31 januari 2009

De wedstrijd

"Nee ik ben ze ontgroeid," zei ik verstrooid, bezig met portemonnee wegstoppen en tas pakken, bezig met hier weg te raken. Ik ben geen verzamelaar, nooit geweest. Het idee dat ik de plaatjes aan zou pakken en zodadelijk het plakboek open zou slaan om ze in te plakken, vond ik bizar. Vroeger deed ik wel aan plaatjes verzamelen, maar ook toen miste ik al de toewijding van de andere jongetjes, die alle klassen en soms zelfs andere scholen afgingen om de dubbele te ruilen terwijl ik alleen de jongens vroeg die ik kende. Ik ben blij dat ik er vanaf ben, van de sociale druk om te verzamelen. Het hoeft niet meer.


Tot mijn verbazing waren er na mijn weigering twee volwassen kerels en één overrijp meisje die hun vinger opstaken.

"Mag ik ze?" vroeg de brutaalste van de twee mannen.

"Ze zijn niet voor mij hoor," pareerde het overrijpe meisje, "Ze zijn voor mijn kleinzoon. Hij is zo gek van voetbal, hij voetbalt zelf ook al…"

Toen ze met haar hand de hoogte aanwees van het jonge talent, raakte ze de gevoelige snaar van de caissière. Je zag haar smelten. Zodat de plaatjes naar oma gingen en twee grote kinderen met sippe gezichten in hun mandjes staarden.


Voetbal is oorlog en voetbalplaatjes nog meer.

27 januari 2009

Obama

"Ja maar nu met Obama aan het roer gaat dat allemaal goed komen," zei Rutger. Eva viste de ovenschaal uit het sop en bekeek hem nog even in het licht van het keukenraam voor ze hem in het rek zette.

"Meen je dat nou?" vroeg Eva. Ze bleef de ovenschaal vasthouden.

"Natuurlijk meen ik dat. Het zal natuurlijk sowieso beter gaan. De puinhopen van acht jaar Bush, dat is pas echt een hoop troep. Maar je voelt het toch gewoon in de lucht hangen, het gaat echt veranderen".

Rutger liet het bestek maar even voor wat het was en nam de ovenschaal van Eva over. Hij deed liever al het bestek achter elkaar, maar goed.

"Het kan toch niet anders? Amerika gaat failliet, ze maken een klucht van mensenrechten en internationale verdragen, de olie-economie maakt de planeet kapot en tegen regimes die andere opvattingen hebben wordt dreigende taal uitgeslagen in plaats van dat er diplomatie bedreven wordt. Daar moet wat aan gedaan worden. En dat gaat Obama doen ook."

"Obama is geen wonderdokter. Ik geloof ook wel dat hij het misschien iets beter doet dan Bush, maar hij kan toch de wereld niet veranderen? Dat fruitschaaltje is héél erg glad, lieverd, zo net uit het sop."

Rutger pakte het fruitschaaltje met de grootst mogelijke omzichtigheid uit het afdruiprek.

"Dus jij gelooft erin? Jij gelooft echt in die Obama hype?"

Rutger keek Eva aan.

"Ja, Eva, ik geloof daarin," zei Rutger. "Hij kan de stimulans zijn, de inspirator. Geef Obama acht jaar de tijd en de leiders van de wereld zullen meer samenwerken dan dat ze nu doen. Meer wederopbouw, minder bermbommen. De wereldeconomie zal iets minder gebaseerd zijn op hebzucht en ongebreidelde groei. Duurzame economische ontwikkelingen. Amerika dat aan milieupolitiek doet, het idee is bijna choquerend. We gaan allemaal meedoen, Eef."

Eva was verbaasd om Rutgers enthousiasme. Ze zag zijn bevlogenheid. Ze vond hem nu wel een beetje naïef. Of benijdde ze zijn optimisme. Zelf kon ze het niet zo goed, optimisme zonder bezwaren, zonder oog te hebben voor de beren op de weg.

"Ik moet het allemaal nog zien," zei ze, stuurser dan ze bedoelde. Met argusogen keek ze opzij want Rutger had zich gewaagd aan een kristallen ijscoupe.

"Die kunnen kapot hoor…," waarschuwde ze.

