30 maart 2008

Mooi en Snik

Liedjes die zo mooi verdrietig zijn dat je vergeet te snikken bij het luisteren. Dat is de mooiensnik top 50. Voor mij zijn dat niet alleen stille sobere liedjes, verdriet kan ook best begeleid worden door (hartver)scheurende gitaren.


Het idee kreeg ik samen met Polle, zij publiceert vandaag ook haar lijst.


Er zijn veel plaatjes uit de jaren 80 bij, vooral de hoogste noteringen. Dat heeft van alles te maken met het feit dat eind jaren 80, begin jaren 90 mooie zielige plaatjes hard nodig waren om het einde van de dag te halen.


50. Radiohead – Sulk (1995)

Dat je af en toe zit te mokken, is precies de reden dat dit soort liedjes bestaan en dat ze soms zo nodig zijn.


49. Don McLean – Vincent (Starry Starry Night)

Poëzie over de schilderijen van Van Gogh, en over dat hij zich van het leven benam. And when no hope was left in sight in that starry starry night, you took your life as lovers often do, but I could have told you Vincent, this world was never meant for one as beautiful as you.


48. Eels – Beautiful Freak (1996)

Vooral zo lief, zo lief dat je het er warm van krijgt. Too good for this world, but I hope you will stay, and I'll be here to see that you don't fade away.


47. Pearl Jam – Nothing As It Seems (2000)

Een langzame gitaarblues waarbij de klanken verlangen naar daar waar hij niet is, thuis.


46. Depêche Mode – Somebody (1984)

Een door piano begeleid, intiem gezongen liedje over hoe een relatie eruit zou moeten zien, terwijl de hartslag van de zanger klinkt en buiten het straatlawaai gewoon doorgaat.

Bovendien deel ik de ideeën over hoe een relatie eruit moet zien.


45. Tim Buckley – Phantasmagoria In Two (1967)

Eén van de meest hartverscheurend gezongen liedjes aller tijden, over de angst voor eenzaamheid en de angst die eenzaam maakt en de betrekkelijke troost van liefde.


44. The Pogues – And The Band Played Waltzing Mathilda (1985)

Een schitterende ballade over een soldaat die z'n benen afgeschoten worden in een of andere godvergeten oorlog, en over de parade van de veteranen die nog elk jaar gehouden wordt.

I see the old men all twisted and torn, the forgotten heroes of a forgotten war, and the young people ask me what are they marching for, and I ask myself the same question.


43. TC Matic – Elle Adore Le Noir (1985)

Een tweetalige tango in een donkere nacht over Weltschmerz. Zij is er om voor vergetelheid te zorgen, maar ook haar valt het leven oh zo zwaar. "Elle adore le noir pour sortir le soir", maar "The look in her eyes was a long way from the look of love".


42. Tindersticks – A Night In (1995)

Een zwerver met schoenen vol gaten van het vluchten zoekt een schuilplaats. Een stem vol melancholie en violen die door de nacht rennen.


41. Only Ones – Inbetweens (1979)

De soundtrack van de depressie die ik ooit had, langzame new wave die zwelgt in zelfmedelijden. Maar dan in het midden is er de redding, een gitaarsolo. Niet zo'n heavy metal ejaculatie, maar een melodieuze zoektocht, een dwarrelende loop der dingen, steeds hoger de lucht in en steeds dichter naar het licht. Maar dan houdt het liedje op met regen…


40. U2 – Acrobat (1991)

Een lied van vallen en opstaan en hoop. Don't let the bastards grind you down.


39. Living Colour – Nothingness (1993)

Over een plekje waar je alleen mag zijn en mag piekeren.


38. Tröckener Kecks – Ik Denk Nooit Meer Aan Jou (live) (2000)

De liveversie vind ik nog veel beter dan de studioversie. Ik denk nooit meer aan jou, Als ik 's middags buiten zie hoe een man een vrouw zijn jas geeft voel ik plotseling de kou.


37. The Shins – New Slang (1992)

Een liedje over spijt, begeleid door een zacht ooo-ooo koortje en een moeiteloos melodie die de illusie heeft zo ongeveer te kabbelen.

Turn me back into the pet that I was we met, I was happier then with no mindset.


36. Claw Boys Claw – Suzie McKenna (1985)

Ze is zo ver weg, maar hij blijft haar zoeken. Hij schudt de lucht op en zoekt achter de regenboog en tussen de sterren. Eigenlijk is dit een nummer dat je moet draaien op een slechte installatie dat de gitaren blobberen en de wanhoop van Peter Te Bos er maar met moeite overheen komt. Digitaal is niet altijd beter.


35. Foo Fighters – Home (2007)

Nog een erg nieuw nummer. Over thuis (en bij haar) willen zijn. Wish I were with you but I couldn't stay, every direction leads me away.



34. Belle & Sebastian – Get Me Away From Here, I'm Dying (1996)

Over vluchten in fantasie, in liedjes of in verhalen.


33. Rufus Wainwright – Hallelujah (2001)

Prachtig gezongen, prachtige poëzie. Lofzang op de liefde. Hoewel? It's not a cry you can hear at night, It's not somebody who's seen the light, It's a cold and it's a broken hallelujah.


