26 december 2009

Witte Kerst

"Zo romantisch ben je anders niet," herinnerde Delibert zich.

Hij herinnerde zich ook de felheid in haar stem, de wilde ongewassenheid van haar haren, en haar bedslofjes. Witte nepwollen randjes op de punten die elkaar snoezig aankeken als ze haar voeten bij elkaar hield. Wat ze onder andere deed als ze boos was.

Delibert zuchtte en keek naar buiten, waar tussen plassen water de laatste resten aan de straatstenen vastgekoekte sneeuw probeerde om nog heel even sneeuw te blijven. Wit was het al lang niet meer. Auto's hadden haar bruin gemaakt en van smelten en weer opvriezen was ze grijs geworden als een oma.

"En jij ook niet!" snauwde Delibert en griste zijn krant terug op schoot.

20 december 2009

Klimaattop

Als God bestaan zou hebben, zou het na de klimaattop achttien graden geworden en had je door het regengordijn geen hand voor ogen kunnen zien. Het is alleen niet God die over deze planeet beschikt, het zijn de diersoorten die erop leven. Of beter gezegd die ene soort, die voortplantende en doorwoekerende en alles-moet-voor-ons-wijken soort. Die soort die zo arrogant is dat zij meent het vermogen tot weldenkendheid te bezitten.


 

Het is niet echt een verrassing dat na de 17.324 oorlogen die we niet konden voorkomen, het klimaatprobleem ons nu de baas is. Het is wel een katterig gevoel en een lichte ontluistering, hoewel natuurlijk al wel duidelijk geworden was dat de mens vooral qua pretenties de andere zoogdieren de baas is.

En wees eerlijk, als we een hoofdelijke stemming zouden houden onder alle flora en fauna over wat te doen in de komende 50 jaar, dan zou 99.458% van de stemmen zijn voor de optie "halveren die mensensoort". Alleen de mensen zelf, en wat volgevreten katten en honden zouden tegen zijn. Oh ja, en een minderheidsfractie van de pissenbedden, namelijk zij die onderdak gevonden hebben onder terrasverwarmde tegels.


 

De banken redden kon de mensheid gelukkig wel. De westerse wereld sloeg de handen ineen en zorgde voor een overbruggingskrediet voor de witteboordencriminelen, zodat zij hun praktijken kunnen blijven voortzetten totdat de recessie voorbij is en de woekerpolissen en bonussen geruisloos kunnen terugkeren. Het klimaat lukt nog even niet. Dus zou het heel goed kunnen dat de meerderheid van de flora en fauna op deze planeet zijn zin gaat krijgen. Misschien net niet binnen 50 jaar, misschien dat het nog iets langer duurt, maar op geen gegeven moment is het smelten van al dat ijs een onomkeerbaar proces geworden, en dan mag de mensheid in paniek een goed heenkomen gaan zoeken.

De topbankiers zullen trouwens ook nu zeker overblijven, want die zullen bij de eersten zijn die een villa op een heuvel gekocht hebben, waar ze met vrouw, kinderen, SUV, kaviaarvretende chihuahua, motormaaier, bubbelbad, sauna en bladwegzuiger kunnen onderduiken tot het water weer een beetje zakt.


 

Wees eerlijk, voor de planeet zou het een zegen zijn als de mensensoort zou halveren. De ecosystemen zouden opgelucht ademhalen en weer net zo floreren als dat ze een paar honderd jaar geleden deden.


 

Mooie woorden heb ik de afgelopen week gelukkig wel veel gehoord. Dat het 5 voor 12 is en dat dit de laatste kans is om de mensheid te redden. Heel fijn zo'n gevoel van urgentie te horen uitspreken. Hoe veel kilo CO2 stoot je uit bij het uitspreken van een huichelachtige zinnen?

De mensensoort wordt ook nog wel eens geroemd om haar aanpassend vermogen. Daar kan haar redding liggen. Het enige wat moet gebeuren is de economie hervormen zodat vervuiling geld kost en vervuilende groei zijn prijs heeft. Echt moeilijk is het niet. Het is een weegschaal tussen gevestigde belangen en realiteit. De weegschaal slaat al wel enigszins door naar het laatste, maar gevestigde belangen gaan pas op de knieën als ze doorgekregen hebben hoe zij in de nieuwe situatie ook weer het meeste geld naar zich toe kunnen graaien en nu weten ze dat nog niet. Ik hoop voor de Derde Wereld, voor de bewoners van poolstreken en voor de bewoners van kleine eilandjes dat de Amerikaanse en Chinese regering en de olieboeren en grootvoedselproducenten nog net snel genoeg zullen zijn.


 

Is er iemand die ook zin heeft in een revolutie?

 

17 december 2009

Let it snow, let it snow, let it snow

Vanochtend even over half acht zag het er zo uit:

En nu ziet het er zo uit:




De sneeuwklokjes die de afgelopen weken zijn gaan bloeien, zijn helemaal onder het sneeuwtapijt verdwenen. Maar ja, sneeuwklokjes vragen daar wel een beetje om.

Dit zijn de tulpen die half november besloten dat het hoog tijd werd maar eens op te komen...

13 december 2009

Een soort van Windows Vista

Dit is een logje over schoonmaken. Niet dat ik daar als alleenstaande man overdreven veel mee heb, het is een noodzakelijk kwaad wat ik tussen twee bedrijven afraffel. Vooral niet te veel woorden aan vuil maken, zou je denken.


Gisteren wilde ik het al, maar vandaag deed ik het. Ik waste ramen. Wat een ervaring was die de schoonmaakervaring verre te boven ging. Het was geen alledaags gevoel, zo'n nou niet bepaald uitbundig gevoel van iets wat een beetje vies was weer schoon maken. Het waren therapeutische handelingen. Het was een healing sessie. Want op die ramen zat de hele naargeestige en troosteloze november vastgekoekt. Wat een verschrikkelijke maand. Uitsluitend hersenloos neerkletterende regen, alleen maar dofgrijze treurnis, een schrijnend gebrek aan licht en levenslust. Maar nu, eindelijk dan toch, was het weer licht achter die ramen. Achter die ramen jubelde eindelijk weer eens een zon. Ik wilde die zon. Ik wilde hem in mijn huis, in mijn leven, mijn hart.


En dus sopte en boende ik dat het een lieve lust had. Alle ramen die ik kon vinden, ik blijk er best veel te hebben, kregen een beurt zodat mijn huis zich met steeds meer licht vulde. Hoe harder ik werkte, hoe kleurrijker mijn leven werd en hoe minder bezwaard mijn hart.

Echter, toen ik klaar was, openbaarde zich wel een typisch euvel van een alleenstaande man. Het was dan wel veel lichter in mijn huis geworden, en achter de ramen jubelde beslist de zon, maar niet in optima forma. Want er zaten namelijk allemaal strepen op de schone ramen. Een vrouw in huis had vast raad geweten. Die weten hoe zoiets moet, want dat hebben ze van mam gehoord of van een mutsige vriendin. Mutsige vriendinnen worden vaak hevig afgekat, maar zijn in dit soort gevallen reuze handig. Of de vrouw heeft het ergens gelezen, vermoedelijk in zo'n blad als Yes of Viva of zoiets, bladen die je als alleenstaande man gretig links laat liggen, net zoals soaps, Boer Zoekt Vrouw en de zoektocht naar de nieuwe Mary Poppins. De voordelen van de alleengaandstatus manifesteren zich het allerprominentst wanneer je bij het zien van dit soort promo's ongestraft mag wegzappen naar voetbal, bierreclames of een hete stem die zegt "Bel me alsjeblieft". Maar ik dwaal af. Ik zat met ramen met strepen en ik zat zonder een vrouw die daar raad op wist.


Dus maar eens te rade gegaan bij Google. Ik tikte "ramen streeploos schoon" en kwam als eerste hit op www.omaweetraad.com uit, waar als eerste advies opgetekend stond dat als ik de ramen kraakhelder wilde hebben, ik een ui moest pellen, hem in 4 delen moest snijden en in water moest doen. Geen ander reinigingsmiddel erbij gebruiken.

Hoe kom je op zoiets, dacht ik toen ik dit las?

Voor ramen lappen zonder strepen doe een gepelde ui in het water waarmee men de ramen wast, las ik daaronder, wat me over de streep trok. Een advies dat in zo'n fijne losse stijl opgeschreven was, moest wel kloppen. De inzendster was Riet Hermans-Van Loenen. Uberramenlapdeskundige, dacht ik. Dat klinkt als iemand die al lapt sinds de jaren 50.

Dus ik maakte volgens voorschrift mijn ramenlapsopje klaar en ging aan het boenen. Ondertussen piekerde ik over de vraag hoe zoiets ooit uitgevonden kan zijn.


Een mogelijkheid is dat zo'n website volgeschreven wordt door vrouwen die Doctor in de Scheikunde zijn, maar vervolgens vonden ze kinderen krijgen en voor hun man zorgen toch leuker dan een glansrijke carrière in de wetenschap. Mogelijk maar voor mijn gevoel niet erg waarschijnlijk. Dus zou zo'n oplossing blijkbaar ooit bij toeval ontdekt moeten zijn, maar hoe doe je dat? Okee, ik kan uien aan het snijden zijn, waarna er een stuk uit mijn hand glipt en in een bak water valt. Dat kan best gebeuren. Maar welke verlichte geest zou op zo'n moment de gedachte hebben: "Ach laat ik het water met die ui erin maar eens op de ramen smeren, want je weet nooit waar het goed voor is…" Dat bedenkt toch niemand?

Of waren er in de jaren 50 huisvrouwen die net als ik met van die vervelend gestreepte ramen zaten? Omdat ze verder de hele dag toch niks te doen hadden, deden ze de proviandkast open en gingen ze alles wat ze daar aantroffen maar eens in water gooien om hiermee vervolgens de ramen te behandelen en te kijken of het verkregen sopje een gunstig effect op de strepen had.

Aardbeienjam? Nee daar wordt de buitenwereld helaas niet echt zichtbaarder van.

Maizena? Nee nu lijkt het wel alsof er sneeuw ligt.

Reuzel? Nee laat maar. Dan heb ik nog liever een November met alleen maar regen.

Een ui? Nee er gebeurt niks. Ik ben toch ook zo moe. Zal ik nu dan maar aan de welverdiende sherry gaan of zal ik de ui nog even pellen en in stukken snijden?


Eureka!!!! Want het advies werkt. Hoe Riet Hermans-van Loenen er ooit opgekomen is, is me een raadsel, maar ze heeft het wel bij het rechte eind. Ik zit nu met een huis dat ietsiepietsie naar ui stinkt, maar wel een huis met ramen waarachter de zon en het leven me toelacht.

06 december 2009

Twee suikerfabrieken

Wie wel eens in de stad Groningen gewoond heeft, weet dat de geur van de suikerfabrieken in de herfst sfeerbepalend zijn. Het is een niet echt lekkere maar ook niet een echt smerige geur. Het is geen penetrante geur, maar ook geen geur die altijd maar bescheiden op de achtergrond blijft. Het is een eigengereide geur die goed past bij de stad en haar bewoners. Trends uit het Westen dringen hier vroeg of meestal iets later ook wel door, maar de echte waanzin haalt hooguit Zwolle. In deze stad zetten we onze huisdieren geen schril gekleurde pruiken op en we gaan niet stemmen tegen minaretten. Deze stad vernieuwt en dijt uit, maar op een gegeven moment staat er ergens een bebouwdekombordje en voorbij dat bordje ben je ook buiten de stad. Dan ben je op het platteland. In de Randstad ben je dan op een bedrijventerrein, of in de eerste Vinexwijk van het dorp buiten de stad. Of je moet eerst nog even drie snelwegen overlangs en onderdoor.

Dit is de suikerfabriek die nog steeds in bedrijf is. Grote delen van het jaar gebeurt er weinig tot niets op dit terrein, maar zodra de suikerbieten van het land gehaald zijn, dat is zo ongeveer vanaf begin oktober, zoemt en suist en sist het hier van activiteit. Voor de kerst moet het klaar zijn, moet die stapel suikerbieten weg zijn en moet de suiker in zakken en pakken in de winkels liggen.

Dit is 3 kilometer verderop en dit is de suikerfabriek die niet meer in bedrijf is. De Suikerunie besloot al ver voor de crisis dat twee fabrieken draaiende houden niet langer rendabel was. Deze fabriek werd daarom afgedankt. Bij deze fabriek is het behalve het geluid van de wind, die vrij spel heeft, stil, terwijl het hier vroeger om deze tijd van het jaar net zo zoemde en suisde en siste als bij die andere fabriek.
Haar aanblik ontnuchtert. Het is alsof ze om zich heen kijkt en afvraagt waarvan ze het slachtoffer is geworden. Is er een oorlog gaande? Is het een economische crisis? Heeft de regering suiker verboden omdat er zoveel dikkerds zijn? Is het dat de mensen genetisch veranderd zijn en de smaak van suiker niet meer lekker vinden? Zijn er geleerden gekomen die zeiden dat suiker kankerverwekkend is? Is suiker hopeloos uit de mode geraakt?
Ze weet het niet. Ze weet alleen wat ze voelt en dat is ontreddering. Ontreddering is wat ze ziet en tot waartoe ze vervallen is. Ze weet dat ze niet meer te redden is.

29 november 2009

Werk dat af moet

In de kamer was het stil geworden. Alleen de novemberregen tikte als een buitengesloten gast tegen de hoge ramen. Het fotolijstje vloeide over van een jongetje met scheve voortanden naar een meisje met een scheve neus. Dat de bloedplas naast de staande boekenkast steeds groter werd, ging geluidloos.


