28 september 2007

De etalage

Ze had zich in het hoekje van het donkerbruine café genesteld, knus op de bank bij het raam waar buiten op de in het licht van de straatlantaarns glimmende kasseien groepjes studenten zich naar hun stamkroeg begaven. Ze keek bij het raam vandaan de kroeg in, waar het publiek wat ouder was, wat meer van haar leeftijd. Het was gezellig druk. Kennissen leerden elkaar beter kennen. Mensen zagen hun vrienden. Een verliefd stel tegenover haar zag alleen elkaar.


De man met wie ze negen jaar samen was geweest was nu negen maanden weg. Het was misschien voor het eerst sinds die gebeurtenis met alle verwikkelingen die dit met zich had meegebracht dat ze weer met enige belangstelling om zich heen keek, een beetje verwachtingsvol. Niet onwelwillend kruisten haar ogen een seconde of twee die van een lange vlotte vent met een open, rood gezicht. Keek hij ook naar haar? De glimlach op het gezicht van de man werd breder en richtte zich geheel op zijn vriendin terugkwam van de WC. Geamuseerd maar zichzelf diep van binnen betrappend op enige teleurstelling, dwaalden haar ogen weer naar het raam en weer naar buiten.

Plotseling werden ze groot. Want buiten stond een man. Pal tegenover het raam stond een man door het raam het café binnen te kijken. Of liever gezegd, hij zat naar haar kijken. Meteen zat ze niet meer op haar gemak. Ze wipte heen en weer op de bank, boog zich voorover, nipte van haar kleurige drankje, sloeg vervolgens de laatste grote slok zenuwachtig achterover. Ze loerde opzij maar nog steeds stond die man daar, in een verschoten jas, met een grijze, trouwens niet zo lang geleden bijgeknipte baard. Een zwerver die geld wilde. Hoewel, de ogen waarmee hij zojuist naar haar keek hadden er de schijn van iets heel anders te willen. Nu lachte hij. Hij zwaaide zelfs. En nadat zij, aarzelend en zeker niet toeschietelijk, haar hand ook even op en neer had laten zwaaien in de lucht, zette die man koers naar de voordeur van de café.


Even later stond hij tot haar ontzetting tegenover haar. Terwijl zij haar hand voor haar mond sloeg, nam hij zijn pet af.

"Ik zag u en ik dacht ik wil een biertje met u drinken," zei hij. "Mag ik tegenover u komen zitten?"

Ik dacht het niet, dacht ze, maar ze hoorde zichzelf onzeker en weifelig zeggen: "Nou even dan." Wat een belachelijk antwoord, dacht ze, terwijl ze naar alles keek behalve naar die man, totdat ze zich realiseerde dat hij haar inmiddels drie keer had gevraagd wat ze wilde drinken. Ze wees op haar glas.

"Dat,"

"Wat is dat?"

"Eerlijk gezegd ben ik vergeten hoe het heet."


Hij nam het glas, sprak de man achter de bar aan en was binnen dertig seconden dikke vrienden met hem. Ze sloeg hem verbaasd gade, beduusd van hem, langzaam maar zeker ook wel een beetje onder de indruk van hem. Maar toen hij weer tegenover haar zat, zat ze allesbehalve op haar gemak en leek het van het grootste belang elke zweem van interesse of belangstelling voor hem niet te laten merken. Het ergste was dat hij zweeg, haar alleen maar aankeek, niet op een vervelende manier, maar wel op een iets te geïnteresseerde manier, met te weinig respect voor territoriumgrenzen.

"Heeft u wel geld?" vroeg ze, en ze bloosde vanwege haar eigen brutaliteit.

"Nee," zei de man. "Maar dat heeft u gelukkig."

Ze keek hem aan. Maakte hij een grap? Het leek er niet op.

"U heeft echt geen geld?"

"Nee."

"Dus dit is uw truc? Uzelf uitnodigen bij mensen…"

"Vrouwen," corrigeerde de zwerver.

"… Vrouwen en dan uzelf laten tracteren."

"Ik noem het geen truc," zei de zwerver. "Mijn interesse in u is oprecht. Maar mag ik jij zeggen?"


"Nee," zei ze venijnig, maar tien minuten later, toen er een nogal vreemd, maar ook wel grappig gesprek op gang gekomen was, zei ze ja. Ze knikte vaker dan dat ze nee schudde en steeds breder werd haar lach, die ook steeds meer geluid gaf. Hij bestelde op haar kosten nog een keer en toen ze een uurtje later in een kort moment van stilte haar ogen even naar buiten liet dwalen naar de plek op de kasseien waar hij had gestaan toen hij naar binnen keek, de plek die nu langzaam maar zeker nat regende, voelde ze in haar binnenste onder haar kleren van allerlei roekeloze opties de revue passeren.

"Ik ken hem een uur," dacht ze ontzet, en vervolgens begon ze hem tegen te spreken en uit te dagen om te merken dat ze hem eigenlijk nog opwindender vond wanneer hij zich met pretlichtjes in zijn ogen vol vuur verdedigde tegen een van haar ietwat onredelijke aantijgingen.

"Jezus," dacht ze, even later, toen ze tegen hem had gezegd dat ze nog wel een drankje lustte. "De laatste hoor", en hij gewillig was opgestaan om aan haar verlangen te voldoen.


Het leek alsof deze man aan al haar verlangens zou kunnen voldoen en bovendien leek ze er steeds meer te krijgen. Ze staarde wat voor zich uit terwijl ze voelde hoe warm ze overal was. Kijken naar dat verliefde stelletje dat er ook nog steeds was, deed ze niet lang, want die leken net als zij steeds meer moeite te hebben zich een beetje fatsoenlijk te gedragen.

"Remmingen," dacht ze. "Wat moet je ermee?"


