25 november 2007

November

"Novembrrr," was het grapje van mijn opa als hij vroeger voor het raam stond om naar het weer te kijken.

Wat hij zag was buiige regen. Wat hij zag was het smalle boompje voor in de tuin dat door de wind getest werd op haar ambitie om de winter te willen halen. Op zijn best zag hij een grauwgrijs wolkendek waaronder het licht als een verdwaalde toerist gevels bezichtigde van jaren 70 huizen die niets bezienswaardigs hadden.

November is de ergste maand van het jaar.


Mijn favoriete tijdpassering in het weekend is de fiets pakken en er op uit gaan, het liefst de hele overdag. In November kan dat niet meer. Tenzij ik bereid zou zijn om buiige regen met her en der een hagelsteen te willen trotseren, maar dat ben ik niet. In November zijn er hooguit vijf dagen geschikt voor mijn hobby, en op minstens drie daarvan moet ik werken.

Ook zo'n nare eigenschap van november, het verlof is altijd op. Het is altijd druk in November. Want in December moet er wat af zijn, om met een gerust gevoel te kunnen aftaaien voor de Kerst.


Wat het vooral naar maakt is de wetenschap dat het de maanden hierna waarschijnlijk zo blijft. Vroeger bestond er iets wat ze winter noemden. Dan werd het nog kouder en lag er sneeuw. De lucht was blauw, de wind deed pijn in jouw gezicht, maar als je even volhield met jouw handen diep in je zakken, dan kwam er een moment dat je onder je kleren warm was. Terwijl je rondbanjerde in die sneeuw maakte jouw adem witte wolkjes maakte en was het heerlijk om buiten te zijn.

Die tijd is geweest. Nu valt ook in de winter buiige regen met her en der een hagelsteen.


Dat is het erge van November. Het duurt zo lang. Feitelijk duurt November tot en met Maart, want pas halverwege April komt de eerste dag dat je zonder jas buiten kunt lopen.


Gelukkig is er ook nog iets moois van November. De muziek is in November op z'n mooist. In de herfst verschijnen altijd een paar mooie platen. Ik ben nu nieuw luistervoer van Radiohead, Serj Tankian (de zanger van System of a Down die solo gaat) en PJ Harvey aan het ontdekken en ben nog steeds niet uitgeluisterd op Editors. Me dunkt een mooi rijtje.

Bovendien lijkt het wel alsof de muziek voelt dat ze nodig is, dat het hart verscholen raakt onder een grauwgrijs wolkendek en verwarming nodig heeft voor de waterkou. Waar de hemel grauw is, gedijt de muziek en vult het de ether met een substituut voor licht en kleuren.

November is de maand van de muziek.


(Op mijn persoonlijke lastFM-pagina staat een playlist met liedjes waarmee je wel duizend millimeter buiige regen met her en der een hagelsteen aan kunt).

23 november 2007

Vergoelijken

Want hij deed er niet toe.


Hij vervolgde zijn weg met een wat trage, zware stap, zijn hoofd weggezakt tussen de kraag van zijn jas, zijn gezicht vertrokken vanwege de gure wind die hem in plotselinge vlagen tegemoet blies. Terwijl hij naar de grond keek, redeneerde hij zijn boosheid weg. Op een verjaardag aanwezig zijn, was überhaupt niet zo belangrijk. Hij zag Annelies vaak genoeg. Ze had een druk leven dus best verklaarbaar dat ze her en der een naam op haar lijstje vergeten was.


"Ze is me vergeten, kan gebeuren," dacht hij vergoelijkend, maar onder die gedachte broeide en knaagde in zijn buik de gedachte "Hoe kan ze iemand vergeten zijn?" Het gebied in zijn buik waar het broeide en knaagde wilde niet echt wegzakken, niet goed naar de achtergrond verdwijnen, waar het hoorde.

"Hoe kan ze mij vergeten zijn?"


Hij wilde niet vergeten worden. Niet door niemand, maar zeker niet door haar. Ze hadden toch een band met elkaar? Hij had toch een band met haar? Of was het zo dat het allemaal van een kant kwam, dat hij aan haar dacht en aandacht aan haar besteedde maar er ooit wat voor terugkrijgen ho maar.

Nou ja, zo veel aandacht besteedde hij nou ook weer niet aan haar, vergoelijkte een stem in zijn hoofd. Het was de zachte stem die altijd tot redelijkheid maande. Laatst moest ze plotseling met haar dochter naar het ziekenhuis en toen had hij heel graag even willen bellen, maar hij belde niet.

Hij nam afscheid nadat haar man en zij om beurten voor de zoveelste keer herhaalden dat het allemaal mee zou vallen, terwijl hun ogen gedachten verrieden die niet redelijk en niet vergoelijkend waren.

Hij belde niet. En nu had ze wraak genomen.


Waarom belde hij niet?

Omdat hij bang was dat als hij belde, het niet op prijs gesteld zou worden.

"Want hij deed er niet toe," knaagde het in zijn buik.

"Het is al zo hectisch, als jij nou ook nog eens gaat bellen nadat de ouders al hebben gebeld, de familie, haar broer…" In het vergoelijkende stemmetje was iets van onrust en iets van urgentie geslopen. Het vergoelijken lukte zo slecht vandaag.

