31 juli 2007

Dottore

Nadat ik de telefoon opgenomen en de stem van de "dottore" herkende, dook ik naar de afstandsbediening om het geluid zacht te zetten. In eerste instantie drukte ik een verkeerde knop in en kreeg teletekst. Vervolgens lukte het om het opgewekte liedje achter een schoonmaakmiddelenreclame naar ver weg op de achtergrond te drukken.

"Sorry, ik kon u slecht verstaan," brulde ik in de telefoon, in zeer slecht Italiaans. Na twee jaar koersen in half Europa kon ik me in deze taal verstaanbaar maken, maar vloeiend uit mijn woorden komen lukte nog niet.


De dottore herhaalde de woorden die hij zo-even ook sprak. Ik verstond hem niet zo goed, maar één van zijn uitlatingen verstond ik uitstekend. Hij zei dat hij me kon helpen.

"U kunt me helpen," herhaalde ik opgewonden. "Hoe? Wat is uw plan?"

"Het plan bevat drie elementen," zei de dottore. "U moet goed luisteren, want ik vertel dit maar één keer."

Ik zei dat ik aan zijn lippen hing. Ik viste uit de fruitschaal die niet voor dat doel gebruikt werd een blocnote en een pen. Ik kraste de pen over het papier en vloekte toen bleek dat er geen inkt op papier kwam.

"Ik hoor dat uw Italiaans zeer vooruitgaat," sprak de dottore en hij wachtte totdat de pen wel goed schreef.

"Ten eerste: Via een andere weg dan deze telefonische weg hebben wij een emailadres afgesproken. Om deze instructies compleet te krijgen, moet u zodadelijk dat emailadres kunnen raadplegen."

"Dat kan ik inmiddels. Windows crashte natuurlijk weer eens, maar na wat gepruts heb ik dat gedoe met die emailinstellingen voor elkaar gekregen."

"Heeft u zich laten helpen met het instellen van de email?"

"Nee."

"Ook geen helpdesk gebeld?"

"Nee," knorde ik verontwaardigd. Waar zag de dottore me voor aan?

"Goed."


De dottore legde vervolgens uit dat ik na de eerstvolgende out of competition controle direct in de auto moest stappen. Hij herhaalde wel drie keer dat ik niet op het vliegtuig moest stappen. Het adres waar ik naartoe moest rijden, stond in de email. Eenmaal aangekomen zou hij meteen met de kuur starten. Eerst bloedtransfusies. Dit zou een dag of drie duren. Vervolgens moest ik nog veertien dagen een kuur volgen, tweemaal daags injecties. "En geen dag langer," benadrukte de dottore, ook weer een keer of drie. "Mocht u toch een injectie missen na veertien dagen, jammer dan."

Hij legde uit dat ik na afloop van de kuur nog een dag of tien positief zou testen bij een controle. "U barst van de bloedlichaampjes, en van de hormonen. U voelt zich ook zo. Het is wellicht zeer jammer voor uw vrouw dat ze u een maandje niet zal zien…" De lach van de dottore kraakte door de telefoonhoorn. Ik lachte braaf mee. Ik dacht terug aan vorig jaar toen ik twee weken voor de Tour de France gebeld werd door mijn ploegleider met de mededeling dat ik niet geselecteerd was. Ik dacht terug aan de zware deken die over me heen viel, het gevoel dat maanden trainen voor niks was geweest, dat mijn wereld instortte, dat het nooit wat zou worden met die wielercarrière van mij.

"Om te voorkomen dat je gecontroleerd zult worden tijdens die kuur en die tien dagen daarna, waar we voor de veiligheid veertien dagen van maken, zul je zogenaamd onvindbaar zijn…"

"Dat is al eens geprobeerd," zei ik.

"Wij doen het beter," zei de dottore. "Kijk je koopt een retourvlucht naar een zeker land, in de email staat welk land en welke luchthaven. Je reist ook naar dat land toe, maar zodra je op de luchthaven gearriveerd bent, koop je een nieuw retourticket naar een ander land, een fijn land waar ik een bungalow heb gehuurd, waar je verblijft om de kuur te volgen en verder in alle rust te trainen voor de Tour. De benodigdheden voor de kuur zijn daar aanwezig, in de email staat alles wat je verder moet weten om het spul te vinden en te gebruiken. Totdat je niet meer positief bent eet je, slaap je en je traint je suf, en zorg er alsjeblieft voor dat je daar in dat land niet door Jan en alleman gezien wordt, wil je? Aan het eind van de kuur en de trainingsstage, een maandje nadat we begonnen zijn en vermoedelijk een week of wat voor de Tour, gebruik je het tweede retourticket dat je kocht om terug te keren naar het land waar je volgens eigen zeggen lekker op vakantie was en geen email kon lezen. Dit tweede ticket spoel je door het toilet, of je verbrandt het of voor mijn part maak je er een prop van en eet je het op, maar zorg dat het onvindbaar is. Je haalt jouw originele retourticket tevoorschijn om terug te reizen naar huis en naar je vrouw en wees lief en goed voor haar als je teruggekeerd bent, zorg dat ze een flink tijdje naar een plafond kijkt."

