31 augustus 2008

Als we…

Als we onder een steen zouden leven, dan zouden we niet zelf voor een dak boven ons hoofd hoeven zorgen, zou de huizenmarkt nooit instorten en zouden tegeltjes met het opschrift na regen komt zonneschijn slecht verkopen.

Als we onder een steen zouden leven, dan zou claustrofobie een onbekende fobie zijn en iemand zonder pleinvrees zou in een krankzinnigengesticht gestopt worden. We zouden binnen blijven als de weerman een zonnige dag voorspelde, maar bij zwaar bewolkt weer trokken we er massaal op uit. We zouden niet weten dat er ook andere stranden zijn dan rots- en kiezelstranden. Wel zouden we honderden soorten mos onderscheiden en de kleur grijs aanduiden met honderden verschillende woorden.


Goede Tijden Slechte Tijden zou de Flintstones heten.


De pissebed en andere kruiperige diertjes zouden uitgestorven zijn, maar de vele dieren die niet onder een steen leven zouden een ruimere en minder vervuilde leefomgeving hebben dan nu. De mooiste plekjes zouden de plaatsen zijn waar de zon het vocht op de grond heeft opgedroogd, maar uit nissen en spleten hoor en voel je vers vocht omlaag sijpelen.

De mooiste meisjes zouden al hun twintig vingers roze lakken. Vingersignalen zouden de subtielste vorm van communicatie zijn. Vincent van Gogh zou vingerschilderaar zijn geworden en beroemd zonder ooit één zonnebloem te schilderen.

Als we onder een steen zouden leven, dan zou dit log gebeiteld zijn. Na een half jaar regen en wind zo de st ed mee et ers nie eer l esba r z n.

26 augustus 2008

Plaatsnamen

Op mijn fietsvakantie in Duitsland en België (en twee heel kleine stukjes Nederland, maar die tellen nu even niet mee), bezocht ik twee plaatsen die ook in Nederland als plaats voorkomen (Epe en Soest), één plaats die vertaald in Nederland als plaatsnaam voorkomt (Rosendahl). Ook kwam ik in een plaats die in Nederland als provincie bestaat (Limburg).


Ik ben door 6 plaatsen gekomen die namen van drie letters hebben (wederom Epe, maar ook Aue, Oos, Coo, Kin en Spa) en van plaatsen met een naam van vier letters waren er al 13 (Vöhl, Sayn, Brey, Spay, Diez, Bonn, Faid, Daun, Pelm, Prüm, Walk, Amel, Visé). Ik heb maar één plaats bezocht waar een Q in voorkwam (Stoqueue), maar wel lekker veel plaatsen waar een X in voorkomt (Maxsain, Vaulx Richard, Xhierfomont, Cheneux, Bellevaux, Theux, Charneux, Mortroux en Xhendelesse). Van 7 plaatsen die ik bezocht eindigt de naam op een Z (Koblenz, Mainz, Diez, Altendiez, Linz, Urmitz, Oberweywertz).


Er waren 8 heilige plaatsen (Sankt Goar, Sankt Goarshausen, Sankt Sebastian, Sankt Vith, Pfaffendorf, Kirchen, Oberkirchen en Mariadorp) en ook 7 plaatsen waar zuiver en wellicht geneeskrachtig water uit bronnen komt (Bad Fredeburg, Bad Berleburg, Bad Ems, Bad Salzig, Bad Camberg, Bad Breisig, Bad Hönningen). Daarnaast nog 2 plaatsen die naar mineraalwater genoemd zijn (Spa en Gerolstein).


Er waren 15 plaatsen waar namen van bekende Nederlands of buitenlanders in verborgen zitten (Deesen, Brey, Elkenroth, Schmidthahn, Pfaffendorf, Bacharach, Frankfurt, Laurenburg, Korbach, Kesselheim, Hammerstein, Osterspai, Francorchamps, Hervé, Havelange). Hierbij heb ik Johann Sebastian buiten beschouwing gelaten, want die man maakt het gewoon te bont (Silbach, Niederdreisbach, Fachbach, ook nu weer Bacharach, ook nu weer Korbach, Goddelsbach, Birkelbach, Afolderbach, Eschenbach, Braubach, Wiesenbach).