"Je wilde niets liever dan bellen en zeker weten dat het inderdaad meegevallen was," foeterde een ander stemmetje dan het vergoelijkende stemmetje. "Waarom deed je dat dan niet gewoon?"

Hij keek heel even op naar de mevrouw die met daklozenkranten bij de ingang van de supermarkt stond. Haar ogen leken om aandacht verlegen. Zijn ogen keken snel van haar weg. Hij voelde zich besmuikt. Snel schoot hij de winkel in.

"Ze koopt maar drank van andermans geld," dacht hij, maar toen dacht hij dat hij zichzelf en haar tekort deed. Hij stapte langs lange rijen netjes opgehangen en gestapelde rookworsten, bierworsten, salami en borrelworstjes. Zijn eigen gedragspatroon ontvouwde zich voor zijn ogen. Hij durfde Annelies niet te bellen en door niet te bellen deed hij haar en zichzelf tekort. En nu mocht hij niet op haar verjaardag komen omdat zij dacht dat hij niet om haar gaf en dat dacht ze omdat hij dit niet durfde te laten blijken dat hij om haar gaf omdat hij dacht dat zij een blijk van aanhankelijkheid niet zou kunnen waarderen. Niet van hem. Van hem werden dat soort gestes toch nooit gewaardeerd. Door niemand. Want hij deed er niet toe.

Hij durfde niet te bellen omdat hij geloofde dat hij er toch niet toe deed. Met die gedachte kreeg hij het gevoel dat hij in zijn eigen staart beet, wat wel een gek gevoel was want hij had geen staart. Het duizelde voor zijn ogen. Hij maakte een misstap. Hij pakte de kar steviger beet. Het gevoel dat zijn gedachtestroom verwrongen was en dat er iets moest gebeuren om het verkeerde patroon te doorbreken, zakte weg toen hij zich richtte op het eerste vaste patroon dat zijn ogen zagen, een rij met potten rode jam keurig in het gelid. Hij pakte een pot uit de rij.


"Je eet nooit jam," zei een stem maar toch legde hij de jam in zijn kar. Iets opstandigs in hem vatte het plan op om voortaan weer jam te gaan eten. Misschien zou hij zodadelijk een goede reden kunnen bedenken om voortaan weer jam te gaan eten.

"Eet meer jam," dacht hij en moest lachen. In zijn gedachte lachte hij met heel zijn lijf en heel zijn wezen, maar als hij zichzelf door de bewakingscamera zou kunnen zien die toevallig net zijn kant op draaide, zou hij ontdekt hebben dat er niet of nauwelijks iets aan hem te merken was.


"Ik wil er wel toe doen," dacht hij. Het was een gedachte die hem een beetje verwonderde. Hij schudde langzaam zijn hoofd. Het kwam hem voor als een gedachte die niet te verwezenlijken was.

"Ik kan er toe doen," dacht hij, maar die gedachte was hem zo vreemd te moede dat hij omkeek omdat hij half en half vermoedde dat iemand dit tegen hem zei.


"Ik ben nou eenmaal zo," dacht hij. Hij zuchtte bij het zien van de rij voor de kassa's. Terwijl hij keek naar de jam die hij nooit at realiseerde hij zich dat hij boterhamworst vergeten had, wat hij vaak en graag at. Hij speelde met de gedachte om zich met jam tevreden te stellen, als een soort straf voor het niet bellen en die moeilijke gedachten van hem. Maar toen lachte hij in zichzelf.

"Dat is te absurd voor woorden," dacht hij en keerde zijn kar. "Deze gedachte is echt te gek."


"Ik kan er toe doen," dacht hij nogmaals en die gedachte waaide als een warme, zacht fluitende wind door zijn hoofd. De gedachte maakte een liedje los uit zijn buik, een liedje waarvan hij zin kreeg om te neuriën. Maar nee, even niet neuriën nu, hij moest zich concentreren om boterhamworst te zoeken en vinden.

18 november 2007

Cam "Jong" Iel

Hé Friesland Bank wat is dit? De landen waar politici zo groot aan gevels pronken zijn de landen waar de betreffende persoon 99.82% van de stemmen krijgt, en waar de betreffende persoon zichzelf na een grondwetswijziging voor het leven benoemd blijkt te hebben.
Ik heb het laatste uur niet op nu.nl gekeken dus ik heb misschien wat gemist, maar ik dacht dat in Nederland de politici democratisch gekozen werden en dus alleen in verkiezingstijd met hun kop op een poster staan. En dan betreft het posters die wel 20 keer zo klein als deze.
Misschien is de wens de vader van de gedachte en zou de Friesland Bank blij worden als de Revolutie uitbreekt. Lijkt me de best denkbare reden om jouw geld snel naar een andere bank te brengen.

Nog iets trouwens. Heeft die partij waar deze meneer van is, niet de Tien Geboden hoog in het vaandel staan en luidt één van deze geboden niet als volgt:
Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.
Me dunkt...

Kunnen we afspreken dat de gevel morgenochtend 9 uur ontdaan is van horizonvervuiling?

