28 mei 2007

10 mooie liedjes uit... 1965

1965 is het eerste jaar waarvan ik genoeg nummertjes heb om echt iets te kiezen te hebben, vandaar dat ik hiermee begin. Ik ben van plan om door te gaan tot en met 2007.


Meegemaakt heb ik het niet, 1965. Mijn ouders waren al wel getrouwd, maar vonden de tijd nog niet rijp om ei- en zaadcellen met elkaar te gaan lopen versmelten. Ik heb geen unieke of echt obscure liedjes uit die tijd, want ik ben aangewezen op hitparade en Top 2000 en dergelijke.


In Amerika was het een oorlogsjaar, de Vietnam-oorlog was inmiddels in het stadium dat er ook protesten los kwamen. Echter, politieke belangen wegen veel zwaarder dan liedjes, want als muziek een oorlog zou kunnen stoppen, dan was Barry McGuire-Eve of Destruction zeker krachtig genoeg geweest.


Terwijl politici en wapenhandelaren hun belangen behartigen, kun je enkel hopen op betere tijden. Door The Byrds-Turn! Turn! Turn! vergeet je niet hoe rot de wereld is , maar gelukkig draait hij wel gewoon door.


Volgens Yardbirds-For Your Love moet je meisjes glinsterende dingetjes geven en dan kruipen ze je bed wel in, maar het is wel een nummer met een fantastisch bongo-ritme en tegendraadse harpondersteuning . The Animals – We Gotta Get Out Of This Place is een echte rocker en meezinger.


The Kinks, één van mijn allerfavorietste bands, begonnen ook echt goed te worden in 1965. A Well Respected Man is een typisch Ray Davies-portret van een lid uit de sociale klasse die allemaal precies weet hoe het moet en hoe het hoort.


Rolling Stones bracht in 1965 hun ultieme rampestamper Satisfaction uit, en op de B-kant stond The Spider And The Fly, een langzame country blues voor een bloedhete avond en dienovereenkomstige verlangens.


De schoorstenen van de Motown-hitfabriek rookten ook volop. Smokey Robinson – The Tracks Of My Tears is een van de mooist en liefst gezongen nummers aller tijden, Wilson Pickett – In The Midnight Hour is rauw en krachtig.


1965 was ook de doorbraak van Van Morrison, met de groep Them die een hele angry young men stroming aanvoerde. Here Comes The Night is een van hun heerlijkste nummertjes. Tenslotte gingen de angry Young men van The Who overal te keer, ze hebben talloze gitaren stukgesmeten in die jaren. My Generation is natuurlijk overbekend (en ook uit 1965) maar zelf vind ik The Kids Are Alright een van hun topprestaties.

27 mei 2007

Wo ist die Bahnhof

Ik vraag me af of het een specifieke categorie mensen is. Een groep met bepaalde kenmerken die universeel als vertrouwenwekkend worden ervaren. Althans, vertrouwenwekkend in situaties wanneer je op reis bent, ergens waar je de weg niet kent maar wel moet vinden, en waar je een beetje bevestiging goed kunt gebruiken.


Als ik op een station of bij een bushalte ben, wordt mij heel vaak gevraagd of dit de bus naar Veendam, de trein naar Groningen is, en of deze trein wellicht ook in Hoogeveen stopt. Als we in een trein zijn en al zo lang gereden hebben dat het hartgrondig gapen geblazen is, dan ben ik degene aan wie gevraagd wordt hoe lang het nog duurt voor we in Beilen stoppen, wat dan altijd over vijf minuten is.

Als ik in een stad rondloop, het maakt niet uit of ik de stad ken of niet, dan ben ik degene die aangeklampt wordt met de vraag "Wo ist die Bahnhof?". (Hoewel, de Duitsers hebben van het verleden geleerd. Meestal vragen ze eerst of ik Engels spreek, en vervolgens vragen ze in afgrijselijk slecht Engels "Where zie ztation" is, en als je het dan niet begrijpt vinden ze het wel gerechtvaardigd om alsnog op Duits over te schakelen en te vragen "Wo ist die Bahnhof?" )


Of is het zo, dat de mensen die een second opinion nodig hebben, deze halen bij de eerste de beste persoon die in de buurt staat? Dan zou iedereen die zich wel eens op een station waagt, regelmatig bestookt worden met dit soort vragen. Toch heb ik het idee dat er een selectie plaatsvindt. Ik zie mensen die in verwarring zijn over de te volgen weg vaak met zoekende ogen rondkijken. En vervolgens merk ik dat deze zoekende ogen een gevoel van "gevonden" uitstralen wanneer ze zich op mij richten.

Kennelijk zie ik er uit als iemand die de weg weet. Het is zelfs zo erg dat mensen mij nog steeds de weg vragen als ik met een zwaar bepakte fiets aan de kant van de weg sta. Is iemand die met een zwaar bepakte fiets rondrijdt, niet voor 99,9% zeker op vakantie, en is de kans dan misschien 0,01% dat hij een omgeving heeft uitgezocht waarin hij zo goed bekend is dat hij weet waar het Burgemeester Boemanplantsoen is?


Afgelopen week was ik op station Schiphol, een station waar ik een keer of vijf per jaar kom, dus een expert in de treinenloop op dit station kun je mij absoluut niet noemen. Treinen zijn er veel, ze gaan vaak, en ze gaan alle kanten op, dat is à priori mijn kennis van station Schiphol.

Gelukkig hebben stations grote gele borden, waarop je kunt zoeken wanneer een bepaalde trein gaat, of die naar jouw eindbestemming gaat of dat je ergens moet overstappen, en op welk perron jouw trein vertrekt. Als ik meteen zonder over te stappen all the way naar Groningen wilde gaan, moest ik meer dan een half uur wachten. Maar ik kon ook naar Amersfoort en daar overstappen, en dan hoefde ik maar 5 minuten te wachten.


Dus belandde ik op een of ander perron, en zodra op het bord de trein tevoorschijn werd gedraaid, checkte ik de vertrektijd en of "Amersfoort" tussen de stations stond. Dat was het geval, dus ik was tevreden. Ik ben zelf niet het type mens dat het nu nodig vindt om aan iemand anders te gaan vragen of dit inderdaad de trein naar Amersfoort is.