De dottore lachte nu zo hard dat ik de hoorn wat verder bij mijn oor vandaan moest houden.

"Mochten er in een persconferentie in de Tour vervelende vragen gesteld worden, dan laat je dat ticket zien waaruit blijkt dat je inderdaad een maand hebt verbleven in dat verre wonderbaarlijke land zonder email."


"Dottore, u bent fantastisch," zei ik.

"Ik weet het, jongen" zei de dottore.

Ik begon hem omstandig te bedanken, maar hij wuifde alle dankwoorden weg.

"Oh ja nog een ding, de code op de zakjes waar de ampullen voor de kuur in zitten, zijn niet de initialen van jouw naam, maar de initialen van een best veelbelovend Spaans rennertje waar je straks in de Tour nog een hele dobber aan zult hebben."

"En in de email kan ik lezen welke initialen dit precies zijn?"

" Jij bent heel snel van begrip, mijn jongen," zei de dottore.


Nadat hij opgehangen had, rende ik naar boven, trok de klerenkast open. Als bovenste van het stapeltje wielertruien droomde ik een Gele Trui.

27 juli 2007

Wysiwyg

Het ging boven verwachting.


Natuurlijk, het begin was wat onwennig, nogal ongemakkelijk. Wat moet je wennen aan een gezicht als het zo heel anders is dan dat je het jezelf hebt voorgesteld. En dat niet alleen, ook de toon van jouw stem bleek anders, jouw bewegingen, de kleren die je droeg, wat aan de nette, tuttige kant voor iemand die in haar profiel beweerde dat ze zonder opsmuk was, WYSIWYG.

Ik waagde zelfs een grapje aan jouw kleren, maar de wegglijdende glimlach op jouw gezicht bewees dat dit een tactische blunder was. Gelukkig herstelde ik mezelf goed door de Mike & Thomas show ter sprake te brengen. Even later speelden we als hun stand in samen de meest recente aflevering na alsof we een duo waren dat al jaren op elkaar ingespeeld was.


Je bent anders dan in mijn fantasie, maar niet slechter, dacht ik een tijdje later heimelijk, toen er achteloos een paar biertjes langsgekomen waren, jouw glas steeds net wat eerder leeg dan dat van mij, wat niet helemaal conform rollenpatroon leek. Achteloos praatten we verder, net zo moeiteloos als dat we voor deze eerste ontmoeting in levenden lijve gemaild hadden. Spontane, natuurlijke afwisseling tussen gebabbel en diepere gedachten. Hoe kon ik een zin beginnen met een kwinkslag en eindigen met een zielenroersel. En hoe kon jij die zin moeiteloos begrijpen.


Ik had hem geknepen bij het vooruitzicht dat het strijdtoneel ging veranderen, van mailen wat helemaal mijn terrein was, naar praten wat dan hopelijk het hare zou blijken te zijn. Maar het ging best aardig. Het ging goed. Het ging gewoon vanzelf.


We aten en praatten en allebei werden we uiteindelijk wat hangerig. Onze ogen zochten doelloos rond om steeds opnieuw elkaar te vinden. Er was chemie. Geen twijfel mogelijk dat er chemie was. Gelukkig bleek er toen ook weer gespreksstof te zijn en blij gaven we samen gas. Was deze avond het begin van andere en misschien wel betere tijden, dacht ik, terwijl ik terloops jouw prettig bolle wangen rood zag worden, jouw ogen zag schitteren.


Even een time-out op de WC en nadenken over een naderend nijpend probleem, want straks als ik terug bij je kwam, zouden we onze jas pakken en naar buiten gaan. En dan? Zou ik zeggen dat het een vreselijk gezellige avond was geweest of zou ik proberen jou zoenen of zou ik om tijd en moed te winnen een vervolgkroeg voorstellen?


Het werd de vervolgkroeg, maar halverwege op een stille straat die zich vernauwde voordat we bij de brug zouden komen, was jij degene die zei dat deze avond jouw stoutste verwachting overtrof. En je wierp de vraag op of het verstandig en fatsoenlijk was om tijdens een eerste ontmoeting te zoenen. "Nee natuurlijk niet," zei ik, nadat ik het gedaan had. Ik zag je lachen en voelde mezelf waggelen van de drank maar ook licht als een veertje opstijgen van verliefdheid.


"En moet je het bij zoenen laten? Als je allebei meteen seks wilt, is er dan een reden waarom je het uit zou stellen?"

We waren op de brug, waar we met onze armen om elkaars lichaam heen om elkaar heen draaiden. Ik waagde een roekeloos royale greep in jouw kont totdat ik onzacht met de brugleuning in aanraking maakt en jij van de gelegenheid misbruik maakte jouw lijf aan mij op te dringen.

"Wil jij echt dat we samen naar huis gaan?" vroeg ik een beetje ongelovig. Ik keek jou aan en pakte jou vast bij jouw hoofd, zodat ik in die twinkelende ogen jouw levenslust zag, in de lichtjes van de in jouw ogen weerkaatsende zwoele nacht het bevestigende antwoord zou lezen.