Opnieuw klonk gebonk van rechtsboven. Het was mevrouw Hazelhorst, zojuist gestoord bij haar tweede ochtendkoffie, die ze stipt om elf uur uit de Senseo haalde. Ze moest gedacht hebben "Zo vroeg en dan al een oorlogsfilm?". Ze had het niet zo op haar linksonderburen. Niet dat het moslims waren of zo, maar wel nogal onaangepast, kinderen die altijd zo schreeuwden in het trappenhuis en die moeder die er altijd zo onverzorgd uitzag. Geblondeerde haren op halfzeven. Spijkerbroeken met gaten. Topjes waar haar tieten zo ongeveer uitvielen.

Alleen die man, die was eigenlijk wel aardig. Keurige man ook.


Op het vlierinkje was de regen een doffe melodieloze roffel op het dak pal erboven. Remco's vingers peuterden in een doosje, alsmaar onhandiger naarmate het langer duurde.

"Goddomme," vloekte hij. Hij rammelde aan het doosje terwijl hij voelde hoe zijn vingers en zijn hele lichaam trilden. Hij kon het niet onder stress. Weer iets wat hij niet kon. Was er ooit iets geweest wat hij wel kon?

"Godallejezus", vloekte Remco en vervolgens spuugde hij een hele serie vloeken uit, zo luid hij kon. Het kon niet meer schelen wie hem door de dunne wandjes heen kon horen. Die kinderen van beneden van de vrijgemaakte kerk moesten maar goed luisteren want die konden er nog wat van leren. En dat mens van Hazelhorst kon helemaal de tyfus krijgen. Op het moment dat het gebonk van haar staf tegen de radiator weer begon, ging het vloeken van Remco over in snikken.

"De trekker overhalen," dacht hij. "Dat is me anders prima gelukt."

Hij besefte dat hij op het moment dat hij dat deed hoegenaamd niks voelde. Enkel vastbeslotenheid, plichtsbesef alsof het zijn werk betrof wat af moest. Er was altijd weer van alles wat af moest en dan waren er nog steeds duizend dingen niet geregeld. Remco verborg zijn hoofd in zijn handen en huilde zijn longen en de laatste resten van zijn ziel eruit.


Het geruis van de regen ging over in gedrup. Ook beneden bij de overloop klonk gedrup.

"Bloed dat in het trapgat valt," dacht Remco werktuiglijk, maar de beelden die bij hem opkwamen, drukte hij weg. Hij had als taak om nieuwe kogels uit het doosje te halen. Hij had niet als taak om aan Mirjam terug te denken hoe ze keek toen ze het pistool in zijn hand zag. Of hoe ze keek als ze bijdehanter of grappiger was dan hij. Of hoe ze helemaal straalde als hij zei dat hij van haar hield, wat hij al met al toch vast wel een keer of drie gedaan had. In achttien jaar tijd.

En nee, het was zeker niet het moment om nu aan Titia en Lubbert terug te denken.

Remco snoof heftig door zijn neus. Hij herhaalde zijn vloek "godallejezus," als een mantra, tot zijn vingers metaal te pakken hadden. Deze keer lieten zijn vingers niet meer los.


Mevrouw Hazelhorst zette haar kopje neer en bekeek tussen twee geraniums door haar vaste hoekje straat. Ze zuchtte behaaglijk, blij dat al dat lawaai op de vroege ochtend voorbij was. Ze keek naar haar breiwerk, maar besloot dat ze nog even mocht ontspannen. Vervolgens schrok ze zich een hoedje van een doffe knal.

22 november 2009

Geheimpje

"Weet je op wie ik verliefd ben?" tikte Theo. "Weet je op wie ik gek ben? Weet je met wie ik ga?"

Hij lachte naar het scherm. Zijn vingers aaiden bedachtzaam de A, de S en de D en tegelijkertijd ook de J, de K en de L, voor ze tikten:

"Weet je met wie ik afgelopen vrijdag in een hotel het dak eraf heb geneukt?"

Hij bekeek het geschrevene en voelde de euforie terugkeren waardoor hij nu al een paar dagen op wolken zweefde. Hij kon publiceren. Eén druk op een knop en het zou op het net staan. Zijn vinger zette koers naar die ene knop. Maar vervolgens schudde Theo zijn hoofd en drukte de backspacetoets in. Hij zag de laatste woorden van zijn ontboezeming weer van het scherm verdwijnen.

"Dát zou wel heel stom zijn," zei hij hardop. Hij herinnerde zich haar gezicht, haar broeierige netnadedaadogen waarmee ze hem aankeek. Deze keer niet om hem nog maar eens een zoentje te geven. Deze keer vroeg ze om discretie.

"Zul je hier met niemand over spreken?" vroeg ze.

Bij de herinnering aan de aandrang in haar stem, de urgentie, ramde Theo steeds sneller op de backspacetoets. Alles moest weg. Naar haar luisterde hij nu. Voor haar deed hij nu alles.

"Ik vermoord je hoor," had ze gezegd, toen hij haar plaagde met haar geheimzinnigdoenerij. Half bezorgd, half grappig. Toen Theo antwoordde dat zijn ultieme seksuele fantasie bestond uit vermoord worden tijdens de daad, lachte ze niet.

"Ik snijd je pik eraf," had ze toen gezegd, terwijl ze haar naakte lichaam aan hem opdrong. Terwijl ze onder de lakens grabbelde. Terwijl ze al giechelend zocht en vond. Ze trok twee keer vervaarlijk en hij was weer helemaal opgewonden.


"Ik weet het," zei Theo hardop. "Je hebt een man. Dat is eigenlijk wel jammer."

Hij dacht terug aan vrijdag toen ze tegenover elkaar stonden in een vreemde kamer. Waar het schemerig was. Raar stil ook, want geen van tweeën wist goed wat te zeggen. Uiteindelijk wees zij op de kasten en vroeg zich af wanneer zulk bruin modern was geweest.

"Ik heb geen idee," zei Theo. Hij waagde een stap. Ze had nieuwe kleren aan, een lichte rok met een lang strak truitje erboven. Onder de rok droeg ze kousen, en laarzen. Ze stond recht, met één arm leunend op het rieten stoeltje voor het bureau, waarvan het blad ook al zo raar bruin was. Ze was mooi. Ze was begeerlijk. Nu ze eindelijk in een situatie terecht gekomen waren waarin hij die begeerte niet langer verborgen hoefde te houden, interesseerde de kleur van het interieur hem geen zier.

"De jaren 80?" vroeg ze.

"Je wil tijd winnen," dacht Theo. Hij voelde haast, alsof hij in een TV-show zat en de opdracht had haar binnen 10 seconden aan iets anders te laten denken dan aan het interieur. Hij probeerde haar te zoenen en zag haar gezicht weifelen tussen afkeren of toegeven.

"Anders ga je niet door," hoorde hij een verongelijkte stem zeggen. Jerney Kaagman.

"Dat klopt geloof ik, maar welke eeuw hebben we het over?" zei Theo. De adem van haar lach blies in zijn mond. Hij pakte haar handen vast en kreeg zijn lippen goed vastgezogen op die van haar. Hij proefde sigaretten en tot zijn verrassing ook wijn. Hij wist zeker dat ze met de auto gekomen was, want ze hadden elkaar begroet op het parkeerterrein. Hij voelde haar tong. Hij voelde haar lichaam met kracht tegen het zijne duwen. Hij voelde haar handen in zijn billen knijpen.


"En toen…," tikte Theo, "gaven we ons als beesten over aan onze instincten."

Hij schudde zijn hoofd en wiste wat hij had geschreven.

"Niet als beesten," dacht hij. "Dat is plat."

Vervolgens herinnerde hij zich de geluiden die ze gemaakt hadden nadat ze beland waren op dat bed, bovenop de sprei. Hij schreeuwde en zij gilde het uiteindelijk uit. Alsof ze in een hotel zonder gasten waren.

"Okee, als beesten," zei hij berustend, maar hij tikte het niet. Hij bekeek een leeg wit Wordscherm.

"Zul je hier met niemand over spreken?" klonk haar stem.


"Ze heet LIANNE," tikte hij. "Sorry, ik bedoel natuurlijk LIANNE. Ze is met mij naar een hotel geweest om een weekendje te neuken, hoewel ze een MAN heeft. Hoewel ze getrouwd is."

Hij keek naar het geschrevene en voelde opwinding bij de gedachte dat iedereen het zou zien, iedereen het zou weten.

"Ze is een overspelige slet," schreef hij. "Het is dat we hier in het Westen van die watjes zijn, anders zou ze gestenigd worden."


"Nee!" riep Theo tegen het scherm. "Oh nee!"

"Dit neem ik terug hoor," zei hij, terwijl hij als een razende op de backspacetoets drukte. "Dit meen ik natuurlijk niet."

"Echt niet hoor," zei hij tegen het scherm toen het weer helemaal wit was. Hij barstte in lachen uit, want er was niks meer te zien van zijn faux pas. Kon je loslippigheid in het echte leven ook maar zo gemakkelijk wegpoetsen.

"Of heb ik een keylogger zonder dat ik het weet," dacht hij en op dat moment raakte Theo werkelijk even in paniek. Hij zag software in de vorm van lachende groene duiveltjes. Ze renden naar zijn mailprogramma, openden zijn adresboek en verzonden alle woorden die hij ingetikt had, naar iedereen die hij kende, inclusief Lianne zelf. En haar man, want die zat ook in zijn adresboek. Hij zat net als Theo in de filatelie. Hij had goddomme de Zwarte Madonna wel.

"Gelukkig hebben we de Blonde Godin nu allebei dubbel," dacht hij. Hij moest opeens heel hard lachen. Het schaterde tegen de muur van zijn studeerkamertje.


"Nee!" zei Theo even later kalm. "Zulke programma's bestaan niet."

"Ik ben te goed met mijn PC," zei hij tegen het scherm en tegen de kast. "Er staat geen rotzooi op, want ik heb antivirus, antimalware en antispyware en ik update elke week."

Behaaglijk leunde Theo achterover. Een paar seconden later schoot hij overeind, want hij bedacht dat hij dit weekend niet geupdate had. Hij klikte onmiddellijk zijn antispywareprogramma aan.

"Je haalt me helemaal door de war," zei hij geërgerd, maar meteen voelde hij zich weer vertederd. "Gekkie," dacht hij. Hij dacht terug aan het paarsige hoogpolige tapijt en het spoor van kleren dat hij volgde toen hij na beurt twee naar de WC moest. Hij dacht aan hoe ze rechtop in bed zat toen hij terugkeerde. Haar haren in de war en haar lipstick doorgelopen, maar haar ogen lachend. En haar tieten bloot.

"Ik zou het misschien aan Suus kunnen vertellen," dacht hij. Hij keek verlangend naar zijn telefoon.

"Ik snijd je pik eraf," hoorde hij Lianne plagerig zeggen. Ze zei het met haar hese stem. Ze zei het met de stem die hem mateloos opwond.

13 november 2009

Ooggetuigeverslag

Een aanval van razernij, las Manon later terug in het plaatselijke sufferdje.


"Ik vond hem gewoon een beetje boos," dacht ze. Ze legde het krantje terzijde. Ze pakte de afstandsbediening. Ze zocht haar favoriete zender, vond haar favoriete soap, maar ook toen ze daarnaar keek, staarde ze voor zich uit.

08 november 2009

Stoornis

"Ik ben zo blij," zei Lianne. Ze pakte haar schoteltje op. Ze prikte een royaal stuk bananenbavarois.

"Eindelijk is er een diagnose," zei ze. Haar stuk bleef op het vorkje in de lucht hangen, halverwege het schoteltje en haar roze gelipstickte lippen.

"Wat heeft Wesley dan?" vroeg Dieteke niet al te enthousiast. Met volle mond bovendien, want als Dieteke taart at, ging ze zo op in die bezigheid dat ze er eigenlijk niks bij kon hebben.

"Hij is verlegen," zei Lianne met een mengeling van afschuw en trots. "Ziekelijk verlegen," voegde ze eraan toe, toen Dieteke niet meteen reageerde. Ze was nog even te druk met haar laatste stukje wegwerken, gewoon appeltaart met slagroom, want dat vond ze nou eenmaal het lekkerst. Toen ze klaar was, legde ze haar vorkje neer. Ze leunde tevreden achterover.

"Verlegen?" vroeg ze een beetje verbaasd. "Is dat een stoornis?"

"Nou en of," zei Lianne. Ze keek enigszins geërgerd op naar haar vriendin. "Het belemmert Wesley heel erg in zijn ontwikkeling. Enorm gewoon. Weet je dat hij klasgenootjes heeft tegen wie hij nog nooit wat heeft durven zeggen?"

Dieteke leunde voorover om haar sapje te pakken. Ze knikte haar vriendin vagelijk toe. Het probleem van Wesley drong nog niet helemaal tot haar door. Op de lagere school was dat toch niet ongebruikelijk? Ze herinnerde zich dat er bij haar iemand op de middelbare school zat tegen wie ze nooit wat durfde te zeggen. Harm. Plotseling herinnerde ze zich Harm weer heel goed. Ze herinnerde zich de vlinders die ze in haar buik voelde als hij vanaf zijn verre bank opkeek in een richting die de hare zou kunnen zijn.

"Hij durft maandagochtend in de kring dus ook niet te vertellen wat hij in het weekend gedaan heeft?" vroeg ze. Lianne stopte met een nieuw stukje prikte. Ze was nog niet eens halverwege haar bavarois.

"Jawel hoor," zei ze. "Natuurlijk wel," zei ze.