Vervolgens sloeg ze haar handen voor haar gezicht want Rutger zei "Yes we can," en zette deze woorden kracht bij door met de ijscoupe op de rand van het aanrecht te tikken. Hij hield de ijscoupe tegen het licht van het keukenraam.

"Niks aan de hand," zei hij opgeruimd. Hij zette de ijscoupe weg. Hij bekeek Eva met zijn guitigste ogen. Wat ben je mooi met jouw ogen op schoteltjes, dacht hij. Vervolgens nam hij een min of meer defensieve houding aan omdat het leek alsof ze hem ging slaan. Toen bleek dat ze van zins was hem te tongen, liet hij haar begaan.

24 januari 2009

Zonaanbidder

Tussen twee hoge kantoorgebouwen stonden twee huisjes die wat lager waren en daar bereikte de avondzon de straat en nu plotseling jouw gezicht. Het gele licht verdreef de zorgen van jouw wangen en jokte jouw leeftijd een jaar of tien naar beneden. De werkweek met al zijn beslommeringen was voorbij. Nu wilden en mochten jouw ogen halfdicht dromen. Nu mochten jouw lippen snakken naar warmte.


Je deed jouw mantel een stukje open. De zon mocht bij jouw hals, mocht jouw kleine bruine sproetjes een voor een aanraken. Je droeg een zakelijk jasje. Een wit bloesje eronder, waarvan strikt zakelijk gezien één knoopje meer dicht had moeten zijn. De kraagjes straalden oogverblindend fel, maar aandacht van mijn ogen leverde hen dat niet op. Die bekeken het kledingstuk waarvan een glimp gezien mocht worden. Een glimp van een andere kant aan jou dan het degelijk antracietgrijs van jouw jasje. Die zon had het maar getroffen. Naar waar hij mocht schijnen, durfde ik niet langer te blijven turen. Ik voelde me een tikje opgelaten. Ik bedacht een plaatje van een klok met grote zwarte cijfers rondom en naast de klok stond de tekst "t = gl".


Terwijl mijn ogen hun aandacht verplaatsten naar de voorrijdende bus, zag ik een lachje op jouw gezicht verschijnen. Een zweem van amusement. Een zweem van spot. Toen de bus met piepende remmen de toegang van de zon tot jouw huid blokkeerde, werd jouw gezicht weer strak. Jouw schouder maakte zich los van het bushokje waartegen je geleund had gestaan. Ik dacht erover nog een keer naar je om te kijken op het moment dat ik de bus instapte en jij nog in de rij stond. Ik deed het niet. Straks op de grote weg, met thuis in aantocht maar het einde van de reis nog niet nabij, zou ik met mijn ogen dicht vast nog even aan jou terugdenken. Ik wilde dat de zon er dan bij zou zijn.

21 januari 2009

Hoe Eva een schip achter zich verbrandde

"Dat ben ik niet van jou gewend," zei Harm.

"Er is nog een bodempje," zei Eva. "Je hoeft niet te doen alsof ik al weg ben."

Harm boog voorover naar zijn lage witte tafel waarvan Eva vond dat die helemaal niet paste bij de rest van zijn interieur, dat bruin en zwart, bordeauxrood en zalmkleurig was. Hij pakte de fles wijn.

"Je had best een van jouw onderzettertjes kunnen gebruiken," zei Eva met een schuin oog op de rode kring. Harm keek haar aan en schonk zonder iets te zeggen Eva en hemzelf een laatste bodempje in. Eva kende hem lang genoeg om te weten dat hij vond dat ze voor moeder speelde.


Harm hief het glas en wachtte totdat Eva hetzelfde had gedaan. Terwijl ze elkaar aankeken, bogen hun onderlijven tot elkaars symmetrie, waarbij het midden van de driezitsbank het spiegelvlak was. Terwijl hun glazen klonken, vroeg Harm:

"Heeft dat vroege naar huis gaan iets te maken met dat manspersoon van dinsdag?"

Eva dacht na. Een gerechtvaardigde denkpauze, want het was minstens een uur of twee geleden dat ze Harm haar week verteld had.

"Nou op maandag het gebruikelijke fitness, die routine ken je. Mijn gezonde inspanningen heb je al zo vaak zitten afkraken. Ik ben deze keer met Diny gegaan, want Lieke kon weer eens niet. Volgens mij is ze haar goede voornemens alweer vergeten. Nou en op woensdag heb ik Jojanneke gebeld en hebben we dus Frost/Nixon gezien. Wat een schurk inderdaad."