Jij deed mij na, pakte mijn hoofd bij mijn kruin stevig vast, schudde mijn hoofd heen en weer. Geschrokken keek ik om en keek haar na. Een volle bos, lekker dik en fijn blond, dreef langzaam weg in het donkere water van de gracht, zonder haast te hebben met wegzinken onder het wateroppervlak. Terwijl ik de wind vervelend koel op mijn bij toverslag bijna kale hoofd voelde, reikte ik met mijn hand over de leuning, maar mijn haar was onbereikbaar ver weg. Best zonde, want voor mijn haar had ik duur moeten betalen.


Ik keek om. Ik zag jou op veilige afstand van mij verwijderd tegenover me staan met jouw handen voor jouw mond, je ogen geschrokken. Ik liet mijn ogen smeken en breidde mijn armen uit, maar jouw reactie was nog verder achteruit lopen. Je schudde jouw hoofd, eerst nee en toen ja. Steeds sneller schudde jouw hoofd.


Even later keek ik weer haar na.

26 juli 2007

Mooi Mexico

Ik was vandaag in Mexico:


Is het niet prachtig, daar in Mexico?

22 juli 2007

Nou dag dan maar

Onder de zware donkere overkapping van het station stonden we droog. Onze regenjassen waren kletsnat. Toen we elkaar aanraakten voelden we kil plastic de afstand tussen ons symboliseren die er straks zou zijn als de trein kwam om haar van mij weg te voeren. We ritsten elkaars jas los en voelden dat we ook daaronder nat geworden waren. We lachten iets te uitbundig om dit onbenullige feit. Vervolgens zaten we aan elkaar, hingen we aan elkaar, klampten we ons aan elkaar vast. Veel zeiden we niet. We keken elkaar aan en als we dit iets te idioot lang gedaan hadden, keken we om ons heen. Het was stil op het perron. Bij de rookzuil twee mannen in donkere jassen, een paar schoolmeisjes giebelend in het wachthok, op de banken een meisje met MP3-dopjes in haar oren die hooghartig rondkeek, en een bejaarde mevrouw die hetzelfde deed maar dan mismoedig.


Mismoedig, dat was de sfeer ten voeten uit.

"Je kunt nog wat drinken, koffie of zo?"

Na een paar minuten van niet zo goed weten wat je wilde – wat had ik me vaak geërgerd aan jouw besluiteloosheid zonder dat daar tijd voor was – ging ik voor jou een kopje chocola halen bij de kiosk. Het meisje achter de kassa dat de uren aftelde dat ze nog dienst had, schudde verveeld nee en ik schreeuwde achterom "Dat hebben ze niet".

"Toch maar koffie dan?"


Je schudde nee. Terwijl ik naar je terugliep, leek je klein op dat grote perron, een nietig mensje verloren op een onafzienbare vlakte stoeptegels. Breekbaar leek je ook. Zelfs in jouw vermomming van verzopen kat viel ik nog steeds op jou. Ik veegde een paar natte blonde haren bij je wenkbrauwen vandaan en jij zag dat ik naar jou keek op een anders dan terloopse manier. Je werd er onrustig van, maar besloot te lachen. Weer hield ik jou vast en jij mij en aan de ene kant speelde ik met de gedachte je te blijven vasthouden, ook als die verdomde trein kwam, maar aan de andere kant vroeg ik me ongeduldig af wanneer die verdomde trein zou komen, want het afscheid moest er toch komen en dan hadden we deze ellende maar gehad.

"Misschien wil ik toch wel koffie…"


Ik kon een zucht niet onderdrukken. Ik zag je wat spottend glimlachen. Ik maakte me los van jou om wederom de tocht naar de kiosk te ondernemen, maar toen ik langs het perron liep en langs de spoorrails in de verte kon kijken zag ik iets geels opdoemen in de regen.


"Je bent te laat," zei ik toen ik terug bij je was. De trein daverde langs om mijn woorden kracht bij te zetten. Ik pakte jou weer vast en hield je steviger vast dan ooit. Ik zag jouw ogen droeviger worden. Je bood weerstand en leek te willen testen hoe hardnekkig ik je zou blijven vasthouden, testen of ik je vrij zou laten als je dat van me eiste. Ik liet je vrij. Je raapte jouw grote tas op. Zelfs al woon je 10 jaar in één stad, dan nog past alles wat je echt nodig hebt in één tas. Ik vroeg me af of je straks nog zou denken aan al die dingetjes die je eigenlijk ook mee wilde nemen, maar die je op mijn aanraden toch maar had weggegooid.


Toen jouw tas binnen was, en jij ook bijna, grepen we elkaar voor het laatst. "Nou dag dan maar," zei je. Ik zocht je lippen en zoende je alsof dit de laatste keer was dat we elkaar zouden zien. Iets in mijn achterhoofd zei dat dit ook zo was, maar ik duwde die gedachte weg, want ik wilde niet gaan janken.


De fluit van de conducteur snerpte over de tegelvlakte. Ik deed één stap terug en jij stapte naar binnen. Je zwaaide.