16 november 2007

Onweerstaanbaar aanbod

Hij knikte toen een serveerster hem een cappuccino voorzette. Ze reageerde niet op zijn poging haar even diep in de ogen te kijken. Hij keek haar wegwiebelende achterste na , maar was niet echt gefascineerd. Ter zake dan maar. Hij pakte zijn telefoon en draaide zijn stoel een beetje bij het raam vandaan zodat hij niet afgeleid kon worden door langslopende afleidingsmanoeuvres.


Hij tikte het eerste nummer in dat op de printout stond die hij meegebracht had van het hoofdkantoor.

"Goede… eh avond is het alweer. U spreekt met Karel van de Wallonie van Digital Delights. Spreek ik met meneer of mevrouw de Boer?"

" …"

"Nou mevrouw de Boer, het is zeker een goedenavond want ik mag u namens mijn bedrijf een onweerstaanbaar aanbod doen."

"…"

"Ja dat belooft heel wat, inderdaad. Mag ik vragen of u al een digitaal kabelabonnement heeft?"

"…"

"Oh, dat is fijn. Maar zeg eens eerlijk, kijkt u nou ook werkelijk naar al die kanalen?"

"…"

"Nee hè dacht ik al. Nou mevrouw de Boer, ik heb goed nieuws voor u. Bij Digital Delights bieden wij u een basispakket aan met 50 zenders en dat kost u de eerste zes maanden slechts 36 euro. Weet u hoe veel u nu betaalt voor zes maanden televisie?"

"…"

"Ik weet het heel toevallig wel ongeveer, u betaalt zo'n beetje…"


Karel raakte enthousiast want mevrouw de Boer scheen te gaan happen. Gronings accent, lijzige stem, waarschijnlijk halfdebiel dus. Makkie, dacht Karel, maar mevrouw de Boer werd opeens wantrouwig nadat ze Karel gevraagd had hoeveel het abonnement na de eerste zes maanden zou kosten en daarop van hem geen prompt antwoord kreeg. Karel probeerde haar terug te brengen bij de verlokking van 6 maanden 36 euro, maar kreeg daarop tuut-tuut-tuut te horen. Hij maakte binnensmonds een lelijke opmerking over Groningse accenten en frigiditeit. Hij nam een slok koffie, ging weer recht zitten en tikte nummer twee op zijn lijst.


Het zat niet mee vanavond. Bij een hele serie pogingen ging de hoorn na Karels tweede of derde of eerste zin op de haak, nadat hem al dan niet een onvriendelijke snauw was toegevoegd. Op een gegeven moment trof hij een man die wel vriendelijk was en ook spraakzaam, maar deze man bleek om een praatje verlegen te zitten, zonder van zins te zijn om ja te gaan zeggen tegen Karels onweerstaanbare aanbod. Karel vertelde de man op neutrale toon dat hij ging ophangen, maar de man leuterde vrolijk door over zijn zoon en de kinderen van zijn zoon.

"Ach lul jij toch lekker verder tegen de muur, ouwe seniele gek," riep Karel in de telefoon en drukte met trillende vingers het rode knopje in. Hij leunde achterover. Adrenaline kroop vanuit zijn buik door zijn hele lichaam heen. Hij voelde spijt vanwege het schreeuwen tegen die oude man.

"Ze schreeuwen ook tegen mij," dacht Karel bokkig. "Ze gooien de hoorn op de haak, ze zeggen dat ik een klootzak ben omdat ik bel, ze zeggen dat ik en mijn bedrijf de lucht in kan vliegen…" Soms moest je gewoon even stoom afblazen. Die ouwe bok had pech. Die ouwe bok was op het verkeerde moment op de verkeerde plek.


"And that's the story of his life," dacht Karel en voelde de tevredenheid van eerder vanavond weer een beetje terugkeren. Hij keek even naar buiten terwijl hij trommelde op zijn tafeltje. Er was maar één vrouw alleen die passeerde en daar zou Karel niet graag dood op gevonden willen worden. Hij wenkte naar de mediterrane schoonheid die breed lachte toen hij op zijn kopje wees.

Helaas was het weer haar collegaatje die de cappuccino kwam brengen.


Op het LCD-scherm voorbij de bar in de hoek van de zaak zag hij dat het voetbal op punt van beginnen stond. Eigenlijk moest hij nu ophouden, want bellen tijdens voetballen betekende pas echt afgesnauwd worden. Zijn baas was bang dat zijn bedrijf een onherstelbaar negatieve klank zou krijgen wanneer zijn medewerkers belden tijdens voetbal.

Maar Karel had een roekeloos gevoel. "Kom maar kom maar kom maar," dacht hij terwijl hij een volgend nummer op zijn lijst tikte. Inderdaad kreeg hij daar lelijke woorden te horen. Weer een nummer. Weer lelijke woorden. Weer een nummer.


Eindelijk een vrouw. Maar toch bleek ook daar het voetballen aan te staan.

"Weet u mevrouw, u zit nu analoog naar het Nederlands elftal te kijken. Sinds ik digitaal naar Nederland kijk, vind ik dat ze mooier zijn gaan spelen en ze winnen ook nog vaker."