"Oh," zei Dieteke. Haar ogen dwaalden naar de hoge ramen, waarachter de mist aan het verdwijnen was, maar het was de vraag of de zon echt zou gaan doorbreken.


"Je zei toch dat hij een stoornis had?" vroeg ze. Lianne keek enigszins niet-begrijpend op.

"Ik durfde ook niks tegen sommige klasgenootjes te zeggen, vroeger," zei Dieteke. "Tegen de bovenmeester durfde ik niks te zeggen." Ze voelde haar wangen rood worden. Ze voelde het gevoel van vroeger in zijn volle hevigheid in haar buik.

"Ik durfde niet om een nieuwe pen te vragen als hij leeg was. Of om een nieuw schrift…," zei ze. Haar stem stokte. Ze herinnerde zich dat ze op haar allereerste schooldag niet naar de WC geweest was omdat ze het niet durfde te vragen. Op een gegeven moment dacht ze dat ze uit elkaar ging knappen, maar nog steeds durfde ze niet.

"Nou, dat durft Wesley dus ook allemaal niet," zei Lianne blij. "Maar nu weten we waarom. Nu gaat hij training krijgen. Dokter Homan zei zelfs dat er kans was dat Wesley mee mag doen aan therapiesessies op het Modderman-instituut."

"Wat leer je daar, in die sessies?"

"Nou, je krijgt allerlei uitdrukkingsvaardigheidstrainingen," zei Lianne. "Je moet bijvoorbeeld in de groep vertellen over jouw grootste angst of jouw diepste verlangen. Enorm leerzaam lijkt me dat, voor Wesley. Of je moet een presentatie houden. Of je moet iemand met wie je niet zo goed overweg kunt, positieve feedback geven op zijn gedrag…"

"Dat is verschrikkelijk moeilijk," zei Dieteke. Ze zag dat een meisje van de bediening in de buurt was. Ze had zin in een nieuwe jus. Ze keek Lianne aan, maar die was nog maar halverwege haar smoothie. Ze speelde met de gedachte zelf te wenken. Ach, eigenlijk kon ze best nog even wachten.

"Dat kon ik zelfs op mijn eenentwintigste allemaal niet," zei ze. Lianne reageerde niet.

"Wat is jouw grootste angst?" vroeg ze. Lianne keek haar vriendin enigszins onzeker aan.

"Hoezo? Mijn grootste angst? Spinnen!" zei ze. Ze griezelde met haar schouders. Haar gezicht vertrok tot een grimas. "Afschuwelijke beesten," zei ze met haar kopstemmetje. "Naarlingen," voegde ze eraan toe. "Supergriezels!"

"Echt?" vroeg Dieteke. "Is de angst voor spinnen echt en waarachtig jouw grootste angst?"

Liannes glas beroerde haar lippen, maar het gelige en ondoorzichtige vocht bereikte ze niet. Een vlek roze ontstond op de rand van het glas en breidde zich langzaam uit.

"Hoe bedoel je?" vroeg ze. "Denk je nou werkelijk dat ik mijn echte grootste angst aan jou ga vertellen, zomaar op een dinsdagochtend in een V&D restaurant?"

"Je wil dat jouw zoontje van 7 het kan te midden van een groep mensen die hij niet kent," zei Dieteke.

"Ik wil niet dat Wesley met zijn mond vol tanden zit," zei Lianne. Ze ging rechter zitten. Ze schudde haar geblondeerde haren losser. Ze leegde haar glas. Eén grote, koude teug.

"Wesley moet gelukkig worden," zei ze. "Daar ga ik voor zorgen".

Ze keek zoekend rond en ontdekte dat het dichtstbijzijnde bedienende meisje wel 30 meter verderop was. "Jij wil vast ook nog wel een jus?" vroeg ze. Ze begon te zwaaien en "joehoe" te roepen zonder Dietekes antwoord af te wachten.

01 november 2009

Nooit meer december

"Wat zeur je nou toch," zei Eva. Vanaf het aanrecht liep ze met de pan naar de keukentafel en naar Rutgers bord. Met de spatel stuurde ze het spiegelei netjes op zijn dubbele boterham. Het ei lag recht en de dooier was niet gebroken. Rutger zelf zou al heel blij zijn geweest als hij één van die twee dingen voor elkaar gekregen zou hebben.

"Het wordt gewoon allemaal minder," zei Rutger. "Kijk maar," zei hij en hij wees omhoog. "Het is klaarlichte dag, maar toch zitten we met de lamp op. Het daglicht ontvalt ons. Elke dag een klein beetje minder licht. Elke dag meer grauwheid."

"Dat is juist gezellig," zei Eva. Ze keerde Rutger de rug toe. Met een vorkje prikte ze twee repen ontbijtspek als ondergrond voor haar eigen spiegelei. Weer extra afwas, dacht Rutger, je kon dat spek toch ook gewoon met de hand pakken? Ze waren toch niet vies van elkaar? Als één van de twee een besmettelijke ziekte onder de leden had, dan was die al lang overgedragen. Gistermiddag bij die tongzoen bijvoorbeeld, of gewoon gisteravond bij het neuken.

"Wat is er in godsnaam gezellig aan al die grijsheid?" zei Rutger met een stem vol afkeer.

"Het is gezellig om 's avonds kaarsjes aan te steken," zei Eva.

"Het is juist gezellig om buiten te zijn," zei Rutger. "Een beetje in de tuin klooien. Een rondje op de racefiets. Het is gezellig om samen te wandelen. Maar met dit weer moet ik er niet aan denken vanmiddag naar buiten te gaan. Als ik naar buiten kijk, voel ik de waterkou al onder mijn kleren kruipen, al hebben we dan nu dubbel glas."

"Vanavond kunnen we elkaar warm houden voor de televisie," zei Eva. "Best gezellig. Lekker met de laptop op de bank en niet naar buiten hoeven, heerlijk."


De twee eieren die Eva op de rand van de pan gebroken had, begonnen te sissen in de boter. "Oh wat heerlijk, niet naar buiten hoeven," herhaalde Rutger schamper. Hij verzon meer schampere woorden, maar sprak ze niet uit. Hij wilde geen ruzie. Dit was geen discussie die een ruzie waard was. Waarom wilde hij zo graag gelijk hebben, ook al ging het om een verschil van mening waarvoor geen objectief gelijk bestond. Hoewel, het was regelrecht bespottelijk om het gezellig te vinden een hele dag binnen opgesloten te zitten.

"In alle opzichten verschillend," dacht Rutger. Eva legde ringen tomaat op haar eitje. Rutger bekeek Eva's billen in pyjamabroek terwijl ze in de weer ging met de pepermolen. Hij kreeg nu al weer zin in haar.

"Ik denk aan mijn eigen sterfelijkheid als ik in de natuur alles minder zie worden. Nu het licht verdwijnt, bloemen verwelken, bladeren vallen en vogels vertrekken naar warmer oorden. Het duurt nog zo lang voor het weer beter wordt. En hoe zeker weet je dat het ooit weer beter zal worden? Misschien blijft de tijd wel stilstaan. Misschien blijft het gewoon de rest van ons leven 1 november."

"Jij hebt het weer niet nodig om jezelf in de put te praten," zei Eva. Met haar bordje nam ze plaats tegenover Rutger. "Mmm," zei ze tegen haar dampende tomaten. Meestal liet ze haar ei lauw worden voor ze het opat. Alweer iets wat Rutger nooit zou doen.

Rutger nam zijn vork en viel aan op zijn ei. Hij prikte een groot stuk op zijn vork. "Het zou toch wat zijn," zei hij met pretogen. "We hebben het eerst natuurlijk helemaal niet door. Behalve een paar wetenschappers, die iets merken aan de zon- en maanstanden, maar die worden weggehoond. Ik wed dat het maanden duurt voor we onraad ruiken."

Hij nam een hap en vervolgde zijn betoog met volle mond: "In de winter is het toch meestal herfstweer. Het duurt tot april voordat mensen doorkrijgen dat de sneeuwklokjes en krokussen niet hebben gebloeid en dat de bladeren niet terugkeren aan de bomen. Dan pas hebben we door dat er iets mis is. Dan pas denken we aan de wetenschappers die we weggehoond hebben."

"In dat geval wacht ik maar even tot eind april met in paniek raken," zei Eva.

"Wat ben jij toch altijd walgelijk nuchter," zei Rutger.

"Ik moet jou een beetje in evenwicht zien te houden," zei ze. "Met fantasieën ben jij minstens zo onmogelijk als met tafelmanieren."

Rutger had net een nieuwe hap genomen. Hij kauwde met bolle wangen. Hij breidde zijn armen verontschuldigend uit en zei "mmm". Met een gebaar liet Eva weten dat ze het wel goed vond.
"Ik hou ervan als het ei nog warm is," zei hij, toen zijn mond leeg was.

"Ja dat weet ik," zei Eva. "Je vindt het vast niet erg als ik nog even wacht." Ze nam haar glaasje jus, waar nog één slokje in zat, maar ze slaagde erin zo weinig te nippen dat er toch nog steeds wat over was.


"Maar dan word ik nooit meer jarig," zei ze, plotseling stralend. "Dan blijf ik voor altijd onder de 40!"

Met een klap zette ze haar glaasje op de tafel. Naast de onderzetter, zag Rutger. Wat kringen maakte, dacht Rutger.

"Wat een fantastisch vooruitzicht!" riep ze luid, waarna ze zich vol enthousiasme op haar omelet stortte.

30 oktober 2009

Zondagsrust

"Hé", zei zondagsrust, maar naar zondagsrust werd niet geluisterd. Ze richtte haar knokige, bevende hand schuchter op.

"Hallo," zei ze.


De woorden kwamen niet. Ze bleven weg, verborgen. Ze hielden zich schuil. Waar ze een paar maanden geleden nog onbekommerd door elkaar heen sprongen, was nu een lege ruimte. Elk woord wat zich waagde in de ruimte, werd onmiddellijk verjaagd, omdat het niet mooi genoeg was. Niet goed genoeg. Niet spannend, niet bijzonder, niet onalledaags genoeg. Alles wat niet onmiddellijk puntgaaf in orde was, werd geweerd.

"Wat is er?" vroeg de schrijver uiteindelijk wrevelig.

"Ik wil graag in een verhaal voorkomen," zei zondagsrust.

"Dat willen ze allemaal," zei de schrijver hautain. "Wacht eerst maar eens een dag of twee. Wie weet dat ik dan zin in je heb."

De schrijver ging door met zijn werk. Althans, hij zat achter zijn bureau en bekeek zijn monitorscherm en voelde zijn handen op de toetsen. De pink op de A, de ringvinger op de S, enzovoorts. Zoals hij het zichzelf ooit geleerd had op de dag dat hij wist dat hij schrijver wilde worden, maar geen geld had voor een kroontjespen.

Alleen zijn rechterpink zat altijd verkeerd. Die zette hij, vreemd schuin gekromd, op de P in plaats van op de dubbele punt. Want waarom zou je te allen tijde één toetsindruk verwijderd moeten zijn van het typen van een dubbele punt?

"Zondagsrust:" typte de schrijver. Hij moest zijn rechterpink in bochten wringen om bij de dubbele punt te geraken. Hij bekeek het woord en liet zijn associaties de vrije loop, achtereenvolgens Christen Unie, CDA, Balkenende en de uitspraak die hij gehoord had dat ze een ambitieloos iemand wilden, daar in Brussel. Een slappe zak dus.

"Wat kan ik daarover te melden hebben?" dacht de schrijver. "Wat kan ik bijdragen aan de discussie? Welk origineel standpunt zou ik nu eens te berde kunnen brengen?"

"Het interesseert me geen hout of hij gaat of niet," dacht de schrijver. Hij googlede zondagsrust en zag aan de eerste 10 hits dat het inderdaad vooral een woord was dat christenen bezighield.

"Zondagsrust is slapen tot een uur of 9 en dan lekker langzaam ontbijten, koffiedrinken en de rest van de Volkskrantkaternen lezen," dacht de schrijver.

"En dan kerkklokken horen beieren. En dan blij zijn dat je daar vanaf bent, dat geen keurslijf jou meer omringt dat jouw dwang laten voelen om te gaan," vulde hij aan. Plotseling keek hij tevreden. Hij keek naar zijn scherm en zag dat het vol woorden stond. Eindelijk weer eens.

"Ben jij tevreden," vroeg hij aan zondagsrust, maar die was teruggezonken in haar stoel met haar hoofd op haar borst. Ze leek een uiltje te knappen.

26 oktober 2009

Stress

Het fenomeen stress heeft op het werk goed toegeslagen. Ik ben betrokken bij vier projecten die allemaal voor het eind van het jaar klaar moeten zijn. Drie van die vier projecten zijn nog volop bezig. Allerlei mensen zijn van alles aan het doen. Gevolg is dat ik geen vijf minuten meer bezig kan zijn met het ene project zonder dat ik gestoord wordt met een vraag over een ander onderwerp. Als ik aan een mail schrijf, komt er iemand aan mijn bureau staan en terwijl deze iemand zijn vraag aan het stellen is, krijg ik telefoon. Als ik na het beantwoorden van de telefoon adem haal om antwoord te geven, gaat de telefoon opnieuw. Als ik na het beantwoorden van de telefoons en het te woord staan van mijn bezoeker weer terugkeer bij mijn mail, popt er een herinnering op voor alweer een projectoverleg. Laat dit dan net het project zijn waar je vandaag nog helemaal niet aan toegekomen was.