"Ja, die Frost hè".

"Nee Nixon natuurlijk," viel Eva uit waarna ze het zitkussentje pakte om te dreigen Harm daarmee te bewerken.

"En op dinsdag?"

"Oh op dinsdag heb ik een borrel gedronken met een jongen die ik ken."


Eva voelde dat ze eigenlijk niet zo veel zin had om Harm over Rutger te vertellen.

"Manspersoon?"

"Die jongen die je kent," verbeterde Harm.

"Hij moet het toch weten," dacht Eva.

"Het vroege naar huis gaan heeft op zich niks te maken met die jongen die ik ken," zei Eva. "Maar die jongen die ik ken is misschien een enigszins misleidende omschrijving voor mijn nieuwe vriendje."

"Ah," zei Harm en Eva keek verschrikt toe hoe zijn wijnglas kantelde. Maar nee, hij liet het niet omvallen, het was een soort doelbewust spelen met. "Living on the edge," dacht Eva terwijl ze het rode vocht tot vlakbij de rand zag komen. Hoewel, het was natuurlijk andersom, de rand kantelde naar het vocht toe.

"Hoe heet hij?"

"Rutger."

"Is hij leuk?"

"Ja," zei Eva, met een lach, maar vervolgens dacht ze: "Wat is dat nou voor vraag."

"Nogal wiedes is hij leuk. Jongens die ik niet leuk vind, neem ik niet als vriendje."

"Morgen zie ik hem weer," zei Eva, nadat het vijf volle seconden stil was geweest. "Dus ja Harm, ik beken, ik zit een beetje energie te sparen voor morgen."

Harm knikte. Zijn gezicht was niet echt van uitdrukking veranderd, maar het feit dat hij niet honderduit vroeg zei wel iets, vond Eva. Over Frost/Nixon raakte hij daarnet maar niet uitgevraagd.

"Ik vind het leuk voor je," zei hij toen. "Ik ben blij voor je," zei hij er achteraan, maar dat klonk eerlijk gezegd niet helemaal blij. Helemaal niet zelfs.

"Ja," zei Eva, maar de woorden die ze daarna dacht "Ik ben 3 jaar vrijgezel geweest en ik ben van die 3 jaar 2 jaar en 9 maanden vrij veel met jou omgegaan en nu moeten we nog maar zien of dat contact in stand blijft," die sprak ze niet uit.

Toen Harm haar aankeek, leek het alsof hij zichzelf van twee uur geleden parodieerde. Hij toonde de grijns van de clown, de man die haar met zijn kwinkslagen aan het lachen maakte, maar nu zonder dat zijn eigen ogen meelachten. Hij toonde zijn gelijkmatige luchtige zelf, maar nu was dat een masker.

"Dus je bent geen single meer," zei hij en Eva knikte. "Wat een klotewoord, single," zeiden ze in koor en vervolgens zaten ze allebei te schudden van het lachen. Dat duurde lang, te idioot voor woorden lang.


"Je straalt helemaal," zei Harm toen ze allebei uitgelachen waren.

"Echt?" zei Eva, maar ze voelde dat Harm gelijk moest hebben. Ze voelde zich ongemakkelijk nu, doorgelicht en doorzien. Ze wilde niet dat mannen haar doorzagen. Ze wilde niet meer dat Harm haar doorzag. Twee jaar geleden toen ze op deze bank ook wel eens zat te janken, was hij fantastisch geweest, maar nu moest hij maar eens ophouden met haar ziel te lezen.

"Echt," zei Harm. "Je bent duidelijk verliefd."

"Ja," zei ze en ze dacht knuffelbeer toen ze hem in zijn goeiige gezicht keek. Ze wilde dat eigenlijk wel zeggen, of liever nog, hem dit vertellen door hem even stevig beet te pakken. "Beter van niet," dacht ze.

"Ik zal Rutger morgen bellen om hem de opdracht te geven jou gelukkig te maken,"zei hij.

"Idioot," zei Eva. Dat zei ze heel vaak na zo'n typische Harmopmerking, die op hun geheel eigen wijze best lief waren, maar soms wilde je ze toch gewoon niet horen.

"Ik ga," zei ze.

Harm knikte.