"…"

"U vind dat ik overdrijf? Nee echt, het is waar hoor. Het gevoel van trots als je dat oranje haarscherp van uw scherm af ziet spatten… " Karel hield op, want ver weg op het scherm zag hij hoe een oranje speler de bal voorzette. Een andere oranje man schoot op doel.

"…"

"Hahaha, nee hoor, bij mij ging de bal helaas ook naast. Digitale televisie is wel mooi, maar zo mooi…"


Nog wel een kwartier babbelde hij door met de vrouw, maar ze hield hem gewoon aan het lijntje. Karel maakte een eind aan het gesprek. Hij leunde achterover en keek mistroostig om zich heen. Wat ging er toch mis? Wat deed hij toch fout?

"Die fokking halve zolen begrijpen gewoon niet dat consumeren verplicht is," dacht Karel. "Overstappen moeten ze. Wat heb je nou aan blijven zitten waar je zit? Mensen die blijven zitten moeten afgeschoten worden."

Hij pakte zijn schriftje uit zijn zak, maar hoefde het niet open te slaan om te weten dat hij nog steeds 62 aanbrengingen moest scoren wilde zijn contract verlengd worden. Hij had nog 6 dagen. Op zijn beste dag tot nu toe had hij 11 aanbrengingen gescoord. Met andere woorden, hij had nog zes van zijn beste dagen nodig.


Opeens stond hij op. Hij beende de halve zaak door, naar het tafeltje het verste weg, ook bij het raam. Karel meldde zich met zijn breedste lach en zag twee van de vier mensen die aan het tafeltje zaten, vragend naar hem opkijken.

"Dames en heren," zei Karel. "Mag ik u een onweerstaanbaar aanbod doen. Wilt u iets van mij drinken?"

Eén van de twee mannen keek hem ronduit wantrouwend aan. "Nou ik dacht het niet," zette hij de toon. De vrouw tegenover hem (een beetje oud maar mwaoh) die in eerste instantie een beetje in de lach geschoten was, begon nu ook nee te schudden.

"Ik heb nog," zei de andere vrouw.

"Vriendelijk aangeboden, maar het antwoord is nee," zei de laatste.


Karel liet zijn hoofd en zijn schouders hangen en ging terug naar zijn tafeltje. Daar bleken inmiddels twee mensen bezig met zich te installeren.

"Ik zat hier," probeerde Karel nog maar de vrouw had haar omvangrijke achterste inmiddels op zijn stoel laten neerploffen en zette zijn vuile kopje met een vies gezicht opzij. De man die een kop groter was dan hijzelf keek hem aan met ogen die vroegen "Wat dan nog?" Karel mompelde nog iets maar pakte de printout aan die hem aangereikt werd, griste zijn telefoon van tafel en vervolgens zijn jas van de vrije stoel. Voordat hij hem aantrok om weg te gaan, keek hij toch nog even om.


Een vrouw met ellenlange blonde haren zat aan de bar. Ze zat alleen op een kruk en de kruk naast haar was vrij. Mollige benen in een maillot. Wel dikke poten, dacht Karel nog even, maar nadat zijn oog op haar wollige truitje was gevallen, inclusief datgene wat daaronder beloofd werd, waren die paar kilo teveel geen issue meer.

"Is deze kruk nog vrij?" begon hij. Even later zat hij naast haar en had zij de door hem aangeboden bier voor zich staan. Ze nam hem bovendien niet eens onwelwillend op.

"Hoe kan zo'n aantrekkelijke vrouw als jij toch alleen zijn?" vroeg Karel. Ze bleek een afspraak te hebben. Een date. Die rotvent was niet op komen dagen.
Maar nu was er Karel. Hij praatte haar naar de weelderig rond gelipstickte mond. Hij smeerde er stroop omheen. Hij zag haar smelten als boter en vallen als een blok. Ze had een beetje Gronings accent en ze praatte nogal lijzig, maar praten hoefde ze van Karel straks niet per se meer te doen. Hij zag haar breed lachen toen ze zei "Ja ik lust er nog wel een hoor," Karel schoof wat dichterbij. Hij diepte wat moppen op uit zijn geheugen en ze bleek ook om de schuine bakken te kunnen lachen. "Je bent me er een," zei ze nu steeds. Haar gezicht werd rood, haar fletsblauwe ogen een beetje broeierig.


Karels hand schoof van de rand van zijn kruk tot achter haar lekker vlezige kont in spijkerbroek.

"Weet je Katrien, het is vandaag toch nog een goede avond, want ik mag je namelijk een onweerstaanbaar aanbod doen…"

Zijn hand raakte haar billen aan en streelde er nadrukkelijk langs terwijl zijn hoofd steeds dichterbij het hare kwam.


Tuut-tuut-tuut.


"Mag ik er nog één," vroeg hij nadat ook het spijkerjack weggegrist was en de kruk naast hem leeg was achtergebleven.

"De laatste ronde is geweest, we gaan sluiten," antwoordde de mediterrane schone kortaf en keerde hem haar rug en achterste toe, waar trouwens best goed naar te kijken was.