Het duurde echter niet lang of twee lieve mensen met onzekere ogen spraken mij aan, met de vraag of dit de trein naar Deventer was. Dus ik draaide mij weer om naar het bord, las na even zoeken ook "Deventer" tussen de rij van plaatsen, en antwoordde de mensen dus dat ze inderdaad goed waren, dit was de trein naar Deventer. Weer had ik twee mensen gelukkig gemaakt. Het feit dat hun second opinion ook op het bord moest kijken en dus niks meer wist dan zij, maakte hen niet uit. Dat fenomeen had ik ook al vaker ondervonden. Het maakt geen moer uit dat jij het ook niet weet. Als je maar "ja" zegt en hierbij enige zekerheid uitstraalt, dan is dat voldoende. Het gaat namelijk om de bevestiging. Als er drie mensen in plaats van twee mensen denken dat de trein naar Deventer gaat, dan wordt de kans gevoelsmatig groter dat ie dan inderdaad ook naar Deventer zal gaan.


Ik heb hier ook wel eens misbruik van gemaakt. Ik herinner me een moment vorig jaar, dat ik mij met een fiets in de hand over een perron haastte, op weg naar een trap op en een trap af, gesjouw waarvoor ik nog maar een paar minuten de tijd had.

Een bevestigingsterrorist van gevorderde leeftijd (dit zijn de ergsten) sneed mij echter de pas af. Ze hield me kordaat staande, om mij op hoge toon te confronteren met de prangende vraag of dit de trein naar Amsterdam was. Ze wees opzij. "Ja hoor," zei ik op zekere en vaste en zelfs blije toon, zonder ook maar het flauwste benul te hebben waar die trein die daarginds stond heen zou gaan. Tevreden bedankte mevrouw mij, en ze gaf me toestemming om mijns weegs te gaan. Ergens op de trap, zeulend met mijn fiets, keek ik nog even om en zag op het bord naast de trein dat ik die mevrouw nog niet eens voorgelogen had ook.


Terug naar het perron, wachtend op de trein die vermoedelijk naar Amersfoort en wellicht ook Deventer zou gaan. Want met deze trein was nog veel meer onzekerheid aan de hand. Het was namelijk een trein wiens omzwervingen zich niet beperkten tot Nederland. Hij zou na Hengelo Duitsland in gaan en pas stoppen in Hannover.


Althans, dat zag ik nadat twee nieuwe mensen met onzekere ogen mij benaderden met de vraag of je met een Nederlands kaartje in deze trein mocht stappen?


Mijn reactie was naar het bord kijken. Pas toen drong Hannover als eindbestemming tot mij door (wat kan mij het schelen waar een trein allemaal naartoe gaat voorbij het punt waar ik uitstap) en ik las ook nog Bad Bentheim, Osnabruck, en dat was allemaal niet meer in Nederland.

Hmm, goede vraag, dacht ik dus, na het tot mij nemen van deze informatie. Mochten deze mensen, en dus ook ik, eigenlijk wel in deze trein stappen?

Ik besloot om hier niet moeilijk over te doen. Ik had op het gele bord over deze trein gelezen, er stond op dat gele bord helemaal niets over speciale regels, kaartjes of toeslagen, dus ik vond dat ik met een normaal kaartje in deze trein mocht stappen. Als de conducteur in de trein daar straks anders over zou blijken te denken, dan zou ik hem vertellen dat de informatie die op station Schiphol was gegeven, onduidelijk was, en dat het mij dus niet bekend was dat ik niet in deze trein had mogen stappen.


Dus ik zei tegen deze twee mensen "Ja hoor, volgens mij mag je met een gewoon kaartje in deze trein."


De mensen bedankten me blij en gingen net als ik op een trein wachten waarin we wellicht illegalen zouden zijn. Wellicht zouden we in het Duits worden afgeblaft vanwege ons Nederlandse kaartje, en zouden onze bezwaren in het Nederlands nicht verstanden worden en in het Engels ook niet. Wellicht moesten we alsnog ICE-toeslag betalen met een boete van 70 Euro wegens zwart rijden erbovenop. Wellicht zou de trein voor deze keer even in Hilversum stoppen om ons er uit te flikkeren.

Maar ik geloofde er geen hout van.


Dertig seconden later begon de NS-speaker ons te vertellen dat de internationale trein naar Hannover over enige ogenblikken zou stoppen op het perron waar we stonden. De man vertelde er vervolgens in geuren en kleuren en wel drie talen bij dat je met een gewoon Nederlands kaartje in deze trein mocht reizen.


De mensen naast me waren inmiddels dolgelukkig vanwege de overdaad aan bevestiging die ze ontvangen hadden. En ik voelde me wederom geslaagd als onbezoldigd reisinformant.

21 mei 2007

Regelzucht

Gisteren heeft mijn prachtig mooie nieuwe fiets zijn eerste beschadiging opgelopen.


Het kwam zo, ik stak (zonder gevaarlijke situaties te ontmoeten) een kruispunt over en reed in een flauwe bocht omhoog naar een brug. Terwijl ik dat deed werd mijn aandacht getrokken door het uitzicht over het water van het kanaal. Echt heel spectaculair was het uitzicht niet, maar toch, het was weids en zonnig, er waren wat vissers bezig, en een stuk verderop over het water was een brug voor fietsers en voetgangers. Ik hou van bruggen, dus keek ik naar die brug. Inmiddels had ik bijna geen vaart meer. Op het moment dat ik even voor me keek om mijn eigen brug te bekijken – de brug waar ik overheen moest – hoorde ik een knersend geluid en ik stond opeens stil.


Ik had een paaltje geramd. Een paaltje dat op het midden van het fietspad stond, vlak voordat dit overging in brugdek. Een kanariegeel gekleurd paaltje zodat het op zichzelf goed opviel, maar dan moest je natuurlijk wel op de weg letten.


Wie zet er op zo'n plek @^%$#@*&$@ een paaltje neer!


Ik zal niet nalaten te vermelden dat het paaltje hartstikke nieuw leek, maar ook al zwaar geschonden was, met andere woorden, ik was echt niet de eerste die er tegenaan gereden was. En aan de andere kant van het brugdek stond nog zo'n debiel geel paaltje, en ook dat was zwaar geschonden.


Dus ik herhaal mijn vraag: Wie zet er op zo'n plek @^%$#@*&$@ een paaltje neer!