32. Nirvana – Jesus Doesn't Want Me For A Sunbeam (1994)

Van de beklemmende maar prachtige plaat MTV Unplugged In New York. Prachtig intens gezongen en sober, melodieus begeleid.


31. The Wipers – Any Time You Find (1987)

Rusteloze nachtblues met in het donkere zwerk uitwaaierende gitaarpartijen. Ze gaan zelfs gillen.


30. Death Cab For Cutie – Brothers On A Hotel Bed (2005)

Over een doodgebloede liefdesrelatie, het moment wanneer "the December sun is setting". Rustig, lieflijk en harmonisch struikelt het door. Cause now we say goodnight from our own separate sides, like brothers on a hotel bed.

Een en ander wordt gebracht met een berustende gelatenheid.


29. Placebo – Song To Say Goodbye (2006)

Afscheid van een junk die een overdosis nam, maar ook heel goed te gebruiken voor nuchtere mensen als ze het even helemaal niet zien zitten. Ultiem nummer waarin alle registers losgetrokken worden.


28. The Pretenders – Kid (1980)

De stem van Chrissie Hynde die met alle aanhankelijk die in haar is een overleden bandlid herdenkt. Maar als je jouw ogen dicht doet, is het heel makkelijk om je voor te stellen dat ze jou toezingt.


27. Japan – Nightporter (1980)

Een warme deken van rustig gelaten verlangen. Met het neuriën van het pianoloopje kun je een verblijf op een busstation in de koude wind overleven, nog maar 24 minuten voor de bus komt.


26. PJ Harvey – The Dancer (1995)

Plat gezegd de ridder op het witte paard, maar dan verwoord als volgt: He came riding fast like a phoenix out of fire flames, he came dressed in black with a cross bearing my name, he came bathed in light and the splendour and glory, I can't believe what the lord has finally sent me.

Eén van de allermooiste liedjes over ware liefde.


25. Buffalo Tom – The Bus (1989)

Een wanhopig lied over in de regen in de bus zitten en iedereen aanstaren. Zowel muzikaal als vocaal wordt alles er ongegeneerd uitgegooid, dus je kunt therapeutisch meebrullen of therapeutisch je hoofd tegen de muur slaan.


24. Spinvis – Voor Ik Vergeet (2002)

De vergankelijkheid van het leven omdat herinneringen vergankelijk zijn. Dementie. Een tekst vol hartebrekend mooie associaties.

Voor ik vergeet en later alles anders heet, voor ik vergeet en ik de feiten en de cijfers en de namen van de schrijvers niet meer weet, de hele dag en alle woorden en elk uur, de hele dag en ook de nacht en de zomers en de handen van mijn vader vergeet ik op den duur.


23. Janis Joplin – Little Girl Blue (1969)

Zwelgen in zelfmedelijden. Janis gaat er helemaal in op en croont alle ellende eruit. Therapeutisch meebrullen dus.


22. Hüsker Dü – Bed Of Nails (1987)

Een scheurzaagballade, de gitaren geven een treffende indruk van het bed of nails. Please don't drive your nails into this heart of mine.


21. Elvis Costello – I Want You (1986)

Een schitterende tekst over dat hij ontdekt dat zij het met een ander doet. De woede, het cynisme (in de gitaarsolo op één noot) de wanhoop en uiteindelijk het besef dat hij ondanks alles nog steeds verslingerd aan haar is. No one who wants you could want you more.


20. The Triffids – A Trick Of Light (1987)

Bij het openslaan van een fotoalbum herinneringen aan een verloren liefde, maar feitelijk was dat niet de echte, achter deze liefde zit nog een echter en groter verlies. But that's not her, that's just the light, It's only an image of her, It's just a trick of the light.


19. The Cure – Prayers For Rain (1989)

Toetsenpartijen en synthesizers creëren laag voor laag van donkerte en vervreemding en diep verstopt in dat landschap zingt Robert Smith onder andere "You strangle me entangle me in hopelessness and prayers for rain".


18. The Del Fuegos – I Still Want You (1985)

Amerikaanse bluesrockplaat die langzaam begint maar een krachtig middenstuk heeft. Over een liefde die een tijd mooi was, maar uiteindelijk niet werkte. The car we bought together just started to rust, the world we made came between the two of us.


17. Neil Young – When Your Lonely Heart Breaks (1987)

Langzaam hartebrekend nummer, maar wel met hoop, over dat je verder moet. When your lonely heart breaks, don't sit counting your mistakes, don't be waiting for love to come back.


16. R.E.M. – Wendell Gee (1985)

De CD "Fables" is de donkerste CD die R.E.M. ooit maakte, en dit is het laatste nummer van die CD, vol van melancholie.


15. The Beatles – For No One (1966)

Wanneer jij wilt, maar zij niet meer. You want her, you need her, and yet you don't believe her, when she says her love is dead.


14. Sufjan Stevens – Casimir Pulaski Day (2005)

Over verliefd worden op een meisje dat kanker heeft en het niet overleeft, in een milieu waarin de Here aanbeden wordt. Een en ander begeleid door rustige, weemoedige muziek die het surrealisme van geloven op zo'n moment illustreert.


13. Green Day – Good Riddance (Time Of Your Life) (1997)

Over durf te leven, ervaringen en belevenissen zijn om ervan leren. So take the photographs and still frames in your mind, hang it on a shelf in good health and good time, tattoos of memories and dead skin on trial, for what it's worth it was worth all the while.