"Dag," zei ik en zwaaide ook, en we zeiden "dag" tegen elkaar, op een steeds hogere en schrillere toon tot de deur dichtging. Het raam waardoor ik de laatste glimp van jou zag was nog smaller dan jezelf en beslagen van de regen. Een rode vlaag plastic schoof langzaam uit beeld. Ik keek jou niet na, maar had het gevoel dat jij jouw neus op het ruitje zou drukken om me te blijven zien.

Ik keek voor me en zag het geel van de trein aan mijn oog voorbij trekken. Vervolgens keek ik nog een hele tijd naar rails en regen.

Knoop het in je zakdoek

Het is hopeloos.


Verjaardagen vergeet ik zo vaak. Gelukkig dat ik niet getrouwd ben, want dan moet ik de datum in mijn agenda zetten om nog een klein kansje te maken hem niet te vergeten. In mijn agenda kijken, dat vergeet ik net zo vaak als verjaardagen. Ik zei het al, het is hopeloos. Als boze woorden of bedekte toespelingen of zacht verwijtende, stil verdrietige blikken mijn herinnering geen handje helpen, dan kan het hele feit zelfs onopgemerkt voorbij gaan en dan denk ik bijvoorbeeld in juli "Was hij of zij niet ergens in mei jarig" en dan blijkt het april te zijn.


Mensen die een weblog hebben wijden meestal een postje aan het feit dat hun webplek één dan wel twee dan wel misschien echt lang bestaat. Kaarsje op de taart, goed voornemen erbij en ook in het komende jaar zal ik blijven loggen hoor.


Nou, je raadt het al, denk ik….


Hoera hoera, vandaag bestaat dit log 1 jaar en 3 weken!!!

20 juli 2007

Spade

Ik ben geen dichter. Ik heb het wel eens geprobeerd toen ik jong en onbezonnen was, maar ik hield niet van het keurslijf waarin rijm en strofen mijn woorden dwongen. Een goede definitie van dichten vind ik "Alles zeggen in één woord en als het kan nog minder". Maar ik lul dus te veel.


Om een indruk te geven hoe goed de beslissing was om het dichten uitsluitend nog te beoefenen met Alabastine, plamuurmes en een bakje water, citeer ik mijn allerbeste gedicht:


De dichter is als een opener.

In beide gevallen borrelt iets op waar je van gaat drinken.


Ik ontmoette afgelopen nacht een dichter. We waren aan het bridgen in een café en aan de bar zat een grote vent in zwarte kleren, met zwarte haren en een gezicht dat lachte alsof er in dat dikke hoofd geen ruimte was voor ook maar één kwade gedachte. Hij kende het spel bridge op een manier zoals wel meer mensen, de negatieve manier. Zijn ouders bridgden vroeger en wel zo fanatiek dat hij er zelf nu niks meer van moest hebben. Maar hij vond het wel leuk om een hele kroeg overvallen te zien worden door bridgers.


Deze man heeft de muze ontdekt en hij noemt zichzelf "spade". Ik zei "speet" op z'n Engels, mede omdat we het net over bridgen hadden gehad, maar ik moest het op z'n Hollands uitspreken. Het is ook nog een acroniem, dat spade, maar helaas ben ik vanwege de drank die in de man was, vergeten waarvoor het staat.

"Dat komt goed uit," zei ik. "Want ik heb ook de muze ontdekt."


Maar nee, Internet moest ie niks van hebben. Hij maakte gedichten op bierviltjes. Ik vond zijn stem zo prettig vorstelijk klinken, dus ik vroeg of hij zijn gedichten ook voordroeg, en binnenkort gaat hij inderdaad ergens gedichten declameren. Ik zou er wel bij willen zijn. Ik zie die grote lachende kerel al staan, in een klein zaaltje, het liefst een kroeg of bruin lokaal. Iemand kondigt hem aan, het geroezemoes valt welwillend weg, en voordat het onverschillig weer aanzwelt, zet die man zijn stem als een klok op, en bestookt de verbaasde menigte met een klankgedicht als een mitrailleursalvo.


Spade heeft een gedicht op mijn naam gemaakt. Hij heeft het ook aan me voorgelezen, helaas vrij zachtjes, dus het gevoel embedded te zijn in Uruzgan bleef uit.

Als dank schrijf ik zijn gedicht over het bierviltje over en bezorg daarmee Spade zijn debuut op Internet:


Já, ja, die kan ja, die gaat ja, die komt ja, die doet ja, die Sjaak ja, die troeft ja, en slaat ja, die slemt en plempt en lacht ja, die Sjaak, JA!!

17 juli 2007

Nieuws van de dag

Het nieuws van de dag was dat bij de eerste dag van de Vierdaagse gelukkig niemand bezweken was onder de hitte.


Nu heb ik bij 20 graden laatst ook een stuk gelopen. Best wel een ver stuk, dus ik kreeg overal last van. Ik kreeg ook een blaar. Maar bezwijken aan de hitte wilde helaas totaal niet lukken bij deze subsubsubtropische temperaturen.


Ik weet dat het komkommertijd is. Maar zelfs non-nieuws mag toch nog wel ietsie pietsie ergens op slaan?