Antwoord; de gemeente Winschoten. Deze brug bevond zich namelijk in de gemeente Winschoten, vlak bij de plek waar Willem van Oranje de Spanjaarden er ooit onder kreeg. Dus nu ook de plek waar mijn fiets haar eerste oorlogswonden opliep, een kras op het spatbord en een schaafwondje op de trapper. Later zag ik op een andere brug in de gemeente Winschoten diezelfde gele paaltjes staan (en ook geschonden!). Ze zijn vast met de beste bedoelingen geplaatst, uit oogpunt van de verkeersveiligheid, mogelijk na een ongeval met tragische afloop zoals een brommer die een fietser aanreed omdat de fietser aan de verkeerde kant van de weg op de brug reed. Of wellicht was het een brommer die aan de verkeerde kant van de weg op de brug reed en daarom een fietser die aan de goede kant reed, aanreed.

Ik zie wethouder Bakema zijn gloedvolle betoog houden, de ongevallenstatistieken in onze schitterende gemeente lopen de spuigaten uit, dit roept om harde maatregelen, en dus stel ik voor dat wij de gemeentelijke belastingen met 10 Euro verhogen om hiervoor 1000 paaltjes te kunnen kopen om op onze bruggen te zetten, zodat de vermaledijde altijd afgeleide schooljeugd een handje geholpen wordt om op de brug aan de goede kant van de weg te blijven.


Goed bedoeld, maar belachelijk, de volgende fietser rijdt wel met flinke vaart de brug op terwijl hij ook uitkijkt over dat water dat er mede toe bijdraagt dat deze gemeente zo schitterend is, en deze fietser mag een nieuwe fiets kopen, breekt z'n been of wordt ontmand.


Eén doorgeslagen voorbeeld van Nederlandse regelzucht zijn al die pogingen om het verkeer te reguleren. Ik heb op dit punt zelfs met de automobilist te doen. We kunnen in dit land de rotondes gaan noemen naar Bekende Nederlanders en dan komen we Bekende Nederlanders tekort. Wat betreft verkeersdrempels kunnen we gewoon iedereen er één geven en op jouw persoonlijke drempel mag je met kleurenkrijt je naam zetten.


Of ook leuk, zet er een stukje op. Drempelloggen, de nieuwe rage.


De automobilist wordt treurig van al die drempels, maar ik als fietser word het ook. Ten eerste omdat er heel veel exemplaren zijn die ook mijn snelheid afremmen, nare kleine bultjes, gevallen met brede richels en geulen, ribbelranden. Ten tweede, wat is het effect van een drempel? In elk dorp waar je fietst, zit er continu een auto achter je voordat er weer zo'n drempel opdoemt. Voor de drempel remt de auto af en neemt gas terug, vaak op een jengelige manier zodat je extra goed hoort dat er een auto schuin achter je zit. Op het moment dat de drempel voorbij is, trekt de auto op, zodat jij als je gepasseerd wordt, de maximale hoeveelheid aan fijnstof en andere rotzooi binnenkrijgt.


Dus laten we nu ophouden met alle domme verkeersregulering. We houden alleen de slimme over, stoplichten en rotondes op echt drukke punten waar het echt nut heeft. Verder moet de drempelvrees terug en moeten al die idiote paaltjes opgeruimd, inclusief chicanes, stomme heuveltjes en rare afdrijvingsvlakken.



Of moeten we soms zelf al die paaltjes uit de grond gaan rukken?


Een beetje wrang

Vergissen is menselijk maar dat neemt niet weg dat het soms ongelukkig is.


Je bent op een crematie, als medewerker van het crematorium, dus je bent niet overmand door verdriet waardoor je vergissing verklaard wordt.

Er wordt iemand gecremeerd die a) heel veel feitenkennis heeft gehad van vaak redelijk onbelangrijke weetjes, waaronder muziekweetjes en b) heel erg veel van muziek hield.

Je vertelt hoe de dienst zal verlopen, wie er gaat spreken, en je vertelt dat er ook muziek gespeeld zal gaan worden. Om te beginnen, Pink Floyd met "Shine On You Cryzy Diamond". Dat je "Kraaizie" zegt in plaats van "Kreezie" is te vergeven, we verspreken ons allemaal wel eens, zeker als we spreken in het openbaar.


Maar dat vervolgens "vrolijk" Wish You Were Here wordt ingezet, is wel een beetje wrang.

19 mei 2007

Weg ermee

Onderdeel van dienstverlening van een bank is onder andere dat ze handige geldautomaten hebben.


Ik woon in een gebied waar de geldautomatenpopulatie hoog is. Binnen een straal van 200 meter kan ik achtereenvolgens terecht bij ABN Amro, SNS en Rabobank. De automaat van de Postbank is iets verder weg, maar nog altijd binnen 500 meter.

Bij ABN Amro krijg je op het display nooit het bedrag te zien wat je wilt pinnen. Zeventig euro staat er nooit op en 50 Euro wel, behalve als je denkt "Laat ik eens 50 Euro pinnen", want dan hebben ze alleen nog 100 en 200 Euro als opties.

Daarbij komt nog dat als de zon ook maar even doorbreekt, de display onmiddellijk niet meer te lezen is.


Gezien de berichten in de media niet zo gek. Van ABN Amro hoor je alleen maar als het over fusies en overnames gaat en als zo weinig mogelijk happy few zo veel mogelijk miljoenen moeten verdienen. Van geldautomaatklantjes wordt die happy few niet rijk, dus over de werking van de geldautomaat is nooit nagedacht.


Van SNS is de display prima leesbaar, helaas is de tekst op deze display meestal "Deze geldautomaat is tijdelijk buiten gebruik".

Rabobank en Postbank hebben goede automaten. Het bedrag dat je wilt pinnen staat op de display, je krijgt het uitgekeerd in kleinere briefjes dan 50 Euro, de automaat doet het over het algemeen wel, en de display is redelijk goed leesbaar.

Bij een Postbank-automaat kun je zelfs met één druk op de knop 70 Euro pinnen, zonder dat het apparaat domme vragen gaat stellen of je ook een bon wilt. Kunnen ze daar nou echt niet zo'n boxje met een vinkje van maken "Deze melding niet opnieuw tonen"?


Rabobank en Postbank hebben een goed en solide imago van betrouwbaarheid en klantvriendelijkheid. Je ziet het terug in de automaten.