12. The Smiths – Half A Person (1987)

Was lang een lijflied toen ik ooit besloot geen grijze muis te willen worden. Met de briljante tragikomische humor van

Sixteen clumsy and shy, I went to London and I, I booked myself in at the YWCA.


11. Joy Division – Passover (1980)

De LP "Closer" is één grote mooi-en-snik ervaring, nummers als The Eternal en Decades zijn regelrechte begrafenisnummers.

Passover is een met ingetogen beheersing gezongen verhandeling over een persoonlijke crisis, die ik woord voor woord kan meevoelen.


10. Jimi Hendrix – Angel (1971)

Over troost nodig hebben. Angel came down from heaven yesterday, stayed with me just long enough to rescue me.

Behalve mooie, persoonlijke woorden ook nog eens prachtige door de ether rollende gitaarpartijen.


9. The Kinks – Celluloid Heroes (1972)

Een fantasie over een filmster willen zijn, want filmsterren voelen geen pijn en gaan nooit echt dood.

Muzikaal knap, de melancholie is van het lekkere soort en het brult ook nog eens heel gemakkelijk mee.


8. dEUS – Instant Street (1999)

In de zomer van 1999 was ik middenin een hittegolf tegelijkertijd verdrietig van de vorige en verliefd op de volgende. In de CD-speler zat "The Ideal Crash" met dit nummer en zo kwam ik de hyperactieve uren door.


7. John Cale – (I Keep A) Close Watch (1982)

Het nummer beleeft momenteel een revival in mijn playlist, vanwege een ochtend in de trein waar ik dit stukje over schreef.

Onze liefde voor dit nummer was de aanleiding voor het idee deze top 50 te doen. Nu is natuurlijk de vraag bij wie het nummer hoger staat, bij Polle of bij mij?


6. Tom Waits – Downtown Train (1985)

Rain Dogs is mijn favoriete Tom Waits-plaat. Over een zwerver die zwaait naar meisjes in een langsrijdende trein en dan fantaseert om zijn eigen lief ooit weer tegen het lijf te lopen in een forensentrein.


5. Sisters Of Mercy – Marian (1985)

Een donkere loodzware stem die boven melancholieke synthesizermuziek in afwisselend in Engels en Duits de ondergang probeert te ontlopen door een Marian aan te roepen die hem moet komen redden.

Was ich kann und was ich könnte, weiss ich gar nicht mehr, Gib mir wieder etwas schönes, Zieh mich aus dem Meer.


4. Sonic Youth – Tunic (Song For Karen) (1990)

Een hommage aan Karen Carpenter van The Carpenters die zichzelf doodhongerde. Ze verheugt zich op de hemel want daar zijn Janis, Dennis en Elvis en op een soundscape van gitaren stijgt ze op naar de hemel. Althans, een fantastische auditieve interpretatie daarvan.

Als ik het mijn nabestaanden aan durf te doen, gaat hiermee de kist het vuur in.


3. Velvet Underground – Pale Blue Eyes (1969)

Minimalistische begeleiding, alleen zang. If I could make the world as pure and strange as what I see, I'd put you in a mirror, I'd put in front of me.


2. Nick Cave – By The Time I Get To Phoenix (1986)

Terwijl hij zich rijdend langs wegen en door steden van haar verwijderd, fantaseert hij wat zij doet als ze zijn briefje leest dat hij weg is, wat ze doet als ze op haar werk is, wat ze doet als ze 's avonds in bed ligt.


1.Throwing Muses – Green (1986)

Zang die warme en koude rillingen tegelijk opwekt, associatieve tekst over de liefde die toch weer verloren gaat. I wear your clothes like armour, I love your face like God, So you're in love and I'm indebted always, green eyes, and now you're leaving again, no.

29 maart 2008

Fitna

Ik heb gekeken en ik ben helemaal om. Ik ga een antimoslimlog beginnen. Lekker een beetje broddelen met zinnen achter elkaar plakken die in mijn straatje passen. Dat er af en toe zinnen staan die ook al op andere logs staan, is pech voor die andere zinnen. Dat is toeval. Mensen die op Mohammed B. lijken moeten zeker langskomen, want wie weet verras ik ze met hun eigen foto.


Ik ga dus de angst die jullie voelen verwoorden. Ik ga jullie een stem geven. Op dit log kun je straks lezen wat jouw bange hartje altijd al voelde. Omdat er natuurlijk al een heleboel gras is weggemaaid door die Limburger die me helaas voor was, vraag ik jullie om mij angsten te mailen. Over moslims. Dat ze een extreem gewelddadig geloof aanhangen, homo's onderdrukken en niks van de vrijheid van meningsuiting begrijpen, heb ik nu allemaal in beeld. Het lijkt gewoon op het christendom van 50 jaar geleden. Maar hebben ze bijvoorbeeld ook niet veel te grote pikken en verkrachten ze onze vrouwen?


Een log van de angst, ik verheug me erop. Wat zal het mooi worden. Wat zal ik lekker veel aandacht krijgen.