11 november 2007

De kredietlimiet van geloofwaardigheid


Geachte Klant,

Uw credit card beschermen tegen onbevoegd
gebruik is ons voornamelijk doel.

Om uw Visa kaart of Mastercard(kaart) te
helpen beschermen tegen onbevoegd gebruik
dient u het hieronder link in te volgen
om uw credit card te updaten

Volg deze link om uw credit card te updaten:

http://www.visa.mastercard.nl/update.asp/

Hoogachtend,
Visa/Mastercard Services.


Copyright © 2007 Visa/Mastercard Europe. All rights reserved.


Deze mail werd vanochtend door mijn slaperige kop gelezen nadat hij mijn mailbox binnenzeilde.

Slaperig of niet, ik kan me toch nauwelijks voorstellen dat er mensen zijn die hier intrappen. Ten eerste kent de creditcardmaatschappij mijn emailadres helemaal niet. Ten tweede, hoezo "updaten" van mijn creditcard, wat voor actie zou je in vredesnaam via een website kunnen doen om iets aan dat plastic dingetje te veranderen? Ten derde zijn Visa en Mastercard twee verschillende maatschappijen. Dat ze op sommige terreinen samenwerken zou best kunnen, maar samen de Klantenservice doen ("Visa/Mastercard services") en saampjes gezellig op één website (www.visa.mastercard.nl)???


Ten vierde en ten slotte natuurlijk de taalfouten. Het "voornamelijke doel" en de zinsnede "dient u hieronder link in te volgen" bewijzen dat je als Bulgaars onderwereldfiguur aan de babelfish translator niet genoeg hebt om Nederlands te spreken.


Aan de andere kant, het is eigenlijk heel gemakkelijk om erin te trappen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is krijg je dag in-dag penisverlengingsmailtjes, viagramailtjes, greatonlinecasinomailtjes en voor als je dan je geld nog steeds niet kwijt bent hebben we nog act now-koop nu aandelen mailtjes. Bovendien krijg je massa's onzinnige nieuwsbrieven (want ergens op een website vergat je een vinkje uit te zetten), je krijgt berichten van onzinnige software-updates, berichten van upgrade nu alsjeblieft eindelijk ik smeek het je naar de Pro-versie, je krijgt mails van organisaties waar je drie jaar geleden ooit eens een keer je emailadres acthergelaten hebt, je krijgt kettingbrieven, moppentapmails, alweer zo'n mail met leuke plaatjes die je al vier keer eerder ontvangen hebt.


En af en toe krijg je dan ook nog mail die je graag wilt ontvangen en die je leuk vindt om te lezen.


Je moet 7 dagen per week 24 uur per dag een alerte PC-gebruiker zijn om niet ergens in te trappen. En als in die ene minuut van onachtzaamheid het mailtje van deze Bulgaarse onderwereldfiguur zijn weg naar jouw box vindt, dan denk je "oh weer een of andere update" en een paar klikken later heb je hem een leuk cadeautje gegeven.

09 november 2007

What's that coming over the hills...

Het straatje waar ik woon is een doodlopende steeg, een achterafrommeltje van wat huizen uit de pre-Welstandscommissietijd want die zou de vreedzame coëxistentie van deze casco's de oorlog verklaard hebben. Verder zijn er een paar garages, een meubelbedrijfje en een door hekken omgeven terrein wat al lang en breed bouwrijp is, alleen is er al twee jaar een impasse wat betreft de vraag wat er nou gebouwd moet worden.


Een stil straatje, zou je denken. Schijn bedriegt. Omdat het straatje één straat verwijderd is van een winkelgebied zonder parkeerplekken behalve een dure parkeergarage, rijdt het op winkelhoogtijdagen vaak af en aan met auto's die ondanks het bord aan het begin van de steeg die doodlopende weg aangeeft, inrijden in de veronderstelling dat aan het eind van dit onooglijke steegje de Heilige Graal wacht, namelijk een terrein met gratis parkeerplekken zo ver als het oog reikt. Alleen blijkt die Heilige Graal er helaas toch niet te zijn en dus is men dan pal voor mijn huisje genoodzaakt om het op de rijlessen onderwezen maar behoorlijk weggezakte keren te repeteren. Er zijn auto's, vooral stationwagons, die soms meer dan een kwartier lang met wanhopig aanslaande motor en deemoedig slippende wielen proberen om weg te geraken uit wat na hun vertrek weer een rustige woonomgeving wordt.


Omdat zowel mijn linkeroverburen als ik geen auto hebben, is er één parkeerplek regelmatig beschikbaar. En dat is de plek waar op winkelhoogtijdagen de SUV plotseling staat. Hij is zilverwit, hij is spiksplinternieuw, hij is levensgroot. Zie hem daar eens trots op hoge poten staan, verlicht door een waterig zonnetje tussen twee buien door, glanzend temidden van grauwe huisjes.


Een fortuin moet het ding gekost hebben, misschien wel twee keer mijn jaarsalaris, wat dan ongeveer tweederde van de WOZ-waarde van het huisje is waarnaast hij loopt te pronken. Als je bereid bent om zo godsonmogelijk veel geld uit te geven aan een auto, hoe kan het dan dat je keus is gevallen op deze auto.