Behalve de sankt- en badplaatsen die ik al behandeld heb, waren er 6 Plaatsen met een dubbele naam (Brohl-Lützing, Kamp Bornhofen, Kobern-Gondorf, Treis-Karden, Vaulx Richard en Trois Ponts) en 3 plaatsen van koninklijken bloede (Königstein, Königswinter, Nassau).


Als ik nog eens net zo beroemd wordt als Michael Jackson ooit was en mijn eigen Neverland krijg, dan zal ik in dat land, omdat ik de naam zo mooi vindt, de volgende pittoreske dorpjes stichten: Idstein, Balduinstein, Titmaringhausen, Langewiese, Hoheleye, Stavelot en Pepinster. Mijn dochter noem ik Rhena of misschien toch Roanna en mijn zoon noem ik Rhens. En de hond? In je mand Masta!


In twee plaatsen rekende ik niet op warm weer (Winterberg en Froidville), in één plaats was ik verbaasd dat ik een bocht om moest (Recht) en in 32 plaatsen regende het tijdens mijn verblijf (Münster, Soest, Winterberg, Remblinghausen, Mönekind, Sogtrop, Siegen, Eiserfeld, Niederscheiden, Mudersbach, Kirchen, Betzdorf, Alsdorf, Schulzbach, Niederdreisbach, Hachenburg, Koblenz, Stavelot, Robertville, Büllingen, Bütgenbach, Oberweywertz, Waimes, Baugné, Géromont, Malmedy, Masta, Xhendelesse, Les Bruyères, Hervé, Charneux en Mortroux).


Gelukkig blijven er meer dan 300 plaatsen over waar het niet regende.

24 augustus 2008

Fietsen in Duitsland

Tweeëneenhalve week heb ik onderzoek verricht naar fietsen in Duitsland. Aangezien ik dit onderzoek onbezoldigd verricht heb en bovendien in de eigen tijd, is het wellicht beter om te spreken van fietsvakantie.

De onderzoeksvraag luidt: Hoe verhoudt fietsen in Duitsland zich tot fietsen in Nederland? Qua fietsinfrastructuur is Nederland een wereldtopper. Je vindt nergens zo veel fietspaden, zo veel fietswegwijzers en zo veel bewegwijzerde fietsroutes die de bospaadjes en achterafstraatjes op min of meer logische wijze met elkaar verbinden.


Het is niet voor het eerst dat ik mij in Duitsland waagde, maar mijn ervaring was tot nu toe beperkt tot fietstochten in de streek achter Nieuweschans en omgeving Aachen. Daardoor wist ik wel dat er in Duitsland ook mooie bospaadjes en achterafstraatjes zijn, en dat op dergelijke wegen ook wegwijzers voor fietsers staan. Probleem is dat ze vanaf de hoofdwegen waar de auto's in groten getale en volle vaart vlak langs je heen suizen soms erg moeilijk te vinden zijn.

Dat probleem bleek oplosbaar. In Duitsland bestaat er ook een ANWB, met een fietsonderafdeling (de ADFC) en die geven kaarten uit waarop alle fietsroutes zijn aangegeven. Er zijn genoeg lokale en langeafstandsroutes om samen een netwerk te vormen waar je zo'n beetje heel Duitsland mee door kunt. En in de grote steden blijken ook fietswegwijzers te staan, naar centrum en station en ook naar de diverse stadswijken.

De kwaliteit van al die bewegwijzering wisselt wel. In sommige streken kom je een heel eind zonder de kaart tevoorschijn te hoeven halen, bv. in de omgeving Münster is de bewegwijzering erg goed en langs de rivieren fietsen is ook goed te doen. Hoewel de pijltjes daar af en toe bedoeld lijken om je het spoor bijster te laten raken in plaats van de weg te wijzen, keer je gewoon terug naar de rivier als je het allemaal niet meer weet en dan vind je wel weer een nieuw pijltje of bordje.