 

Ik heb steeds minder invloed op mijn eigen agenda. Er is soms nauwelijks sprake van een agenda. De waan van de dag dreigt mijn werkzaamheden een draaikolk van chaos in te sturen. Behalve die vier projecten die allemaal voor het eind van het jaar klaar moeten zijn, zijn er ook nog genoeg nevenactiviteiten die aandacht vragen. Teamwerkzaamheden, functioneringsgesprek, vragen over projecten die volgend jaar pas moeten beginnen en vragen over projecten die al tijdenlang afgelopen zijn. Er dreigt een uitzichtloze situatie, namelijk dat ik mijn uren moet besteden aan uitleg geven over dingen ik niet kan doen of niet af krijg. Er dreigt een situatie van elke dag opnieuw met honderd dingen bezig zijn en nooit meer een dag waarop ik zelfs maar één dingetje af krijg.


 

Datgene wat nu gebeurt, wil ik niet. Aan de andere kant, ik wil het ook weer wel. De hectiek en de spanning zijn slopend maar even zo goed verslavend. Ik wil de druk van de deadlines niet voelen, maar wil aan de andere kant graag bezig zijn met dingen van belang gevonden worden, met dingen waar mensen naar uitkijken.

Ik zie het en merk het en voel het, de gevolgen van de stress. Mijn gedachten komen na afloop van het werk steeds moeilijker tot stilstand. Ik ben 's avonds steeds vermoeider maar slaap ook steeds slechter. Ik eet steeds haastiger, zit zelden even rustig en kan me niet meer zetten voor activiteiten waar je rustig voor in het hoofd moet zijn, zoals lezen, of webloggen.

Ik voel dat het bergafwaarts, dat de stress zijn wissel begint te trekken. Ik zou wat moeten afstoten, maar maak mezelf wijs dat dit niet kan. Ik zit in de materie. Ik kan het. Ik doe het beter, althans, dat maak ik mezelf wijs.

Ik wil nee zeggen, maar maak mezelf wijs dat het sneller gaat als ik ja zeg en het klusje aan het eind van de dag in de extra tijd nog maar even oppak. De situatie is maar tijdelijk. Het duurt maar even, maar 2 maanden en dan is het weer voorbij. Dit alles maak ik mezelf wijs. Ik weet dat het niet waar is. Van die vier projecten zullen er over twee maanden twee min of meer geruisloos draaien, maar de andere twee zijn nog in volle gang. De ene omdat het heel groot is en nog van allerlei nazorg met zich mee zal brengen. De andere omdat dit een project is dat alleen op papier over 2 maanden klaar is. In het scenario dat iedereen met niks anders bezig is dan dit project, is het project over 2 maanden klaar, maar in feite zijn de meeste mensen die voor dit project bezig zijn, met alles bezig behalve dit project. Inclusief mijzelf. Omdat in mijn bedrijf geen keuzes worden gemaakt en ook worden er geen prioriteiten gesteld. Altijd is alles van levensbelang. Dus dreigt altijd dat er nooit iets af komt.


 

Ik wil dit niet, maar ik wil dit wel. Ik wil er vanaf. Ik wil ermee kunnen stoppen. Maar ik wil er ook mee doorgaan en al deze taken en bezigheden en chaos tot een goed einde brengen. Ik wil lekker rustig met één simpel ding bezig zijn waarop geen druk ligt. Maar ik wil ook Atlas zijn, de wereld op mijn schouders nemen en haar dragen. Ik weet dat het niet kan, dat ik zal bezwijken onder het gewicht, maar ik wil het toch.


 

Wat is stress verschrikkelijk. Wat is stress heerlijk.

18 oktober 2009

Ontsnapt

De man leunde op zijn auto terwijl hij bedachtzaam inhaleerde. Terwijl hij zijn rook uitblies, keek hij de straat af. In de straat was het nog schemerig, maar de wolkjes aan de lucht waren inmiddels licht. Het was stil. Een mooie ochtend voor een eerste sigaret.

Zijn voordeur stond open. Ergens binnen was zijn vrouw die niet wilde dat de man binnen zijn eerste sigaret rookte. Of lag ze nog lekker op één oor?


Hij reageerde niet op het geluid van mijn fiets die enigszins hortend en stotend over de drempel naar buiten gereden werd. Hij reageerde niet op het geluid van mijn voordeur die dichtsloeg, de sleutel die omgedraaid werd in mijn slot. Hij was niet in mij geïnteresseerd. Hij was niet geïnteresseerd in het geluid van een werkend mens. Die tijd had hij gehad. Hij hoefde niet meer, nadat hij vast wel meer dan 40 jaar zelf werkend mens geweest was.


Hij hoestte voor het eerst toen het spatbord van mijn fiets klepperde bij het nemen van de stoeprand. Ik beklom mijn fiets en hoorde een rol, gevolgd door een piep. Vervolgens, toen zijn mond openviel, een rollend hoestgeluid dat diep vanuit zijn borstkas kwam. Ik knikte de man toe terwijl ik hem passeerde, maar hij had het te druk met het vasthouden van zijn sigaret en zijn keel.

Terwijl ik de straat doorreed, achtervolgde me zijn gehoest. Het kwam los daarbinnen. Hij rochelde nu zo luid dat het schalde tussen de huizen en het geklepper van mijn spatbord overstemde.


Ik luisterde en dacht aan dat ik vroeger rookte. Ik herinnerde me dat ook mijn bronchiën op zo'n koude wat vochtige ochtend overgevoelig reageerden wanneer de rook mijn longen binnen schroeide. Ik was begonnen met ook zo'n ochtendhoest te ontwikkelen. Eerst een rol en dan een piep, en dan een aanhoudend hoestgeluid totdat het loskwam. En dan rochelde ik mijn tot in het diepst van mijn bronchiën.

Ik zat nog in het beginstadium. Deze man was een gevorderde. Hij gaf zich nu met hart en ziel over aan de noodkreet van zijn getergde bronchiën. Het piepte hoog en rochelde laag en zwaar.

Het was een geluid dat me blij maakte dat ik ermee opgehouden was. Als ik doorgegaan was, hoe ver zou ik nu dan al heen zijn? Ik kon me niet voorstellen dat de man nog adem had om trekjes te blijven nemen, want zijn gehoest bleef klinken alsof hij erin bleef. Ik herinnerde me hoe zijn handen op het dak van zijn auto geleund gelagen. Ik zag ze afzakken. Naar de dakrand, naar de ramen, naar de sloten van de deuren en naar de grond.


Het geluid vervloog, misschien omdat de hoestbui over was, misschien omdat ik inmiddels te ver weg was. Na ongeveer 100 meter bereikte ik het eind van de straat. Er kwam een auto van links. Nadat die voorbij was, sloeg ik de hoek om. Het was weer stil om me heen. Ik verwachtte dat ik de man niet meer zou kunnen horen rochelen. Mijn verwachting bleek niet te kloppen.

12 oktober 2009

DSB

Wat zielig voor uitgerangeerde VVD-politici, die moeten vanaf nu weer burgemeester van Bloemendaal zien te worden. Wat zielig voor de schaatsers die op weg leken naar goud in Vancouver, maar nu wordt het schrapen naar restjes blik in de vuilnisbakken. Wat zielig voor AZ, want die waren net zo mooi kampioen, maar nu wordt het weer bikkelen om Heracles voor te blijven.


Wat zielig voor Dirk vooral. Hij begon als wachtmeester bij de politie en deed de bankzaken er in de avonduren bij. Hij maakte zijn fortuin, maar pas de laatste paar jaar werd hij een beetje serieus genomen. Soms leek hij een respectabele bankier in plaats van een ordinaire woekeraar. Maar dan krijg je zoiets. Ik vrees dat hij zijn oude baantje moet terugvragen. Misschien dat hij voor de avonduren nog een paar licht dementerende ooms kan vinden met nog wat spaarcentjes om vanaf te helpen.


Wat zouden Dirks slachtoffers vanavond doen? Ik hoop een lekkere bel cognac schenken. Nog even genieten voordat de curator langskomt om hen te vertellen dat alles wat ze ooit bezeten hebben, nu in de transfersom van Pelle blijkt te zitten. Of anders Ari. Of wie weet heeft Louis het gebruikt om zijn biografie zo mooi wit en zwart te kaften.


Ieder nadeel hep z'n voordeel, zei een grotere voetbalman dan Dirk ooit zal worden. Het aanstaande faillissement betekent dat de diarree aan Frisia, Becam en Postkredietspotjes van ons scherm verdwijnt. Niet voor lang als we niks doen, want vroeger of later wordt DSB overgenomen en keren die spotjes met een nieuw naampje en een fris nieuw deuntje terug. Ik mag hopen dat de politiek wakker schrikt en deze prime time misleiding voordat het zo ver is, wettelijk onmogelijk maakt.


Misdaad loont, maar vandaag heel even niet.

10 oktober 2009

Father And Son

Soms komt een zin uit een liedje jarenlang voorbij zonder dat er iets gebeurt. Een onopgemerkte passant. Soms moet eerst een kwartje vallen voor je beseft hoe mooi die zin is. En nadat het kwartje gevallen is, krijg je kippenvel, elke keer als de zin opnieuw voorbij komt.

From the moment I could talk I was ordered to listen

Dat is zo'n zin. Hij komt uit het liedje Father And Son. Een van de redenen dat liedje en zin mij tot nu toe nooit echt opvielen, was dat het liedje zijn vertolker niet zo mee had. De versie van Cat Stevens vind ik een beetje irritant. Te galmerig en te veel productie.

Maar nu heb ik een andere vertolking leren kennen, die van Johnny Cash, met op de achtergrond Fiona Apple. Hij staat op de Unearthed box set. In deze vertolking is Father And Son opeens een heel erg mooi liedje.


Father And Son zoals het bedoeld moet zijn, zoals het klonk voordat de producer binnenkwam en er gedacht werd aan roem en eer en verkoopcijfers. Johnny is een oude man geworden als hij het zingt en dat is goed te horen, maar dat is één van de charmes van het lied. Zijn uitvoering is ontroerend en breekbaar. Zijn uitvoering bezorgt kippenvel. Dit is zingen. Dit is muziek. Dit is mogen wegdromen. Wat mij brengt op:

For you will still be here tomorrow, but your dreams may not

Wat de andere heel mooie zin uit dit liedje is.

04 oktober 2009

Het spel en de knikkers

Kennelijk had Dirk vernomen dat ik geen knikkers meer had, want toen de klassen leegstroomden en het plein vol, stond hij opeens tegenover me. Ik bekeek hem wat argwanend, want Dirk was anders nooit zo dik met mij. Dirk was namelijk "populair".

"Hoe gaat het met je? Kom je de tijd een beetje door?"

Hij vernam al snel dat ik deze en de volgende pauzes niet zo veel leuke bezigheden in het vooruitzicht had, want ik had al mijn knikkers verloren. Ik kon natuurlijk wel gaan kijken. Ik reikte mijn hals en zag hoe druk het was rondom de kuiltjes aan de rand van het plein onder de meidoornhaag.

"Zelf spelen is leuker," gaf ik toe.

Dirk knikte en stak zijn smalle handen in zijn brede zakken. Het rinkelde binnenin. Hij diepte wel 15 knikkers op. Hij zag me er met begerige ogen naar kijken.

"Je mag ze lenen," zei hij. "Voor drie maanden zakgeld. En een heel klein beetje rente. 3 komma 3 procent maar. Dat is zo goed als te geef."

Hij liet het binnenin zijn zakken nogmaals rinkelen. Hij diepte een paar grote knikkers op. Bij ons op het schoolplein heetten die "bakkers". Als je een bakker had, kon je een heel kuiltje vullen. Sterker nog, je kon met een bakker de gewone knikkers uit het kuiltje verjagen, als je goed mikte en hard rolde.

"Een aanbieding," zei Dirk. "2 komma 4 procent rente." Hij sprak de getallen met nadruk uit.

"Is dat veel?" vroeg ik.

Dirk liet zijn ogen opkijken naar de hemel. Hij breidde zijn handen uit – zo smal en zo zacht – en de bakker tussen zijn duim en wijsvinger glom in de zon.

"Is dat veel?" herhaalde hij. Hij keek me aan. "Als je ergens anders een lagere rente tegenkomt, jongen," zei Dirk. "Dan betaal ik jou het verschil terug. Wat zeg je me daarvan?"

"In dat geval lijkt het me wel wat," zei ik.


Er brak een mooie tijd aan. Het werd lente. De meisjes hinkelden en touwtjesprongen in steeds kortere rokjes en de jongens rondom de knikkerkuiltjes bekeken met onrustige ogen hun knikkers als ik aan de beurt was en mijn bakker in de aanslag bracht. Ik won vaker dan ik verloor. Als ik mijn handen in mijn zakken stopte, rinkelde het flink. Ik genoot van de afgunstige ogen die ik dan zag. Ik moest na mijn eerste afdracht nog wel even bij Dirk komen, in het fietsenhok. Hij nam me apart. Hij troonde me mee naar een stil, donker hoekje. Ik keek om en zag Sietse, een van de jongens die altijd om Dirk heen hingen. Sietse was hartstikke sterk. Het verhaal ging dat hij een auto bij de achterkant kon optillen.

Dirk deed zijn handen – die nog even bleek waren als eind maart – in zijn zakken en mijn maandafdracht kwam tevoorschijn.

"Er ontbreekt nog 90 Eurocent," zei hij. Ik keek hem verbaasd aan. Ik vertelde hem hoe veel zakgeld ik kreeg. Ik telde daar 2 komma 4 procent rente bij op en kwam precies aan het bedrag dat Dirk in zijn opengeslagen handpalm had liggen.