Want wat een monster is het. De zogenaamde subtiele lijnen verhullen niets van haar plompheid, het is net zo zinloos als proberen schoonma er slank uit te laten zien in een nieuw duur truitje. En dan de kracht en trots die het ding probeert uit te stralen, het is net als zo'n bodybuilder die glimmend van de olie zijn spieren laat opbollen. Je prikt met een naald en de lucht ontsnapt uit die armen. Het mag dan SUV heten, wat pretendeert dat het ook een terreinwagen is, maar als je dit monster echt een modderpad op zou sturen, dan durf ik te wedden dat het binnen 100 meter vastzit in een kuil, de wielen slippend in een plas, reddeloos verloren. De benzine raakt op en de accu raakt leeg en de inzittenden zullen een hongerdood sterven tenzij op tijd een tractor of sleepwagen langskomt.


Ik weet natuurlijk niet welke winkels de bezitters van deze SUV frequenteren, maar mijn gevoel zegt ALDI, Kiloknaller, Schoenenreus, Euroland. Meestal blijven ze niet zo lang weg. Met een uur is het meestal wel bekeken.


Wat voor soort mensen durft zich te vertonen met zo'n wagen? Dit moeten wel goudenkettingtypes zijn of zo. Extraverte exhibionisten, onder het gewicht van gouden handdrukken bezwijkende topmanagers, uberconsumerende liberalen die het uitstoten van CO2 een onvervreemdbaar recht vinden.


Nee hoor, het is een bejaard echtpaar op leeftijd. Ze lopen altijd haastig op hun auto af, alsof ze zich toch een beetje schamen, alsof ze de afgunstige politie die puur om te pesten een bon op de voorruit van twee vierkante kilometer komt plakken, voor te zijn. De man, vrij groot en nogal lang, loopt voorop, handen diep in de zakken, het zorgelijke gezicht gegroefd, maar misschien komt dat omdat de wind opsteekt en de regen begint. De vrouw struikelt achter hem aan. Zij is klein, zo fragiel alsof de wind haar van de grond op zal pikken als ze nu niet snel instapt, wegduikt in de veilige beschutting van hun paradijs op wielen.


Waarom hebben deze mensen deze auto? Omdat ze hun hele leven gewerkt en krom gelegen hebben. Maar nu zijn ze gepensioneerd en de kinderen verdienen zelf hun geld. Hun kinderen hebben geroepen dat papa en mama nu eindelijk voor het eerst van hun leven eens aan henzelf moeten denken. Jullie hebben geld, papa. Geef jezelf eens een cadeautje, mama.


De koplampen van de hartenwens gaan aan en het licht beschrijft banen in mijn kamer. De motor brult ingehouden terwijl de zorgvuldig gekoesterde droom de bocht om probeert te komen. Na het nodige stuurbekrachtigde gemanoevreer staat de SUV recht in het straatje staat, één dot gas verwijderd van de ontsnapping uit de Grote Stad. Mama denkt stiekem dat hun dochter-die-ze-nooit-gehad-hebben nu al weer zoveel benzine verbruikt heeft dat het Aldi-voordeel weggeblazen is door de uitlaat. Ze besluit dit niet tegen papa te zeggen, want dan wordt papa chagrijnig.


Op de snelweg zitten ze hoog, hoger dan alle anderen. Het geeft papa een verheven gevoel, een gevoel van macht, het gevoel van mee te tellen dat hij nooit gehad heeft, het gevoel dat er met hem rekening gehouden moet worden. Overigens als je hem ernaar vraagt, zou hij zeggen dat het een veilig gevoel is, zo hoog zitten,want je ziet alles goed en als er onverhoopt toch wat gebeurt dan zijn er 12 kreukelzones en 13 airbags om papa en mama te beschermen.


Comfortabel zoeft de SUV over de A28. Het is donker geworden en mama's oogjes worden klein. Haar hele leven moest ze eindjes aan elkaar knopen. Ze schipperde en spaarde. Nu kunnen ze het ervan nemen. Dat gevoel blijkt haar rust te geven. Straks ergens voorbij Zuidlaren gaat hun oogappel de snelweg af en moet je op de kleine weg naar het dorp toe wel eens een bermpje pakken. Vroeger met de Golf was dat botsen en bonken en omdat ze altijd en eeuwig moet plassen, leed ze dan in stilte. Nu met het raspaardje is het bijna een feest om even langs een stoeprandje en door een berm te mogen rijden, want wat blijft de Gouden Koets dan mooi recht. Als inzittende voel je nauwelijks dat de weg oneffen is.


De radio kondigt aan dat het gedurende de nacht zal opklaren en morgen is er een afwisseling van wolken en zon en wie weet zou het best een heel aardige dag kunnen worden.

"Misschien kunnen we morgen dan wel een eindje gaan rijden," zegt papa. Mama antwoordt niet. Papa kijkt opzij en ziet dat haar hoofd opzij gedraaid is, weggedraaid naar het raam, maar het blijft mooi liggen in de kuip van de stoel, de zachte bekleding. Terwijl papa rijdt als een prins, slaapt mama als een prinses.

