soepterrine.


Een brunette stapte van haar bicyclette en riep "Excuseert u mij, weet u wellicht de weg naar Utrecht Lunetttyfuskankertering oh sorry maar ik heb Gilles de la Tourette".


Aan een Deadhead die zich redhead noemde zag ik bij het wapperen van heur haar toch een touch of grey en ook wat veel haarvet .


Happy single klinkt net zo dom als happy donkerblond en op de datingsite staat dat ik alle films van Jan de Bont wel hond… en toen was ik afgeleid want ik moest even ergens krabben.

22 april 2007

Oh ja ook nog een hunebed


Steenbergen 21-04-2007

21 april 2007

De volgende

Daar lag het ding dan.


Midden op de eettafel, mat glanzend in het ietwat schemerige licht van zijn ietwat sombere kamer. Zwart en vrij klein. Maar toen hij bij de rand van de tafel kwam en zijn nieuwe aanwinst oppakte, was hij zwaarder dan het leek.


Vanochtend had hij hem gekocht. Het was weer zo'n ochtend dat de stress hem naar de keel gevlogen was op het moment dat hij zijn ogen opsloeg. Hij was opgestaan en voelde zich vol van activiteit, maar al die zin vloeide weg toen hij onder de douche stond, het stukje zeep uit zijn handen glipte en weg glibberde.

Vloeken. De vreselijkste verwensingen. Wel een half uur vloekte hij de longen uit zijn lijf. De agressie en adrenaline verdween zodra hij op straat was, maar een verademing was het niet. Niet deze keer. Nu voelde hij zich lusteloos, moedeloos, mislukt. In die stemming was hij langs de Gun-o-rama gekomen.

Al heel vaak had hij voor de etalage gestaan, maar nu was hij naar binnen gelopen.


Er was niks aan geweest. Hij moest een papiertje invullen met zijn naam en adres erop, en op dat papiertje stond nu de naam en het adres van een jongen van school vroeger.

"Oh, jou zou ik zonder moeite overhoop schieten," mompelde hij, terwijl hij met zijn aanwinst in zijn handen stond. Hij richtte op een denkbeeldige buikstreek en legde aan.

"Shoot them in the head," zei een stem, een stem uit een of andere film vermoedelijk. "Always shoot them in the head." Hij richtte hoger. Hij vuurde. "Poef," zei hij en hij voelde zich tevreden.


Eindelijk was hij rustig. Eindelijk voelde hij zich in balans.


Uiteindelijk besloot hij om zijn wapen te laden, hoewel dit riskant was. Kogels uit de Wal-Mart. Een aanbieding. Snel en vaardig stopte hij de kogels waar ze hoorden. Hij had dit zijn vader vroeger zo vaak zien doen. Hij herinnerde zich dat zijn vader wel eens had gezegd dat een man zonder wapen net zoiets was als een man die impotent was. Toen hij eenmaal met een geladen wapen in zijn handen stond - zijn wapen - trilden zijn handen een beetje. Zo potent voelde hij zich.

"Zo, wat zeg je nu?"

De directeur van de school vertelde hem weer dat hij zou blijven zitten, en vervolgens vertelde zijn tante Margaret dat hij nergens voor deugde. Toen zag hij haar voor zich. Zijn rustig geworden handen begonnen weer te trillen.

"En wat zou jij nou zeggen?"

Uiteindelijk had ze hem nooit een blik waardig gekeurd, nooit serieus genomen. Alle warmte die hij in zich gevoeld had, alle liefde, alle plannen over het bestaan dat ze samen zouden opbouwen, het was voor niks. Ze zag hem niet staan.


Maar als hij nou eens met zijn kameraad op pad zou gaan, en als hij zich eindelijk eens zou uitspreken, nou dan zou zelfs zij hem wel moeten zien staan. "Fucking bitch," dacht hij, en hij voelde de razernij opkomen, weer zo'n vloedgolf aan vloeken. Hij dacht aan het koude staal in zijn hand en hij voelde hoe de razernij weer wat wegzakte.


"Ze kunnen net zo goed alle mannen castreren," hoorde hij zijn vader weer tegen het televisiescherm schreeuwen toen een of andere democratische politicus op televisie iets zei over het beperken van wapenbezit. Hij had gelijk. Want nu hij zijn kameraad had, had hij geen vrouw meer nodig om zich rustig te voelen. Hij had haar niet meer nodig.


Toch bleef hij denken aan haar. Hij richtte dit wapen op haar. Hij zag haar gezicht betrekken. Hij hoorde zichzelf tegen haar zeggen dat ze nu eindelijk – voor de verandering - zou moeten wat hij zei en wat hij wilde.

Een fantasie ontspon zich in zijn hoofd, een fantasie die er toe leidde dat hij zijn wapen – zijn geladen wapen – in zijn mond stopte om eraan te zuigen…


"Gadverdamme", schreeuwde hij en hij legde het wapen weer terug op tafel, zo ver mogelijk van zich af, en liep vervolgens zo ver mogelijk bij de tafel vandaan.