"Ja, dat is het termijnbedrag voor de lening," zei Dirk geagiteerd. "De lening is voldaan. Maar de verzekering moet nog betaald worden."

"Verzekering?" vroeg ik verbaasd.

Dirk legde me geduldig uit dat hij alleen maar zo'n lage rente kon rekenen als het 100% zeker was dat ik kon terugbetalen. Daar was die verzekering voor.

"Maar ik moet meer betalen dan afgesproken is," bracht ik uit. "Ik weet helemaal niks van een verzekering."

Sietse kwam opeens een heel stuk dichterbij staan.

"Hij is voor je eigen bestwil," zei Dirk. "Stel dat de touwdrop opeens duurder wordt, of dat jouw papa's installatiebedrijf failliet gaat, of stel je voor, God verhoede het, dat de schoolmelk niet langer gratis zou zijn." Dirk keek me ernstig aan. Ik knikte bedremmeld, want dat zou inderdaad helemaal niet leuk zijn.

"Dan kom jij met jouw zakgeld niet uit. Dan kun jij mij niet terugbetalen. Daarom zit er een verzekering bij de lening. Die verzekering zorgt dat je altijd kunt aflossen. En die verzekering kost een beetje geld. 90 cent voor de eerste maand, en 2 Euro 70 voor de rest van de looptijd…"

"2 Euro 70," vroeg ik zwakjes. Mijn maag draaide zich enigszins om. Sietse kuchte.

"Ach, nog een extra rondje kranten lopen en je hebt het bij elkaar," zei Dirk. Hij keek uit over het plein, waar de zon blakerde. "Ik heb zin in schaatsen," zei hij opeens.


Nadat voor de derde keer mijn vuist vol muntgeld door Dirks grote handen zorgzaam beetgepakt was, waarna ik het geld in zijn hand liet vallen, zei ik met een zucht dat ik blij was dat ik van mijn verplichtingen af was.

"De lening is voldaan," zei Dirk blij. "De verzekering is afgekocht. Ik heb er alle vertrouwen in dat het met de koopsom ook helemaal goed gaat komen."

"De koopsom?" vroeg ik voorzichtig. Opeens was Sietse weer in de buurt, hij kwam naast Dirk staan en bekeek hem met hondstrouwe ogen.

"Wat is er nou weer?" vroeg ik met een zweem van wanhoop.

Dirk legde uit dat ik feitelijk niet de lening afloste. Het geld stortte ik in een koopsom. Deze koopsom viel normaliter vrij na het aflossen van de koopsom.

"Normaliter," herhaalde Dirk. "Als jij mij nu alle 15 knikkers kunt laten zien die ik jou drie maanden geleend heb. Met de bakker erbij."

"De bakker heb ik," zei ik gehaast. Ik liet hem zien. Toen Dirks ogen ernstig bleven, zei ik dat ik niet alle originele knikkers meer had. "Sommige heb ik verloren, maar ik heb er een heleboel andere voor teruggewonnen. Massa's."

Ik liet mijn handen in mijn zakken glijden. Ik liet mijn zakken rinkelen.

"Wil je knikkers?" vroeg ik aan Dirk. "Is dat wat je wilt?"

Ik diepte wel 25 knikkers op. Ik liet ze zien aan Dirk. Ik deed mijn handen dicht en naar voren, maar Dirk maakte geen aanstalten mijn handen zorgzaam beet te pakken.

"Dan kan de koopsom niet vrijvallen," zei Dirk ernstig. "Dat is een groot probleem."

Sietse kwam akelig dichtbij me, zo dichtbij dat ik een bokshouding aannam. Er verscheen een smalend lachje op zijn pokdalige gezicht. Hij had zin in vechten, las ik in zijn ogen.

"Gelukkig heb ik wel een oplossing voor jouw probleem," zei Dirk toen.

"Wat is de oplossing?" vroeg ik met een onvaste stem, vanwege Sietse en die grove handen die eruit zagen alsof ze me konden vermoorden.

"Een doorlopend krediet," zei Dirk. "Het is werkelijk schitterend. Je betaalt maar 1 komma 8 procent rente. Niet te geloven gewoon. Het lijkt wel alsof ik mijn geld gewoon weggeef."


Twee maanden later meldde ik me bij het fietsenhok. Ik zag dat de palen waarop het dak steunde, rood met wit geschilderd waren. Ik zag dat er een bordjes op de palen hingen. "Ik las DSFeTB"

"Dirk Scheringa Fiets en Transport Berging," zei Dirk, die handenwrijvend aan kwam lopen.

"Transport?" vroeg ik.

"Jelmer heeft een scooter," zei Dirk. "En Frommel heeft een Puch."

"Gekocht met geld dat hij bij mij geleend heeft," voegde Dirk er niet zonder trots aan toe.

Ik zei dat ik een heleboel geld voor Dirk had. Ik bekeek mijn handen, die groot waren van alle munten die erin zaten. Ik had helaas wel een klein probleempje, ik had namelijk 10 cent tekort. Ik vroeg of dat erg was. Dirk zei dat ik hem zijn polshorloge kon geven. Die zou hij dan gaan uitlenen. Dat was gouden handel. Er was een goede kans dat ik behalve mijn horloge ook nog een leuke winst zou beuren.

"Het zou zomaar kunnen dat je met de uitkering de maandtermijnen van jouw doorlopend krediet kunt financieren," zei Dirk. Ik bekeek zijn ogen en voelde het optimisme dat daarin glom ook in mijn hart.


Het schooljaar was voorbij en iedereen ging weg. Ik ging met mijn papa en mama naar Ameland, net als de ouders van Babette en Kees en Wybrand. Jelmer ging echt ver, naar Zuid-Frankrijk en Renske ook, want die ging naar Zweden. Alleen Dirk ging nog wat verder, want hij had z'n ouders getrakteerd op een maanreisje.


In September had ik drieëntwintig cent tekort. Ik vroeg vol verwachting wat er van het uitlenen van mijn horloge gekomen was. Gouden handel, herinnerde ik me dat Dirk gezegd had. Maar Dirk zag er vandaag helemaal niet zo optimistisch uit. Hij was de enige die niet bruin geworden was op vakantie.

"Er is iets mis," zei Dirk. "De economie is een beetje ziek. Laten we zeggen dat de economie griep heeft. Het rendement van de leaseregeling is niet helemaal wat ik ervan gehoopt had."

"Maar wat is het rendement dan wel?" vroeg ik met enige wanhoop. Het feit dat ik Sietse zag verschijnen, maakte die wanhoop alleen maar groter.

"Drieëntwintig cent misschien?" vroeg ik met de moed der wanhoop. Dirk schudde ernstig van nee. Hij breidde zijn doodsbleke handpalm uit.

"Omdat het rendement onverwachts pessimistisch uitviel, moet ik helaas een naheffing opleggen van 1 Euro 23," zei hij.

"Dat heb ik niet," zei ik. Ik richtte mijn ogen naar de grond. Ik zag mijn schoenpunten.

"Wat nu?" vroeg ik gesmoord.

Dirk vroeg of mijn schoenen nieuw waren. Ik knikte. Ik hoorde hem zeggen dat hij zich ermee tevreden zou stellen, al waren ze niet zijn smaak. Voor deze ene keer zou hij me matsen.


In Oktober was het weer omgeslagen. Het fietsenhok kraakte onder het geweld waarmee de wind naar binnen waaide. De wind bracht natte bladeren mee.

Dirks grote handen omvatten zorgzaam mijn vuist, waar meer geld in zat dan ik ooit bij elkaar had gezien. Ik liep niet alleen kranten in de Schildersbuurt, maar ook in de Parkwijk en zelfs aan de overkant van het kanaal in de nieuwe Vinexwijk, waarvan men zei dat Dirk er flink wat zakgeld in had zitten.

"Het is 9 cent tekort," zei hij ernstig nadat hij de dubbeltjes en kwartjes geteld had. Ik vroeg niet eens meer hoe dat toch kon. Ik was er inmiddels aan gewend dat mijn maandlasten elke maand hoger werden. Ik voelde hoe Dirks ogen me van top tot teen inspecteerden. Ik wist dat er niks meer te vinden wat iets noemenswaardigs waard was. Ik rilde van de kou van de wind.

"Geef me dan jouw kleren maar," zei Dirk. Ik keek op.

"Die zijn nauwelijks wat waard," zei ik schor. Sietse kwam zo dicht bij me staan dat ik de wijnballen rook die hij kauwde. Hij lachte de bruine stompjes die ooit zijn tanden waren geweest, bloot.

"Ik zal het koud krijgen," zei ik klaaglijk. Dirk had zelf een hermelijnen jas aan, de mouwen wijd zodat goed opviel hoe knokig en bleek zijn polsen waren.

Hij was niet te vermurwen. Sietse stond zijn mouwen al op te stropen. Dus koos ik eieren voor mijn geld. Met zijn armen over elkaar keek Dirk toe hoe ik mij ontdeed van mijn slipover, mijn broek en mijn bloes. Ik raapte het stapeltje kleren van de grond op en overhandigde ze, nog warm van mijn eigen lichaam, aan Dirk.

"Ben je nu tevreden?" vroeg ik. Ik stond te bibberen als een riet. Het zou toch onmenselijk zijn als ik mijn hemd zou moeten afgeven? Om over mijn onderbroek maar te zwijgen.

Ik zag een minuscuul lachje verschijnen op Dirks gezicht. Sietse lachte ook, alsof Dirk hem een mop vertelde.

"Voor Oktober ben ik content, jongen," zei hij. Hij liet mijn geld in zijn grote brede zakken verdwijnen en gaf mijn kleren aan Sietse.

"We zien elkaar weer als het November is," zei hij verheugd.

27 september 2009

Goe-hoed

Op weg naar de automaat voor zijn eerste koffie van de dag, liep Rutger Martijn Mindermaat tegen het lijf. Ze zaten vroeger bij KPN in hetzelfde team. Martijn lachte joviaal, stak zijn hand uit en drukte die van Rutger ferm.

"Hoe gaat het?" vroeg Martijn.

"Goe-hoed," zei Rutger. Hij dacht onmiddellijk weer terug aan de ruzie van gisteravond. De ruzie waarover hij de hele autorit op weg naar zijn werk ook al over had zitten piekeren.


Hij vertelde dat hij toch al weer een jaartje of vier bij de RBV zat. Leuke projecten hoor. Nee, functioneel ontwerper was hij nu niet meer. Hij was nu process manager.

"Leuk," zei Martijn, maar zijn ogen verrieden dat hij geen idee had wat dit inhield. Terwijl Rutger zijn bakkie zwart, extra sterk tankte, vroeg hij sinds wanneer Martijn bij ICT rondliep. Hij was er nu een week. Hij was ingehuurd voor het Functioneel Ontwerp voor het Burgerportaal.

"Leu-euk," zei Rutger, terwijl hij dacht "Jezus Christus, Burgerportaal." Bij RBV werden vanwege de crisis alle projecten stopgezet, behalve Burgerportaal, want dat was een speeltje van het management.

Terwijl Martijn zijn bakkie tankte - het leek wel extra, extra, extra melk – wisselden ze beleefdheden uit.

"Ben jij nog steeds met die… met …," vroeg Martijn en Rutger knikte.

"Met Eva," vulde hij aan. "Ja hoor gaat lekker. En jij? Hoe oud is eh… die jongen van jou nou?"

"Burgerportaal," fluisterde hij minachtend, nadat ze het koffiehok uitgelopen waren en hun wegen zich gescheiden hadden. Martijn was een goeie. Een dure ook. Zijn lijf vulde zich met frustratie, hoewel dat hele Burgerportaal hem tot nu toe weinig had kunnen schelen. Het was een club externen die ergens beneden zat. Behalve belastinggeld wegpissen deden ze weinig kwaad. Hij wist dat zijn frustratie een andere oorzaak had.

"Maar lieve Rutger we zijn volkómen langs elkaar heen gaan leven," hoorde hij Eva hartstochtelijk uitvaren. Zijn handen begonnen te trillen. Bij zijn bureau strekte hij zijn hand en leunde naar voren. Hij probeerde zijn koffie neer te zetten zonder te morsen, maar er gulpte een hete slok uit het bekertje over zijn hand. Hij vloekte binnensmonds en keek vervolgens schichtig door de open deur van de kamer naast die hem. Gelukkig was van Reenen er nog niet. Dat was iemand die in de kantine zijn handen vouwde, zijn ogen dicht deed en prevelde, voordat hij slurpend aanviel op zijn soep. Hij was bovendien clustermanager en die was de baas van de process managers.


Een tijdje later zat Rutger op de WC met zijn broek op zijn knieën en zijn hoofd in zijn handen. Over een kwartier moest hij de nieuwe changeprocedure voor PayPerfect presenteren. Laatst was er iets veranderd zonder dat testteam iets getest had en zonder dat de gebruikersorganisatie de wijziging geaccepteerd had. Toen de maandag daarop bleek dat de afdeling, SFA, opeens geen rekeningen meer konden uitschrijven, was het hommeles.

Rutger probeerde te bedenken wat er ook al weer op slides 4 tot en met 6 stond. Hij zag het bed wat leeg was toen hij zijn ogen opsloeg. Hij had zijn hand op het dekbed gelegd en nog iets van haar warmte gevoeld. Hij luisterde maar hoorde haar niet in de douche. Toen hij beneden kwam, bleek ze al weg te zijn.

Het angstzweet brak het uit bij de gedachte dat ze er ook niet zou zijn als hij vanavond thuis zou komen. Dat hij dan pas haar briefje zou vinden.

In de fruitmand, had hij wel in de fruitmand gekeken?