13 juli 2007

10 mooie liedjes uit... 1968

Jimi Hendrix – All Along The Watchtower om rond te springen in je kamer en luchtgitaar te spelen, hoewel dat stom is maar soms moet stom gewoon even. Janis Joplin – Piece Of My Heart voor meebrullen.

Van Morrison – The Way Young Lovers Do voor als je op roze wolken van verliefdheid vertoeft, maar Creedence Clearwater Revival – I Put A Spell On You als de realiteit weer eens heeft toegeslagen.

Rolling Stones – No Expectations voor als je echt niet meer ziet en buiten zijn de ramen beslagen van dagenlange regen. The Kinks – Days voor de dag dat je er klaar mee bent en buiten breekt de zon door.

Leonard Cohen – Suzanne voor older, wiser, sadder.

The Beatles – I'm So Tired voor lamlendigheid die eigenlijk wel even lekker voelt, Pink Floyd – See Saw voor als je geen paddo's wilt proberen maar toch geestverruiming zoekt.

Tenslotte voor dat moment dat het rustig en goed is, en het zelfs niet uitmaakt dat zo'n moment ook weer voorbij gaat: Otis Redding – (Sittin' On) The Dock Of The Bay.

10 juli 2007

De kaartautomaat

Als je vijf minuten voordat een trein vertrekt van een groot station op het station arriveert, dan haal je de trein, ook als je nog een kaartje moet kopen.


Zo niet op het stationnetje van Schin Op Geul. Een pittoresk plaatsje, een pittoresk station en één pittoreske kaartautomaat. Een pittoresk echtpaar staat ervoor en de staat van verwarring waarin zowel ega als eega verkeren, doet vermoeden dat zij niet zo handig zijn met een kaartautomaat.


Zo moeilijk is zo'n apparaat toch niet, zelfs die oude modelletjes niet. Bedenk zelf welke variabelen nodig zijn om een treinkaartje aan te schaffen. Weten waar je heen wilt is de eerste vereiste. Nu, dat wist het echtpaar dan nog wel, maar om het apparaat duidelijk te maken waar je heen wilt, moet je op een grote lijst met Nederlandse plaatsnamen – wel fijn op alfabet gesorteerd - de viercijferige code opzoeken en deze intikken. Moeilijk misschien, maar gemakkelijker dan de geldautomaat, want daar moet je zelf maar zien te verzinnen welke viercijferige code je ook al weer moet invoeren.


Dat intikken van die code ging niet zo. Althans, het echtpaar had behalve die code ook allerlei andere knopjes ingedrukt en inmiddels wilde het apparaat een pinpas hebben ten einde een enkeltje Valkenburg af te rekenen. Alles zou okee geweest kunnen zijn, ware het niet dat het echtpaar een retourtje naar Heerlen wilde. Het ware probleem was dat het echtpaar dus niet wist waar de annuleerknop zat, cq. er geen idee van had dat je de stappen die je vooruit gezet had in zo'n automaat ook best weer terug kon zetten als je maar wilt en zo lang je nog niet betaald hebt.


Uit welbegrepen eigenbelang, want ik wilde heel graag een kaartje voor de trein naar Maastricht, die inmiddels over vier minuten in plaats van vijf minuten zou vertrekken, heb ik geprobeerd de mensen te helpen. Het was even praten als Brugman voor ik toegang kreeg tot een toetsenbord en omdat ik die automaten wel vaak gebruik ging het vervolgens van klik-klak-klik…

"Wat doet u nou allemaal, meneer?"

"Een retourtje Heerlen bestellen, tweede klas, dat wilt u toch? En we moeten een beetje opschieten, want hierna moet ik nog een retourtje bestellen, twee tegelijk gaat niet op die oude modellen, en dan…"


Naar Heerlen wilden ze. Tweede klas wilden ze ook. Opschieten wilden ze niet. Nu ik toch bezig was, wilden ze dat ik hen alle ins en outs van het wonderbaarlijke machien uitlegde, maar daar had ik geen tijd voor, want inmiddels ging de trein naar Maastricht over drie minuten. Het zou ook goed geweest zijn als ik mijn Superman-cape had aangetrokken en de wereld bevrijd had van alle onbegrijpelijke vormen van automatisering om er een mooi loket met een kaartjesverkoper van vlees en bloed voor terug te zetten. Maar ik was op vakantie en had mijn cape vergeten in te pakken.


Inmiddels werden mij alle avonturen die het echtpaar beleefd had met de automaat en haar duivelse knopjes opgedist, maar ik wilde liever een pinpas van hen zien en een kaartje afrekenen. Maar mij zomaar hun pinpas geven ging natuurlijk niet, want wie weet dat ik er pardoes mee weg zou rennen. Dus deed ik maar een stap opzij, liet meneer bij de automaat en wees hem de weg naar de gleuf.

"U moet de kaart er recht voor houden, meneer."

Haastige blik, maar het spoor was en bleef vooralsnog leeg.


De kaart was inmiddels door de automaat opgezogen en ik had verteld dat meneer nu de pincode moest intoetsen en ik had discreet een grote stap opzij gezet zodat ik onmogelijk per ongeluk de toetsaanslagen mee zou kunnen lezen. De lange fijne vingers met de grote grove knokkels aarzelden. Meneer vroeg aan mevrouw wat de pincode ook al weer was. Is het zwieze36zwieze?