Maar toen de man weer tegenover haar zat om haar met zijn pretogen verder te betoveren, wist ze dat deze avond grenzen zou kennen. De volgende avond zag ze dan wel weer verder.

27 september 2007

Cadeautip

Als je vlakbij een stofzuigerzaak woont heb je het voorrecht regelmatig het nieuwste van het nieuwste van het zuigfront te mogen bekijken. Mijn oog viel zojuist op een stofzuiger... sorry. . een hoover natuurlijk, stofzuiger is niet meer van deze tijd, al heel lang niet meer van deze tijd geweest. En deze hoover die droeg de merknaam Freemotion.

En nu even stoppen. Even stilzitten. Even diep in- en uitademen. Zuig de lucht naarbinnen zogezegd.
Laat je gedachten de vrije loop en associeer een vrolijk eind weg op het begrip Freemotion.

Wanneer zullen de associaties je bij een stofz.. eh een hoover brengen? Hoe lang gaat het duren? Hoe doelloos moet de geest zwalken? Waarheen leidt de weg die we moeten gaan?

Hallo marketingmalloot! We hebben het over een stofzuiger. Die zijn niet sexy. Die zijn niet hip. Een gebruiksvoorwerp voor iets dat zuchtend en steunend en met frisse tegenzin veel te vaak moet. Als je dan toch zonodig de jonge vitale medemens wil aanspreken zodat hij meer en vaker stofzuigers koopt, lanceer dan de slogan Stofzuigen Sucks want dat doet het zeker.

20 september 2007

De kringloopwinkel

Mooi was ze terwijl ze tegenover hem stond. Een stuk kleiner van stuk dan hij. Haar vormen en maten passend bij haar ranke bouw, op hun voordeligst in de strakke spijkerbroek die ze droeg en dito grijze truitje met V-hals, allebei nieuw.


Haar blonde haren waren strakgetrokken bijeengebonden in een staart. Haar gladde zongebruinde gezicht met wipneusje en ronde bleke lippen verdiende eigenlijk loshangende haren. Met haar haren zo streng werden haar blauwe ogen dat ook.

"Wil jij het nog steeds?" vroeg ze en hij lachte haar vriendelijk toe.

"Ik wil niets liever," zei hij.

"Nou okee dan," zei ze en ze ging mooi recht staan.


Hij leunde achterover zodra haar smalle handen wat aarzelend het grijze truitje vastpakten en oplichtten. Vervolgens ging het langzaam over haar hoofd. Ze sloeg haar ogen neer toen ze zag op welke manier hij naar haar zwarte behaatje keek dat wat aan de niemandallerige kant was.

"Kijk niet zo."

"Hoe zit het eigenlijk met ondergoed. Heb je niet ook nog…"

"Hou je kop," viel ze uit. Haastig heupwiegde ze zichzelf uit de spijkerbroek. Zodra die uit was, pakte ze hem op en gooide hem samen met het truitje zo hard mogelijk in zijn richting. Ze giechelde toen zijn gezicht ermee bedolven werd. Ze bleef giechelen terwijl hij zich ontdeed van haar kledingstukken.


"Knip die kaartjes nou maar en snel een beetje, want ik krijg het koud."

"Het is een precies karwei," antwoordde hij. "Voor precisiewerkjes moet je de tijd nemen." Hij antwoordde "Haastige spoed is zelden goed," op haar vuurspuwende ogen toen hij tergend langzaam in de weer was gegaan met de schaar, naar haar keek terwijl hij naar de schaar zou moeten kijken die gevaarlijk dichtbij de stof van de broek kwam.

Hij had zin om tegen haar te zeggen dat ze mooi was als ze boos was, maar was bang dat ze dan wel eens met dingen zou kunnen gaan gooien. Het was niet het moment om de beveiligingsdienst op hun dak te krijgen.


Hij knipte het plasticje waaraan het prijsje en allerlei andere kaartjes hingen, doormidden. Met enige spijt gaf hij haar de spijkebroek terug en zat net wat te breed te grijnzen toen zij de broek net iets te haastig aantrok. Ze besloot bij nader inzien om niks te zeggen op die grijns van hem. Koeltjes nam ze de beide helften van het plasticje van hem in ontvangst. Ze kreeg ook haar lekker oude, hier en daar verbleekte, her en der afgedragen spijkerbroek van hem terug. Ze ging zitten. Met één dichtgeknepen oog stak ze de steel van het plasticje door de stof en begon de kaartjes terug te hangen.


Ze giechelde nadat ze met de meegebrachte tube lijm het stokje van het plasticje waar aan het steeltje vastgemaakt had. Ze probeerde heel voorzichtig of het hield, maar legde de broek vervolgens snel weg om de lijm verder te laten drogen. Inmiddels was ook van het truitje het prijsje afgeknipt. Ze pakte hem, trok hem aan, en pakte vervolgens haar oude trui met een klein beetje roos op de schouder en her en der een paar verdwaalde kattenharen.

"Hij ruikt wel duidelijk naar jou," zei hij, terwijl hij haar de beide helften van het plasticje, het prijsje en de andere kaartjes gaf.

"Je bedoelt dat ik stink?"

"Ik bedoel dat je kunt ruiken dat de trui gedragen is en niet nieuw aan een rek gehangen heeft."

"Je zei zelf toch dat ze tegenwoordig maar jan en alleman in zo'n winkel als personeel aannemen, en dat die nitwits toch niks zullen merken?"

"Ja dat is waar."

"Het is sowieso een rafelig ding," zei ze, terwijl ze haar trui oppakte om een goede plek te vinden voor het plasticje. "Je kunt echt zo zien dat die niet nieuws is, zelfs al heb je stront in je ogen."