04 november 2007

Glamourland

Vroeger was van adel zijn nog leuk. Omdat jouw wieg in een mooi duur landhuis stond en niet in de plaggenhut verderop, hoefde je jouw hele leven geen klap uit te voeren. Werken was voor die minkukels in die plaggenhutten. Jij moest een beetje jagen en af en toe een feestje geven. Alleen als je zin had deed je misschien meer, politiek bedrijven, je fortuin nog wat groter maken, wellicht jezelf wagen aan schilderkunst of literatuur.


Tegenwoordig valt het niet meer mee, van adel zijn. Over jagen wordt alleen maar moeilijk gedaan terwijl het toch zo gezellig is, lekker op een paard zitten en her en der wat afknallen dat beweegt. Het schijnt dat de meeste adel tegenwoordig zelfs moet werken voor z'n geld. Sinds Gert Jan Dröge er niet meer is, zodat je tenminste nog op TV komt, al is het dan om afgezeken te worden maar dat willen Idols kandidaten ook, is het laatste restje leukigheid aan adeldom wel verdwenen.


Hoewel, je kunt jouw adellijke titel vermeld krijgen op overheidsdocumenten. Ondanks dat Nederland een koploper in de wereld was met het afschaffen van standen, heeft Nederland een wet uit 1822 op last waarvan dit moet, tenzij betrokkene aangeeft hier geen prijs op te stellen. Op paspoort, rijbewijs, trouwakte moet baron voor jouw naam staan als je dat bent.


Een baron uit Bennekom, wat een verrekt fijn plaatsje is voor een baron om te wonen, maar dit terzijde, kreeg een nieuw kentekenbewijs van de RDW, maar daar stond zijn titel niet op vermeld. Hij schreef een brief, maar de RDW weigerde zijn titel te vermelden. Het argument om dit te weigeren, was dat het te duur zou zijn.

Onze baron, afkomstig uit een geslacht dat al eeuwenlang geld over de balk smijt, zwichtte geenszins voor zo'n zwak argument, en besloot ons rechtssysteem in te schakelen. Desnoods tot en met het Europese hof van justitie wilde hij vechten voor z'n gelijk zodat het adeldom als vanouds de gemeenschap op kosten zou jagen.


Maar hij hoeft niet tot het Europese hof te gaan. De rechter gaf onze baron prompt gelijk, zodat de RDW haar geld toch mag gaan besteden om het ego van deze baron te strelen, en misschien ook nog het ego van een enkele markiezin of hertog. Het geld van de RDW is belastinggeld, dat zeg ik er maar even bij. Jouw geld dus.


Ik werk bij de RDW. Gelukkig is daar allerhande nuttigs, hartverwarmends en belangwekkends te doen, zoals zorgen dat er recht gedaan wordt en dat op het papiertje van ene meneer van Isselmuiden "baron" komt te staan. Opdat de gemeenschap weet dat het niet gaat om zomaar iemand maar om een heer van stand.


Update: Dit zijn de relevante wetsartikelen op grond waarvan onze baron zijn zaak kon winnen:

Eerst het wettelijk kader vervolgens de beoordeling. Artikel 5 van de Wet op de adeldom (Woa) luidt:
Adeldom wordt vermeld op officiële documenten waar dit vereist is, tenzij de betrokken persoon verzoekt, de vermelding achterwege te laten of te verwijderen.

Artikel 1, eerste lid, van het Koninklijk Besluit van 26 januari 1822 (hierna: ‘het KB’) luidt:

Aan al de hoven en regtbanken, de ambtenaren van den burgerlijken stand, de notarissen en alle andere openbare beambten, hoe ook genaamd, wordt uitdrukkelijk bevolen, om, in hunne akten, aan de personen, daarin voorkomende, toeteschrijven de adelijke titels of kwalificatien waarmede zij, door Ons, zijn erkend of begiftigd, zoo dat dezelve personen in alle authentieke stukken, niet anders, dan met de hun toekomende titels en kwalificatien worden aangeduid; (…)

Vraag van mijn kant: Hoe veel jaren, decennia of eeuwen moet een wet uit de tijd geraakt zijn wil hij worden afgeschaft?

03 november 2007

Toeschouwer

De rechtszaal was tot rust gekomen. Al geruime tijd klonk de stem van de advocaat die af en toe even onderbroken werd door de stem van de rechter. Het ging over procedures rondom een bewijsstuk dat de rechter wilde toelaten en de advocaat niet. Een rafelig randje van een jas dat gevonden was op een van de plaatsen delict. Omdat de bijbehorende jas nooit was gevonden, en er welgeteld één getuigenverklaring van een oud vrouwtje was dat de verdachte een dergelijke jas wel eens aanhad, was het een niet erg belangrijk bewijsstuk.


Simon liet zijn ogen dwalen en zag toeschouwers. Op de achterste rijen zat men glazig voor zich uit te staren of te knikkebollen. Zij waren niet gekomen voor dit soort technisch gewauwel. Eén van de toeschouwers had een krant onder z'n arm en een stukje van de levensgrote kop die hem spanning en sensatie beloofde was zichtbaar.