"Wij gebruiken hem niet zo vaak," zei mevrouw met een verontschuldigende glimlach achterom en inmiddels lichtelijk tandenknarsend slikte ik het antwoord "Ja dat kan ik zien" in. Alsmaar heviger bevende vingers vonden alsmaar langzamer de juiste cijfertjes op het toetsenbord.

"Hij zal toch niet opnieuw de stationscode van Heerlen invoeren," dacht ik nog.


Het goede nieuws dat de automaat het pasje gewillig teruggegeven en was gaan ratelen tijdens het printen van een treinkaartje. Het slechte nieuws was dat het echtpaar nog een kaartje moest hebben. Het nog slechtere nieuws was dat de trein naar Maastricht er inmiddels aan kwam. Ik overwoog nog even om zonder kaartje op te stappen, want die keer of wat dat ik inmiddels dit treintje genomen had, was het aantal controles 0 geweest.

Toch maar niet. Het hoort niet. Veel zin om op deze toch al allesbehalve zonnige vakantiedag tegen vliegende controleurs aan te lopen om voor het oog van gniffelende Limburgers te worden bekeurd als zwartrijder, had ik niet.

"Heeft u dan misschien een legitimatiebewijs bij zich?" hoorde ik de controleur al vragen.

"Eeeh.."


Dan maar een half uur wachten. Ik keek naar de 0 mensen die uitstapten en de 10 mensen die instapten terwijl ik waar nodig consult verleende bij het bestellen van het tweede kaartje. Drie à vier minuten was het echtpaar dan toch twee retourtjes Heerlen rijker. Ik werd hartelijk en uiteraard omstandig bedankt voor de bewezen diensten. Op hun elvendertigst zette het echtpaar koers naar het perron voor de trein naar Heerlen, die ze nog gemakkelijk gingen halen. Ik reageerde mijn onderdrukte agressie af op de toetsen van de aftandse kaartautomaat. In 32 seconden had ik mijn retourtje Maastricht uit de automaat. Toen ik – ook op mijn elvendertigst – koers zette naar mijn perron, vloekte ik binnensmonds dat Veolia het niet in z'n hoofd moest halen me deze keer niet te controleren.


Dat haalde Veolia natuurlijk wel in z'n hoofd.

06 juli 2007

Het roze jasje

Eva controleerde nog even of de kinderen warm genoeg aangekleed waren en of ze hun portemonnee mee hadden met wat zakgeld erin en het telefoonnummer van thuis. Ook wierp ze een scherpe blik op haar ex-man, die er redelijk aangekleed bij liep, redelijk helder uit zijn ogen keek. Kennelijk was het waar wat haar ex-schoonmoeder beweerde, dat hij veel minder dronk en dat er weer structuur in zijn leven zat.


"Nou, veel plezier dan," zei ze bij het zoenen. Tegen Frits die zo stuurs kon doen zei ze dat hij lief en aardig moet proberen te zijn voor zijn papa. Ze hield hem tegen na zijn vluchtige veeg op haar wang om nog even zijn haren te fatsoeneren.

"Wanneer breng je hen terug?" vroeg ze aan Jerôme. "Je weet dat ze uiterlijk acht uur op bed moeten."

"Oh, dat komt goed," zei Jerôme. Dat zei hij altijd. Ook als het niet goed kwam. Wat vaak zo was…


Ze keek hem scherp aan, maar vervolgens verzachtte haar blik. Ze lachte zelfs een beetje. Hij lachte naar haar terug. Hij zag er echt best goed uit. Redelijk verzorgd. Ouder misschien, maar net zo knap als toen ze elkaar ontmoetten. In welke eeuw was dat ook al weer?

"Okee," zei ze zacht tegen Jerôme, zonder cynisme.

"Ik denk een uur of zeven," zei die op zijn beurt, want hij wist hoe ze hechtte aan duidelijke afspraken. "Maar heel misschien wordt het een kwartiertje later…"

"Goed," suste Eva. "Dat is goed." Ze lachte breder tegen hem dan ze in jaren gedaan had.


Ze keek haar zoon en dochter na terwijl ze aan de hand van papa naar zijn auto huppelden (nog steeds die oude rammelkast waar ze niet van begreep hoe die nog door de APK kon komen). Wat stond dat nieuwe roze jasje Dieneke toch leuk, met bijpassende roze laarsjes die gelukkig net niet in de plas trapten bij het instappen. Eva zwaaide. Ze bleef zwaaien totdat de auto met licht walmende uitlaat de hoek omgeslagen was.


Een echtpaar zat op een terras van een stad waar ze een dagje toerist waren. Met het karige Frans wat nog van school was blijven hangen, was het hen gelukt om koffie te bestellen met een broodje erbij waarvan de naam mysterieus was en de precieze ingrediënten onduidelijk, maar toen het bord werd opgediend bleek het gelukkig gewoon een broodje kipkerrie met salade erbij te zijn. Nu ze klaar waren met eten, zaten ze tevreden mensen te kijken en stoorde het hen niet dat ze op elkaar uitgekeken waren.