"We zullen zien hoe het staat met het gezichtsvermogen," zei hij, en hij kon giecheltje van voorpret niet onderdrukken. Zwijgend keek hij toe hoe zij in opperste concentratie het prijskaartje in de oude trui prikte en de beide helften weer aan elkaar lijmde. Ze giechelde naar hem toen de boel goed vastzat. Ze legde de trui voorzichtig weg.

"De lijm moet nog wel even drogen," zei ze. "Nog wel een minuut of tien."

"Dat geeft niet," zei hij. Zonder echt veel te zeggen zaten ze samen in het pashokje te wachten tot de lijm droog zou zijn.


"Weet je," zei hij en ze keek hem aan.

"Als het mislukt is het ook grappig."

Ze bleef hem aankijken.

"Want wat gaan ze ons maken?"

"Niks," zei ze. "Want we betalen net zo veel als wanneer de prijsjes op de nieuwe kleren zitten."


Ze lachten samen breed. Ze stonden op. Zij verzamelde de af te rekenen kleding terwijl hij door het gordijntje de winkel in loerde om te ontdekken dat het ook drie kwartier na openingstijd nog zo goed als uitgestorven was. Samen gingen ze naar buiten. Ze keek verliefd naar haar oude kloffie.

"Jullie zaten zo lekker dat ik met liefde nog een keer het volle pond voor jullie betaal," zei ze. Samen zetten ze koers naar de kassa.

14 september 2007

Arme fractie

In het grote café waar de wijzers van de klok vijf over twee aanwezen, spoelde het barmeisje vrij luid rinkelend voor de laatste keer deze avond de glazen. Met een ietwat chagrijnig gezicht keek ze op naar haar laatste gasten, drie mannen en één vrouw, aan het tafeltje in de donkerste hoek. Het was al tien minuten geleden dat ze hen bier gebracht had, maar dit had het gezelschap zo goed als onaangeroerd gelaten tijdens hun verhitte, nu opeens gefluisterd gevoerde discussie.


"Mark is een dweil," klonk het toen opeens weer tamelijk luid. "Mark heeft geen ruggengraat. Mark is veel te links."

"Natuurlijk is Mark een dweil, Rita," zei Kwik, die lid was van het campagneteam van Verdonk.

"Natuurlijk heeft Mark geen ruggengraat, Rita," zei Kwek, die lid was van het campagneteam van Verdonk.

"Mark is ongeveer drie keer zo links als Wouter Bos, Rita," zei Kwak, die lid was van het campagneteam van Verdonk. "Maar de vraag is hoe we Mark zaterdag bij het partijcongres van zijn stoel schoppen. Hij is en blijft de gekozen leider."

"Gekozen leider, gekozen leider, gekozen leider," brieste Rita. "Zullen we eens even voorkeurstemmen tellen bij de afgelopen verkiezing, wie is er dan de gekozen leider?"

"Mark vult nog steeds de rol van leider van de VVD in," herformuleerde Kwik. "Nu hij in zijn oneindige wijsheid gemeend heeft jou, het stemmenkanon, uit de fractie te moeten zetten, ligt zijn hoofd natuurlijk op het hakblok. Als we het slim spelen."

"Niks te slim," zei Rita. "Gewoon eerlijk zijn en rechtdoorzee. Ik pak gewoon die microfoon, ik zeg dat er maar één iemand leider van de VVD kan zijn, en dat is een iemand die 620555 voorkeurstemmen haalt, en dan breekt de hel los." Ze pakte het glas bier van tafel en klokte het voor de helft leeg.

"Zo simpel is het misschien toch ook weer niet, Rita," zei Kwak. "Je gaat nu toch enigszins voorbij aan het feit dat Mark in de partijtop…"

"Fuck de partijtop," zei Rita keihard. Vervolgens keek ze geschrokken om zich heen, maar de journalisten waren een uur geleden al vertrokken.

"Het congres zet die dweil af, ik zit maandag bij Pauw en Witteman als de nieuwe leider van de VVD, en dan moet jij eens opletten hoe snel die 620555 1 miljoen 200 …. Hoe snel die 620555 verdubbeld is. Heb je al geboekt?"

"We kunnen vast wel terecht als jij maandag inderdaad leider van de VVD bent, Rita," zei Kwek, maar hij keek een beetje bedenkelijk. Hij nam een wat benepen en ietwat treurig slokje.

"We moeten opletten voor Henk Kamp op de achterhand," zei Kwik. "Dat ie nog steeds last heeft van die geopereerde knie, geloof ik echt voor geen meter. Politieke truc. Als twee honden vechten om één ben, blijf je eerst even lekker thuis. Je zult zien dat ie loopt als een kievit, straks, als hij als derde met het been weg kan lopen…"

"Laat de beeldspraken alsjeblieft aan mij over," grauwde Kwak. "Maar dat we moeten oppassen voor Henk, is zonneklaar."

"Henk is ook een dweil," kraaide Rita. "Kom op jongens, vertel nou eens even wat we gaan doen. Bij wie zit ik morgen eigenlijk in de uitzending?"

"Eh," begon Kwik.


Op dit moment kwam het barmeisje dat achter de toog vandaan gelopen was, bij het tafeltje aan. Het was Kwek die naar haar opkeek omdat hij haar wel een lekker ding vond.

"Eh, ik moet eigenlijk nu toch echt de zaak dichtdoen. Volgens de sluitingstijdenwet moeten we om twee uur dicht en het is nu…"

"Ja, ik begrijp het," zei Kwek.

"Ja, we gaan," zei Kwak. Hij pakte zijn nog bijna volle glas en begon het haastig leeg te slurpen.

"Wat denk jij wel niet," begon Rita. "Als wij nou nog even willen blijven zitten, wie houdt ons dan tegen? Of vind jij soms ook al dat ik niet zou mogen blijven zitten?"