Harm stond zijn sjekkie te draaien terwijl Eva haar jas aandeed. Toch lief dat hij nota bene in zijn eigen huis niet rookte gedurende haar bezoek.

"We hebben het helemaal niet over het Witte Paard gehad," schoot Eva plotseling te binnen. "Heb je nou problemen gekregen vanwege die boete voor het overtreden van het rookverbod?"

Harm was de barkeeper die de asbakken had neergezet vlak voor de inspecteurs kwamen, of binnenvielen in Harms termen. Voor de boete uitgedeeld werd, wist zijn baas niet dat hij dat na twaalven altijd deed.

Harm begon een verhaal dat veel te lang zou worden. Eva hief bezwerend haar hand op.

"Gelukkig dat je niet ontslagen bent," zei ze en ze keek hem aan. Hij maakte plaats en stak op toen ze voorbij was en achterom zwaaide bij het verlaten van het pand.

"Ik ga je nog missen ook, idioot" dacht ze.

18 januari 2009

Ik google, hij googled, we hebben gegoogledt

Mijn weblog is zojuist gezocht en nog gevonden ook met de zoekopdracht "De mooiste lietjes van de jaren 1980".

Bij deze het plan om op dit soort gevallen het Glen Mills concept toe te passen. Heropvoeden die handel. Om vijf uur het bed uit geschopt worden, eerst onder de koude douche, daarna het volkslied zingen onder de vlag op het grote plein, dan een bordje Brinta en vervolgens de ganse dag lang -d en -dt opgaven en geen proefverlof voordat men het principe weer een beetje tussen de oren heeft zitten.

16 januari 2009

En als ze zeggen dat je in de sloot moet springen…

Afgelopen week was er (al weer) een nieuwsbericht van een man die door slaafs de instructies van zijn TomTom te volgen, te water raakte. In dit geval reed hij het ijs op, want dat lag er toen nog.

Mijn eerste reactie was iets in de trant van dat ze aan die man zo'n 65-70 jaar geleden een goeie gehad zouden hebben, maar dat is een wat al te cynisch oordeel. De man bezat een apparaat en had dit al zo lang dat hij het ten volste vertrouwde. Zo gaat dat met mensen en apparaten. De relatie mens-apparaat ontaardt uiteindelijk in onvoorwaardelijke liefde.


Zo was er bijvoorbeeld vroeger nog geen mobiele telefoon en toen dit apparaat aan een opmars begon waren er heel wat non early adapters die beweerden dat ze, als ze al ooit zo'n apparaat zouden nemen, dit dan echt niet overal mee heen zouden slepen. Eeuwig bereikbaar moeten zijn leek hen een gruwel. Diezelfde mensen zijn nu verwonderd als ik hen terugbel nadat ze mij gebeld hebben en ik zeg dat mijn telefoon thuis was en ikzelf de hort op, verwonderd dat er nog iemand bestaat die dat ding niet overal mee naartoe sleept. Tegenwoordig is het merendeel van de Nederlanders onvoorwaardelijk gehoorzaam aan hun beltoon. Een gesprek onder vier ogen delft altijd het onderspit, bereikbaarheid gaat tegenwoordig voor. Zelfs een vrijpartij kan in de meeste relaties vast al wel even wachten. De eis om het ding uit of op trilstand te zetten, wordt met groeiend onbegrip ontvangen.


Met TomTom is hetzelfde aan het gebeuren. Heel wat mensen beweerden een paar jaar geleden in mijn bijzijn dat zo'n apparaat overbodig was met al die borden en dat mensen die op zo'n apparaat vertrouwden om de weg ergens te vinden, toch echt wel een beetje richtinggestoord waren. De zakelijke rijders waren als eerste om en in dit geval terecht, want als je een afspraak hebt om een bedrijventerrein in een vreemde stad, scheelt zo'n apparaat uren. Want zonder neem je namelijk de verkeerde afslag, kom je in een eenrichtingsfuik terecht vervolgens, na het vinden van het bedrijventerrein, is het nog eindeloos rondjes rijden, eerst ter doorgronding van het stratenplan en vervolgens op zoek naar "nummer 24", turend naar panden waar lichtende logo's op staan en vlaggen op wapperen, maar nummerplaatjes ho maar.