Hij stond bij het raam, keek naar buiten, waar niets bijzonders gebeurde. Hij verlangde terug naar zijn wapen. Zijn hoofd was al weer bezig gegaan met plannen maken. Heel lang had hij zich verzet als zijn hoofd in dergelijke richtingen begon te denken, maar tegenwoordig dacht hij steeds vaker dat ze hem er gewoon toe dwongen.


Was ook hij een martelaar?


Weer met het wapen in zijn hand dacht hij aan Cho Seung-hui. Hij voelde weerzin. Maar ook voelde hij ontzag.

"En wat zou zijn moeder zeggen?"


Nee, trots zou ze niet zijn, voelde hij. Nooit was ze trots geweest. Zijn zusje was altijd voorgetrokken, want zijn zusje kon leren. Hij was goed met z'n handen, maar daar had zijn moeder weinig belangstelling voor. Wat had ze vaak gemopperd op zijn korte dikke vingers. De rest van de familie had dunne handen en lange smalle vingers. Handen om piano te spelen.

"Het is geen piano, ma, dat is jammer, maar ik speel ook een instrument," zei hij en hij richtte zijn wapen. "Dit instrument."


En denkbeeldig schoot hij en schoot hij en schoot hij, en bedacht hij wat zijn moeder zou denken en voelden.

"Je zou me tenminste zien staan," zei hij. Hij legde het wapen terug op tafel. Hij had zin om zijn gedachten te doorbreken, zijn zinnen te verzetten, iets te doen wat leuk was.


Hij kon helemaal niets bedenken.

15 april 2007

Spectacular sensation

Ik heb al een hele tijd in de rij gestaan, omringd door jengelende kinderen en nors kijkende ouders. Ik weet niet waar ze allemaal vandaan komen en waarom ze hetzelfde willen als ik. Doen ze dit allemaal voor de eerste keer? Of ben ik omringd door mensen die dit al vijf of tien of honderd keer gedaan hebben, staan die monden daarom zo effen en die ogen daarom zo levenloos?


Eindelijk bij het loket. Een blondine slaat haar mooie ogen onmiddellijk neer nadat ik "Schrijven", heb gezegd. "Eénmaal." Haar vaardige handen verrichten de handelingen die nodig zijn om mij een reepje karton te presenteren waarop staat "Toegangsbewijs" en "Spectacular Sensation" en de prijs.

"Vier vijftig," zegt de blondine en door haar aan te kijken krijg ik voor elkaar dat zij opkijkt. Eventjes maar. Ogen worden er niet mooier op wanneer ze onverschillig kijken.


Nadat ik het vereiste muntgeld in de bak heb gelegd, en de blondine door een hendeltje overhalen mijn geld getransporteerd heeft naar de andere kant van het kogelvrije glas, mag ik met mijn kartonnen strookje in mijn handen geklemd, naar de wagentjes.

"Riem vastmaken en beugel naar beneden," bromt een jongen tegen mij. Ondanks het wachten blijkt het eigenlijk rustig te zijn, want niet alle wagentjes zijn vol op het moment dat de jongen vanaf de wagentjes op de treeplank springt. Hij pakt een sleutelbos, stopt die in een slot op een knoppenkast, draait hem om en drukt een knopje in.


Met een zacht doek-doek-doek zetten de wagentjes zich nog wat schokkerig in beweging. "We schrijven," denk ik opgewonden.


We moeten naar een top, zie ik, met half dichtgeknepen ogen tegen een felle ochtendzon. Ik ga er wat gemakkelijker bij zitten en voel vervolgens hoe we langzaam maar zeker op het hoogste punt afstevenen. De inleiding is voorbij, denk ik, als ik het voorste wagentje onverhoeds naar beneden zie duiken. Daar gaan we dan.


Plotseling struikelen woorden over woorden en suist de wind erlangs. Ik zet me schrap, want even ben ik bang dat de woorden uit hun zinnen zullen springen, maar dan heradem ik, want we remmen wat af. Ik kijk naar voren en slaak een kreet, een zachte verbaasde maar. Achter me hebben een paar meisjes het op een krijsen gezet.


Vervolgens bulderen we razend, tierend en vloekend een dubbele schroef door en direct daarna nemen we een scherpe bocht en komt er nog een enkele schroef achteraan, waar we onder oorverdovend gegil doorheen jagen. Op een kort vlak stukje controleer ik mijn schrijfsel en zie min of meer tot mijn verbazing dat er nog steeds begrijpelijke zinnen staan. De alineastructuur lijkt geordend.


"Best makkelijk, dat schrijven," denk ik, en ik voel mij superieur wanneer ik om me heen kijk, een bleek gezicht zie, een benauwd gezicht, een lichaam dat als een veer gespannen zou willen dat we niet bezig zijn met afstevenen op een volgend hoog punt.


Er komt een glimlach op mijn gezicht als het voorste wagentje de diepte induikt. Opnieuw duikelt een zin een ellenlang vooronder in, een ballistisch traject dat als een gedrocht geconstrueerd lijkt, vol grilligheidjes en buitenissige woordselecties, maar uiteindelijk trekken de wagentjes toch recht en heeft iedereen weer enig besef wat voor en achter en boven en onder is. "Pff," zeg ik. Ik ben blij dat we even een sloom stukje krijgen. Wel doen we nog even een speelse U-turn, een honderdtachtiggradendraai zomaar even tussendoor. Ik joeturn, jij joeturnt, we hebben gejoeturnd.