Het meisje werd een beetje bleek, maar probeerde dapper te klinken terwijl ze herhaalde dat ze volgens de sluitingstijdenwet dicht moest.

"Regels… ," zei Kwik.

"… zijn …," zei Kwek.

"… Regels," zei Kwak.


Rita begon toegeeflijk te knikken. "Oh ja," zei ze. "Da's waar". Ze stond op. Ze pakte haar handtas van drie kubieke meter en rommelde haar telefoon tevoorschijn. Ze zuchtte toen ze zag dat er geen nieuwe berichten waren. Achter haar campagneteam aan begon ze aanstalten te maken het etablissement te verlaten. Nadat ze twee stappen gezet had, bedacht ze zich. Ze draaide zich om. Eén van haar worstvingers ging de lucht in, bungelde voor de ogen van het meisje.

"Let op," zei Rita.

Dat deed het meisje, want Rita waggelde zo hevig dat het leek alsof ze voorover ging vallen, met haar volle gewicht tegen haar aan.

"Ik word minister-president," zei Rita. Vervolgens draaide ze zich om en probeerde statig als een Daimler het pand te verlaten.

09 september 2007

Vindt u oesters geil?

Vroeger kon ik geen vragen stellen. Als klein kind kon ik het nog wel, maar ergens na het voorbijgaan van de waarom-fase verloor ik het vermogen. Vraag me niet waarom, want ik weet niet precies wat er fout gegaan is. Het is niet zo dat mijn ouders weigerden mijn vragen te beantwoorden of negatief reageerden als ik nieuwsgierigheid toonde. Wel was het zo dat ik verlegen was. Ik denk dus dat ik het domweg niet durfde. Wie was ik nou helemaal dat ik een ander zomaar lastig kon vallen met een vraag, hij of zij zou het toch niet interessant vinden, met een diepe zucht een zo kortaf mogelijk antwoord geven. Al dat gevraag zou zomaar brutaal, impertinent of indiscreet gevonden kunnen worden.


Als je niks kunt vragen, is dat heel onhandig, want in een gesprek kun je maar weinig sturen. Een vraag stellen is een manier om de ander op de praatstoel te krijgen. Bovendien kun je er het onderwerp van gesprek mee bepalen of bijsturen. Tenslotte toon je belangstelling door een vraag te stellen. In gesprekken luisterde ik dus altijd naar de onderwerpen van de ander en was luisteren en knikken mijn voornaamste manier van belangstelling tonen, wat niet door iedereen als zodanig begrepen werd. En als mijn gesprekspartner niks wist te zeggen, wist ik het dus ook niet zo goed.


Voor mensen die zichzelf graag horen praten en die zichzelf met afstand het meest interessante gespreksonderwerp vinden, was ik best een goede gesprekspartner. Door hen nooit te onderbreken of bij te sturen, gaf ik hen alle ruimte om uit te weiden en van de egotrip een reis rond de wereld te maken. Omdat ik vroeger dankzij mijn handicap willoos tot dat soort mensen veroordeeld kon worden, kost het me tegenwoordig moeite om nog naar ze te luisteren. Ze doen me denken aan balbezitstatistieken van Nederlands voetbalploegen. Ajax 65%, tegenstander 35%, maar de tegenstander staat 1-0 voor en we kijken nu al 2 minuten naar breedtepassjes van de ene verdediger naar de andere.


Inmiddels kan ik het wel een beetje, vragen stellen. Niet zozeer omdat ik brutaler, impertinenter en indiscreter geworden ben. Wel omdat ik wat meer zelfvertrouwen heb en ik heb ook wat bijgeleerd. Onder andere in cursussen, open en gesloten vragen en dergelijke. Niet dat je er komt met de theorie alleen. "Wat zoek je in een relatie?" is een mooie open vraag. Met een leuke en open gesprekspartner kan daar een interessant gesprek uit voortvloeien. "Wat zoek je?" is ook een open vraag, maar het antwoord daarop is vaak iets als "sokken", "m'n pinpas" of "sigaretten", en daar zie ik dan weer geen aanknopingspunten in voor een interessant vervolg.


Open vragen zijn niet aan iedereen besteed. Het verlegen joch dat ik vroeger was, zou zich geen raad weten met een vraag als "Wat zoek je in een relatie?"

"Nou, niks bijzonders hoor".

Het verbaal masturberende menstype van hierboven is sowieso ongevoelig voor vragen, open of gesloten maakt niet uit. Hij of zij zal maar heel even of de vraag ingaan, namelijk om zo snel mogelijk terug te keren tot zichzelf, want dat was immers het onderwerp? Er zijn ook mensen die vragen domweg negeren. Dat is de reden dat er niet te praten valt met Jehovagetuigen en andere geloofsfanaten. Als je een vraag stelt, hoor je alleen de naald even kraken en dan gaat de grammofoonplaat van de Enige Waarheid gewoon door met waar hij gebleven was.


In heel veel gesprekken op heel veel feestjes zijn de vragen vooral "Wat kostte dat nou?" en "Leverde het ook nog wat op?" Dan verlang je ernaar dat je nog zou roken, want dan kun je tenminste naar het balkon.

In veilige gesprekken stel je veilige vragen. Eerste gesprekjes op het werk gaan zo, met wederzijdse instemming, ik hoef in zo'n gesprek echt niet te weten wat de ander nou de zin van het leven vindt. Gesprekjes in de tram idem dito. Vragen stellen kun je natuurlijk ook weer als tactiek gebruiken, want als jij de (veilige) vragen stelt hoef je niet of nauwelijks over jezelf te praten. Aan de andere kant kun je door te onveilige vragen te stellen, de ander in verlegenheid brengen of in de verdediging duwen. Als je iemand zien worstelen om een uitweg te vinden uit jouw vraag, dan was het niet de goede vraag of niet het goede moment. Of allebei. Of misschien deed je het er om, maar dan ben je brutaal, impertinent of indiscreet.