In andere streken, bv. Sauerland, red je het niet zonder kaart. Ook daar staan bordjes en pijltjes, maar het is net als in België, nadat je een kilometer of wat voorbeeldig aan het handje meegenomen bent, blijkt het geen fietsroute te betreffen maar een dropping. Opeens is er geen spoor meer van een wegwijzer te vinden; zoek het vanaf hier maar lekker zelf uit.

Ook bleken in Sauerland de wegwijzers soms domweg de verkeerde kant op te staan. Waait de wind ze de verkeerde kant uit? Kwajongenswerk? Heeft de autolobby er schoon genoeg van om altijd maar in de remmen te moeten voor fietsers? In ieder geval verwarrend en ook onhandig, want als je in Nederland een stukje verkeerd rijdt en daar achter komt, denk je nog wel eens ach laat ik maar even terugrijden, maar in Sauerland ligt dat subtiel anders. Dat verkeerd rijden doe je namelijk altijd heuvel af met meer dan 40 kilometer per uur. In vijf minuten tijd kun je dus een flink eind de verkeerde weg op zijn. Het "even" terugrijden betekent nu met minder dan 10 kilometer de heuvel op, dus die 5 minuten zijn dan opeens een half uur en zere knieën bovendien.

Met andere woorden, doe in heuvelland niet te veel aan routeplannen want het gaat altijd wel ergens verkeerd, zeker als je een hele dag op pad bent. Voor het humeur is het dan verreweg het beste om de kaart te pakken en ad hoc een plan B te zoeken.

Wat een uitkomst is in dit soort gevallen, is een kompas op je fiets. Dat heb ik nu sinds bijna anderhalf jaar. Het is het goedkoopste onderdeel op mijn prijzige Koga, maar het is de feature waar ik verreweg het meest blij mee ben en nooit meer zonder wil. Ten eerste kun je op de bonnefooi fietsen, als je weet in welke richting de bestemming ligt, kun je op jouw kompas er ongeveer naartoe fietsen en die tactiek blijkt gewoon te werken. Ten tweede kun je als je de weg echt kwijt bent geraakt, altijd nog wel bepalen welke weg de goede en welke weg de verkeerde kant op gaat. Wat een zegen is. In Sauerland was ik op een gegeven moment totaal het spoor bijster, maar ik wist wel dat ik het naar het zuidoosten moest, dus fiets je voor het vaderland weg wat zuid en oost totdat je weer eens een bordje tegenkomt. Als je dan achteraf nog eens jouw gangen nagaat, blijkt meestal dat je niet of nauwelijks omgereden hebt. Mijn TomTom kost ongeveer een Euro en is net zo goed als de dure variant, al doet ie dan geen gekke Surinaamse stemmetjes, maar die kun je desgewenst zelf doen.


Maar genoeg afgedwaald over afdwalen. Terug naar het onderzoek.


In Duitsland wordt zeker geld uitgegeven aan fietsinfrastructuur. Behalve al die wegwijzers die geplaatst zijn liggen in een aantal streken best veel (en mooie) fietspaden. Soms wemelt het zelfs van de routes. Toppertjes zijn de fietspaden die in heuvelland worden aangelegd over het tracé van in onbruik geraakte spoorlijnen. In Sauerland ben ik zo'n pad tegengekomen en in de Eifel twee. Behalve dat het asfalt zo glad is dat het zoemt, ligt zo'n spoorlijn relatief vlak en is de stijging of daling regelmatig. Daarnaast mag je door tunneltjes en over viaducten. Het is een avontuur om over zo'n pad te fietsen.

Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat je in Duitsland in alle regionale treinen (zeg maar de stoptreinen) je fiets mee mag nemen, dat dit goedkoper is dan in Nederland en dat er in die treinen ook meer en betere plekken zijn voor de fiets. En wo die Bahnhof ist wordt op elke fietswegwijzer vermeld.

Je kunt best goed fietsen in Duitsland, beter dan in bijvoorbeeld Wallonië, waar ze het verschil niet weten tussen maankraters en wegen. Duitsland is een fietsland in ontwikkeling, ik denk dat je kunt zeggen dat de Duitser het fietsen is begonnen te ontdekken. Ze zijn nog niet zo ver dat ze al fietsen naar het werk of boodschappen doen op de fiets, dat doen in Duitsland alleen de studenten, maar in sommige streken, bijvoorbeeld langs de rivieren, trekt de Duitser er in het weekend bij mooi weer tamelijk massaal op uit voor een tochtje. Ook wordt er aan fietsvakantie gedaan, bijvoorbeeld met een bepakte en bezakte fiets de Rhein langs.