"En de RFC moet geaccepteerd zijn door de gebruiker.. oh nee eerst moet de RFC gereviewd worden door de process manager, dan wordt hij getekend door de gebruiker en als dan ook de change coördinator zijn fiat gegeven heeft, mag de wijziging in productie."

"Maar dat laatste is een formaliteit," zei hij vergoelijkend, terwijl hij voor de spiegel stond en met water en zijn handen het gemis van vanochtend, het gemis van de kam door zijn haar na het douchen en afdrogen, goed probeerde te maken.


"Goe-hoed," zei hij, terwijl hij het slappe handje drukte van Frits Goedkeels. "Met u ook?"

Frits was de nieuwe change coördinator. Hij droeg een blauwe ribbroek onder zijn bruine jasje, zag Rutger nu Frits overeind stond. De broek zag eruit alsof hij hem bij de kernwapendemonstraties in de jaren 80 ook al droeg.

"Het personeelslid dat het meest huiverig voor verandering is, maken ze change coördinator," herinnerde Rutger zich een uitspraak van Bas Averegt, maar die was over alles cynisch.

Rutger ging schuin tegenover de beamer zitten. Op de wand prijkte zijn eerste slide. "ChangePerfect voor PayPerfect", stond erop. Wat belachelijk pretentieus, dacht hij nu, terwijl hij zijn klamme handen tussen zijn dijen stopte. Van de opening van het overleg en de mededelingen kreeg hij zo goed als niks mee. Het ging snel, totdat Hans Hoed een aanleiding zag om over de Resitutiemodule te beginnen. Iedereen ging verzitten. Op pennen kauwen. Uit de ramen kijken, waarachter het verbazend mooi nazomerweer was. Rutger hoorde niks, want in Rutgers hoofd maalden de dingen die hij zodadelijk wilde zeggen. Hoe meer hij vergat en in de verkeerde volgorde bedacht, hoe zenuwachtiger hij werd voor zodadelijk.

"Goe-hoed," sprak Rutger, nadat Thijs Luidmoedig aangekondigd dat Rutger vandaag dan toch de langverwachte nieuwe change procedure voor het salaris- en factureringssysteem ging presenteren.

"De changeprocedure dus," zei hij terwijl hij overwoog of hij zou gaan staan, maar bij nader inzien leek het hem veiliger te blijven zitten. Als hij niet zo zenuwachtig was geweest, was hij misschien wel op dat "langverwachte" ingegaan. Die fokking asshole van een Luidmoedig wist best hoe lang het in deze toko duurde voordat iedereen zijn plasje over een plannetje gedaan had, dus het was nogal laag om te suggereren dat Rutger uit zijn neus had zitten eten. Dit alles speelde door zijn hoofd bij zijn eerste sheet, een keurig overzicht van wat hij allemaal aan de orde zou laten komen. Hij las voor wat er stond en keek de kring rond. Allemaal grijsharig of kaal, zag hij. Niemand hier wil dat er iets verandert, dacht hij, hoewel Marga Duikelboer instemmend zat te knikken.


Na een stroef begin, raakte Rutger op dreef. Zijn stem won aan kracht en met gebaren zette hij zijn verhaal kracht bij. Hij zette de procedure uiteen en liet er plaatjes van zien, waar hij uren op had zitten prutsen in een nieuw Microsoft-pakket, want zo lang duurde het voordat hij binnen de 4000 mogelijkheden die het pakket bood, de 4 dingen gevonden had die hij wilde gebruiken. Onderbroken werd hij maar één keer en dat was toen hij vergoelijkend zei: "Maar dat laatste is een formaliteit."

"Maar wel een vitaal en integraal onderdeel van de procedure, mag ik toch hopen," had die Goedkeels toen opgemerkt. De grijns op zijn gezicht suggereerde dat hij een vriendelijke aanvulling deed, de ondertoon van venijn in zijn stem suggereerde dat Rutger hem in het diepst van zijn ziel geraakt zou kunnen hebben. Hij haastte zich om Goedkeels te verzekeren dat het fiatteren een verplichte stap in de procedure en dat de RFC zonder een fiat van change niet doorgezet kon worden.

Zijn voorlaatste sheet bestond uit een smiley, die een gebruiker voorstelde die én een veranderd systeem gekregen had én nog steeds de salarissen kon uitbetalen. De laatste sheet was een smiley met denkrimpels met daarboven een groot vraagteken.

"Zijn er nog vragen?" vroeg Rutger, waarna het gevaarlijk stil bleef.

"Ze zitten allemaal te denken hoe ze nieuwe procedure kunnen omzeilen," dacht Rutger. "Ze willen helemaal geen RFC. Ze willen blijven doen wat ze vroeger deden."

"Het is wel veel Engels hè, zo'n nieuwe procedure," merkte Rob Verrips op. Op de vingers van zijn handen telde hij:

"Request For Change heb ik gehoord, Stages van de RFC, Plan Do Check Act, Control Stages…" Hij sprak elk Engels woord uit alsof het een vies woord was en keek vervolgens met een grijns de kring rond. Hij kreeg geen bijval. Hij was namelijk de enige die het zich kon permitteren de indruk te wekken dat die nieuwe procedure hem geen zak kon schelen. Hij had nog vier maanden te gaan voor zijn pensioen. De woorden "Ik ga vandaag wat eerder weg," sprak hij vaker uit dan de woorden ja of nee.

"Die PDCA-cyclus begrijp ik geloof ik ook niet helemaal, " zei Marga. Haar blauwe ogen achter haar bril werden groot terwijl ze kauwde op haar pen. Rutger vroeg of Thijs, die de laptop bediend had, slide 14 nog even wilde terughalen. Intussen vertelde hij dat de PDCA-cyclus, Plan Do Check Act dus, een procesverbeteringsstap was.


De sheet verscheen en hij legde het nog een keer uit. Zijn vingers wezen de cirkel rond die hij getekend had. Het doel was niet alleen maar om de changes voortaan gecontroleerd te laten verlopen. Ze wilden ook het proces verbeteren. Na implementatie zou de change geëvalueerd worden…

"Waarom noem je het gewoon verandering?" vroeg Verrips. "Een change is toch gewoon een verandering?"

"Ik had het ook een verandering kunnen noemen," zei Rutger 10 keer zo kalm als dat hij zich voelde. "Alleen noemt de literatuur het een change en de RBV doet dit dus ook,…" Hij keek naar Frits maar die knikte godzijdank.

Hij vertelde hoe de resultaten van de evaluatie zouden leiden tot verbeteringsvoorstellen op het proces, zodat op termijn de changes op PayPerfect steeds soepeler zouden verlopen.

"Een mooi streven," kraakte de stem van Koos Liederlijk. Koos was de Cobolprogrammeur die hier nu 32 jaar zat, waarvan de laatste 16 jaar uitsluitend op PayPerfect. Koos was de reden van Rutgers verhaal. Het bedrijf had ook kunnen kiezen om Koos eruit te schoppen in plaats van Rutger deze procedure te laten bedenken. Rutger had er een maand op gezwoegd, de procedure was door 12 mensen gereviewd, en de bureaucratische overhead zou straks met ongeveer het dubbele toenemen.


Koos begon een heel verhaal, waaruit bleek dat hij het belangrijk vond wat er gebeurde. Tevens vond hij dat er een paar goede stappen gezet waren. Toen begon hij over de datadefs, wat iets was dat niemand begreep, behalve Koos zelf.

"RBV had ook PayPerfect kunnen vervangen door een pakket waarvoor je geen maatwerk hoeft te bouwen," dacht Rutger, "Dan kan die grijze raaf er ook uit". Op zijn allereerste overleg had hij gevraagd waarom de afdeling SFA nog steeds werkte met dit pakket. Hij herinnerde zich de ijzige blikken die hij toen kreeg, nu nog steeds.

Het verhaal van Koos kwam er op neer dat als het RFC nummer aan de collecties gekoppeld moet worden, dat dan de datadefs uitgebreid en aangepast moesten worden. Rutger zuchtte diep.

"Volgens mij hebben we het over dit onderwerp al wel eens eerder gehad," zei hij. "Vele malen eerder," waagde hij eraan toe te voegen.

Gelukkig viel Thijs Rutger bij. Thijs herinnerde Koos er nog maar eens aan dat afgesproken was dat de RFC nummers als tag aan de collectie gehangen zouden worden en dat dus de datadefs niet aangepast hoefden te worden.

"Ik mis die afspraak in het verhaal," zei Koos. Zijn gezicht werd roder. Rutger hief zijn hand bezwerend op, maar Koos was nog niet klaar. Het kostte hem drie minuten om zijn punt te maken. De afspraak over de tags en de datadefs was essentieel en het was dus een onvergeeflijke omissie dat deze afspraak door Rutger niet vermeld was. Voor de vierde keer hield Rutger de procedurebeschrijving omhoog.

"In de presentatie heb ik het weggelaten omdat ik het iets te low level vond voor de managementlaag, maar hier staat het in, hoor Koos," zei hij. "Pontificaal op pagina acht, een hele paragraaf lang. Nog meer vragen?"

Rudi Pofbroek ging verzitten. Rutgers hartslag ging omhoog. Rudi had zich lang stil gehouden. Veel langer dan Rutger tevoren verwacht had. Rudi was de projectleider voor PayPerfect changes. Rudi keek op. Zijn vinger met daarin zijn pen ging half de lucht in. Hij keek maar zei nog niks.

"Je hebt nog geen steeds argument weten te bedenken die de procedure afschiet," dacht Rutger. Rudi was zijn grootste tegenstander. Rudi was iemand die met de mond beleed dat een geformaliseerde werkwijze te prefereren viel, maar achteraf bleek altijd dat hij om de formaliteiten heen gerotzooid was. De PDCA-cyclus had Rutger in de procedure gefietst om Rudi ermee te kunnen pakken. Rutger rekende erop dat Rudi slim genoeg dit te snappen.

In de telefoonklapper, had hij wel in de telefoonklapper gekeken?

Rudi vroeg in hoeverre de afdeling Communicatie was betrokken geweest in de procedure. Rutger keek wat onzeker naar Thijs. "Ik zie eerlijk gezegd niet waarom…."

"Als we geen facturen kunnen schrijven, laten we via Communicatie weten dat het ons spijt en als we geen salarissen kunnen uitbetalen, gaat Communicatie een mail opstellen om de werknemers te informeren. Me dunkt dat Communicatie dus een integraal onderdeel van het proces is…"

Rutger schudde zijn hoofd. "De procedure probeert dit soort flaters te voorkomen," zei hij met hartstocht. "Als we deze procedure gaan volgen, gebeuren dit soort dingen helemaal niet meer, en dus…"

Rutger keek de kring rond, maar iedereen zat instemmend naar Rudi te knikken.

"Ik moet zeggen dat ik het niet anders dan met Rudi eens kan zijn," zei Thijs. Rutger deed zijn mond dicht.

"Godverdomme nog aan toe," dacht hij. "Wat een fokking onzin."

"Ja nou zeg, vloeken lost wat op," hoorde hij Eva opnieuw uitvaren.


Vervolgens bedacht hij dat hij nu bij Martine Beelde langs moest. Hij voelde een nerveuze schok. Hij bedacht haar ogen waarmee ze hem aan zou kijken als hij haar zou vertellen dat ze bij SFA iets nieuws van plan waren en kromp nu al ongeveer in elkaar. Hij bedacht ook haar decolleté en haar lange dunne benen onder haar rok, verpakt in kousen met een werkje erin. Hij had wel eens fantasieën dat Martine hem een zweepje sloeg. Weer iets wat hij Eva nooit verteld had.

Rutger maakte een aantekening en keek op. "Goe-hoed," zei hij.

"Mag ik de hoop uitspreken dat we de veranderingen soepeler zullen kunnen doorvoeren, zonder productieverstoringen," zei hij.

Het enthousiasme wat hij in zijn stem probeerde te leggen, zag hij niet weerspiegeld worden in de ogen die hem aankeken.

23 september 2009

Tip

De politie moet eens wat mensen op Twitter gaan volgen. Iedereen die zijn getwitter begint met "ik rijd nu weer naar huis", is aan het mobiel bellen tijdens het rijden en dus kan er een acceptgiro voor een bekeuring van 150 Euro opgestuurd worden.

Als de politie dit beleid nu eens een jaar of 2 volhoudt, dan hoeven die bezuinigingen van 30 miljard misschien wel helemaal niet meer.

20 september 2009

Over snoeien

Mijnheer Zuiverloon snoeide zijn heg. Hij begon onwennig en voorzichtig, zijn snoeischaar hanterend alsof hij een kapper was die een delicaat kapsel onderhanden had. Gaandeweg kreeg hij de smaak te pakken. Hij bukte en wijdde zich aan de takken die over het pad gegroeid waren, de takken waar hij zich de hele lente en de hele zomer aan had geërgerd. Goed dat hij nu dan toch eindelijk in actie kwam.

Hij kreeg het warm. Hij zette zijn golfpetje af en gooide het in het gras. Het was fantastisch weer voor midden september.


Mijnheer Zuiverloon werd opgeschrikt door twee groeten vanaf de straat. Het waren Jos en Johan van Benedenveld die naar hem riepen. Ze stoven op hun racefietsjes langs zijn heg. Mijnheer Zuiverloon stak zijn hand op, maar vervolgens keek hij hen hoofdschuddend na, want de jongens schoten zonder in te houden de kruising over.

"Er staat daar een stopbord hoor," bromde hij.

Maar het was wel goed dat ze helmen op hadden, dacht hij even later. Jos was laatst lelijk gevallen, blijkbaar had hij daar toch van geleerd.