Met mensen die veel negatieve vragen stellen, begin ik tegenwoordig een beetje medelijden te krijgen.

"Je vond het zeker niet leuk?"

Als je gewoon vraagt hoe het was, krijg je het heus wel te horen als het niet leuk was - er zijn niet zo veel mensen die een kans om te kunnen klagen voorbij laten gaan - zonder dat je bij voorbaat het stempel "niet leuk" op de gebeurtenis en dus het gesprek hebt gezet.

"Je kon zeker niet slapen?"

"Er was zeker geen wodka?"

"Ik neem aan dat je nu boos op mij bent?"

Hoe leuker jouw vragen, hoe leuker het gesprek. Of vind je van niet?


Jij bent zo leuk als de antwoorden die je geeft. Maar wat vind je van de stelling "Je bent zo leuk als de vragen die je stelt"?

07 september 2007

Briljant liedje


06 september 2007

Leuker kunnen we het niet maken wel bonter

In eerste instantie kneep mijn keel samen.


Brief van de Belastingdienst. Verzoek om informatie, stond erboven, dus dat leek nog niet onmiddellijk hel en verdoemenis te betekenen, maar tamelijk omineus was het wel. Het ging over de aangifte van 2005, de eerste aangifte in mijn leven waarbij ik met bijeenraping van al mijn schaarse zelfvertrouwen op financieel gebied, het had aangedurfd een andere aftrekpost op te voeren dan de hypotheekrente. Ik had de door mij gestorte bedragen in lijfrentefondsen opgevoerd als zijnde aftrekbaar. Want ze hadden mij verteld dat dit kon.

Nou kennelijk niet dus. Want of ik maar even de polis wilde opsturen, de voorwaarden, de clausulebladen van dat lijfrentefonds of die lijfrentefondsen. En of ik maar even mijn pensioenaangroei wilde aantonen. En of ik maar even betalingsbewijzen overleggen.


Jeminee.


Terwijl ik het verzoek om informatie ter zijde legde, het verzamelen van bewijzen uitstelde, nog een keer uitstelde en nog een keer uitstelde, spookten er alsmaar Kafkaësker taferelen door mijn hoofd. Rationeel gezien kon het om niet meer dan een paar honderd euro gaan, want ik had voor 2005 een paar honderd euro meer teruggekregen dan het jaar daarvoor. Maar ja, weet ik veel? Misschien gaat net zo als met de deurwaarder het verschuldigde bedrag vlotjes keer tien. Misschien kan ik wel een boete voor valse aangifte krijgen. Misschien word ik hierna wel beticht van fraude. Misschien vraagt zo'n vent wel om een waslijst van bewijzen omdat hij voor elk bewijsstuk dat ik niet weet te overleggen een naheffing van duizenden euro's kan opleggen.

Oh ja, behalve het verzoek om al die bewijzen kreeg ik ook nog een papier thuisgestuurd waarop de een of andere staartdelingachtige constructie van inkomsten, uitgaven, pensioengedoe, reserveringsruimtes stond vermeld met plussen en minnen en quotiënten, en of ik de geachte heer belastinginspecteur op dat formuliertje maar even wilde voorrekenen hoe groot mijn jaarruimte was?


Ja hallo!


Ik heb twee jaar geleden via de software van de belastingdienst een paar bedragen ingevuld op plekken die logisch leken en deze door mij ingevulde bedragen heb ik bovendien ook echt braaf in die mooie fondsen gestort. Niks gezien van reserveringsruimtes, jaarruimtes en nog meer gezwam in ruimtes. Ik hoefde helemaal geen staartdelingen te maken bij die aangifte, als dat namelijk het geval was geweest zou nooit van z'n leven aangedurfd hebben om te proberen iets van de belasting af te trekken.


En nu komt er een meneertje die 5 of 7 of 9 jaar economie en belastingrecht heeft gestudeerd en vervolgens waarschijnlijk een jaar of 20 bij de Belastingdienst heeft gewerkt, mij doodleuk vragen of ik één van zijn hardcoresommetjes wil maken. Wat is dit voor iets, dit is toch gewoon onfatsoenlijk? Wat zou die man denken als ik hem mijn leerboek Organische Chemie van vroeger zou opsturen, met het verzoek of hij even een paar Diels-Aldertjes en Claisencondensaties zou willen uitwerken, en als hij in gebreke blijft dan krijg ik 100 Euro van hem?

Naar die staartdeling kan hij sowieso fluiten. Ik ben financieel een volslagen nitwit en ik heb nog bij lange na niet genoeg belastingfraude gepleegd om mij een belastingadviseur te kunnen veroorloven. De geachte senior belastingdeskundige rekent met z'n schaaltje 12 zelf maar uit wat mijn jaarruimte is.


Na nóg een dag uitstel moest het uiteindelijk wel.


Gisteravond heb ik het bewijsmateriaal zitten verzamelen. Aangezien ik drie van die lijfrentefondsen heb, werd het een dikke stapel papier. Vervolgens moest ik het hele spul gaan kopiëren. Aangezien de deadline inmiddels wurgend was geworden, moest ik dit wel vandaag doen. Onder werktijd dus. Door te proberen te bewijzen dat ik niet met de belastingen had gefraudeerd, was ik eigenlijk bezig met belastingfraude, want in de voor 100% door de belastingbetaler gefinancierde baas z'n tijd stond ik lekker privékopietjes te maken. Nou ja, lekker? De kopieermachine verslikte zich voortdurend in al die fijne invouwboekjes en inlegvellen met voorwaarden, prognoses en fiscale overzichten. Ik moest de vellen uit de boekjes van elkaar losscheuren, ik moest nietjes lospeuteren, en weer werden de lampjes op de machine rood en zei hij dat ik klep Y moest openmaken, want bij punt 2 was zijn spijsverteringskanaal ernstig van streek geraakt van een danig verkreukeld clausuleblad.