25 maart 2008

Geur met herinneringen

Als je veel fietst, kom je de geur geregeld tegen, de geur die herinnert aan een karweitje dat ik als kind graag deed. Melk halen bij de boer. Mijn ouders besteedden dit graag uit aan de kinderen, want die gingen achterom, een afstand van amper 100 meter. Als je niet achterom durfde, zoals mijn ouders, dan moest je door de nieuwbouwwijk en langs de schapenwei naar de verharde oprit naar de boerderij. Dat was meer dan 500 meter.

Als ik melk ging halen, kreeg ik van mijn moeder een steelpannetje mee. "Twee liter", zei ze. Ze specificeerde altijd de hoeveelheid hoewel die hoeveelheid altijd twee liter was.


In de schuur moesten de laarzen aan. In de achtertuin was het schemerig donker, want het was winter. In mijn herinnering was het altijd winter als ik melk ging halen bij de boer.



De geur is heel sterk als op het weiland naast de weg waar jij rijdt een gierkar rondrijdt en zijn inhoud rondsproeit. Dan is de geur goor. Dan wil je jouw neus dichtknijpen en jouw adem inhouden. Dan is het een opdringerige persoon, een hond die tegen je opspringt omdat hij alleen maar wil spelen. Alleen maar zijn loopse geur voor altijd in jouw kleren. Hij doet niets hoor, hij wil alleen maar in jouw gezicht likken. De geur bezorgt op zo'n moment te veel stress om herinneringen op te wekken.


De route achterom was een minihindernisbaan. Van het tuinpad tussen twee struiken door naar het hek en het hek over klimmen. Een meter of tien dwars over een zandpad,dat in de winter een modderpoel was, tot aan een nieuwe afscheiding. Nog eens 10 meter tot een nieuw, waar je kon kiezen: Of het hek opendoen en er door of helemaal langs het hek naar de sloot en er omheen.

Als mijn zusje de melk ging halen, dan ging ze door het hek. Dat vond ik stom. Ik vond trouwens sowieso al stom dat mijn zusje soms de melk mocht halen. Ik vond dat het mijn karweitje was.


De geur is slierten op de wind als je in de zomer langs een boerderij rijdt, de architectuur van de schuur nog volgens de streektraditie, maar eromheen andere moderne schuren in te felle kleuren, lukraak in de ruimte neergekwakt als een legobouwsel van een jongetje dat veels te veel lego heeft. De geur is dan vaak vermengd met de geur van gras of de geur van de bloemen en struiken in de tuin of de geur kuilgras, een hoop gras zo groot als een half voetbalveld, bedekt met zwart plastic en autobanden.


Op het moment dat ik na het erf te zijn overgestoken, de staldeur opendeed door twee grendels te verschuiven, bedwelmde de geur me tegemoet. Koeienkoppen keken me kauwend aan terwijl ze rustig doorgingen met zachtjes kletterend hun geur vermeerderen. Koeien schijten enorm veel. Na gras eten en herkauwen is het hun voornaamste activiteit.

Heerlijk was de warmte van al die koeien na de waterkou van buiten. Ik liep met mijn steelpannetje het gangpad door, een parade langs koeien, naar een open melkbus, bijna vol met verse, zo pas aan uiers ontfutselde melk. Ik wachtte tot de boer bij me kwam, wat meestal niet lang duurde.

"Hallo," zei de boer.

"Twee liter," zei ik. Van mijn moeder geleerd. Altijd specificeren, ook als de specificaties overbekend zijn.

De boer dompelde een metalen maatbeker in de melk. De geur van melk ging de competitie aan met de geur van koeienstront en kuilgras. De donkergroene gedroogde drab lag in stapels in de trog, een houten bak langs het metalen hek. De kop van een koe paste door dat hek zodat ze hun vochtige snuit met graagte in die donkerbruine drab konden proppen. Onbegrijpelijk die graagte, want kuilgras ruikt naar vocht met een bruine kleur, naar herfst, naar bederf, naar een koelkast waar iets inzit met een overschreden houdbaarheidsdatum.


Twee keer ging de maatbeker kopje onder in de schuimende melk. Ik hield het steelpannetje omhoog en ontving twee doses witte motor.

"Dank u wel," zei de kleine jongen.

"Eén twintig," zei de grote man, waarop de kleine man uit de zakken van zijn overall zachtjes twee gulden tevoorschijn rinkelde. Waarop de grote man in de zakken van zijn overall tastte waar het luid en hard rinkelde, een complete symfonie van muntgeld. Op dat moment wilde hij zelf ooit groot worden. Groot worden en het breed laten rinkelen.

Op een zwarte handpalm verschenen glimmende muntjes. De dikke vingers van de boer zochten drie kwartjes en een stuiver uit het stapeltje en gaven dat aan mij. En dat was het. Het leek gezellig om nog even te blijven. Even te kletsen. Dat gebeurde nooit. Waar twee willen kletsen, moet er één het initiatief nemen, maar de grote man was net zo verlegen als de kleine jongen. Dus wensten we elkaar "tot ziens" en was de transactie afgerond. Tijd om bij de geur en de warmte vandaan te gaan, terug de waterkou in. Tijd om via dezelfde minihindernisbaan als waarlangs ik gekomen was, de melk in het steelpannetje veilig thuis te brengen. Ik voelde de melk klotsen toen ik over het erf naar het hek liep.