De bovenkant van de heg snoeien vond mijnheer Zuiverloon het leukst, want terwijl hij de schaar zijn werk liet doen, kon hij mooi een beetje naar de weg kijken en wat daar allemaal langs kwam. Hij knikte de mevrouwtjes Reurink vriendelijk toe. Ook zij gebruikten deze mooie dag om de paden op en de lanen in te gaan. Hij keek hen na, de zonnehoedjes al opgezet, rugzakjes waar de dop van een thermoskan uitstak, flesjes mineraalwater in een gordel rond hun heupen. Hij keek ook hun billen na, bewegend op het ritme van hun Nordic Walking stokken. Werd hij of werden die billen nu te oud voor dit soort dingen, dacht hij, en hij moest lachen. Het leek alsof hij voor het eerst sinds maanden zijn lachspieren weer eens gebruikte.

De meisjes Toxopeus hadden een slinger van chrysantjes in hun dikke blonde haren geweven. De meisjes werden rap groter, dacht mijnheer van Wieren toen hij zichzelf erop betrapte dat hij ook hun billen nakeek.

"Weertje hè?" klonk het schuin achter hem. Mijnheer Zuiverloon zag de weduwe Kruytkoeck langs schuifelen, zoals altijd in haar lange vale winterjas. Zelfs haar kapje had ze op.

"Prachtig," antwoordde hij.

"Het bleuft nog wel vuuf dag'n zo," beweerde weduwe Kruytkoeck. "Dat zeeën ze op de radio".

"Jou mut niet alles gleuv'n wat ze op d'radio zehhen", antwoordde meneer Zuiverloon, waarop weduwe Kruytkoeck een schril lachje uitstiet. Vervolgens was ze voorbij en snoeide meneer Zuiverloon verder.


De mechanische arbeid deed hem in gedachten verzinken. Zijn schaar ging liefdevoller en subtieler te werk zodra hij aan Elma dacht. Wat zou ze nu doen? Vermoedelijk een boekje lezen in de tuin in de zon. Het kon ook wezen dat ze een van haar befaamde cakes stond te bakken. Mijnheer Zuiverloon herinnerde zich dat hij ervan hield naar haar te kijken als ze bezig was, hoe haar smalle handen met die lange vingers het deeg onderhanden namen. Haar gezicht geconcentreerd, haar halflange haren een gordijntje dat ervoor hing, tot ze plots naar zo'n lok blies en vervolgens met een gebaar dat altijd hetzelfde was die lok uit haar gezicht weg wreef.


Of zou ze op dit moment door die nieuwe vriend van haar genomen worden op de wasdroger? De schaar nam een paar grote wilde happen uit de heg. De struiken schudden ervan. Mijnheer Zuiverloon dacht terug aan de dag, die middag, toen zij in de keuken stond en opeens tegen hem uitvoer, voor zijn gevoel uit het niets. Ze zei dat er geen spanning meer was in hun leven, dat ze langs elkaar heen leefden, dat zijn reacties voorgeprogrammeerd waren, als een grammofoonplaat. Hij was in een diepe slaap geraakt, zei ze, ongevoelig voor wat het leven nog te bieden kon hebben. Met groeiende hartstocht deed ze hem na:

"Goed"(Hoe gaat het met je?).

"Oh niets bijzonders hoor" (Waar denk je aan?).

"Mmm nou vooruit dan" (Of hij nog wat aardappelen wilde).

"Mmm nou vooruit dan" (Of hij gepijpt wilde worden).

Ze schreeuwde zelfs tegen hem. Uit wanhoop, omdat hij maar niet reageerde. Ze schreeuwde over de seks die er nooit meer was en die hij ook helemaal niet scheen te missen. Ze schreeuwde over zijn werk waar hij al jaren steen en been over klaagde omdat het hem uitzoog en opslokte, maar stappen zette om weg te raken ho maar. Ze schreeuwde over de plannen voor het boerderijtje in Zuid-Frankrijk. Ze zouden het gehad hebben wanneer ze 2 jaar geleden een beetje lef getoond zouden hebben. Maar nu met de crisis….


"Oh ja ik heb trouwens een nieuwe vriend," zei ze toen, nadat ze was gaan zitten, haar hoofd in haar handen geborgen had.

Die woorden bleven echoën in meneer Zuiverloons hoofd, vermengd met het geluid van de snoeischaar, die nu weer langzaam knipte. Gelaten. Moedeloos. Ze was weg nu. Nu was ze ingetrokken bij die nieuwe vriend van haar. Ricardo, godbetert. Een dokter, maar dan niet een die levens redt. Nee, zo'n botoxboer, zo'n vetwegzuiger, zo'n neuscorrector. En bovendien een flierefluiter, zonder zorgen of plichtsbesef. Zo'n Plasterkhoed had hij, zo'n linkse hobby. Hoe kon zijn Elma daarvoor gevallen zijn? Hoe kon zij in zo'n operettefiguur getrapt zijn? Letterlijk, want die Ricardo zong in zijn vrije tijd dus in operettes. Hoe verzin je het?

Diny Deleukste kwam langs op haar fiets. Haar bleke kuiten bloot, haar jurk fleurig, een jolig zwart hoedje op haar hoofd. Mijnheer Zuiverloon keek haar na terwijl ook zij het stopbord negeerde, vervolgens een beetje slingerend inhield voor een auto, waarna ze met een buiging haar hoed afnam om de automobilist, die naar haar claxonneerde. Mijnheer Zuiverloon schudde zijn hoofd, maar de grijns die op zijn gezicht verschenen was, week niet. Jolige meid. Een meid waar hij al jaren aan dacht. Voor elke drie seconden dat hij haar zag, bleef hij drie uur aan haar denken.

"Zo ongecompliceerd," dacht hij, terwijl hij dacht aan de hypotheeklasten, die nu Elma niet meer meebetaalde, wurgend geworden waren. Hij dacht aan straks, aan vanavond, aan in z'n eentje in de grote keuken aan de grote lege tafel. Hij wilde weg, maar was bang voor de stress van het huis verkopen, de stress van een nieuw huis en verhuizen. Van alles regelen in z'n eentje. Waarom snoeide hij die heg nog, dacht hij, maar toch ging hij door.

Hij verzon Diny's lippen, mooi rood opgemaakt, en zijn zorgen werden weggekust. Hij hoefde niet meer weg. Hij mocht blijven, want Diny wilde bij hem intrekken. Ze liep al rond in zijn bijkeuken terwijl haar geloken ogen alles in zich opnamen.

"Mooie wasdroger," zei ze en hij zag haar ogen naar hem opflitsen.


Een brommertje stoorde zijn overpeinzingen. Hij kromp in elkaar. Hij voelde hoe het geluid van de opgevoerde tweetakt zijn oren vulde, zijn ziel doorsneed, zijn gecoördineerde gedachtestroom veranderde in woeste draaikolken. Mijnheer Zuiverloon kon de berijder niet herkennen, zijn helm maakte zijn gezicht onzichtbaar. Bij de kruising piepten de remmen en slipten de banden. Het ging net goed, zag mijnheer Zuiverloon.

"Rij hem maar overhoop die lawaaimaker," dacht hij, maar vervolgens schaamde hij zich toch wel een beetje voor die gedachte. Nog een metertje, dacht hij, dan was hij klaar. Hoewel, klaar? Dan moest hij alle afgeknipte takken verzamelen en opknippen en in vuilniszakken stoppen. Dat maakte snoeien nou tot rotwerk.

"Eerst een bakkie hoor," dacht hij, terwijl hij door bleef knippen. Zijn ooghoeken zagen twee nieuwe passanten. Doodstil keek hij naar wat langskwam. Zijn gezicht vulde zich met afgrijzen.

Pas toen de Marokkaanse meisjes voorbij waren, maakte hij een gebaar. Een gebaar waarmee hij hun roze ragfijne sluiertjes van hun hoofd nam. Hij herhaalde het gebaar nog wat wilder, om hen ook hun witte hoofddoekjes af te rukken.

"Kopvodden," siste hij binnensmonds. Hij keek op, maar nee, de meisjes konden hem nooit gehoord hebben. Zijn snoeischaar knipte weer nu minstens zo agressief als toen hij dacht aan zijn Elma met die dokter op de wasdroger.

"Vanaf morgen moet elk hoofd vrij van bedekking zijn," zei hij hardop, alsof hij een decreet voorlas. "Wie deze verordening in de wind slaat…"

Knip. Knip, en nog een laatste grote knip en klaar was hij.

"Moet om te beginnen 1000 Euro dokken," zei hij. Hij voelde zich tevreden. Hij hurkte. Hij pakte zijn golfpetje, drukte het op zijn hoofd en snelde naar binnen voor een welverdiend kopje koffie.

12 september 2009

Slakken

"Ik ben dan zo iemand die daar niet aan meedoet," zei Sjors tegen het mooie blonde meisje dat hem had aangesproken. Het laatste wat hij van haar zag was haar gezicht dat betrok. Hij vond dat niet leuk, maar verdrong die gedachte met de gedachte dat hij haar goed afgepoeierd had. "Moet ze maar geen straatverkoopster worden," dacht hij en hij wandelde een kledingzaak in.

"Ik ben niet zo iemand van de uitverkoop," dacht hij toen hij weer buiten stond, moe van het graaien in bakken van 3 voor 10 Euro. Hij had zin om echte kleren te kopen. Mooie kleren. Hij drentelde in de richting van de Leerlooiersgang waar de boetiekjes waren waar vrouwen rijglaarzen of mantels of krokodillentasjes kochten. Mannen die in de reclame werkten, kochten daar hun pak. Terwijl hij hoge lokkende ramen naderde, besefte hij dat hij nog nooit zo'n winkel had durven binnengaan.

"Ik ben dan zo iemand die wars is van opsmuk," zei hij even later tegen een verkoopster, die zich niet had laten afwimpelen door zijn "Ik kijk alleen maar even rond hoor." Ze had als haar eerste suggestie een rek jasjes aangewezen. Geblokte jasjes. Glitterjasjes. Jasjes met knotsgekke kragen.

"Ik ben absoluut niet zo iemand die kleren zou kopen waar je amper mee over straat kunt." Zijn stem klonk ontevreden. Hij vermeed haar aan te kijken. Als hij horkerig deed, ging ze hopelijk weg.


"Volgens mij bent u iemand die best een beetje onconventioneel is," zei ze met een glimlach. Daarmee brak ze het ijs. Sjors keek haar nu wel aan. Ze droeg een wat vormelijk jasje en droeg haar rossige haren in een knoet. Hij staarde haar aan tot zijn gezicht er warm van werd.

"Bent u zo iemand die wel eens met klanten uit gaat?" vroeg hij roekeloos en hij scoorde een parelende lach van verbazing.

"Nee," zei ze. "Maar mag ik u onze vrijetijdsjasjes laten zien? Een beetje frivool, maar ze kleden goed af en je kunt je er overal mee vertonen."

"Hartstikke duur zeker?" vroeg hij retorisch, toen hij de stof van een beslist niet onaardig diepbruin exemplaar tussen zijn vingertoppen koesterde.

"U bent dan zo'n echte Nederlander hè?" merkte ze op, toen haar verkopersinstinct haar zei dat hij wel keek maar niet ging kopen.


"Ik ben dus zo iemand die een fles wijn van 5 Euro net zo lekker vindt als één van 25," zei hij en hij keek Karin diep in haar grijze ogen voor hij met haar proostte.

"Nieuw jasje?" vroeg ze, maar nadat hij had geknikt, duurde het wel even voordat ze, inmiddels verdiept in haar menukaart, zei dat het hem goed stond.

"Waar heb je het gekocht?" vroeg ze. Sjors antwoordde: "C&A".

"Wat neem je?" vroeg ze even later verstrooid. Met haar wijsvinger ging ze de gerechten langs.

"Ik ben dan zo gek dat ik slakken ga nemen," antwoordde Sjors. Karin keek op. Haar geëpileerde wenkbrauwen gingen de hoogte in.

"Die zijn 27,50," zei ze.

"Nou en?" zei Sjors.

"Ik heb zoiets van als het dan toch zo duur moet, dan wil ik zeker weten dat het lekker is," zei Karin. Ze keek Sjors aan alsof ze hem de les ging lezen.

"Nou ja, het is jouw geld," zei ze. Ze keek weer in de kaart.

"Ik doe de varkenshaas maar," zei ze met een zucht.


"Ik heb daar een paar mooie jasjes gezien," wees Karin een straat in, die Sjors herkende als de Leerlooiersgang. "Ik ben dan zo'n vrouw die ervan houdt als mannen zich goed kleden."

Ze keek Sjors aan, die zich onbehaaglijk voelde in zijn nieuwe jasje, al was de avond nog steeds lekker nazomerzwoel.

"Ik ben dus zo'n man die altijd als lul weet over te komen," dacht Sjors. Gelukkig wilde hij helemaal niks met Karin. Ze was hem te zorgelijk, te chaotisch ook. Hij herinnerde zich nu trouwens dat hij haar laatste ex in nooit iets anders had gezien dan spijkerbroeken en bloesjes van de Hema.

"Nou dag," zei hij op de kruising van de Spoorstraat en de Emmalaan. "Het was weer gezellig."

Karin knikte een beetje als antwoord. Ze scheen even te aarzelen.

"Hoe vond je die slakken eigenlijk?" vroeg ze. Dat deed ze nou altijd, een gesprek beginnen als het tijd was om te gaan. Sjors haalde zijn schouders op.