Dan kijk ik weer naar boven. Ik voel hoe we afremmen en ons opmaken voor de hoogste top. Dit is de top waarom deze baan beroemd is. Er zijn stukken over verschenen in alle kranten van de wereld. Als je deze top door weet te komen met behoud van maaginhoud, dan ben je wat en heb je wat meegemaakt.


We gaan steeds langzamer. Van draf gaan we over in sukkeldraf gaan we over in sloom gestap. We bereiken een moment waarop we nagenoeg geheel tot stilstand dreigen te komen. Een moment lijkt er helemaal niets te gebeuren en het lijkt ook alsof er niks meer zal gaan gebeuren… Maar dan begint het voorste wagentje de diepte in te zakken.


Een fantastische alinea gaat zich aandienen. Een alinea boorde- en tjokvol met fantastische zinnen en contructies, een lust voor oog en oor en alle andere zintuigen, kgddzg geknetter brzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzt prd-d-d-d-dd-d-dd-d-d-d-d te pletter, allemachtig wat gebeurt-esse-esse-esse-esse-deng-deng-deng-doek-doek-doek-doekedoekedoekedoeke.przewalskipaarden nog aan toe zeg. Kedekke deng kedekke deng kedekke deng hoe hoe. Uil hou toch je muil. Kzzzzzzzzzzzzzzzzzzrgh. Meeuwismeeuwisguuskomnaarhuus. Piep zei de muis in het voorhuis, @#$%++*((*. Badakke badakke badakke en nog zowat tagliatelle met mosterd en artisjokken. Pestooooooooooooooooooohhh….


"Shit," zeg ik luid. Ik sla op de beugel, bezeer mezelf en voel machteloze woede. De wagentjes rollen uit tot stilstand. De jongen die het spul bediende keek minachtend toe hoe een zootje lijkbleke masochisten bevend en met knikkende knieën de wagentjes uit rolde.

13 april 2007

Trouwe tweewieler

Ik ben een beetje opgewonden.


Dat zou kunnen komen omdat het lente is, en natuurlijk zou het ook kunnen komen omdat een vrouw mij het hoofd op hol heeft weten te brengen. Maar nee, dat is niet de reden.


Iets gekocht dan? Een huis.

Nou, toen ik dat voor de eerste en tot nu toe enige keer in mijn leven deed, was ik inderdaad ook wel opgewonden, maar zo groot is het niet.

Een auto? Pff. Op dat gebied mis ik genen, snaren en genotscentra die vele anderen en vooral mannen wel hebben. Ik word gewoon niet warm of koud van al die rondrijdende koekblikken. En als ze geparkeerd staan weten ze akelig glimmend en bronstig gekleurd elk mooi straatje van de stad een flink stukje lelijker te maken.

Een meubel dan? Nee. En voor je er over begint, het is ook geen LCD TV, stereo-installatie of ander stuk elektronica dat beeld of geluid of allebei geeft.


Een computer?

Nee, dat mag van mezelf nog niet. Mijn huidige computer is nog te goed en ik kan er alles mee wat ik er ook mee wil doen. De enige reden om een nieuwe te willen hebben, zou groter mooier beter patserig zijn. Hoewel ik toe moet geven dat ik het rijtje met laptops bij de Mediamarkt inmiddels al een keer of drie afgelopen ben. Een laptopje voor erbij, hè. Netwerkje en zo, hartstikkene handig en je bent een paar weekenden hartstikkene fijn druk om het allemaal werkend te krijgen.

De stem van nut en noodzaak heeft tot nu toe harder geklonken dan de stem van het patsertje in mij, maar laatst klonk hij wel wat hees en kon ik hem eigenlijk niet zo heel goed verstaan.


Nee, het is iets wat in de titel al aardig verraden was en waar een hele hoop lezertjes vast niet zo warm of koud van worden, maar ik dus wel. Ik heb een fiets gekocht. Of althans, ik heb hem vandaag besteld.


De kiem voor deze aankoop werd een maandje of anderhalf geleden gelegd, in de trein, toen tegen mijn huidige fiets een Koga Miyata kwam aanleunen. Ik zag mijn fiets zo'n beetje opzij kijken, zo van ik ben helemaal okee, zie er nog heel behoorlijk uit, ben redelijk betrouwbaar, en als je een beetje doortrapt breng ik je het hele land door, en eventueel nog een buitenland erbij…. Maar dat wat daar nu staat, tja, dat ben ik niet.


Zeven jaar oud, was deze Koga Miyata. Een trekkingmodel. Dan heb je wel een min of meer gewoon frame, maar het stuur is groot, breed, plat en je kunt het op verschillende manieren vasthouden, je hebt een derailleur, en je kunt voor en achter tassen hangen met daarin voor diverse weken vakantie aan bagage.