De geur lijkt op Franse kaas als je over stukje weg loopt waar net koeien hebben gelopen, bijvoorbeeld rond een uur of vier als de koeien door de boer van de wei zijn gehaald om in de stal te worden gemolken. Er liggen nu overal vlaaien omringd door spetters. De zon maakt ze snel droog. Als je uitkijkt, stap je er tussendoor en omheen. Als je niet uitkijkt stap je midden op zo'n grote vlaai waarvan het oppervlak droog is, maar het interieur blijkt vloeibaar. Dan ontploft ook de geur. Dan is de geur een gloeiende godverdegodver.


Ook nu nam ik de moeilijke weg, het hek door was voor mietjes, voor kleine zusjes. Grote broers gingen om het hek heen. Met de linkerhand het steelpannetje vast- en rechthouden, met de rechterhand de staande paal van het hek pakken. Goed opletten dat er geen stukken overall achter de uiteinden van het hek blijven haken, en dan rechtervoet tegen de staande paal en in één vloeiende beweging de linkervoet, de kont en het steelpannetje om het hek heen laten zwenken. Ik vond het altijd spannend, het moment dat één been en kostbare melk even boven koud, zwart en modderig water zwenkten. Bang was ik niet. Klauteren maakte me niet bang zo lang het vlak bij de begane grond was.


De geur kan op het platteland nietsvermoedend opeens je neus in waaien, zodat je opkijkt en snuift en dat je jezelf afvraagt of het nou van de boerderij rechts of links komt of misschien van de boerderij rechtdoor in aantocht. Het is een geur die hoort bij weidse polderplattelanden, bij Friesland of Groningen, maar bijvoorbeeld ook bij het Groene Hart. De landschappen van weilanden en tjokvolle slootjes en hekken zo ver het oog reikt.


Het zandpad annex modderpoel liet zich het best bedwingen door om te beginnen langs het hek te blijven lopen, waar een randje relatief droog gras was. De afstand door de modder moest zo kort mogelijk zijn. Goed het terrein monsteren en dan dwars over, de melk goed recht houden en met grote enigszins kriskras stappen van relatief droge plek naar een volgende relatief droge plek.

Eén keer, één keer maar, is er melk verloren gegaan. Het was glad en ik gleed half uit. Een rotmoment. Een nederlaag. Ik had gefaald toen ik met knikkende knieën de melk bedwong die niet verspild was, maar in de donkere modderplassen de vage witte vlekken kon zien van de melk die wel verspild was.

Verder ging het altijd goed. Eenmaal bij het hek naar onze tuin was de melk veilig, want de gaten in het metalen hekwerk waren groot genoeg om het pannetje er gewoon doorheen te duwen. Mijn laarzen pasten er ook goed in. Nadeel was dat het hekwerk onverhoeds kon uitbollen. Als dat gebeurde op het moment dat je met één laars in het hekwerk gestoken stond en het andere been net over de houten bovenrand liet zwiepen, dan kon je akelig wiebelen. Dan konden lichaamsdelen waar je liever voorzichtig mee omspringt, nare ontmoetingen met hout of gaas of omgebogen randjes gaas hebben.


De geur van koeienstront is objectief gesproken vies. Maar mijn gevoel bij die geur is warm omdat er warme herinneringen aan kleven. Ten eerste de dampende warmte van 30 koeien in een stal. Ten tweede de voldoening van twee liter melk zonder één druppel te hebben verspild thuisgebracht.

17 maart 2008

Leve de procedure

Als je caissière bent bij de Albert Heijn, werk je de klanten af volgens een vast protocol. Hier is een in het hoofdkantoor in Zaandam geschreven procedure voor, die je uit het hoofd moet kennen. Er blijft een senior medewerker achter je rug staan meekijken tot je alle fijne kneepjes van de procedure beheerst en dan pas mag je alleen klanten helpen.


Mijn caissière van vanavond is nog niet zo lang geleden gepromoveerd tot alleen mogen helpen. Mijn eten en drinken voor de komende dagen werden keurig conform procedure afgehandeld (Bonuskaart? Heeft u misschien 40 cent bij? Bonnetje mee?). Terwijl ik mijn assortiment inpakte, dat de hele schijf van vijf omvatte en bovendien alle vitaminen in minimaal de dagelijks vereiste dosis, stalden de twee mannen achter mij een ontzagwekkende hoeveelheid blikjes Euroshopper bier uit op de toonbank. Beide mannen hadden ongewassen haren en droegen ongewassen baarden en hun ogen waren nogal bloeddoorlopen.

De caissière telde alle blikjes die uitgestald stonden, deed dit aantal keer de prijs en zag net als de zwervers 20 Euro en 40 cent op de display. Ze ontving uit smerige handpalmen wat verfrommelde briefjes en nog een handjevol munten en telde het spulletje uit. Vervolgens keek ze op en vroeg onbekommerd:

"Spaart u smurfen?"

Want conform de procedure heeft de klant bij een besteding van boven de 20 Euro recht op één smurf.


Ze raakte een beetje van haar stuk van de lege blik die ze kreeg. De mensen in de rij en ik konden hun lachen niet helemaal inhouden. De voorste en assertiefste van de twee mannen zag dat, lachte zijn complete voorraad bruine stompjes bloot en zei "Laat u die maar zitten mevrouw". Zijn armen en die van zijn maat graaiden de blikjes bij elkaar en met een vriendelijke grijns vertrokken ze. Zonder smurf.