Nu gaat Postbank verdwijnen. Het was eigenlijk altijd al ING, maar vanaf 2009 heet het ook echt ING. De reden is, zo beweert een marketinghotemetoot, dat bij een echte bank de klant gemiddeld vier producten afneemt, maar bij de Postbank zijn het er maar anderhalf. En dus weg ermee.

Nou ik heb het even nageteld, maar ik heb vier producten van de Postbank. Girorekening, creditcard, hypotheek, doorlopende reisverzekering. Dus ik heb mijn plicht gedaan, draag mijn steentje bij, krik het gemiddelde naar het vereiste niveau om 5 miljard winst per jaar te kunnen maken, of was het nou 10 miljard?


Straks zijn al die duizenden geldautomaten overgeschilderd zijn naar oranje (zo wordt Nederland misschien eindelijk wereldkampioen), en de plakletters Postbank zijn vervangen door ING, wat vast wel een slordige miljoen geldautomaattransacties gaat kosten.


Ik durf te wedden dat je na deze operatie de display niet meer kunt lezens, dat het bedrag wat je wilt pinnen er nooit opstaat, en dat je eindeloos Nee-nee-nee moet drukken voordat het kreng je eindelijk eens een keer wat geld geeft.

ING is namelijk ook zo'n bank die "internationaal denkt" en alleen maar met allerhande overnames bezig is.


Het marketinghotemetootje beweerde trouwens ook nog dat bijna niemand van bank zal veranderen vanwege de naamswijziging.

Veranderen van bank lijkt me een enorme rompslomp. Dus ik ben bang dat hij daarin gelijk heeft.

17 mei 2007

Ontkurken klinkt beter








Op initiatief van haar en hem wordt er deze week ontlurkt. Laat ik uitleggen wat dat is.

Lurken is een behoorlijk lelijke en nogal schaamteloos anglicistische term voor een weblog lezen zonder ooit een reactie achter te laten. Delurken is een poging om deze stille lezers voor één keer te verleiden zich bekend te maken.

Als je nog meer wilt weten, kun je even bij haar gaan kijken, want zij houdt (nog exclusief ook) een groot en zeker grappig delurkingsinterview.

Lurken is niet vervelend of laf of verboden of negatief. Ik lees al jaren Martin Bril in de Volkskrant, en ben een bewonderaar van hem, maar ik heb hem nog nooit een brief geschreven om hem te vertellen hoe graag ik zijn stukjes lees en hoe een nog doffe vroege ochtend kan opfleuren door een paar mooie zinnetjes met een randje magie.

Ik ben dus ook een lurker. Lurken mag.

Desondanks een verzoek aan de lezers die wel eens mijn pagina bezoeken, maar tot nu toe niet hebben laten weten dat ze dat doen. Laat eens wat van je horen in mijn comments.

Ik zou het leuk vinden om een keertje je naam te horen en te weten dat je bestaat. Als je mij na die ene keer liever weer leest zonder te reageren, is dat prima.

Op zomaar een weg

Het is een stadsweg. Een brede baan voor in dikke plukken van stoplicht naar stoplicht schuivende auto's. Een verraderlijk stuk weg, want het gros van de mensen rijdt 45, maar met enige regelmatig maakt zich een brullend monster los van de meute om tussen de twee stoplichten in het spelletje van 0 tot 100 doen in 4,8 seconden te doen.


Dit keer was het spelletje verstoord. Er was namelijk een mevrouw opgedoemd. Het was onverantwoord van mevrouw om over te steken, maar ze deed het toch, want haar man was haar voorgegaan en wanneer ze samen fietsten, ging ze hem bij gevaarlijke punten altijd braaf achterna.


Een paar keurige remsporen maakten nog net een ontwijkende bocht, maar eindigden toch bij de plek waarop ze nu lag, midden op het asfalt, midden op die brede baan, inmiddels leeg want de politie was gearriveerd en liet het verkeer wachten.

Ze lag er best toonbaar bij. Beschadigingen of wonden waren niet te zien, en bloed vanaf deze kant ook niet. Je zag alleen haar jas, een praktische jas van een grauwe kleur die hopelijk niet symbool stond voor het leven dat ze leidde.


Geleid had, zo bleek nu, want een van de jongens van de ambulance gaf een laken aan, en de andere jongen die neergehurkt zat bij de mevrouw, bedekte haar met dat laken. Ook haar hoofd werd bedekt.

Aan de kant van de weg stond haar echtgenoot. Zijn jas was van dezelfde grauwe onbestemde grijstint, een wat vreemd en somber contrast met zijn witte, redelijke volle, en best mooie haren. Zijn ogen keken verward voor zich uit zonder waar te nemen en zonder te begrijpen. Zijn lichaam trilde. Een vrouw uit de buurt was bij hem komen staan en was begonnen om zijn arm te aaien. Ze aaide hem continu en kneep af en toe een beetje in hem. Een goede daad. Aanraken was fijn, praten had geen enkele zin. Er was hoegenaamd niets te zeggen.


Hoe vaak zou hij zich later schuldig voelen? Schuldig aan dit moment, het moment dat achter hem banden hadden gegierd en een doffe klap klonk, en hij onmiddellijk besefte maar nog lang niet begreep dat zijn leven een andere en veel eenzamere loop had genomen dan hij zich voorgesteld had.

Als hij niet was overgestoken, zou het niet gebeurd zijn. Had hij nou toch maar de snelheid van die auto beter ingeschat? Vroeger hoorde hij altijd wel aan het geluid dat er een auto aankwam die harder reed dan de rest, maar de laatste tijd waren zijn oren zo slecht geworden dat al die automotoren één vage doffe dreun waren.

Had hij nou toch maar even gewacht, ze hadden toch helemaal geen haast? Maar hij dacht dat het wel kon. Naar eer en geweten had hij gedacht dat het nog kon, en makkelijk ook. Hij was een voorzichtig man, hij bouwde heus wel een verantwoorde veiligheidsmarge in, en dan nog ietsje meer.

Maar ze had wat moeite gehad om op gang te komen, haar schoen gleed even van de trapper af, en op het moment dat ze genoeg vaart had om de weg over te kunnen steken, aarzelde ze, want ze hoorde misschien wel dat de motor van de auto te hard klonk.


Ze aarzelde met beslissen totdat de beslissing die ze nam een fatale beslissing was geworden.