Je kon echt wel zien dat hij, net als mijn fiets, stad en land af geweest was en door weer en wind had moeten ploeteren. Hij was op allerlei plekken door de elementen aangeraakt, maar was nergens aangetast. Sommige mensen kunnen mooi oud worden. Nu zag ik een fiets die mooi oud aan het worden was.


Al kan een fiets zoiets niet, het leek toch alsof mijn fiets omkeek. Hij keek om, om mij te zien kijken, maar niet naar hem. Nee, ik keek naar die ander. En mijn fiets keek stilletjes voor zich en zag de bui al hangen…


Mijn nieuwe fiets is er een van dit model. Eén kwaliteit heeft het model zeker niet, namelijk goedkoop, maar verder… Ik heb hem nog niet, volgende week pas, maar ik heb wel een proefritje gemaakt. Gewoon even een half uurtje toeren door de stad. Lang genoeg om te merken hoe gemakkelijk en gewillig deze fiets reageerde op mijn inspanningen. Je kunt er rustigjes op peddelen zonder veel verschil te merken met een standaardmodelletje. Maar dan trap je hem nietsvermoedend even op z'n staart en plotseling suis je door het verkeer heen.


Vanaf volgende week heb ik hem echt en gaat hij ook echt uitprobeerd worden. Dan gaan mijn nieuwe fiets en ik een hele dag op pad, en dan zullen we eens zien hoe comfortabel hij werkelijk is. Ik denk dat we de Veluwe gaan doen, Zwolle-Arnhem of Arnhem-Zwolle, afhankelijk van hoe de wind staat. Een dikke 100 kilometer met soms behoorlijk slecht liggende zandpaden, inclusief bij Arnhem behoorlijke kuitenbijters van heuvels. Ik hoop eigenlijk dat het matig weer is, want dan is het rustig en ook zwaarder, maar als het mooi weer is, dan proberen we om in de categorie "Meeste bejaarden per uur in de berm drijven" het Guinness Book of Records te halen.


Dit weekend ga ik dan voor het laatst met mijn oude fiets. Ik moet zeggen, het afgelopen jaar heb ik best vaak op hem gebromd, want er is van alles afgevallen, ik heb met een doorgebroken ketting gestaan en hij begint nadat hij weer mooi gemaakt is, steeds eerder en sneller te piepen en kraken. Aan de andere kant, een fiets die van mij is, heeft het niet gemakkelijk.

Ik heb het net even nagekeken, maar hij heeft in 5 jaar tijd 36.000 kilometer gereden. Ik heb een slordige 2000 uur op zijn vier zadels doorgebracht. Hij heeft mij ondanks dat hij maar 7 versnellingen heeft, de Posbank opgebracht, de Cauberg en de Vaalserberg, hoewel ik op de Cauberg halverwege even heb stil gestaan met een van inspanning bevend voetje op de grond en de tong op mijn schoenen. Ik heb innig verlangd naar extra versnellingen, een paar maar, toen ik en mijn fiets en meer dan 20 kilo bagage de met kasseien geplaveide loeisteile hellingen in Vlaanderen probeerden, waarvan ik de namen niet weet, maar sommige zitten in het parkoers van de Ronde van Vlaanderen.

De Muur van Geraardsbergen konden we maar tot halverwege, de bovenste helft met de rottigste kasseien was mij en ik denk ook hem te machtig.


Zou ik met mijn nieuwe fiets de Muur wel opkomen?


Mijn oude fiets gaat niet weg, maar hij krijgt het wel een heel stuk minder zwaar. Vanaf volgende week is hij woonwerkverkeer en meer niet. Hij zal niet vaak meer buiten de stad komen. Hij hoeft nog maar 30 kilometer per week. Als ik hem gehouden had, was hij ergens aan het eind van de zomer of begin van de herfst de hele wereld rond geweest. Nu moet hij daar opeens nog een slordige tweeënhalf jaar op wachten.


Hoeveel bruggen hebben mijn fiets en ik bedwongen? Hoe oneindig veel van die rottige verkeersdrempels zijn we over gestuiterd? Ik zou het niet weten. We zijn vier keer gevallen, dat weet ik wel, maar vier keer zonder dat de schade erger was dan blauwe plekken en wat geschaafde onderdelen. We waren ook drie keer bijna voor een auto gekomen, waarvan één keer mijn eigen stomme schuld, maar overigens niet jouw stomme schuld.


En een paar keer was ik echt heel blij met jou.


Zoals het moment dat we net voorbij de top van een heuvel in een bos in België waren. We kwamen vanuit het felle zonlicht in de schaduw en ik zag niet goed dat het vrij plotseling steil naar beneden ging, over kasseien met brede gaten ertussen waar zand in zat, en grind… Ondanks al die obstakels ging ik veel te hard om te remmen. Er was maar één mogelijkheid, me schrap zetten, de fiets laten gaan en proberen zo recht mogelijk te sturen.

Je schokte en stuiterde hevig, maar zonder een krimp te geven bracht je me tot een punt waar de weg even wat vlakker werd zodat ik in de remmen kon.


Dat soort dingen hebben wij samen meegemaakt en ongeschonden overleefd.

10 april 2007

Tobsalarissen

En nu zat hij daar alleen.