Bij al dat kopiëren en turen op al die papieren is me inmiddels (waarschijnlijk) duidelijk waar de hele zaak om draait. Ik ben in 2005 een nieuw fonds begonnen en bij de start daarvan heb ik een tamelijk groot bedrag ingelegd. Dit grote bedrag heb ik in de aangifte opgevoerd als aftrekpost. Ik heb geen flauw idee of dat mag, maar daarover mag meneer de belastinginspecteur nu gaan beslissen.


Dat is alles. In plaats van om ettelijke tientallen pagina's aan polissen, voorwaarden en inlegoverzichten gelardeerd met allerhande prognoses en rendementsvoorspellingen te vragen, had hij kunnen volstaan met te vragen welke bedragen ik nou precies heb ingelegd en of ik een en ander zou willen bewijzen.


Dus ben ik nu boos.


Het toppunt van overheidsarrogantie is misschien nog wel dat men doodleuk om 50 pagina's bewijsmateriaal vraagt, en bij wijze van service wordt dan bij dit verzoek om informatie één hele retourenvelop ingesloten. Eén envelop van het formaat waar een A4 dubbelgevouwen inpast. Eén dunne gevreesd blauwe envelop. Eén en niet meer dan één envelop.


Dacht meneer de inspecteur nou echt dat ik die 50 pagina's plus aan bewijsmateriaal in dat ene rottige envelopje kan proppen?

Ergo, ik heb ook nog mijn schoenen voor 12 cent moeten verslijten om bij de kantoorboekhandel à 2 euro 25 een pakje akte-enveloppen te kopen, ten einde de bewijsvoering dat ik de boel niet belazer aan de Belastingdienst te kunnen doen toekomen.


Ik mag toch hopen dat de schoenschade en de aangeschafte enveloppen aftrekbaar zijn van de belasting.

02 september 2007

Klimmen

Wat kan er nou leuk zijn aan op een fiets stappen en een steile heuvel beklimmen? Je komt niet vooruit, je krijgt zere poten, je raakt buiten adem, bezweet en dorstig bovendien. Je kunt veel beter de auto pakken, hoef je alleen een beetje extra gas te geven, die arbeid is nog wel op te brengen. Motoren zie je ook erg veel op de wegen bergop. En het is prima terrein om er met je oldtimer-cabrioletje te cruisen.


Zo kan het gebeuren dat het terrein je veroordeelt tot de allerlichtste versnelling die je op je fiets hebt zitten. Je buigt jezelf dieper voorover en steeds harder werken je benen. De rest van je lichaam doet steeds meer mee aan dat werken, alles schudt en kraakt. Maar de top is in zicht. Althans dat denk je, want als je over die top heen bent, zie je dit:



Dat weggetje daar verderop, daar moet je naartoe. Zie je wel, dat weggetje dat na even een beetje afdalen steil omhoog loopt. Tot in dat dorpje daar.

Je neemt een slok water, verzamelt wat moed en daar ga je weer. Na dat stukje afdaling gaat het klik-klik-klik razendsnel naar een klein versnellinkje. Weer zwoegen. Je klikt nog eens maar je hebt geen kleinere versnelling. Je vloekt, verplaatst je handen en je vindt weer een soort van ritme terug. Met meer dan 8 kilometer per uur rijd je niet omhoog, maar je rijdt wel. Even later in dat dorpje kijk je de weg af en je ziet hem het bos inlopen, nog even steil als dat hij de afgelopen vijf minuten was. Je kreunt. Je ogen schieten langs de kilometerteller en je leest 6,3 kilometer per uur. Op een vlakke weg kun je harder wandelen dan dat je nu fietst. Maar je hebt nog steeds vaart, je gaat nog voort. Je komt er wel. Misschien. Nee, je komt er wel, denk je even later in het bos terwijl je benen zeer doen maar blijven malen in nog steeds dezelfde cadans. Nog even, en de weg wordt echt vlakker. Een bocht, en je rijdt weer licht. Althans, vergeleken bij de afgelopen 20 minuten, want er staat nog steeds niet meer dan 14 kilometer op de teller, wat ongeveer het fietstempo van senioren is in Drenthe. Maar dat is bij 0% stijging, en deze weg loopt nog steeds met iets 5 à 6% omhoog.


Pas in het dorpje wordt de weg helemaal vlak en sta je even stil en plakt overal zweet. Maar je bent er en je hebt het gedaan. Je voelt euforie, endorfinen waarschijnlijk. En behalve die euforie voel je in je benen en in je razend kloppende hart de cijfers die je pas later op Internet opzoekt. Côte de Wanne heb je zojuist gedaan, 2200 meter klimmen, gemiddeld stijgingspercentage 7,59%, maximaal 13%. Eén van de cols uit de finale van Luik-Bastenaken-Luik. Jouw jeugdheld Steven Rooks was hier ook ooit. Waar jij nu uitrust, vloog hij verder de afdaling in, want hij reed een koers, wilde winnen en zou ook winnen.


Vijf minuten later en een flesje water weggeklokt kun je verder en wil je ook verder. Verder naar een volgende heuvel, een nieuwe klim. Zo lang de benen nog energie hebben, moet er een nieuwe klim blijven komen.