Op de andere strook dromde het verkeer samen. Langzaam rijden werd bijna stilstaan. Elk hoofd in elke auto keek reikhalzend naar de andere kant van de weg, naar dat laken. De ambulancejongens maakten haast met de draagbaar. Ze moest hier weg, want anders zou er kijkfile ontstaan.

Een paar minuten later was de ambulance uit het zicht en was er even met een tuinslang gesproeid, en de politie leidde samen met de hulpvaardige vrouw uit de buurt, de man die zichtbaar in shock verkeerde, met zachte hand vandaan bij de weg.


De weg werd vrijgegeven en het verkeer gleed al snel opnieuw in drommen langs. Het duurde maar kort voordat een auto op overspannen toerental als eerste bij het stoplicht weg raasde. Deze keer had hij vrij baan.


Zou de chauffeur van de auto die de laatste klap uitdeelde zich wel schuldig gevoeld hebben?

Zelfmoord

Ik werd ermee geconfronteerd op zomaar een moment, een moment waarop ik lekker even zat uit te puffen, aan het eind van een werkdag die aardig wat energie vrat.


Iemand die je slecht kent belt jou op om jou te vertellen dat iemand anders zelfmoord heeft gepleegd.


Het is niet iemand die heel dicht in de buurt stond. Geen naast familielid, geen goede vriend. Het is wel iemand die ik meer dan 10 jaar in mijn sociale leven zo af en toe tegenkwam. Iemand met wie ik regelmatig heb gekletst. Het ging vaak over het ene en het enige onderwerp dat ons bond. We zijn namelijk allebei bridgespelers, en dus ging het over bridgehanden. Wat zou je hebben geboden op dit en dat spel? Wat zou je hebben gedaan als zus en zo kaart werd voorgespeeld?

Het is iemand die een paar jaar lang een teamgenoot van me is geweest.


Met andere woorden, Ik kende hem. Ik weet hoe hij bridgete, en hoe hij dat spel benaderde. Aan de andere kant, ik kende hem ook helemaal niet. Ik weet niet naar welke vrouw hij ooit tevergeefs verlangde. Ik weet wel dat hij lang werkloos was en op een gegeven moment een baan op de kop tikte, en daar blij mee was. Maar veel later dan dat het gebeurde hoorde ik tussen neus en lippen dat hij die baan weer kwijt was, en hoe hij zich daaronder voelde weet ik niet. Ik weet dat hij te veel dronk, maar hoe veel te veel en wanneer te veel en hoezo te veel, weet ik niet. Of en wanneer en hoe vaak hij ervan af heeft geprobeerd te komen, weet ik niet.

Ik weet niet wanneer hij precies besloot dat zijn leven uitzichtsloos was. Ik weet niet wanneer hij voor het eerst plannen maakte en wanneer hij voor het eerst dacht "Ik ga het echt doen. Deze keer ga ik wel initiatief nemen. Deze keer zet ik door".


Hij had er genoeg van. Misschien twijfelde hij daarna nog weken, of misschien wel maanden, maar hij bleef er maar genoeg van hebben. En dus legde hij een lijst aan van mensen die gewaarschuwd moesten worden. En dus sprong hij voor een trein.


Wat betreft die lijst had hij zich de moeite kunnen besparen. Het nieuws bereikte mijn bridgeclub bij toeval. De man met wie hij tegenwoordig speelde, belde hem op om een afspraak af te zeggen, maar kreeg zijn broer aan de lijn, die vervolgens het nieuws bracht.

De persoon in kwestie besloot om mij te bellen, omdat ik in hetzelfde team zat en bovendien ben ik een bestuurslid van de bridgeclub.



Het eerste gevoel is eigenlijk een non-gevoel. Een ongelovig "hè?" Eerst blijft het ver weg, zoals je leest over een zelfmoord in de krant, of hoort over een zelfmoord van iemand die je niet kent. Ik voelde me zelfs een beetje opstandig omdat het gevoel dat ik net even lekker zat zo grondig om zeep geholpen werd. Het duurde een minuut of wat voor er een kwartje viel en voor ik echt iets voelde. Iets van verlies. En ik ging ook mensen bellen, mensen die hierover geïnformeerd moesten worden.


Iemand besloot om leden te bellen van de twee andere bridgeclub waar hij vaak heeft gespeeld. Ergens was een link naar de studentenvereniging waar hij vroeger vaak kwam en waar hij zich zo innig mee verbonden voelde dat hij er zich de laatste aantal jaren vaak tegen afzette. Ergens was een link naar zijn stamkroeg en tevens naar zijn geboortedorp. En ik neem aan dat de link naar zijn favoriete voetbalclub, Heerenveen, inmiddels ook wel gevonden zal zijn.


Nee die lijst was eigenlijk niet nodig. Net als zo veel van de dingen die hij deed, de gebaren die hij maakte. Het was iemand die al heel wat vaker niet nodig was geweest. Ik denk dat het een kip of ei verhaal is. Iemand die zich snel overbodig voelt, wordt behoedzaam in zijn gezelschap en zijn hulp aanbieden, en dat gezelschap en die hulp is dan niet nodig of niet meer nodig, en dus werd hij nog overbodiger.

Hij heeft denk ik het gevoel gehad dat zijn hele leven niet nodig geweest was.



Het gaat om iemand die best veel mensen kent uit diverse sociale netwerken, aan de andere kant hoor je van allerlei mensen de uitlating dat ze hem wel kenden, maar niet goed kenden. Bijna iedereen kende hem net zo goed of liever gezegd net zo slecht als ik. Het was best goed kletsen over bridgen, over Heerenveen en sterke verhalen over de studentijd ophalen was ook best lollig. Maar wat ging er nou werkelijk in hem om? Er zijn hooguit een paar mensen die dat geweten hebben, en misschien was er op dit moment wel niemand meer.


Iets wat een beetje verbazend aan hem is, is dat hij altijd erg netjes was. Beroepswerkloos of niet, het huis was aan kant. Drankprobleem of niet, alles was schoon. Hoe kan iemand die zo schoon is voor een trein springen?

Ik kan best een eindje meegaan in het brein van een zelfmoordenaar. Het gevoel dat het leven zinloos en ook tamelijk uitzichtsloos is, ken ik best goed. En ook ik heb tevergeefs verlangd naar vrouwen, en de doffe depressie in mezelf voelen vallen, als een guillotine die dat allerlaatste sprankje hoop dat al dat verlangen misschien toch geen uitzichtsloze illusie was, in stukken sneed.