Tegenwoordig vinden mensen het ook "best wel heel erg handig" om op de TomTom naar Zuid-Frankrijk te rijden en voor als je naar oma moet is het eigenlijk ook best een geruststelling dat TomTom bevestigt dat je afslag 21 moet nemen en dan twee keer rechts. En natuurlijk voor als je ooit naar België moet, want België dat is zo'n ramp.


Als fietser in vreemde streken wordt het steeds interessanter om aan mensen te vertellen hoe het me lukt de weg te vinden, want steeds meer toehoorders kennen dit oude ambacht niet meer.

"Een kaart? Maar die moet je helemaal uitvouwen."

Ja die moet je helemaal uitvouwen, en je kunt ook geen updates downloaden, allemaal waar.

"Ik heb gehoord dat er ook TomToms voor op de fiets zijn," zeggen ze dan en dan zeg ik tegenwoordig: "Ja dat heb ik ook gehoord."


Ik zie het nog niet helemaal zitten om door Duitsland rond te toeren terwijl de stem van mijn TomTom bij elke bocht de vogels wegschreeuwt. Ik ben nog in de neestand, in de contramine, ik ben nog in dat ene dorpje dat dapper weerstand biedt. Met andere woorden, het duurt nog eventjes voor ik vrolijk door vreemde streken toer en door mijn olijke Surinamertje een kanaal in geluld wordt.

13 januari 2009

Hoe Rutger het haar vertelde

Een grijns vulde Rutgers hele gezicht toen hij terugdacht aan het dessert en haar gezicht toen ze het toetje uit de koelkast haalde.

"Het was heerlijk," had hij geantwoord nadat zij gezegd had dat het niet goed opgestijfd was.

"Het was heerlijk," had hij geantwoord nadat zij gezegd had dat de mousse dikker moest zijn. Misschien had ze het beter moeten laten afkoelen voor ze het in de koelkast zette. Misschien had ze het helemaal niet moeten laten afkoelen.

"Het was heerlijk," had hij geantwoord en toen begonnen haar ogen alweer te stralen, maar zo gemakkelijk gaf ze de strijd niet op.

"De smaak was wel okee," zei Eva, "Maar de consistentie was naadje."

"Het was heerlijk," had hij geantwoord. Eva stond op. Hij ook.

"Het was niet perfect," zei Eva, maar Rutger antwoordde dat het heerlijk was.

"Als ik voor jou kook, moet het perfect zijn en dat was het niet."

"Het was heerlijk," zei Rutger terwijl zijn lippen nu vlak bij die van haar waren.

"Waar wacht je op?" fluisterde ze.

"Als ik jou zoen, moet het perfect zijn, maar er zit een lok haar voor je oog."


Pas nu zag Rutger dat het pubermeisje schuin tegenover hem zat te glimlachen. Vanwege zijn idiote grijns, besefte hij. Met wangen die warmer werden staarde hij uit het raam om slootjes, hekwerken en landerijen langs te zien trekken. Hij zag vanuit zijn ooghoeken het pubermeisje bijna precies als Eva een lok haar uit haar gezicht wegwuiven.

"Ach wat," dacht hij en hij keek en lachte terug naar het meisje zodat zij nu moest giechelen en tot zijn vertedering zelf rode wangen kreeg.

"Iedereen mag het nu wel weten," dacht Rutger, "Van mij en Eva."


Aangekomen op het perron zette hij koers naar de bussen, maar hij bedacht zich. Hij ging lopen. Hij wilde de wind voelen en het af en toe doorbrekende zonnetje. Hij wilde nog even op de roze wolk blijven waarop hij vertoefde sinds het moment dat hij wakker geworden was. Hij keerde op zijn schreden terug, want als hij wilde lopen kon hij het beste de tunnel onder het perron door nemen. The day after, dacht hij, luisterend naar de holle voetstappen van mensen die vast niet zo'n heerlijke gisteravond hadden gehad dan hijzelf. "TV kijken, ook leuk," dacht hij en moest grinniken met dezelfde echo als dat die voetstappen liepen.


Nee, het was niet bij het zoenen gebleven. Bepaald niet. Zijn gedachten herkauwden gisteravond als het lekkerste gras dat hij ooit proefde. En hij had nooit gras gelust. "Wat een vrouw," dacht hij vol ongeloof, op de Hobbemakade langs het water. Vanaf het begin van hun samenzijn cirkelden en draaiden ze om elkaar heen. Verbaal leefden ze zich uit, daagden ze elkaar uit, werkten ze samen tot grote hoogten.