Zojuist had de vrouw met wie hij samen was, zijn vrouw vermoedelijk, driftig haar stoel achteruit geschoven. Op een sissende fluistertoon had ze hem iets toegevoegd. Vervolgens was ze opgestaan. Met wapperende parelketting en zwikkend op de dunne hoge hakjes van haar niet op een driftige looppas berekende schoenen, was ze naar de garderobe gelopen, had zich in haar bontmantel laten helpen, en had het pand verlaten nadat ze nog één woedende blik naar binnen geworpen had, naar hem.


Hij zat daar alleen en had zenuwachtig een sigaret opgestoken, uit een blinkende sigarettendoos die eruitzag alsof hij een minimuminkomen waard was. Hij was begonnen met voorover buigen, maar besloot even later achterover te leunen, nonchalant te ogen. Ach, het was een incidentje, een klein misverstand. Ze moest even afkoelen en zou zo wel bijdraaien.


Maar hij leunde weer voorover, veerde als door een wesp gestoken overeind omdat zijn das op verkenningstocht dreigde te gaan door de restjes champignonroomsaus op zijn bord. Terwijl een ober toeschoot om als een schicht af te ruimen, nam de man een wilde en veel te gulzige trek en leunde vervolgens toch weer achterover. Even zat hij stil en oogde casual. De vingers van de hand die geen sigaret vast te houden hadden, begonnen tap-tap-tap te doen op het tafelblad. En zijn rechtervoet begon kort-lang-lang-kort te wiebelen, alsof hij een boodschap in morse uitzond. Een Nederlands woord dat begon met minstens 7 P's.


Hij mompelde wat. Plotseling ging hij rechtop zitten, wenkte, knipte met zijn vingers toen een reactie van een ober 5 seconden uitgebleven was. Dezelfde ober als zo net schoot toe als dezelfde schat.

"Breng me een karaf," hoorde ik de man zeggen. "Het maakt me niet uit welke. Rood, dat wel."


De man leunde achterover met zijn jasje opengemaakt en zijn buik over zijn broeksband rollend. Het halflege wijnglas in zijn hand draaide pirouettes waarvoor de jury vele punten aftrek zou geven. Inmiddels had hij ook al drie keer in onze richting gekeken. De vrouwen van ons gezelschap hadden zich verexcuseerd en waren vertrokken naar boven, wellicht om nog een beetje te roddelen over ons mannen. Drie mannen waren overgebleven. We rookten een laatste sigaar.


Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Ik boog me voorover naar de man die met kleine oogjes, niet meer een heldere blik, naar me keek.

"Excuseert u mij, maar wij konden het niet helpen, wij moesten zojuist wel getuige zijn van het feit dat uw gezelschap de tafel verliet, ogenschijnlijk niet geheel in haar sas…"

"Niet geheel in haar sas," grauwde de man. Ik keek hem welwillend aan.

"Ik ben ontslagen," zei de man toen.

Met stukjes en beetjes liet hij verdere details los en onthulde het hele verhaal. Hij was directeur van een groot bedrijf, een bouwbedrijf. "Op zeventig procent van alle Vinexlocaties in de Randstad doen wij mee," vertelde hij niet zonder trots. Een jaar of drie geleden was zijn bedrijf in het algemeen en zijn persoon in het bijzonder in verband gebracht met de bouwfraude. "Je weet wel, prijsafspraken en vooroverleg," zei de man. Ik knikte.

"Het was altijd al bekend dat als de zaak behandeld was en er een veroordeling uit zo komen, dat ik dan het veld zou moeten ruimen. Zo gaat dat, nietwaar? Iedereen heeft boter op z'n hoofd, en iedereen heeft van alles en nog wat uitgevreten, en iedereen dekt elkaar… Maar als er eentje echt poep aan z'n schoen krijgt dan wordt ie er uitgesmeten zodat de achtergeblevenen hun handen schoon kunnen wassen en vervolgens natuurlijk gewoon lekker verder schuinsmarcheren…"

Inmiddels klonken zijn woorden als ziektes die je voor geen goud onder de leden moest hebben.

"Dus daar was uw vrouw zo boos over? Dat u veroordeeld bent?"

"Nou ja, daar was ze ook boos over. Maar dat is al drie maanden geleden."

"Wat is er dan vandaag gebeurd?"

"De raad van commissarissen heeft de vertrekpremie vastgesteld…" gromde de man. Hij keek verachtelijk naar zijn glas, dronk het vervolgens helemaal leeg, en schoof de karaf aan om maar weer eens bij te schenken.


"Dus u krijgt niet zo veel?"

De man keek me aan.

"Kijk, jij zult het wel weer veel vinden," stoof hij op. "Maar ik verdiende dus 6 miljoen, vorig jaar dan, dus dat zou nu 7 en een beetje zijn, marktconform weet je wel." Hij grinnikte. "En nu.. Weet je, als wij de tijd die we nu zitten te praten.. ". Hij keek op zijn horloge. "Twintig minuten. Nou dan heb ik nu 833 Euro en 33 cent verloren, ten opzichte van wat ik vroeger beurde… Vertel jij maar eens wat je allemaal kunt kopen van 833 Euro? Daar moet je nog best even voor in het casino zitten, om 833 Euro te verliezen"

"Ik begrijp het niet zo goed…"

"Gewoon 40 weken keer 40 uur. Ik zat er veel langer dan 40 uur, maar daar hebben we niet meer over. Dat vond de raad van commissarissen niet zo interessant."