Simon was net als de rest van zijn rij een inwoner uit hetzelfde dorp als waar de verdachte woonde. Het dorp was ook genoemd in de krant en omdat de verdachte Jeronimus C. heette, leek zijn identiteit op straat te liggen. Er was in zijn dorp natuurlijk maar één Jeronimus C. Een man van middelbare leeftijd met een kalend hoofd en een gecultiveerd baardje. Hij gaf les op een Christelijke Basisschool. Vandaag droeg hij zoals meestal een net jasje met daaronder een broek met vouw. Toen hij daarnet even omkeek, leek zijn gezicht open, zijn ogen helder. Een nette sympathieke man.


Maar toch werd hij ervan verdacht vier jonge vrouwen te hebben gewurgd en verkracht. In die volgorde.


Eerst een studente, een kano'ster die op haar eentje de rietlanden verkende. Toen twee teamcoördinatoren bij een zakenbank, op vakantie picknickend tussen de wuivende pluimen. Tenslotte een middelbare scholiere met liefdesverdriet. Daar was ze nu van genezen, dacht Simon. Hij huiverde en ging weer mooi recht zitten. Hij liet zijn ogen bijna dichtvallen en laafde zich aan het langzame, voorname Brabants waarmee de advocaat volzin na volzin debiteerde.


Morgen zouden pas de gruwelijke details komen. Het besluipen, het koord, het strak houden en wachten totdat het stribbelen stuiptrekken werd. En blijven wachten. Geduld was een schone zaak, ook als je lustmoordenaar was.

En dan? Over wat dan kwam was de krant niet in details getreden. Het in ronkende taal verafschuwen was voldoende. Er waren grenzen, zo 's ochtends aan het ontbijt. De mensen die hier zaten, die zeiden dat ze kwamen om recht gedaan te zien worden, maar in feite kwamen ze voor het "en dan". Simon voelde afschuw. Het duurde even voor hij zag dat tijdens het voelen van die afschuw zijn vuisten gebald waren. Hij loerde betrapt om zich heen terwijl hij opnieuw recht ging zitten. Zijn handen waren koud. Hij bedwong de aanvechting om ze tussen zijn dijen te steken.


In de eerste maand was Simon zelf verhoord, wel een keer of vier. Voor drie moorden had hij geen alibi, maar voor één wel. Toch vertrouwden ze hem niet. Zeg maar gerust dat ze een tijdje dachten dat hij het gedaan had. De rechercheur die in het kale kamertje aan de tafel met het gladde witte, altijd koude blad voor de zoveelste keer tegenover hem was komen zitten, was dreigend begonnen met "Weet je, dat alibi zegt me geen reet, want ik heb zelf ook voor drie van die moorden geen alibi en voor één wel."

"Nou, dan heb jij het misschien wel gedaan," antwoordde Simon en dat was de enige keer dat de rechercheur moest lachen.


Simon B. dus?


Uiteindelijk hadden ze zijn alibi niet gekraakt. Op de vroege lenteavond dat de moordenaar een eind maakte aan het liefdesverdriet van de scholiere, had Simon bij zijn moeder gegeten. Aardappels, karbonaadje, bloemkool met een maïzenasausje en kaas. Z'n lievelingskostje. Hij was tot na tienen gebleven en bij het weggaan, het zwaaien en in zijn auto stappen, was hij gezien door de overbuurman. Deze overbuurman zat ook in de zaal, twee rijen voor hem. Simon herinnerde zich hoe hij daarnet op de gang zijn dikke brillenglazen had zien spiegelen in het naargeestige TL-licht. Hij hoorde zichzelf giechelen. Hij trok zijn gezicht zo achteloos mogelijk terug in plooi. Hij voelde hoe iemand op de voorste rij naar hem omkeek.


Overmorgen werd het mee naar huis nemen behandeld. Het uitladen. Het over de drempel dragen. Het klaarleggen. Gordijnen dicht, kaarsjes aan…. Wat een smeerlap. Wat een goorlap. Wat een viezerik, die Jeronimus C.


En dan de hele volgende week het in stukken snijden, in de badkamer, bij naargeestig TL. Het verpakken in zakken. Het inladen. Het wegbrengen. Het dumpen. Het in elkaar slaan van de handen nadat de zakken onzichtbaar onder het wateroppervlak verdwenen waren. In afwachting van de opluchting. Maar die opluchting kwam niet, want alles moest ook nog opgeruimd. En hij haatte opruimen.


Simon haatte opruimen, bedoelde Simon. Jeronimus C. zou het waarschijnlijk wel fijn vinden. Simon hoorde hem fluiten terwijl hij in de weer was met sop en een dweil. Straks als ze hem 12 of 15 of 20 jaar gingen geven, dan zou hij vast niet fluiten. Dan zou hij wel anders piepen, dacht Simon. Simon voelde tevredenheid, opluchting. Hij hoorde gefluit dat overging in gepiep en hij zag handen een wurgkoord vasthouden en nog wat strakker trekken. Het waren zomaar twee handen die van iedereen geweest zouden kunnen zijn, dus ook van Jeronimus C.

Clicky

Clicky Web Analytics