Soms schemert de grimmigheid van de heuvels nog door tussen het mooie weer (Malmedy richting Hautes Fagnes)


Soms ontdek je zomaar Luxembourgs next topmodel (Junglinster):



Soms ziet het er daarboven zo ongerept uit, dat je de illusie krijgt dat je de eerste bent die hier komt (Spa, Bois de la Geronstère).



Maar dat moet haast de schijn zijn die bedreigt. Meestal blijkt inderdaad dat de mens ook bovenop de heuvel allang voet gezet heeft, en bovendien heeft hij zijn goden mee naar boven genomen:




Ja je leest La Redoute, nog zo'n scherprechter uit Luik-Bastenaken –Luik, de col waar vaak de beslissing valt, de col waar Michael Boogerd jaar in jaar uit met de besten mee is gegaan, maar helaas waren er altijd 1 of 2 mensen bij die sterker waren dan hij.

Op zich lijken de cijfers wel wat mee te vallen, 1650 meter lengte, gemiddeld percentage 9,76%. Maar het steilste stuk is wel 20%, en de heren renners worden er pas overheen gejaagd als ze er al 240 kilometer of iets dergelijks op hebben zitten.


Ik heb de La Redoute beklommen nadat ik er 60 kilometer op had zitten. Nog tussen de huizen van Remouchamps, tot aan het viaduct is het niks, meer vals plat dan klimmen, maar dan gaat de weg een bocht om en opeens is het steil. Erg steil. Drie extreem steile stukken heeft de La Redoute, met daartussen stukken die je begroet met een gevoel van hè hè even bijkomen, maar het blijkt dat ook op die zogenaamd vlakke stukken nauwelijks genade bestaat. Het stijgende asfalt eist alle kracht op die in je benen zit en elke kubieke centimeter longinhoud om een beetje fatsoenlijk vooruit te blijven komen. Steeds vaker kijk je naar boven en steeds lijkt die top dichtbij, maar dichterbij dan daarnet lijkt hij nauwelijks. In de klim denk je vier keer dat je gaat afstappen en omkeren, maar inmiddels ben je zo ver dat je het laatste stukje ook nog wel zult redden. Het gevoel van euforie komt op, maar je voelt, weet ook precies waarom deze heuvel de scherprechter is, waarom je hier de koers verliest. Op dat eerste steile stuk word je kapot gereden, op dat tweede stuk, waar die 20% in zit, zie je ze van jou wegrijden, en op het derde stuk raak je ze definitief kwijt. Je ziet ze nog net die top waar jij nu toch ook dichtbij bent overschieten, maar op het moment dat jij recht gaat zitten en je benen voelt freewheelen, zijn zij uit het zicht en je ziet ze pas terug na de streep in Luik.




De uitdaging ligt ook niet in een wedstrijd of krachtmeting. Het is hooguit een wedstrijd tegen jezelf. Je zoekt de grenzen van je fysiek op, met als doel boven te komen en als dat lukt, zie je letterlijk de wereld aan je voeten liggen (Bourscheid, Luxembourg):



Op de foto zijn ze zo goed als weggevallen, maar terwijl de wind het zweet van je kop waait, zie je de torens van de Europese instellingen in Luxembourg, meer dan 30 kilometer verderop. Verderop de diepte in. Een niet onplezierig aspect van bovenop de top zijn, is dat je vervolgens naar beneden mag. Zes seconden nadat ik het fototoestel weggeborgen had, reed ik 40 kilometer per uur. Er volgde een stuk van 11 kilometer afdalen over een grote brede asfaltweg waar ik de auto's op sommige stukken bij kon houden. Ook dat is euforie.


Doe-het-zelf, één afdaling in vliegende vaart verderop kun je jouw foto in het centrum als ansichtkaart kopen (Trier - Duitsland):


Wat dat betreft is timing wel belangrijk, want als je op de verkeerde dag de Hautes Fagnes opgaat, dan is het uitzicht iets minder onvergetelijk:



De pijn in de benen in beeld? Nee, de pijn in de benen en aan het zitvlak is snel vergeten. Wat overblijft als herinnering is dan eerder dit beeld (op wat meters parkeerterrein na is dit dezelfde plek als de vorige foto)



01 september 2007

De wederkomst van Christus

De Raad van de Hemel en Andere Staten van Verlichting was in spoedberaad bijeen. In de vorige vergadering had de Raad besloten dat het zo onderhand wel eens tijd geworden was dat Christus terugkeerde op Aarde om te oordelen over de levenden en de doden. De raad was het nog niet zo een twee drie eens kunnen worden over de exacte datum van de wederkomst, voorlopig dacht men als werkidee aan het einde van de herfst.


Reden van het spoedberaad was dat het voornemen van de Raad gelekt bleek te zijn.


Op de vraag van Christus hoe dit nu heeft kunnen gebeuren, antwoordde Boeddha dat één van de engelen die belast was met zijn persoonlijke verzorging, tijdens het baden per ongeluk wat opgevangen had.

"Heb je weer gekletst?" begon Allah met schmieren, maar onder de blik die Boeddha hem vervolgens toewierp, kromp hij ineen.

Vervolgens is deze engel klaarblijkelijk afgedaald naar het voorgeborchte en had zijn wetenschap in het oor gefluisterd van een spirituele entiteit die te pas en te onpas aangeroepen werd door een medium dat regelmatig bij Oprah Winfrey in de show zit.

"Nou ja en in juli in de komkommertijd deden ze elke week prime time in de uitzending een seance, " zei Boeddha bitter.


Allah wilde graag weten waarom het erg was dat er gelekt was. "Okee er is door een medium wat geroepen in een televisieshow. Er zijn vast mensen die het geloven en in de media zingt het verhaal een tijdje rond. Maar verreweg de meeste mensen halen volgens mij hun schouders op en gaan vrolijk door waar ze mee bezig waren. Leer mij de mensen kennen," voegde hij er met enige verbittering in zijn toon aan toe.