Al die uitzichtsloosheid meetorsen heb ik misschien niet lang genoeg gedaan, maar ik kan me het moment dat er niks meer zin heeft of dat er niks meer perspectief biedt, wel voorstellen.


Maar hoe kom je zo ver dat je alles laat versloffen en elke hoop laat varen, maar tegelijkertijd richt je jezelf op één daad, op de enige daad die nog zinvol lijkt, namelijk voor een trein springen. Je drankprobleem overwinnen en weer een fatsoenlijke baan vinden lijkt op het eerste gezicht gemakkelijker.

Het bezwaar dat je een stel anonieme reizigers urenlang laat wachten, is snel opzij gezet. Het bezwaar dat je een machinist met een trauma opzadelt, waarschijnlijk ook, want het is een anonieme machinist. Maar je moet toch wel even moed verzamelen voor je jezelf in één klap omzet in een bloederige smurrie.
Alles achterlaten? Voel je opluchting op het moment dat je vanachter de spoorbomen vandaan gelopen bent en die laatste stap hebt gezet die nodig was? Er doemt een gevaarte op en je hoort een oorverdovend geraas en een schelle, nijdige claxon klinkt nog één of twee keer in een laatste wanhoopspoging jou uit de weg te krijgen.

Klinkt die laatste claxon niet precies als de stem binnenin je die je zo vaak - veel te vaak - heeft gezegd dat je mislukt bent, gefaald hebt, anderen en jezelf teleurgesteld hebt?


Misschien is het ook maar beter dat het begrip ergens ophoudt. Als ik hem van A tot Z begrijp, dan was ik zelf inmiddels gevorderd tot meer dan driekwart het alfabet.


Maandagochtend om 10 uur wordt hij gecremeerd, vlakbij Leeuwarden. Als ik er graag heen zou willen gaan, is het vlakbij. Als ik het voel als een verplichting, is het ver weg. Zou ik er heen moeten gaan? Dat is denk ik de verkeerde vraag. Zou ik er heen willen gaan?


Ik voel mezelf op twee gedachten hinken. Als ik ga, moet ik een ochtend en waarschijnlijk nog wel een paar uur meer dan een ochtend vrij nemen, en ik moet zien te regelen dat een aantal verplichtingen die ik ben aangegaan, verschoven en verplaatst en belegd worden. Als ik niet ga, kan ik maandagochtend gewoon rustig naar mijn werk gaan en heb ik een normale, waarschijnlijk rustige dag.


Het gemak dient de mens, zegt de rationele hork in mij. De mens in mij houdt zich stiller, maar ik voel hem broeien.

11 mei 2007

Vooruitgang

Hij sloeg zijn arm om haar heen toen hij zag hoe haar ogen dromerig uitkeken over de baai. "Het is hier sprookjesachtig mooi," zei ze dankbaar, en ze keek hem aan alsof hij in eigen persoon iets bijdroeg aan dit uitzicht.

"Gisterochtend waren we hier met de executives," zei hij. "Toen zagen we de vissers uitvaren. Het waren kleine bootjes, een rij van halve maantjes op het water. De wolken van de nacht waren er nog, maar het begon net te breken. De eerste zonnestralen vielen door de wolken heen zodat het water op allerlei plekken begon te schitteren."


Ze nestelde zich tegen hem aan. Haar lange steile haren kietelden zijn blote armen. Zijn hand rustte op haar heup. Hij kneep haar daar zachtjes. Hij kreeg zin in haar. Maar geduld was een schone zaak. Eten was het allerlekkerst als je eerst een tijdje de geuren van het bereiden had opgesnoven.


"Maar als jij hier met de executives was…," zei ze. Plotseling kroop ze overeind, uit zijn armen vandaan. Hij zag haar gelaten vertrekken. Tegenover hem draaide ze zich om, en ze ging recht zitten.


"Dus straks is dit moois allemaal weg?" vroeg ze. Hij haalde zijn schouders op. "Aan de linkerkant van de baai gaan we een haven bouwen," gaf hij toe. "Daar wordt het materiaal aangevoerd om de pijpleiding te kunnen leggen. Die leiding, die zal ongeveer daar beginnen…"

Hij wees met zijn hand over het water, waar schuin tegenover hen gelig zand glinsterde in het licht van de snel richting horizon zakkende zon.

"Van die leiding zie je nauwelijks iets," zei hij. "Die verdwijnt zo de jungle in. Zelfs al ga je hem zoeken, dan kun je hem nauwelijks vinden. Je weet zelf dat de plants bij het begin van de vertakkingen van de delta komen te liggen, en dat is een kilometer of 40 landinwaarts."


Ze deed haar hand boven haar ogen en keek uit over het water dat nog steeds schitterde. Nog even en de zon zou wegzakken in het laagje sluiers vlak boven de horizon, ver weg op het water. Vorige week – hun eerste avond hier – had ze zich vanaf de veranda van hun nieuwgebouwde huis erover verbaasd hoe snel het donker werd na het definitief wegzakken van de zon.

"Maar Evert, waar komen de boorplatforms dan?" vroeg ze.

"Oh, buiten de baai," zei Evert. "Een heel stuk buiten de baai."

"Maar die pijpleiding loopt dus door de baai, en als er iets lekt dan komt de olie in de baai," zei ze. "Die vissers kunnen wel opdoeken."


"Die vissers zullen nauwelijks last van ons hebben, Margriet," zei Evert, en hij wreef aan zijn neus, terwijl hij zich verbeeldde dat deze zoals in het sprookje aan het groeien was geslagen. Margriet had het groeien van zijn neus echter niet nodig om te merken dat hij niet de waarheid sprak.

"De officiële teksten zijn mij bekend," zei Margriet scherp, "Ik wil nu even de teksten die je met jouw collega's in de vergaderzaal hebt gespuid, je weet wel die zaal die jullie eerst checken op afluisterapparatuur voordat de exploitatievergadering begint."


Het duurde even voordat Evert tegen Margriet zei dat de verwachting was dat de baai regelmatig met olie vervuild zou raken. Men mikte er juist op dat de vervuiling over het algemeen naar de baai zou stromen, in plaats van de zee in.