Opeens kwam een man het terras op, met aan zijn hand een meisje in een roze jasje. De man begon met een zielig gezicht en zielige ogen in rap Frans woorden te spreken die zielig klonken. Het echtpaar zette niet-begrijpende blikken op. De man wees naar het meisje. Mevrouw keek vertederd naar het poepie met die leuke vlechtjes in haar blonde haren.

"Het is een bedelaar, Katrien," zei haar man. "Hij wil geld."

"Wat een leuk meisje," zei Katrien. Ze lachte naar haar, wenkte haar en merkte niet dat haar vader, die bedelaar, het meisje aanmoedigde om te komen. Het meisje stond er wat verlegen maar niet onwelwillend bij terwijl ze toegesproken en aangehaald werd.

"Het is een truc," hoorde Katrien rechts van haar. "Met dat meisje probeert hij medelijden op te wekken. Hij wil dat je hem geld geeft."

Katrien keek op naar de bedelaar. Hij was wat ongeschoren, maar verder zag hij er redelijk toonbaar uit. Niet onknap trouwens.

"We kunnen hem toch wel wat geven?"


Katrien probeerde de bedelaar te vragen of hij de vader van het meisje was, maar hij begreep haar fragmentarische Frans niet. Hij keek haar vervolgens ontroostbaar aan en hield zijn hand op. Ze keek naar het meisje en ze voelde zichzelf opnieuw smelten. "Niet, Frank?"

"Je geeft hem maar wat van je eigen zakgeld," smaalde Frank.

"Ach," zei ze. Ze trok haar portemonnee. Ze begon muntjes op te vissen. Elke keer als ze weer naar het meisje keek – die leuke laarsjes! – diepte ze meer muntjes op.

"Je wordt belááázerd," zong Frank nog een keer, "Zie je niet dat het meisje gewoon nieuwe kleren aanheeft".

"Ach jij ook altijd," bitste Katrien, en ze gaf het meisje misschien nog wel meer dan dat ze straks voor haar broodje kipkerrie met sla zou moeten betalen. Het meisje kneep haar vuistje dicht terwijl ze het geld ontving en sprak toen woorden die Katrien begreep: "Merci, madame. Merci beaucoup."

De bedelaar zei ook nog wat, vermoedelijk iets in de trant dat als er meer mensen als zij zouden zijn op deze wereld, dat de toekomst er dan een stuk zonniger uit zou zien.


Hij pakte de hand van zijn dochter, keek nog eens goed of het geld veilig in haar knuistje zat, en wandelde met haar naar de overkant van de straat, naar een roestige auto. Naast de auto bij de stoeprand zat een jongetje met een brandweerauto te spelen. Het jongetje pakte zijn speelgoed op en ging mee de roestige auto in.

"Je bent gek," zei Frank inmiddels voor de derde keer.

"Het is toch gewoon zielig," zei Katrien. Ze keek niet meer naar haar man. Ze keek weer mensen. Frank meende verderop de man en het meisje weer te zien, op het grote plein waar een hele rij terrassen waren. Haar roze jasje was van verre te herkennen. Hij dacht er over om iets honends te zeggen, maar wist dat hij van Katrien toch alleen maar een dodelijk blik zou krijgen.


De vrolijke jongen die hen bediend had, bracht de rekening, en presenteerde die in krom maar goed geprobeerd Nederlands. Katrien vouwde het papiertje open. Fronsend rekende ze even.

" 40 cent is volgens mij genoeg fooi," zei ze.

01 juli 2007

Ben je soms naar de kapper geweest?

Luik, beter Liège, want Nederlands spreken doen ze daar alleen als men in de horeca werkt en jij jouw portemonnee hebt laten zien, is een stad die ligt in het dal van de Maas. Dat dal is niet breed, dus aan de rand van het Centrum loopt het onmiddellijk steil omhoog.

Via een zigzagtrap door een bos was ik omhoog geklommen naar iets wat ze de Citadel noemen. Die bestaat uit de ruïnes van een oud verdedigingswerk, en op het binnenterrein is het één of andere moderne gebouw neergezet, stijl crisisjaren, een pand waarbij vergeleken de beruchte Zwarte Madonna een zangeresje van lieve zoete liedjes is.

Voorbij dit gedrocht, en voorbij een oorlogsmonument en een prachtig zicht op een stad die verder nogal lelijk is, stond ik vervolgens oog in oog met deze imposante afdaling:


Ik moest meteen aan Wenz denken, die laatst van de trap gevallen is. Nou Wenz, wees blij dat het deze trap niet was.

Een beetje voorzichtig liep ik naar beneden, want ik dacht ook aan één van de gevleugelde kreten die mijn moeder er vroeger uitgooide "Als je van de trap valt, dan ben je snel beneden".
Een waarheid als een koe, waarvan nut en noodzaak mij altijd enigszins duister is gebleven, want als je uit een vliegtuig springt en de parachute wil niet open, dan ben je ook best snel beneden, maar daar hoorde je mijn moeder dan weer nooit over.