"Op zich heb je daarin gelijk, waarde vriend," zei Boeddha. "Al is het een beetje pijnlijk dat die brandjes in Griekenland nu aan het naderende einde der tijden toegeschreven worden in plaats van aan de grootgrondbezitters, want dat laatste was niet waar."

"Ik heb gelijk zegt u, maar ik hoor een maar," zei Allah.


"Maar al die spirituele entiteiten in dat voorgeborchte lopen nu de deur bij me plat," zei Boeddha. "Afgelopen dagen was het om gek van te worden. De eerste die langskwam beweerde dat hij een rechtstreekse afgezant was van de Paus van de Katholieke kerk. Hij sprak uit dat het Vaticaan mijn voornemen toejuichte, en hield vervolgens een verbazend uitvoerig betoog over de grote geloven die feitelijk gelijkwaardig zijn, iedereen gelooft uiteindelijk in dezelfde God. Maar of ik er wel rekening mee wilde houden dat de Katholieke Kerk erg oud was, al 2000 jaar trouw tot uw dienst, en dat men de wederkomst altijd braaf verkondigd had, dus het zou toch niet meer dan billijk zijn dat alle gelovige katholieken uit heden en verleden naar de hemel mochten."

"Ja ja," zei Allah. "Daar kon je natuurlijk op wachten."

"Vervolgens kwam er iemand die sprak namens een Ayatollah en die hield zo ongeveer hetzelfde verhaal, maar dan ten behoeve van de gelovige moslims. Daarnaast deed hij een dringend verzoek of ik aan Jezus wilde vragen om in zijn toespraak na de terugkeer op Aarde uit te spreken dat het zionistische gedachtegoed een ketterij was, en dat Jezus zich nadrukkelijk distantieerde van de grondbeginsel waaronder de huidige staat Israel gesticht is."

Christus knikte een beetje droevig.

"En ik neem aan dat er toen iemand kwam die sprak namens een rabbi en die wilde dat de kolonisten voorrang kregen en de Palestijnen als ze dan toch in de hemel moesten komen, alleen in een speciale zone mochten verbl…"


"Nou nee," zei Boeddha. "Althans, deze afgezant kreeg de kans niet. Want er kwam iemand op de audiëntie die zich simpelweg toegang verschafte tot mijn spreekkamer, zonder nummertje nog wel. Hij sprak namens de Amerikaanse regering. Ten eerste eiste hij dat het oordelen zou beginnen met het Amerikaanse volk. Ten tweede zei hij dat de bijbel natuurlijk serieus genomen moest worden, maar dat het absoluut niet zo kon zijn dat leerstellingen uit Koran of andere boeken van toepassing konden zijn op Amerikaanse staatsburgers. Ten derde zei hij dat Christus voor de leden van de regering van Bush best een oordeel mocht houden als hij dat wenselijk achtte, maar dan moesten alle uitspraken in dat oordeel geheim blijven, eventuele bandopnamen moesten na afloop overhandigd worden aan de betrokkenen, het was niet mogelijk om zomaar allerlei stukken in te zien, zeker geen geheime stukken. Ten vierde en ten slotte behielden leden van de regering Bush zich het recht voor de uitslag van het oordeel desgewenst terzijde te leggen."

"Bush wil dus een vrijkaartje, " smaalde Allah. "Ik ken in mijn geledingen ook wel een paar mensen vinden die een vrijkaartje zouden willen. De hemelpoort is groot, maar als die mensen met Bush door één deur moeten dan wordt het een lastig verhaal."


"Nou er komen geen vrijkaartjes en geen oordelen en niks van dat al," zei Christus zuur. "Want na al dit gedoe heb ik er geen zin meer in. Ik heb echt geen zin in politieke druk, dreigementen, omkoperij en gelobby. Ik vind dat we de wederkomst moeten uitstellen. Voor onbepaalde tijd."

De vertegenwoordiger van het Ietsisme, die het belang van elk ander geloof dan de grote wereldgodsdiensten vertegenwoordigde, en die tot nu toe zwijgend geluisterd had, ging rechtop zitten. Hij streek zijn paarse jurk glad en met een glimlach beroerde hij de ketting om zijn hals die de levensenergieën schakelde en bundelde. De man van het Ietsisme was op de vorige vergadering de enige die tegen het idee van de wederkomst had gestemd.


"Dat zegt u nou wel zo makkelijk," bromde Boeddha. "Maar in de vorige vergadering waren we het dacht ik eens. Voordat de klimaatverandering uit de klauwen begint te gieren en voordat België uiteenvalt…"

"Laten we erover stemmen," zei Christus bruusk. Allah knikte een beetje aarzelend.

"Wie is er nog steeds voor uitvoering van de plannen zoals we dat in de vorige vergadering besproken hebben?"


Boeddha en Allah bleken voor te zijn, Christus en de vertegenwoordiger van het Ietsisme waren tegen.

"Aangezien ik in de persoon van de Vader, Zoon en Heilige Geest drievuldig ben, is de stemverhouding derhalve 2 stemmen voor en 4 stemmen tegen," zei Christus eenvoudig. De vertegenwoordiger van het Ietsisme klapte blij in z'n handen en at nog snel de laatste meeting mints op voor hij opstond en de zaal verliet.


Allah draaide een beetje met het verlaten van de zaal. Hij bleef bij Boeddha in de buurt. Nadat Christus de zaal verlaten had en buiten gehoorsafstand was, liep hij tot hij vlakbij Boeddha was. Hij fluisterde vilein in zijn oor: "Ik vraag me toch af van wie zo'n Bush die trucjes nou geleerd heeft…"

Clicky

Clicky Web Analytics