"Maar hoeveel vertrekpremie heeft u dan gekregen?"

"Jij kunt ook niet rekenen," zei de man en keek me vuil aan. "Twee miljoen," schamperde hij toen. "Dat is maar 4 maanden salaris, meneer. En wat krijgt de eerste de beste Jan Jodocus die wegens incompetentie op de keien wordt gesmeten, volkomen terecht? Wat krijg jij als je morgen niet meer in het bedrijf past. Een heel jaarsalaris!"


Ik keek de man wat bedachtzaam aan. Mijn tafelgenoten bliezen peinzend grote kringen de lucht in.

"Eh… U bent veroordeeld voor bouwfraude zei u toch?"

"Banen op mijn niveau liggen niet voor het opscheppen. Die vind je niet zo maar even, zo even in vier maanden, het is geen uitzendwerk of zo…"

Ik knikte begrijpend. De man ook. Hij zweeg, draaide zijn karaf wat rond en zwenkte hem in mijn richting zodat ik kon zien dat hij leeg was. Terwijl hij me aankeek, trok zijn hoofd wat scheef en deed hij denken aan een hond voor wie het brokjestijd was.


Ik begon te gapen en rekte me uit.

"Het is een lange dag geweest," begon ik. Mijn tafelgenoten vielen braaf in. Twee minuten later was het niet meer onbeleefd om nu te vertrekken.

07 april 2007

Fietsfoto


Drents Friese Wold 7-4-2007

06 april 2007

10 min

Ik ben een bèta die schrijven leuk vindt. Ik beheers de taal Nederlands, maar haar diepste geheimen ken ik niet. Laatst schreef ik samen iets met een alfa en toen we het epistel zaten glad te strijken, begon hij over een of andere komma die achter een of andere omdat moest, want het was een onderschikkende bijzin. Nooit van gehoord, dacht ik. Op de middelbare school vond ik Nederlands wel leuk, zo lang het maar over verhalen ging, oude of nieuwe verhalen, korte of lange, ik kwam de tijd wel door. Maar als het over grammatica ging, dan droomde ik weg en dan liet ik de verhalen stiekem in mijn hoofd rondspoken, zonder nog naar dat onderschikkende en nevenschikkende geneuzel te luisteren.


Van mijn desinteresse van vroeger heb ik nu wel eens last. Ik weet bijvoorbeeld nooit zo goed waar die rottige komma's moeten. Ik heb de neiging er lukraak maar een paar neer te plempen als de zin wat aan de lange kant dreigt, te worden. Okee, ik ben een geïnteresseerd gebruiker van de taal, maar niet meer dan dat. Ik rijd zeg maar graag in een auto, maar de processen onder de motorkap die dit rijden allemaal mogelijk maken, boeien me niet erg. Wat mij boeit is woorden als potje en dekseltje aan elkaar introduceren en toekijken hoe dekseltje langzaam voor het potje smelt totdat ze past. Tenzij ik chagrijnig ben, dan valt ze erin.


Tempo en ritme boeit ook. Zinnen zouden van nijd over hun woorden moeten struikelen als mijn verhaalpersonage de draad kwijt raakt en over de rooie gaat. En als mijn verhaalpersonage heerlijk aan het luieren slaat, dan wil ik dat de zin achterover leunt, zich uitrekt, behaaglijk geeuwt en haar ogen langzaam helemaal dicht laat vallen.


Iemand die dit leest en denkt dat een zin niet achterover kan leunen, die is bij mij aan het verkeerde adres. Als ik wil dat een zin achterover leunt, dan doet hij dat dus gewoon. En als ik mijn zin echt op de proef wil stellen, dan laat ik hem midden in nacht moederziel alleen over straat zwalken tot hij voorover in de goot valt en blijft liggen.


Zo, dat had je niet gedacht, hè, etterbak.


Ik was vandaag op het log van Wenz, en dat is een log wat mij boeit. Ze doet van alles en nog wat en haar woorden bezitten een energieke, soms een beetje manische schoonheid. Dit stukje bijvoorbeeld vind ik prachtig en in traag voortschuifelende rijen bij supermarkten heb ik er nog geregeld aan teruggedacht, overigens zonder dat er toen iets spannends gebeurde.


Ik was dus op vandaag bij Wenz en was aangenaam verrast en gevleid om te zien dat ze naar mij linkte en een zin van mij citeerde. Ze citeerde de zin Jeffrey slikte het weeë, zurige gevoel in zijn maag weg. Mooi toch? Maar toen las ik een treurwilg in haar comments die zei dat ie niet wilde zeuren, maar een gevoel in je maag, al is het dan weeïg, kun je niet wegslikken.


Oh ja? Nou, als je dat zegt dan zal het wel zo wezen.