Uiterlijk zien Duitsers en Nederlanders er hetzelfde uit, maar op de fiets hou je ze gemakkelijk uit elkaar, want de Duitsers dragen bij deze activiteit een helm en de Nederlanders niet. Voor ik vertrok vond ik het bespottelijk dat je op een vlakke weg met een helm op gaat fietsen. Nu denk ik daar genuanceerder over. Het is heel goed dat die Duitsers een helm dragen, want ze kunnen namelijk niet zo goed fietsen. Zeg maar gerust dat ze gevaarlijk zijn. Ten eerste fietsen de meeste Duitsers tergend langzaam. Je zou zeggen dat dit juist veilig is, maar als je zo langzaam rijdt dat je slingert of zwabbert en bovendien na het horen van een bel van een fietser die wel een beetje tempo maakt, voor het slingeren en zwabberen de volle breedte van de weg nodig hebt, dan is de veiligheid relatief. In Nederland haal ik andere fietsers links in, schijnt ook een regel te zijn dat het zo moet, maar in Duitsland is inhalen net als een penalty nemen, je blijft inhouden en kijken totdat de fietser voor je een kant van de weg kiest en dan kies jij de andere.

Ook in Duitsland behoort rechts gereden te worden, maar fietsers, met name mannen, hebben een griezelige neiging om links te rijden. De formatie van een Duits gezin bestaat dan ook uit een man voorop die links rijdt, twee kinderen die alle kanten op slingeren en een mama die rechts rijdt. De hele meute houdt bovendien een onderlinge afstand van 5 meter aan. Dit geldt ook voor groepen, zodat je met het inhalen van een groep Duitse fietsers je halve fietstocht bezig kunt zijn.

Als jij achter de achterste fietser van het gezin zit, moeder de vrouw, en tweemaal met je fietsbel belt, dan is die man nog mijlenver verderop vrolijk van het uitzicht aan het genieten zonder iets te horen. Dus mevrouw gaat iets als "Achtung radfahrer" roepen, waarna de kinderen prompt voorbeeldig naar rechts zwenken, maar die vent voorop gaat alles in het werk stellen om door jou aangereden te worden (wat niet lukt natuurlijk, want ik kan toevallig wel fietsen). Als Duitsers een onoverzichtelijke bocht naderen, gaan ze ook links fietsen. Op zich kom je een bocht naar rechts inderdaad het gemakkelijkst door als je vanaf de linkerweghelft instuurt, maar als je maar 12 kilometer per uur rijdt, kom je een bocht echt ook best door zonder naar links te gaan, en misschien word je dan iets minder vaak opgeschrikt door iemand (ik dus) die met 24 kilometer per uur vanuit de onoverzichtelijke bocht plotseling opdoemt in jouw rijbaan.

Een giller is dat die Duiters als ze eenmaal op een fiets zitten niet van die hardrijders blijken te houden. Op de Autobahn zijn ze gewend aan snelheidsverschillen van 100%, maar op de fiets worden ze er zenuwachtig van. Soms passeer je fietsers en komen er ook al weer tegenliggers aan en soms geef je dan even gas en duik je een gat in, want een hele middag achter oma's blijven hangen is niet mijn idee van fietsplezier. In Nederland haal ik dat soort manoeuvres op drukke zomerdagen ook uit, maar daar merk ik zelden dat een tegenligger dan schrikachtig reageert, met andere woorden, ik doe echt niet absurd roekeloos. Maar in Duitsland zie je schrikogen of gaan ze remmen (en vaart hadden ze toch al niet), of je hoort achter jouw rug de Duitsers onderling nog wat kritiek op jouw rijstijl geven. Qua charmes heb ik in Duitsland misschien niet heel veel harten sneller laten kloppen, maar qua inhaalmanoeuvres wel. Kennelijk snappen ze de koers niet die ik wil volgen, dat ik van plan ben om naar mijn weghelft te keren in plaats van frontaal op hen inrijden. Het heeft vast weer met dat links en rechts te maken, wat voor een Duitser op een fiets maar moeilijk-moeilijk is.