"Dan kunnen we aan containment doen," zei Evert. "Zo blijft de zee gespaard. Het is jammer voor deze baai en dit uitzicht, maar…"

"Het is ook wel een beetje jammer voor die vissers in hun mooie halvemaanvormige bootjes," zei Margriet.

"Die vissers mogen bij ons op de plant komen werken," zei Evert. "Althans, diegenen die de skills kunnen leren."


Hij wist dat in een derdewereldland als dit maar 10% van die vissers geschikt te maken was voor werk in een plant, en dat zijn bedrijf hooguit 10% van die arbeidskrachten zou recruteren.

"Wij verdienen anderhalf keer zo veel als in Nederland," zei Evert, nadat Margriet een tijdje gezwegen had en met een nogal donkere blik over het water had getuurd. Haar blik leek een teken te zijn voor de zon om weg te zakken en de donkerte ook op het water te brengen.

"Dat is waar," zei Margriet. Ze keek om naar Evert. Everts ogen probeerden haar dichterbij zich te lokken. Er speelde een glimlach rond haar ogen.


"De lokale economie zal een enorme oppepper krijgen," zei ze. Dat was de officiële tekst. Evert hoopte dat ze niet zou vragen wat er in de vergaderzaal gezegd was. Zijn bedrijf deed de ruwe raffinage in de regio omdat de arbeidskrachten spotgoedkoop waren, en het was zaak een policy te ontwikkelen die erop gericht was dit zo te houden. Anders kwam die anderhalf keer salaris op de tocht te staan.


Margriet begon naar hem toe te kruipen. Haar lach vulde haar hele gezicht en was nogal ondeugend.

"We moeten er maar van profiteren zo lang het hier mooi en romantisch is," zei ze. Evert lachte. Hij breidde zijn handen uitnodigend uit.

06 mei 2007

Gewoon niet doen

Ik stond in de trein bij de deur te wachten totdat hij zou stoppen en ik met medeneming van mijn fiets, zelf mijn route mocht gaan zoeken.


Een mevrouw die ook bij de deur stond vroeg hoe veel geld dat nou kostte, zo'n fiets meenemen in de trein. Ik vroeg me af waarom ze het wilde weten, want eerlijk gezegd zag ze er niet uit alsof ze het zelf zou gaan doen, een fiets meenemen in de trein. Het zou voor de fiets die haar moest dragen in ieder geval een krachtproef zijn. Maar ik gaf braaf antwoord (het kost 6 Euro, ongeacht de afstand die je wilt reizen), en er ontspon zich zo'n klein gesprekje waar je weinig aan hebt, maar we wachtten toch dus wat maakt het uit?


Ik vertelde even later dat het soms wel eens onhandig was, met je fiets in de trein, vooral op zondagavond komt het wel voor dat de trein Zwolle-Groningen afgeladen vol is en dan sta je in een kleinste hoekje van het balkon beklemd door je eigen fiets in de gezichten van de anderen te kijken, die een spiegel zijn van je eigen gezicht, vermoeid, gelaten en een beetje murw gebeukt.

De mevrouw antwoordde: "Nou als je weet dat het zo druk is, dan doe je dat toch gewoon niet?"


Ik dacht daar over na toen ik in Zwolle uitgestapt was, een beker koffie had gescoord en deze opdronk in de ochtendzon, die net de wolken opgelost had en nu nog een beetje zijn best moest doen om me een warm gevoel te bezorgen.

"Hoezo, dan doe je dat toch gewoon niet?"


Ten eerste, het is niet altijd zo druk, dat is alleen als de NS weer eens heeft lopen schipperen met treinstellen zodat er richting het Noorden een treinstel te weinig rijdt. Ten tweede, Ik hou van fietsen. Als het ook maar een beetje weer is, begint het te kriebelen en wil ik weg, eens per weekend als het kan. Ten derde, ik wil ook wel eens ergens anders fietsen dan rondom Groningen. In dit geval wilde ik naar de Veluwe, en dan is het toch echt niet haalbaar om bij mijn voordeur te beginnen, want zelfs als zou ik bij de eerste boom voorbij Hattem meteen weer rechtsomkeer maken naar huis, dan nog ben ik 300 km bezig en ik hou heel erg van fietsen maar mijn rug, kont en drieënnegentig procent van de spieren in mijn nek pikken het niet langer en zullen aan het muiten slaan.


Wat ik doe is op zondagochtend aan een gevoel toegeven, toegeven aan die kriebel van te willen fietsen, en dan overkomt het me twee of drie keer in het jaar dat ik mezelf op zondagavond terugvindt in zo'n afgeladen trein. Maar ja, dat hoort er bij. Ik zet de iPod dan maar wat harder en ooit komen we er wel.


Zo'n mevrouw zal zo af en toe ook wel eens één of ander gevoel hebben, een kriebel. Weet ik veel wat zij leuk vind, maar ik roep gewoon wat, winkelen in Leer. Vanuit Groningen een goed uurtje rijden, en je bent lekker over de grens en je ziet weer eens wat van de wereld.


Maar dan gaat zij dus kennelijk beren op de weg zitten te verzinnen totdat haar spontane gevoel begraven is, en het niet meer hoeft, winkelen in Leer.


Ze heeft vaak genoeg gehoord hoe gezellig het is in Leer op zaterdag. Maar ze is er nog nooit geweest. Want ze heeft ook gehoord dat er laatst zakkenrollers rondliepen, en op de markt schijnen ze Nederlanders af te zetten, en van die Bratwurst kun je botulisme krijgen. En zo goedkoop is Leer echt niet hoor! En wie weet staat er op de weg terug wel file, of het gaat regenen, of je krijgt een lekke band. Stel je voor dat je dan nog in Duitsland zit, hoe moet dat dan in godsnaam met de Wegenwacht, en dekt de verzekering dat allemaal wel?


Straks zit ze in het bejaardenhuis steeds slechter ter been te wezen in haar stoel waarvan ze zich afvraagt of ze er ooit nog uit zal komen, en dan denkt misschien nog wel eens: "Had ik het nou maar één keertje gedaan, winkelen in Leer."

04 mei 2007

Betrapt

Een man morrelt aan een deur. Een grote, glimmende, welvarend groene deur. Het is niet het stereotype soort man dat je voor de geest zou halen bij het rammelen aan een deur. Het is een man die er netjes uitziet. Nette vrijetijdskleding, het grijze haar dat nog rest (bij de slapen) netjes gecoiffeerd.