14 maart 2008

Naamgenoot

Mensen die Wilders heten en in Venlo wonen krijgen tegenwoordig dreigbrieven. Alledaagse mensen zien hun alledaagse leven verstoord worden door reacties op de acties van onalledaagse mensen. Is het een zegen of een vloek om een naamgenoot te zijn van een Bekende Nederlander? Om deze vraag te beantwoorden gingen we langs bij Siem.


Het is even zoeken in de Vinexwijk, maar na het nodige draaien en keren parkeren wij voor het keurige rijtjeshuis waar Siem woont. Hij staat al voor het raam om ons toe te zwaaien. In de tuin ligt een keurig getrimd gazonnetje geflankeerd door witte en oranje bloemetjes in keurig nette rijtjes. Van één struik onder het raam zijn de bloemen rood, merken wij op, terwijl wij op het standaard naamkaartje zonder franje dat onder de bel hangt S. Borsato lezen.

Siem woont samen met een Dobermann ("Ze bijt niet hoor") en een goudvis ("Die bijt ook niet, hahaha"). Hij begroet ons hartelijk en neemt ons mee naar een smaakvol ingerichte zitkeuken. Als wij een wat minder smaakvolle oploskoffie voorgezet hebben gekregen, vragen wij van wie de nogal omgekrulde kindertekeningen op de koelkast zijn.

"Ik moet ze maar eens weghalen," zucht Siem, waarna hij ons bezweert dat hij de kinderen natuurlijk nog wel ziet. "De bezoekregeling heeft wat voeten in de aarde gehad, maar alles is inmiddels goed geregeld."

"Ik ben een happy single hoor," voegt hij eraan toe, waarna het tijd is om ter zake te komen.


"Nee nee, Marco is geen familie", zegt Siem. "Gelukkig niet," en hij trekt er een vies gezicht bij. Wij wagen op te merken dat Siem geen fan lijkt te zijn van zijn beroemde naamgenoot en Siem antwoordt met een hartgrondig "Dat kun je wel zeggen." Hij vertelt dat hij vroeger ("een moeilijke periode") geregeld wakker schrok uit nogal verontrustende dromen. Siem schudt zijn hoofd als we doorvragen. "Ik kan er slecht over praten," zegt hij en zijn gezicht straalt dit ook uit. "Het gaat ook niet om de dromen," zei Siem. "Die zijn gelukkig overgegaan. Het gaat om wat ik meemaakte toen ik dus bij die dromentherapeut kwam en die mevrouw mijn naam hoorde."

"Nou, wat maakte u mee?"


"De meeste dromen zijn bedrog," begon Siem te schetteren met overigens een niet onverdienstelijke bariton. "Zo begon dat mens te zingen, middenin haar spreekkamer. Probeer dan nog maar eens een serieuze klacht ter sprake te brengen."

Siem ging staan recht in de houding en zette zijn borst vol : "Maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog." Zijn stem werd schriller. " Ik voel je adem en zie je gezicht. Je bent een droooom die naaaaast me liiiiiiigt."

"Dat deed ze dus," zei Siem kwaad. "Ik had zulke nare dromen dat ik bang was geworden om in slaap te vallen, maar die mevrouw zong dat liedje uit volle borst en probeerde me nota bene ten dans ten vragen."

Siem ging weer zitten en sloeg verongelijkt zijn benen over elkaar. "Nou en vanaf toen was mijn leven een hel," zei Siem boos.

Siem vertelt ons dat hij twee jaar lang kroegen meed omdat elke keer als hij opstond om naar de WC te gaan, zijn drinkmaten "Je hoeft niet naar huis vannacht" aanhieven. En als hij bleef plakken tot sluitingstijd deden de laatste gasten, inclusief de wildvreemden, het nog eens dunnetjes over. We vragen Siem of hij ook fanmail krijgt die voor Marco bedoeld is.

"Ik krijg nu nog steeds één rood slipje per maand," antwoordt hij. "Denk je dat ik daarvan gediend ben?" Na enig aandringen bekent Siem dat hij ze wel allemaal heeft bewaard.


We gaan met hem mee naar zijn slaapkamer en Siem trekt de onderste lade van een grote eikenhouten klerenkast open. We deinzen een beetje terug.

"Ja, toen het nummer op één stond werden ze meestal nog geparfumeerd ook," zei Siem terwijl we staren naar al het rood. "Toen kreeg ik er wel drie per week."

Siem gaat rechtop staan. "Van dat rooie klerenummer heb ik ook zoveel last gehad," zegt hij hartgrondig. Vervolgens laat hij het schallen door zijn slaapkamer:

"Vandaag is rood de kleur van jouw lippen

Vandaag is rood wat rood hoort te zijn

Vandaag is rood

Het rood van rood wit blauw

Van heel mijn hart voor jou

Schreeuw van de roodbedekte daken dat ik van je hou

Vandaag is rood gewoon weer liefde tussen jou en mij"

terwijl hij tegelijkertijd de silly walk van John Cleese nabootst, net als zijn zang niet onverdienstelijk.