Die moeilijkheid met links en rechts heeft vast ook te maken met de gecombineerde wandel- en fietspaden in de steden en andere bebouwde kommen. Dat is een crime. Als Duitsland een echte fietsnatie wil worden, moet dit afgeschaft. Die paden zijn steevast maanlandschappen, kuilen afgewisseld door klinkers, schots en scheve tegels en restjes asfalt dat ze overhadden na aanleg van de echte weg voor echte voertuigen. Daarnaast wordt je vrolijk stoepje op, stoepje af gestuurd zodat het moeilijk is om in Duitsland de wielen van je fiets rond te houden en ronde wielen fietsen toch echt het lekkerst. Daarnaast is het oppassen geblazen, want een rijstrook kan uit het niets beginnen en ook ophouden of onderbroken worden door parkeerhavens voor auto's.

De strook biedt naast plaats aan fietsers en voetgangers ook plaats aan bushokjes, lantaarnpalen, palen van verkeersborden, terrassen en reclamemateriaal van winkels. Het de bedoeling om al deze obstakels te ontwijken. Het is de bedoeling om de voetgangers te ontwijken, ook degene die druk kwebbelen, nergens naar kijken en diep in gedachten verzonken zijn. Daarnaast is het de bedoeling om niet een aanrijding te krijgen met een andere fietser, die vrolijk van twee kanten blijken te kunnen komen, zelfs al ligt er aan de beide kanten van de weg zo'n strook. Nadat ik voor de tweede keer iemand achterop had gekregen na het hard remmen voor een voetganger die plotseling voor mijn wielen opdook, heb ik deze ellendige paden stelselmatig gemeden, want op de weg tussen de auto's en zelfs grote vrachtwagens is het veel veiliger.


En stoplichten zijn er ook veel te veel van. Ik heb geteld hoe veel stoplichten er waren tussen mijn hotel in Koblenz en de Rhein, een afstand van amper twee kilometer. Dat bleken er voor mij negen te zijn, maar voor een brave Hendrik die nooit iets illegaals doet, wat de Duitser is, zouden het er zelfs elf zijn geweest. Ik ben ook dwars door het centrum van Frankfurt gefietst, maar daar was het van hetzelfde laken een pak, fietsen als de TGV in Nederland. Onmogelijk, het optrekken tot het bereiken van de kruissnelheid duurt langer dan het opdoemen van het volgende stoplicht.


Waren dit alle ergernissen?


Nee, nog één. De betutteling, waar Nederland ook altijd zo sterk in is. In Duitsland lijkt het vaak dat ze fietsen veel te gevaarlijk vinden. Het is veel veiliger om naast je fiets te lopen. In Duitsland zijn ze dan ook heel sterk in het plaatsen van dubbele hekken op het fietspad op punten waar een normale weg het fietspad kruist, maakt niet of dit een drukke of stille weg is. De doorgang tussen de hekken is zo smal dat je er niet fietsend doorheen kunt. Een en ander om te voorkomen dat je zonder op of om te kijken met een levensgevaarlijk hoge snelheid die normale weg oversteekt. Dat moeten we natuurlijk niet hebben. De burger zelf laten opletten is uit den boze.

In tunneltjes doen ze dat ook, want door die zelfde tunneltjes laten ze ook voetgangers lopen en dus kunnen we het niet hebben dat er van die levensgevaarlijke fietsers met wel 12 kilometer per uur de bocht doorkomen. In dit soort gevallen staat bij die hekken steevast een bordje "Radfahrer bitte absteigen". Zo'n bordje staat er ook wanneer de weg opgebroken en je even een stukje onverharde weg moet nemen. Wat helemaal geen probleem is, want daar rijd je zo overheen. Althans, in Nederland, daar staan dergelijke borden weliswaar ook, maar de Nederland is zo verstandig om onzinnige borden domweg te negeren. Zo niet de Duitser, als die ergens "Radfahrer bitte absteigen" leest, dan weet hij niet hoe snel hij naast zijn fiets moet gaan staan. Met andere woorden, als vlak voordat jij bij de wegopbreking bent, zo'n hele groep gehelmde lieden het fietsen eraan geeft om vervolgens naast hun fiets te gaan lopen, dan heb jij geen keus jezelf als vrijgevochten Hollander tandenknarsend in het keurslijf van het befehl ist befehl te wurmen.