"Ook zij wilde dat het vanavond niet bij praten zou blijven", bedacht Rutger in de Staatsliedenbuurt, wandelend langs de eenvormige woningen waar vroeger dokters en notarissen woonden maar nu normale middenklasse.

Hij sidderde bij de grote vijver, omringd door de portiekwoningen van de Schoener. Hij keek de lust in de ogen toen ze innig verstrengeld tegenover elkaar stonden en de manier waarop hij aan haar kleren zat doelgericht werd. En vervolgens voelde hij haar handen die begonnen hem uit te kleden.

"Wat een minnares," dacht hij vol ongeloof bij het oversteken van de Benedendaalseweg waar ook op zondag het verkeer raasde. De tuin en muur van verzorgingscentrum Oldenhaghen kwamen in zicht. Een mevrouw in een nepbontjasje met een piepklein hondje aan een lange lijn passeerde hem en wierp hem een blik toe die verdacht veel weg had van interesse.

"Iedereen ziet het," dacht hij en hij dacht ook "Jammer schat, maar ik ben al vergeven."


Hij gaf zijn moeder haar thee en keek toe hoe haar handen, die witter en meer dooraderd leken dan de vorige keer, twee klontjes uit de suikerpot pakte en in de thee deden. Ze beefde hierbij zo hevig dat Rutger de neiging had te hulp te schieten, maar hij bleef zitten. Hij wist dat ze nijdig werd als hij haar wilde helpen.

"Het zal het felle zonlicht zijn," dacht hij terwijl hij haar met half dichtgeknepen ogen aankeek en vroeg of ze het warm genoeg had. Ze knikte. Voordat hij haar naar buiten reed, had hij haar van hals tot kuit bedekt met een deken. Ze moest het ook niet wagen om het nu te koud te hebben, bedacht hij, voor hij zich realiseerde dat zij een kamertemperatuur van 30 graden gewend was en dan was 17 best heel koud. Probeerden ze die oudjes hier in Oldenhaghen soms vloeibaar te stoken?

"Hoe gaat het, mam?" vroeg hij en hij kreeg een hele waslijst van klachten en ongemakjes te horen.

"Oh, ik loop toch zo slecht, jongen," zei ze, maar Rutger dacht. "Gebruik die rollator dan ook eens." Hij herinnerde zich hoe dun en uitgepierd hij de benen van haar moeder eruit vond zien voordat hij ze met de deken bedekte.

Al met al deden haar woorden vermoeden dat hij haar aan het eind van deze middag in de hel achter zou laten, maar toen hij informeerde naar de zusters bleken dit best aardige mensen te zijn. Soms deden ze ook nog wel eens iets goeds. Hij informeerde naar de gezelschapsruimte en het dagelijkse reilen en zielen. Zijn moeder vertelde dat er laatst een zangkoor was geweest.

"Speelden ze Fair Stood The Wind ook?" vroeg Rutger en hij zag dat het gezicht van zijn moeder begon te stralen. Ze zong hem met haar hoogste stem een klein stukje voor en waar Rutger de woorden kende zong hij zachtjes brommend met haar mee.


"Hoe gaat het nou met jou, jongen, heb je nog nieuws?" zei zijn moeder nadat het even stil was geweest. Allebei hadden ze hun ogen laten ronddwalen in de tuin, waar overal struiken in bloei stonden.

"Jazeker heb ik nieuws," zei Rutger. Zijn moeder merkte zijn lach, maar was ook nog even bezig met de suikerpot. Met moeite viste ze er twee klontjes suiker uit.

"Oh wat spannend," zei ze. "Is het goed nieuws?"
"Heel goed nieuws," zei Rutger. "Wat doe je nou mam?"

"Hoe bedoel je?" vroeg ze. Rutger zag de klontjes in de thee plonzen. "Je maakt me erg nieuwsgierig. Je voert de spanning wel erg op."

"Ik heb een nieuwe vriendin," zei Rutger.

"Wat leuk," zei zijn moeder. "Dan moet je me maar eens alles over haar vertellen."

Rutger vertelde zijn moeder over Eva, hoe ze eruitzag, wat ze voor de kost deed en hoe hij haar ontmoet had. Hij vertelde zijn moeder ook een paar dingen die hij leuk vond aan haar.