Terwijl we de trap weer aflopen merken we op dat Borsato een artiestennaam is en bovendien bepaald geen Nederlandse naam. Hoe is Siem aan die achternaam gekomen, want Siem ziet er met zijn blauwe ogen en grijs haar dat vroeger bijna zeker blond was bepaald niet Italiaans uit.

"Tja", zegt Siem, "Hoe kom je aan zoiets? Vroeger was het Borst. Nou daar werd je ook niet vrolijk van. Je kan vast wel verzinnen wat er dan allemaal naar je geroepen wordt. Nog een koffie misschien. Ik heb nog zakjes zat."

We bedanken vriendelijk en kijken Siem enigszins verbijsterd aan.

"Begrijp wij het goed dat u de naam Borsato vrijwillig aangenomen heeft?"

"Nou ja vrijwillig, dat wil ik niet zeggen. Borst kon niet meer. Daar kon ik niet meer mee verder, niet meer mee leven. Dus er moest wat nieuws komen. In die tijd keek ik wel graag Soundmixshow, moet ik eerlijk zeggen. Ik droomde er ook wel eens van daar zelf ooit te mogen staan, daar naast Hennie. Lekker naast Hennie staan. Een beetje gein trappen en dan de smoking uitzoeken. Maar ja, helaas niet door de voorselectie gekomen…."

Siems stem was wat dunner geworden en klonk vervaarlijk schor.

"Die Borsato had het dus allemaal. De stem, de branie. Zo'n sympathieke jongen. Echt zo'n ideale schoonzoon." Siem bekent dat hij na de overwinning van Borsato in de Soundmixshow van 1990 besloot om zijn naam over te nemen.


"Ik zag er geen kwaad in," zegt hij. "Het leek me wel grappig. Ik hoopte dat ie twee hitjes zou scoren en daarna misschien nog een paar keer in de Privé zou staan. Een beetje meeliften op het succes. Gewoon een beetje maar."

Terwijl Siems ogen in de richting van de tekeningen van zijn kinderen staarden, zagen ze die tekeningen niet. Ze zagen de droom die hij ooit voor ogen gehad moest hebben, maar die bedrog gebleken was. We moesten moeite doen om niet de fout te maken die ooit de dromentherapeute maakte.

"Kon ik weten dat ie zo idioot groot zou worden," viel Siem uit. "Met al die nummer 1 hits en al die gouden platen en Ahoy vol en de Gelredome vol en de Arena vol en vol is vol…"

"Nee, dat kon u niet weten," zeiden we nog. Vervolgens besloten we om Siem maar alleen te laten.

09 maart 2008

Stilstand

Ik maak mezelf onwillekeurig klein op het smalle trottoir, want de meeste mensen willen een andere kant op dan ik. Bij de brug moet ik het trottoir af voor een groepje slenterende Besucher. Mijn ogen kijken onwillekeurig hun richting en zien het water spiegelen onder een ochtendzon die de strijd met de bewolking net zo goed zou kunnen winnen als verliezen. Ik zie mijn eigen stad door de ogen van een toerist. Ik blijf staan.


Ik wil het recht hebben om te blijven staan.


Terwijl ik uitkijk over het water en de wind fris voel wezen denk ik over winsten die moeten groeien en omzetten moeten stijgen. Elk jaar geld overhouden lijkt mooi maar dat is blijven staan en niet groeien. Een bedrijf dat er niet in slaagt om te groeien wordt overgenomen door een bedrijf die daar wel in slaagt zodat drie mensen een tweede boot kunnen kopen en het is wel heel erg negatief om te stellen dat de paar honderd mensen die het bedrijf moeten verlaten, ontslagen worden. Je kunt beter zeggen dat er een amendement wordt gepleegd op hun persoonlijk groeiplan.

Ik heb een persoonlijk groeiplan voor mijn carrière. Bij mijn bank heb ik een persoonlijk groeiplan voor mijn vermogen. Voor mijn verzekering stort ik geld in een groeifonds. Als er geen economische groei is, valt het kabinet. Ik denk erover om groeihormonen te gaan slikken, want ik heb mijn record op mijn zomeravondfietsrondje al een heel seizoen niet gebroken.

Voor elke drie mensen die een tweede boot kunnen kopen, zijn er 97 die het ook geprobeerd hebben, maar ze waren iets minder doortastend of niet op de goede tijd op de goede plaats. Ze draaiden extra uren. Op dat rapport dat toch echt af moest, ploeterden ze ook 's avonds en de mail werd beantwoord op zondagmiddag.


Want er moet gegroeid worden. Zodra je het stadium van HD ready bereikt hebt, hoor je dat full HD toch echt veel mooier is. Ik moet een nieuwe camera, want ik heb maar 6 megapixels en in folders staat tegenwoordig 12. Als het beeld twee keer zo mooi is, zie je vast niet meer dat het beeld onder- of overbelicht is, of zie je dat dan juist twee keer zo goed? In ieder geval worden de fotobestanden zes keer zo groot, dus ik moet sowieso een nieuwe PC, met een teringbyte harde schijf. Aangezien ik bereid ben voor 2 Gieg geheugen te betalen, is Microsoft bereid bij mijn nieuwe PC een nieuw besturingssysteem te leveren dat 2 Gieg geheugen nodig heeft om fatsoenlijk te kunnen draaien. Zodat ik over een jaar 2 Gieg geheugen bijkoop. Voor mensen bij wie behoeftes niet vanzelf opkomen, hebben bedrijven van alles verzonnen. Ik kijk graag naar Holland Doc, dus zal het per 1 juli verdwijnen uit het BasisPlusPakket. Maar als ik nou BasisPlusExtra neem, wat slechts 6 Euro per maand extra is, dan krijg ik behalve Holland Doc ook nog drie nieuwe 24 uurs hobbykanalen. Creatief schilderen, creatief papier maché, creatief kurk.