"Wel OK," zei hij. "Maar of ze nou 27,50 waard zijn…"

Karin lachte wat, maar vermeed een uitspraak als "Ik heb het je toch gezegd." Ze kende Sjors lang genoeg om te weten hoe geïrriteerd hij daarvan raakte. Ze lachte hem toe. Ze mocht hem graag, al presteerde hij het altijd weer om eruit te zien als een IT'er, of een leraar. Zo'n nieuw jasje vrolijk een maat te groot kopen en het niet eens doorhebben.


"Maar ik ben dan zo iemand die niks zegt," dacht ze. Met haar breedste glimlach liep ze achteruit bij hem vandaan. Ze zwaaide. Soms zoenden ze bij een afscheid, maar soms ook niet.

"Ik ben dan iemand die daarvoor in de stemming moet zijn," dacht Sjors, terwijl hij zijn schoenen bekeek, het licht van de maan in de gracht. Zijn ogen dwaalden omhoog naar de donkere toppen van de bomen.

"Ik ben dan iemand die het wel eens warm wil hebben," sprak hij in de lucht. Zijn ogen begonnen een beetje te prikken.

Even doorpakken

Kamerleden stellen heel wat Kamervragen en het stellen en beantwoorden van deze vragen gaat meestal onopgemerkt voorbij. Normaal gesproken moet je de Handelingen raadplegen om te weten wat er gevraagd is en wat daarop het antwoord van de Minister was. Af en toe verschijnt er iets in de krant, maar voorpaginanieuws zijn Kamervragen zelden.

Behalve als de PVV aan de minister vraagt hoeveel niet-westerse allochtonen kosten, dan opeens is het stellen van een Kamervraag wel nieuws. Op mijn afgelopen vakantie kon ik vaak geen Nederlandse krant bemachtigen en heb daarom een aantal keer de International Herald Tribune gelezen. Er stond bijna nooit nieuws vanuit Nederland in. Of we Zeeuwse polders nou wel of niet zouden laten onderlopen, de Herald Tribune vond het niet interessant. Over een meisje van 13 dat uit zeilen wilde, had heel Nederland een mening, maar de Herald Tribune vond dit toch nog net geen wereldnieuws. Eén keer maar was Nederland in het nieuws. En dat was toen een Nederlandse populistische partij van de Nederlandse regering wilde weten hoeveel de allochtonen kostten.


Ook nadat er een antwoord is gegeven, is de kwestie nog steeds nieuws, want nu schijnt de Minister er weer spijt van te hebben dat hij die arme PVV'er zo met een kluitje in het riet heeft gestuurd. De Minister was namelijk onwillig om de vraag te beantwoorden. De vraag wat dingen kosten wordt niet uitgesplitst naar bevolkingsgroep, dat was zo ongeveer zijn antwoord. Hij dacht de PVV daarmee de wind uit de zeilen genomen te hebben, maar ondervond dat de PVV nog steeds garen spon bij zijn antwoord. Hij heeft blijkbaar nog niet door dat het niet uitmaakt wat voor soort aandacht je de PVV geeft, het is altijd goed voor een stijgend zetelaantal. Als je ze maar aandacht geeft. Tijdens het zomerreces, in de komkommertijd, liep het zetelaantal wat terug en dat was omdat Wilders geen enkele journalist kon vinden die niet in Zuid-Frankrijk op een camping zat. Zo had het ook geen zin om te zeggen waar het op staat of durven uit te spreken wat ik eigenlijk altijd al gedacht heb, want ik hoorde het dus niet.

Ik vind dat de media een hetze moeten beginnen tegen deze Minister. Hij moet natuurlijk per ommegaande antwoord geven. Behalve dat hij ons moet vertellen wat de niet-westerse allochtoon kost, moet hij ons ook vertellen wat de gemiddelde Nederlander kost, zodat we de volgende stap kunnen zetten. Een hetze voeren tegen iedere niet-westerse allochtoon die meer kost dan de gemiddelde Nederlander, want die moet het land uit.


Ik vind dat trouwens nog steeds een slap plan. Het is tijd om even door te pakken. We moeten ons niet beperken tot een rekening per groep, we moeten gewoon voor iedereen individueel gaan uitrekenen hoe veel hij of zij de staat gekost heeft. Op https://mijnoverheid.nl kun je inloggen met je Digid en vervolgens kun je bekijken hoe jouw rekensommetje eruit ziet. Het is allemaal keurig geregeld hoor, van de buurman kun je alleen de totaalstand zien en niet de specificatie, behalve natuurlijk als hij een veroordeelde pedofiel is. Als je het niet met de berekening eens bent, zijn er prima beroep- en bezwaarprocedures. We zijn en blijven uiteraard een rechtsstaat.

Ik zie eigenlijk alleen maar voordelen. Belastingontduiking bijvoorbeeld zal tot het verleden behoren. Iemand als Prinses Christina zal smeken om voor de volle mep aangeslagen te worden. Subsidies kunnen afgeschaft net als studiebeurzen, want niemand zal zo gek zijn ze nog aan te vragen. En wie weet raken we zelfs de hypotheekrenteaftrek kwijt. Nou zijn er altijd van die zwartkijkers die alleen maar nadelen zien, ik hoor het gezeur over chronische ziektes al weer, en dat iemand daar toch echt niks aan kan doen dat ie dan peperduur is, maar dan zeg ik had je maar wat meer vooraan moeten gaan staan toen de gezondheid uitgedeeld werd. Trouwens, als je nou gewoon denkt dat je niet ziek bent, dan ben je het volgens mij ook niet. En als succes een keuze is, dan is gezondheid dat ook.

Misschien vraagt u zich af wat we gaan doen met de te dure Nederlanders, die kunnen we toch moeilijk uitzetten? Het buitenland ziet die opvreters al aankomen.


Ten eerste krijgen die een coach toegewezen, die samen met u het uitgavenpatroon bekijkt en wat tips zal geven om minder geld over de balk te smijten. Ten eerste natuurlijk niet meer je handje ophouden, die tijd hebben we gehad. Maar er zijn een hoop andere maatregelen mogelijk. Bijvoorbeeld meer autorijden (levert de staat accijns op), weer gaan roken (nog meer accijns), schenkingen doen aan de Belastingdienst, de kinderen op de eerste vakantiedag aan een boom vastgebonden achterlaten en natuurlijk nooit meer naar het buitenland gaan, want daar geef je maar geld uit dat ook ten goede aan de Nederlandse staat had kunnen komen. Uw negatieve balans zal verdwijnen als sneeuw voor de zon, en daarmee ook het begrotingstekort van de BV Nederland.

Als de tips van de coach in de wind worden geslagen, worden de adviezen bindend en als ook dat niet wil helpen stroom je ten slotte, want het motto is immers three strikes and you're out, een uitstekend en volkomen pijnloos euthanasieprogramma in.


Als we dit plan nou eens gaan uitvoeren, dan hebben de media vast weer even genoeg om te schrijven, hoeven ze geen meisjes van 13 die willen gaan zeilen meer te stalken. Als het eenmaal zo ver is, zal ik proberen om nog eens een internationale krant te bemachtigen. Natuurlijk niet om over het buitenland te lezen, maar te lezen over wat men in het buitenland over Nederland schrijft. Ik durf te wedden dat mijn hart zal zwellen van trots.

04 september 2009

Breakfast in Berlin

Muziek in hotels tijdens het ontbijt is bijna zonder uitzondering nietszeggend getingeltangel. Dit is ook logisch. De eis die aan dergelijke muziek gesteld wordt, is dat niemand zich eraan mag ergeren. Met andere woorden, alles wat te hard, te wild, te gek, te obscuur, te raar, te uitgesproken, te verdrietig of te vrolijk is, valt af. Er wordt iets opgezet waarvan verondersteld wordt dat het niemand in de gordijnen jaagt.


Het hotel in Berlijn waar ik 9 nachten en dus ook 9 ochtenden aan de ontbijttafel heb verbleven, was geen uitzondering. Ik mocht onder andere luisteren naar "liedjes bekend van radio en televisie", maar dan niet het origineel, want dat is te populair, te gevaarlijk. Wie weet wordt dat wel gedraaid door de niet in de hand te houden pubers waar de echtparen aan de ontbijttafel een lang weekend van verlost hopen te zijn. Nee, de liedjes zijn bekend, maar de uitvoering niet. De uitvoering klinkt wat men noemt "sfeervol". De liedjes zijn namelijk bewerkt voor de panfluit.

Ja, inderdaad, de panfluit ja.


Dat is net zoiets als een kunstfluit, zo'n mannetje dat z'n handen aan z'n mond brengt en dan de kanarie in de kooi nadoet. Alleen is het mannetje nu een of andere Griek die zijn bronskleur bij de zonnebank heeft gescoord en zijn golvende gitzwarte manen bij de pruikenwinkel. Voordat hij zijn instrument naar zijn lippen brengt, lacht hij en glitteren zijn tanden al even smaragdwit als de bloes waaruit zijn overvloedige borsthaar gulpt. Waarna zijn gebotoxte lippen zich innig met zijn fluitje verstrengelen en zijn feërieke klanken de ether bezwangeren. Magische melodietjes, bijvoorbeeld Yesterday, waarvan ik eigenlijk niet hoef te vertellen dat dit van The Beatles is.

Stel dat ik muziek zou maken. En stel dat het me gelukt zou zijn een hit te schrijven, een nummer dat zo aansloeg bij het grote publiek dat het in minstens 5 landen op nummer 1 is gekomen. Onwaarschijnlijk, maar stel. Dan zit ik dus op een goede dag in een of ander vijfsterrenhotel de ster uit te hangen en dan komt mijn manager op mij af in het gezelschap van zo'n Gheorge Zamfir en die laatste zegt dat hij werkt aan zijn nieuwe panfluit-CD ("Werktitel Blumen pour mio darling, maar eigenlijk vind ik dat Flowers pro mon Liebchen beter klinkt"). Vervolgens valt hij op zijn knieën voor jou neer en vraagt of hij jouw wereldhit opnieuw zou mogen arrangeren voor de panfluit.

Ik zou dan nee zeggen. Of liever gezegd, NEE! En rot nu maar weer op, eikel. Principes zijn en blijven principes, zelfs al heb je toevallig ooit een wereldhit gehad.

Niet iedereen denkt daar zo over. Bijvoorbeeld The Scorpions. Ook bij hen kwam Gheorge Zamfir ("Maar vrienden zeggen gewoon Sjors Samenvier hoor") op audiëntie, om te vertellen dat hij van dat hardrockgedoe van vroeger niet zo veel snapte, maar Wind Of Change, dat vond hij toch wel "very groovy"en "very moving" en uitermate geschikt voor panfluit. En of hij dat nummer zou mogen opnemen voor zijn nieuwe CD Summer in Tibet, hoewel de titel nog niet vaststond, want de platenmaatschappij had Romance in Rome voorgesteld. Toen zeiden de Scorpions geen NEIN! Allerminst. Integendeel, ze staken hun duimen op.

"Toll!"

"Wird Spass machen!"

"Super Sjors!"

Waarna ze nog wel even vroegen of dat ook royalty's zou gaan opbrengen, waarop Sjors antwoordde dat hij heel lang in de business zat en dat hij echt wel wist hoeveel twee plus twee was.


Aldus kon het gebeuren dat duizenden vakantiegangers over de hele wereld nu hun roerei proberen weg te krijgen onder de klanken van Wind Of Change in de panfluitbewerking. Eén voordeel is wel dat er in deze versie niet gezongen wordt, dit in tegenstelling tot het origineel, wat klinkt alsof de zanger een touwtje om zijn scrotum kreeg gebonden, wat vervolgens door elk lid van de studiocrew nog een keertje strakker getrokken werd, voordat het dichtgebonden werd en de opnameleider de band toeknikte en zei "Jetzt Geht's Los!"


Mocht het nog niet duidelijk zijn, van panfluitklanken in het algemeen en Wind Of Change in het bijzonder kun je mij heel aardig in de gordijnen krijgen. Al zingt die panfluitgozer dan niet, je denkt de zang van het origineel er automatisch bij en dan hebben we het niet meer over muziek maken, maar over een misdaad tegen de menselijkheid.

Okee als ik nog helemaal niet wakker ben, mijn ogen half dicht doe en al mijn medidatieve vermogens aanspreek, dan zie ik op de klank van de panfluit heel even verstilde bergtoppen, een beekje met kristalhelder water of een rozentuin, maar vervolgens zie ik altijd een man en dat is Ivo Niehe.

Zo komen we op de paradox. De moraal van dit verhaal. Wat ook iets vreselijks is, maar je takelt onherroepelijk af wanneer je zit te schrijven, zit te luisteren naar nieuwe woorden maar het enige wat je hoort is de panfluit van Sjors. Hoorde ik maar stemmen in mijn hoofd, denk je dan.

De moraal van dit verhaal luidt: Als het je doel is om niemand tot last te zijn, ben je in ieder geval voor niemand een plezier en zijn er waarschijnlijk nog steeds mensen die zich aan je ergeren.

Nou Sjors, daar kun je het mee doen. Om dan toch een beetje positief te eindigen, het is wel zo dat de klanken van de panfluit de stoelgang stimuleren, want direct na het ontbijt moest ik altijd naar de WC. Laten we voor Sjors maar verzwijgen dat dit ook zo is wanneer ze geen panfluitmuziek opzetten. Want ik moet namelijk nog verder met Sjors. Want volgend jaar is er een nieuwe stad met een nieuw hotel, en ik weet zeker dat ik daar bij het ontbijt Sjors weer ga tegenkomen. Die dan net zijn nieuwe CD uit heeft, Breakfast in Berlin.

Clicky

Clicky Web Analytics