Ik kijk wat verbaasd in zijn richting. Net op het moment dat ik dit doe, kijkt de man opzij, trippelt haastig het tuinpad af dat toegang gaf tot de deur, en vervolgens neemt hij al even watervlug het tuinpad van het belendende pand. Dat pand heeft precies zo'n deur. Ook een grote, glimmende, welvarend groene deur. Dit exemplaar stond op een kier.


Net voor de man de goede deur, zijn deur, naar binnen glipt, kijkt hij even schuldbewust om, naar mij. Ik moet een beetje lachen. De man nu ook, maar niet bepaald van harte.

03 mei 2007

Infrastructuur

Afgelopen weekend, toen ik mijn nieuwe tweewieler uitliet, stuitte ik op een fenomeen wat net als gezelligheid en gedoogbeleid alleen in Nederland kan. Exacter uitgedrukt, ik stuitte juist niet ergens op. Als men in het buitenland een breed water zou hebben bedwongen door het aanleggen van een tunnel, dan zou ik wel zijn gestuit. Alleen auto's zouden er doorheen hebben gemogen, de gek op de tweewieler zou zijn doorverwezen naar de eerstvolgende brug 37 kilometer verderop.


In Nederland leggen ze naast de tunnel voor auto's gewoon ook een tunnel voor fietsers. Althans, bij de Heinenoordtunnel, bekend van de Verkeersinformatie, hebben ze dat gedaan (en de Maastunnel in Rotterdam trouwens ook).

Met een bochtje draai je een stukje naar beneden en dan moet je van de fiets af. Je mag kiezen of je de roltrap neemt naar de tunnelbuis (snel, maar een beetje eng) of de lift (langzaam maar sjorren met de fiets hoeft niet, op het gevaar af dat je de kunst van loslaten plotseling onder de knie krijgt).


Naar beneden besloot ik de lift te nemen. De brede deuren zwaaiden open en een tunnelbuis lag leeg en uitnodigend voor me klaar, keurig verlicht met matzilverwit TL. Het was koud, boven 26 graden, beneden zeker niet meer dan 15. Gelukkig is het heerlijk fietsen in zo'n tunnel. Er staat namelijk geen wind. In no time reed ik tegen de 40 per uur, en waande ik me als Jules Verne 20.000 mijlen onder de zee. Hoewel, het licht aan het eind van de tunnel kwam rap dichterbij, dus misschien was het iets minder ver.



Under the sea, that's where I'll be, no talk about the rain no more, floot ik, althans de bijbehorende melodie. Tot ik een beetje door mijn adem heen raakte, want de eerste helft van de tunnel is vals plat naar beneden, maar het tweede deel dus vals plat omhoog, en dan is het opeens weer werken geblazen.


Aan het eind van de tunnel terug naar boven probeerde ik de roltrap, wat eigenlijk ook best relaxt was als je fiets stabiel hing. Ik keek om me heen naar de glazen kooi die om de trappen gebouwd was, net geen gouden kooi, maar een aardig architectonisch hoogstandje voor de beginner die nog een CV moet opbouwen voor hij het echte werk, een autotunnel, gegund krijgt.


Mijn belastingcenten worden goed besteed, dacht ik. En die van jou ook.

01 mei 2007

Recept (kokend bloed)

Voor vandaag een recept, waarmee u in zeven eenvoudige stappen een heerlijke en voedzame portie kokend bloed bereidt, het bekende gerecht voor 1 persoon dat in een wip klaar is en eigenlijk nooit mislukt.


Stap 1:

Bezoek de Albert Heijn vrij laat op de avond na Koninginnedag en Koninginnenach, zodat een horde van een paar duizend inmiddels weer ontnuchterde studenten, de schappen als een zwerm sprinkhanen heeft kaalgevreten. Alles wat vers en lekker is, is verdwenen. Het meeste van wat niet vers maar redelijk binnen te houden is, ook.


Stap 2:

Omdat driekwart van de cassières met meivakantie naar de Turkse Rivièra is, staat u als een posthume hommage aan de Communistische Heilsstaat 17 minuten in een rij. Tot overmaat van ramp heeft u geen bonus.


Stap 3:

Bij het inderhaast verlaten van de kassa, overmand door gevoelens van opluchting, zwaait u iets te opgelucht met uw volle, netjes van huis meegenomen plastic draagtas. Dit is zo ongeveer de eerste dag dit jaar dat u niet vergeten bent om van huis één van de 240 plastic draagtassen die in uw bezit zijn, mee naar de winkel mee te nemen teneinde te voorkomen dat u tot de aanschaf van draagtas nummer 241 moet overgaan.

U ondervindt waarom u die tassen sowieso nooit van z'n leven had moeten bewaren. Eén van de twee uitgebreid in windtunnels geteste hengsels breekt desondanks af, en uw draagtas met uw boodschappen valt ongegeneerd voorover op de vloer.


Stap 4:

Nadat u de uit de tas gevallen inhoud teruggeduwd hebt, uw tas van onderen hebt opgepakt, en haastig naar buiten bent gelopen, voelt u terwijl u het trapje naar beneden neemt, iets vochtigs langs uw vingers sijpelen.


Stap 5:

Uw hoop dat het gebroken potje de zilveruitjes zijn en niet de rode bieten, blijkt tevergeefs.


Stap 6:

U ontdekt aan het afgrijzen op het gezicht van een tweetal omstanders waar de aanblik van twee met rode bietensap overgoten handen en een met spetters rode bietensap bevlekte broek aan doet denken. U ontdekt bovendien hoe veel illusies u zich zou hebben mogen maken wanneer u echt onder het bloed zou hebben rondgelopen, want na die blik van afgrijzen werd het hoofd snel afgewend en werd er fluks doorgelopen.


Stap 7:

Eenmaal thuisgekomen bent u nog zowat een half uur bezig met het afwassen van uw boodschappen, het in de was gooien van uw kleren en het van uw lichaam boenen van de geur van rode bieten.


Variatietip:

Garneer uw kokend bloed met alles wat u maar kunt bedenken, maar alstublieft niet met rode bieten. Die vond u toch al niet superlekker, en na vandaag hebt u besloten dat de rodebietenindustrie het voortaan zonder u zal moeten redden.

Clicky

Clicky Web Analytics