Wat heel erg handig is voor mijn oude dag, want ook dan gaat het groeien onverbiddelijk door. Persoonlijke groei stopt niet bij 65. Gewoon fatsoenlijk oud worden is niet genoeg. Het is niet genoeg om te wensen dat je redelijk kunt doen en laten wat je wilt zolang je jouw plaspillen maar niet vergeten bent. Straks moet ik alles nog doen waar ik nu geen tijd voor heb, zoals creatief schilderen. Maar als ik nou ReCreatief Schilderen neem, wat slechts 6 Euro per les extra is, dan kan ik schilderen en krijg ik ook nog een dubbeldik cursusboek en tips op de iPod van Virtual Picasso. Oh ja ik wil met EasyJet naar Zuid-Frankrijk voor een bungeejump, wel klimaatneutraal dus voor de oerschreeuw eerst een boom planten. De Mont Ventoux beklimmen moet ook nog steeds. Ik neem geen genoegen met een DVD van The Stones, ik maak er zelf een en zet hem op YouTube.


Ik word in mijn overpeinzingen gestoord door een echtpaar met in beide handen grote tassen. Ze willen er langs en laten met verongelijkte blikken weten dat dit geen plek is om stil te staan. Met tegenzin maak ik plaats en als ze voorbij zijn loop ik door. Ik had willen blijven staan kijken naar de rimpels die de wind in het water maakt, maar de rust die daarvoor nodig is, is weg.

02 maart 2008

Een peuter betrapt in zijn paradijs

Het stokje werd mij niet rechstreeks toegeworpen, maar via een mailtje waarin mij de vraag gesteld werd of ik een antistokjesfundamentalist ben.

Eeehhh..

Na een paar minuten van vruchteloos piekeren slaagde ik er niet in om te bedenken voor of tegen welke zaak een fundamentalist die het antistokjesgeloof aanhing, zou moeten vechten. Ik ging wat andere dingen zitten doen, maar de vraag van de malle mailster bleef sudderen in mijn hoofd. Na een half uurtje veerde ik overeind, zocht de pagina van de mailster op en zag dat zij een inderdaad een stokje had aangenomen. De opdracht van dit stokje was blijkbaar niet moeilijker dan "Plaats een jeugdfoto van jezelf".

Nou, zo gemakkelijk is die opdracht helemaal niet. Niet voor mij. Ik hou namelijk niet van foto's. Herstel, ik hou wel van foto's. Ik hou alleen niet van foto's waar ik zelf op sta. Ik sta namelijk nooit leuk op foto's. De klik valt altijd precies op het moment dat mijn haar verkeerd voor mijn ogen valt, mijn mond scheef staat in plaats van recht, mijn armen even doelloos als slungelig rond mijn lichaam hangen in plaats van met iets nuttigs bezig te zijn.

Als ik mezelf in een spiegel zie en kan bewegen als het moet, dan bekijk ik mezelf als man. Ik zie vooral de onderdelen waar ik redelijk tot ruimschoots mee tevreden ben en heb geen behoefte om aandacht te besteden aan onderdelen waar ik minder of helemaal niet tevreden mee ben. Als ik mezelf op stilstaand beeld zie, dan is het anders. Dan kijk ik als een vrouw. Ik heb de neiging uitsluitend de onderdelen te zien waar wat op aan te merken valt en vervolgens geef ik me met ziel en zaligheid over aan het bekritiseren van dat alles.


Maar op deze foto ben ik gesteld, want als ik deze foto zie weet ik zeker dat ik gelukkig was op het moment dat ik opkeek naar de lens:

Er was op die leeftijd niks wat ik heerlijker vond dan een vierkante meter aan modder om met een schepje in te wroeten. Ik groef kuilen om er water in te kunnen scheppen. Vervolgens groef ik kanaaltjes om het water weg te zien stromen. Als het water weg was, stuurde ik mijn boot op pad om nieuw water te zoeken. Ik ging met mijn handen wroetend door de modder achter het water aan om het terug te scheppen, dammen op te werpen, een plas te creëren die mooier en groter was dan elke vorige plas. Ik groef kuilen waarin nieuwe plassen ontstonden en dempte met de aarde andere plassen. Misschien dat een buitenstaander "zinloos" denkt maar in het universum van mijn geest waren deze bezigheden allesbehalve dat. Niet storen, want hier was een waterbouwkundig genie aan het werk. Als ik opging in mijn spel bestond er behalve de modder en het water niks anders dan intens geluk. Noem dat maar eens zinloos.

Op deze foto zie je mijn ultieme, solitaire, en ik denk ook een vleugje autistische geluksdroom. Laat me alleen met een onafzienbare hoeveelheid modder om mee te spelen en ik zal niemand nog tot last zijn. Of tot lust, maar daar kwam ik pas later achter.

Clicky

Clicky Web Analytics