Fietsen in Duitsland, het is absoluut te doen. Als geheimtip geef ik de Moezel en de zijriviertjes van de Rhein in de buurt van Koblenz, bijvoorbeeld de Lahn. Mooie paden, kronkelende rivier, divers begroeide oevers, om je heen de beboste of met wijnranken begroeide toppen van het heuvelland en vaak genoeg een poppendorpje waar behalve mooie huisjes ook altijd wel een terras is.


Echter, de kreet "Radfahrer bitte absteigen" heb je na twee weken fietsen in Duitsland zo vaak op bordjes zien staan dat die - in jouw hoofd uitgesproken – gaat klinken zoals het ongeveer 60 jaar geleden geklonken zou hebben. En laat dat bitte alsjeblieft weg.

01 augustus 2008

Ga toch fietsen

"Okee," zei Jack of Hearts. "Da's goed hoor."

Tot over een week of 3.

Mag ik u iets vertellen?

“Mag ik u iets vragen?”

Als je niet kijkt, negeert in plaats van reageert, dan wordt de vraag herhaald. En daarna, als je nog steeds niet kijkt laat staan reageert, dan roept hij of zij er nog een paar keer “Meneer” achteraan. Gek genoeg komt het nooit voor dat de persoon jou achternaloopt, inhaalt en in jouw gezicht kijkt waarna hij zijn “vraag” op jou afvuurt. Zo brutaal zijn ze dan ook weer niet. Nog niet waarschijnlijk.

Heel af en toe komt het voor dat ze je echt wat willen vragen, dat datgene wat ze zeggen ook is wat ze willen. Zeldzaam, want personen die naar je roepen dat ze je wat willen vragen, willen iets verkopen, ofwel geld krijgen zonder wederdienst, ofwel jou ervan overtuigen dat dit dan toch echt de dag is dat jij de Here zult ontdekken. Herontdekken in mijn geval. Nee, mevrouw, dank u, ik ben al geschoren.

Soms is de maatschappij dodelijk vermoeiend, met name op momenten dat je de indruk hebt dat de helft van de kapitalistische medemens er op uit om de andere helft van de kapitalistische medemens iets te verkopen. Geld geven aan bedelaars doe ik af en toe maar het geeft me zelden een goed gevoel. Ik vind de koppen treurig, de ongeschoren gezichten, de ogen die proberen te bedanken maar denken aan drank. Het is ook een moedeloze bezigheid. Als ik nou door al mijn geld weg te geven de hele stad één gelukzalig delirium zou kunnen bezorgen, zou ik het nog wel een stoere actie vinden, maar de hele stad valt buiten het budget. De halve ook.
De vraag “Mag ik u iets vragen?” is de strijdkreet van het kapitalisme. “Nee dank u ik hoef geen Strijdkreet”.

Klotesysteem denk ik dan. Het systeem dat mijn brievenbus vervuilt met Nee-stickers, desondanks mijn deurmat nog steeds af en toe vervuilt met folders. Het systeem dat mijn mailbox vult met v1agra en c1al1s en mijn televisiescherm vult met spotjes voor leningen. Het systeem waarin een oliemaatschappij 15 miljard winst maakt in één kwartaal, maar vervolgens dalen de aandelenkoersen omdat de winst zo tegenvalt. Het systeem dat oceanen leegvist maar vult met drijvende eilanden van plastic afval die groter zijn dan Europa. Kutsysteem.
Tijd voor een mooie uitspraak als “Capitalism is the worst economic system, except for all the others” en snel naar de winkel om nog wat dingen te kopen waar ik eigenlijk ook best zonder zou kunnen.

Clicky

Clicky Web Analytics