Hoe dan ook, ik bereikte ongedeerd en een beetje moe het einde van het gevaarte. Ik keek nog even omhoog:


Ik kreeg bijna plannen om in een Nederlandse stad een heuvel op te spuiten hoog genoeg om ook zo'n mooie trap naar boven te kunnen bouwen. Maar nee, doe maar niet, ik zie de Kamervragen nadat alles eindelijk eens af is, en vijf keer over het budget gegaan, al weer gesteld worden.

En soms moeten mooie dingen uit noodzaak geboren worden.

Watervlug in Valkenburg

Ik was vorige week (onder andere) weer eens in Valkenburg, de afwerkplek voor toeristen in Zuid-Limburg.

Wat is er te doen in Valkenburg?


In Valkenburg kun je een ruïne bezoeken en een paar grotten. De ruïne is wel leuk, maar na een uur ben je er ook wel weer klaar mee. De grotten zijn ook wel leuk, als je er van houdt tenminste, want ik voel me naar daar onder die grond. Ik hou niet van plaatsen waar het structureel koud is en waar je licht mee moet nemen om iets te zien, en als de gids weg zou hollen met dat licht, dan weet je niet meer waar je bent en kom je zonder hulp nooit meer boven. Je enige kans is in dat geval teruggevonden worden. Gelukkig is die kans dan weer tamelijk groot met rondleidingen de hele dag door.

Valkenburg ligt ook aan de Geul, best een gezellig klotsend riviertje, maar zo ontzettend lang spannend blijft het kijken naar een wat bochtig slootje waarin het water stroomt in plaats van stilstaat, nou ook weer niet.


Voor de rest is Valkenburg één straat met eet- en drinktenten en souvenirwinkels volgeladen met snuisterijen van het schrijnendste soort. De rood-wit-blauw geschilderde klompen zijn misschien een leuk integreerideetje voor Wilders.


Valkenburg is ook een fietsmekka, en dat is natuurlijk de reden dat ik er was. Het is een ideale uitvalbasis voor de sportievere fietstocht, want de omgeving is prachtig en het parkoers selectief. Omdat ik normaal alleen maar vlakke wegen tegenkom – een enkel dijkje of viaduct daargelaten – vind ik het heerlijk om eens een hele dag op en af te moeten, soms steil, vaker vals plat omhoog of omlaag, maar dan wel voortdurend vals plat. Als je op de fiets naar Valkenburg gaat, val je het dorp letterlijk binnen en als je op de fiets Valkenburg verlaat, maakt het weinig uit in welke richting, je krijgt altijd wel een steile klim voor de kiezen. De Cauberg is bekend, maar als je bijvoorbeeld nietsvermoedend in de richting van Arensgenhout gaat - waarom je daar heen zou willen weet ik ook niet, maar je moet toch wat – dan mag je na een stukje vlak langs het spoor een bochtje om, en ongeveer net zo zwaar de beugels in als wanneer je de Cauberg opgaat.

Ik ging dus op de fiets het Zuid-Limburgse heuvelland in, en dan aan het eind van de dag lekker eten en drinken in Valkenburg.


Toen ik voor het eerst in Valkenburg was, heb ik de fout gemaakt om een dag niet te fietsen. Met andere woorden, Valkenburg verkennen. Na de ruïne, de grotten en vijf keer die ene straat op en neer, inclusief koffie en lunch, was ik diep depressief geworden en nam ik een goed ding aan Valkenburg wat ik nog niet genoemd heb, namelijk de trein naar Maastricht.


Maar er zijn dus mensen die drie of vijf of zeven dagen lang Valkenburg geboekt hebben, en dan banjer je dus een hele week lang dat ene straatje op en neer. Toen ik vanaf een terrasje mensen zat te kijken in Valkenburg, viel mij op hoe veel van die mensen slecht ter been lijken te zijn. Van elke groep van vier, maakt niet uit of het jonge of oude mensen zijn, is er minstens één bij die in plaats van loopt, waggelt, schommelt, hobbelt, boemelt, trekkebeent, zwalkt, niet vooruit te branden is, ondersteund moet worden, slingert, zwabbert, laveert, kapseist, gevaarlijk overhelt, loopt te hinkepinken.

In Valkenburg banjert een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking rond, dus ik heb het niet over alleen maar stokoude mensen, of mensen van wie de kont alleen al een te hoge BMI veroorzaakt. En dat straatje waar ik het over heb, ligt gewoon vlak en het is ook niet langer dan een gemiddelde winkelstraat.


Zou het zo zijn dat het Nederlandse volk de volgende (waggelende, schommelende etc.) stap in de evolutie aan het zetten is? Door het stelselmatige autogebruik begint een gedeelte van de mensen, de voortrekkers, de mensen die zelfs de auto nemen als de hond uitgelaten moet worden, de beenfunctie te verliezen. Bruikbare functies van het been zijn gas geven, remmen, koppelen en ontkoppelen. Overige functies zijn onderhand overbodig en kunnen dus afgestoten worden.

Of heb ik gemist dat er in Valkenburg een Nederlandse vestiging van de Ministry of Silly Walks is?


Misschien moet de minister van Volksgezondheid ook maar eens een midweekje Valkenburg komen doen.

Clicky

Clicky Web Analytics