Maar zouden mijn stukjes leuker of beter zijn als ik ze allemaal doorvlooi en de kleine foutjes eruit haal? Het zal wel zoiets als Jeffrey was zich bewust van het weeë, zurige gevoel in zijn maag hebben moeten zijn, maar voor Jeffrey zelf maakt het weinig uit hoor, hij voelt zich even rot.


Sommige mensen willen het meisje met het gladde gezichtje en het rechte volmaakt ronde neusje. Ik gaap haar één seconde aan en loop dan weer door. Een minuut later kan ik me haar gezicht niet meer herinneren. Dan sjokt er een meisje langs dat één pukkeltje boven haar lip heeft en een wat typisch en een net een beetje scheef wipneusje. Een paar uur later denk ik aan haar terug en ik kan nog precies aanwijzen waar dat pukkeltje zat.

Twee werelden

Gijs had een tussenuur en terwijl veel van zijn klasgenoten in een grote groep naar de Stad gingen, ging hij naar de bibliotheek om alvast te leren voor de repetitie Aardrijkskunde van morgen. De meeste tafeltjes waren direct voorbij de ingang aan de rechterkant, daar was ook de koffieautomaat en lagen de kranten. Gijs zat het liefste achterin, in de nissen die er waren tussen de rijen met kasten vol boeken. Het was er stiller. Hier kon je alleen zijn en rustig leren. Of een beetje wegdromen…


Gijs keek op van zijn opengeslagen boeken en zag haar in haar volle lengte tegenover hem staan. Ze had een kort zwart rokje aan met daaronder een maillot. Ze droeg een strak zwart truitje. Ze droeg zwartfluwelen polsbandjes met grijzige omtrekken van elfjes. Haar wilde piekharen waren geborsteld en gevangen in twee grote zwarte strikken met grijze duiveltjes erop. Met donker opgemaakte ogen zag ze er duister en mysterieus uit in plaats van licht, spontaan en vrolijk, wat ze geweest was toen hij haar voor het eerst ontmoette. Haar dunne kettinkje met een klein dolfijntje eraan vloekte een beetje met de uitbundigheid van de rest van haar outfit.

"Ik mocht de klas niet in," zei Thecla luidop. Luidop spreken mocht niet in de bibliotheek.

"Vanwege mijn kleren," verduidelijkte ze. Ze keek Gijs aan en toen hij knikte, plofte ze neer in de stoel tegenover hem.

"Het strikje mag niet, de handschoenen mogen niet en het rokje is te kort, de make-up te overdadig. Het is gewoon pure discriminatie. Je mag gewoon niet zijn wie je wilt zijn…"


Gijs maakte met zijn vinger een stiltegebaar. Thecla reageerde met een wegwerpgebaar, haar gezicht rood en haar blik wild. Vervolgens zakte ze onderuit en ze slaakte een diepe zucht.

"Sorry," zei ze.

"Wie wil je dan zijn?" fluisterde Gijs. Thecla keek hem geringschattend aan, klaar om op te stuiven, maar vervolgens kregen haar ogen iets peinzends. "Dat is best een heel goede vraag," zei ze. "Ik ben gothic," zei ze ook, en vervolgens zei ze dat ze gewoon vrij wilde zijn, wilde leven.


"Oh ja, ik zou niet met jou mogen praten," zei ze nadat het vijf seconden stil was geweest. "Mijn vriendinnen zeggen namelijk dat jij stom bent."

"Je doet het nu toch."

"Ja, want ik ben rebels. En ik vind het wel leuk, met jou praten."

"Wat is er leuk aan? Ik zeg niks terug."

Thecla bekeek Gijs wat broeierig. Inmiddels wapperden haar benen ongegeneerd uit elkaar. Gijs kon onder haar rokje kijken, wat hij niet wilde, maar het gebeurde gewoon.

"Je luistert en je stelt goede vragen. Dat is goed. Praten is stom. Praten kan iedereen wel."

"Luisteren niet?"

"Niemand luistert," zei Thecla. Ze knikte naar zijn verontruste blik vanwege het volume van haar stem. Ze maakte ook het stiltegebaar. Een lach brak door om haar mond. Ondanks al het zwarte van haar kleren zweefde er weer iets lichts en fleurigs om haar heen.


"De kleur van haar broekje," dacht Gijs, hoewel hij net tegen zichzelf gezegd had dat hij daar niet meer aan zou denken. Met enigszins gemengde gevoelens (gevoelens die hem enigszins beschaamden) keek hij toe hoe Thecla weer netter ging zitten.

"Maar wie wil jij dan zijn? Je bent vrijgemaakt, toch?"

"Ja, ik ben vrijgemaakt," zei Gijs terwijl Thecla zich vooroverboog en zijn ogen als een magneet naar haar dolfijntje getrokken werden, of was het daaronder, het zicht op de welving die haar truitje hem gunde.

"Is dat dan iets wat jij voelt? Is dat een way of life?"

Gijs dacht na. "Ik vind het een moeilijke vraag," zei hij. "Iedereen in mijn omgeving is het gewoon. Mijn hele familie is vrijgemaakt. De hele straat. En ze zijn er nog steeds over bezig om toch weer een school te stichten in het Jacobus Kuperus-huis en als dat gebeurt, is mijn hele school ook weer vrijgemaakt."

"Zou je dat leuk vinden?"

"Nee," zei hij, en hij voelde hoe de lichtjes in haar ogen hem betoverden. Zijn hart sprong op terwijl zijn ledematen leken te bevriezen. De Ware, dacht hij.


Zij kon onmogelijk de Ware zijn, maar hoe kon datgene wat hij voelde dan zo goed passen bij de beschrijving die de dominee hier laatst op de kansel van gegeven had. De preek ging over lust. Over een persoon van het andere geslacht ontmoeten, en meegesleept worden door zinloze en dus lage lustgevoelens die eventueel oppervlakkige bevrediging schonken, maar uiteindelijk kreeg je er niks dan ellende van.

Als je de Ware tegenkwam, voelde je ook lust, maar dan was de lust vermengd met mooie, complexe en hogere emoties, en dan was het goed.


"Vrijgemaakt," peinsde Thecla. "Het klinkt alsof je vrij zou moeten zijn."

"Dat klinkt alleen maar zo," zei Gijs.


Als ze de Ware niet was, dan was ze een truc van de duivel. Gijs dacht aan Thecla op een manier die lust opriep. Hij dwong zichzelf dieper te ademen en niet meer in haar gezicht te kijken (en al helemaal niet naar andere delen van haar lijf).

"Moet je niet weg?"

"Waarom?"

"Naar huis. Andere kleren aantrekken."

"Godverdomme," zei Thecla. Ze zakte weer onderuit. "Je bent wel gezellig zeg."


Vervolgens deed ze geschrokken haar hand voor haar mond. Ze realiseerde zich welk woord ze eruit geflapt had. Gijs kon het niet helpen, maar moest lachen om haar ontstelde ogen.

"Ik overleef het wel," zei hij. Thecla glimlachte. Haar gezicht verstilde. "Je hebt natuurlijk wel gelijk," fluisterde ze. "Maar eigenlijk heb ik zin om de boel bij elkaar te schreeuwen. Rotschool."


Ze zette een pruillip op. Weer dwaalden haar benen bij elkaar vandaan. God fluisterde Gijs in om niet te kijken. De duivel siste dat hij het niet met Hem eens was.


De duivel won.

02 april 2007

Zieltogen

Het was in een straatje waar geen kleding- of schoenengiganten zaten, geen computerwinkel en geen McDonalds of andere vreetketen. Een verkeersader of verbindingsweg was het ook niet. Het was een straatje tussen straten in.


De bel was nog een ouderwetse klingel, die naargeestig klonk, ver weg in een gang achter de deur met het bordje "Privé". Terwijl een vaag gerommel in de verte de komst van bediening aankondigde, keek ik rond. Rechts waren de reguliere tijdschriften, links de puzzelboekjes en boven de Sudoku's op de bovenste plank was de porno uitgestald. Vooral in deze sector waren meer bladen dan met goed fatsoen in de schappen pasten. Sommige stapels puilden uit de bak en krulden om.


Een vrouw met grijs haar en een grote strenge bril slofte de winkel binnen. Ze keek me vragend aan en ik wees op het tijdschrift dat ik op de toonbank had gelegd. Nadat ze zwijgend had geknikt, pakte ze het blad op om de prijs te lezen. Haar nicotinegele vingers hamerden op een kassa model weleer en even later verscheen een analoog gefabriceerde 5,75 op een display die bestond uit mat geworden glas.

"Je bent er dus weer eens," zei ze. Ik was verbaasd dat mevrouw zich mij nog herinnerde. Vroeger toen ik nog rookte kwam ik weliswaar regelmatig in deze winkel, maar de laatste keer dat ik binnenliep, was minstens een jaar of twee geleden.

"Ja," zei ik. "Ik wilde wat te lezen hebben. Dus u herinnert zich mij nog?"

"Ik kan me de meeste klanten van vroeger nog herinneren," zei ze, en ze nam mijn tientje in ontvangst. "Misschien omdat ik bijna geen klanten meer over heb."


Ik dacht "Wat kan ik daar aan doen" en "Roken is passé", maar zei een beetje aarzelend "Zonde, ik hou wel van buurtwinkeltjes".

Porno in blaadjes is trouwens ook passé, dacht ik er nog bij.


"Je bent een uitstervend ras," zei de mevrouw en ze drukte me een stapeltje muntgeld in handen dat ik in mijn portemonnee liet glijden.

"Maar ja, ik rook niet meer," zei ik. "Aan die blauwe baaltjes heb ik geen behoefte meer."

"Goed voor jou, schijnt het," zei mevrouw. "Maar van mij mogen ze morgen allemaal weer beginnen."

Ik lachte een beetje. "Dat zou vast goed zijn voor uw omzet, maar ik weet niet of ik aan dat plan ga meewerken."


Mevrouw lachte ook een beetje. Een beetje droef ook. Terwijl ik met mijn tijdschrift de winkel verliet en nog een keer de ouderwetse klingel hoorde, pakte zij haar blauwe baaltje om er nog maar één te draaien.

Clicky

Clicky Web Analytics