"En ga je nou ook met haar samenwonen?"

"Nou dat weet ik nog niet hoor," zei Rutger. "Ik heb haar een maand geleden voor het eerst ontmoet en we hebben nu, even tellen, een keer of vier een avondje samen doorgebracht. Dan vind ik het nog iets te vroeg om aan samenwonen te denken."

Zijn moeder begon Rutger te vertellen over hoe zij vroeger moest trouwen met zijn vader. Dit was een overbekend verhaal, maar dat zei Rutger natuurlijk niet. Hij was allang blij dat zijn moeder zo spraakzaam was. De vorige keer had ze eigenlijk alleen maar voor zich uit zitten staren. Toen was het ook slecht weer en dat scheelde, had de zuster gezegd.


Weer was het even stil. Een sterke bloemengeur bereikte Rutgers neus. Zijn ogen zochten rond en verdachten de grote witte bloemen onder de berkenbomen.

"Hoe gaat het nou met jou, jongen, heb je nog nieuws?"

Rutger keek zijn moeder onderzoekend aan.

"Hoe bedoel je mam?"

"Nou gewoon, heb je nog nieuwe dingen te melden?"

"Behalve Eva?" vroeg Rutger, maar zijn moeder reageerde niet.

"Ik heb best goed nieuws," zei Rutger toen. "Ik heb een nieuwe vriendin."

"Wat leuk," zei zijn moeder. "Dan moet je me maar eens alles over haar vertellen."

Toen haar hand in de richting van het deksel van de suikerpot bibberde, schoot Rutger overeind. Hij pakte de hand van zijn moeder.

"Er zit al suiker in jouw thee, mam," zei hij met trillende stem. "Al vier klontjes."

"Nee hoor," zei zijn moeder. "Je hebt die thee immers net neergezet."

Ze zag dat haar zoon haar niet geloofde. Ze liet toe dat hij haar hand teruglegde op de tafel naast het kopje. Ze pakte aarzelend het kopje vast.

"Drink jij nou maar jouw thee op, mam, dan zal ik jou alles vertellen over Eva," zei Rutger en hij hoopte dat zijn stem opgeruimd klonk.

08 januari 2009

Levenslang

In 1967 voerde Israël de Zesdaagse Oorlog, tegen Egypte, Jordanië, Syrië. De oorlog liep uit op een grote overwinning. Israël veroverde op Jordanië de Westelijke Jordaanoever, op Syrië de Golanhoogte en op Egypte de Sinaï en de Gazastrook. Om de toen veroverde gebieden zijn vele nieuwe oorlogen en conflicten ontstaan, met als meest recente in de eindeloze rij de oorlog tegen Hamas in de Gazastrook die op dit moment uitgevochten wordt. Dit conflict zal niet het laatste conflict zijn.


Ik ben geboren in 1967. Door mijn leven loopt een rode draad van nieuwsitems over het Israelisch-Palestijnse conflict. Beschietingen. Bombardementen. Schermutselingen. Zelfmoordaanslagen. Bermbommen. Checkpoints. Landjepik. Propaganda. Westerse politici die het voor Israël opnemen ook wanneer men Palestijnse burgers doodt en Palestijnen burgerrechten ontneemt. Arabieren die Joden genoeg haten om hun vrouwen en kinderen te omhangen met riemen van bommen.

Tussendoor is er ook steeds over vrede gepraat. Er is over vrede onderhandeld. Er is onderhandeld over de punten die ononderhandelbaar zijn. Er is onderhandeld over wie er niet aan de onderhandelingstafel mocht zitten. De teksten van VN-resoluties zijn nog driftiger op komma's en punten bediscussieerd dan de Bijbel of de Koran.


Ik verwacht pas over vele jaren te sterven. Op een rustige avond, met op de achtergrond, tussen het gesnik van hen die mij na staan door, op de radio de stem van onze verslaggever ter plekke die verslag doet van de beschietingen van de afgelopen dag.

04 januari 2009

Hoe Eva en Rutger elkaar ontmoetten

"Dit is de laatste keer," dacht hij grimmig nadat zijn fiets van ketting voorzien was, maar in dat proces had hij zijn knie bezeerd aan een trapper. Hij zag toen dat zijn fiets overhelde naar links, vervaarlijk genoeg om een slag in het wiel te kunnen krijgen. Rutger schoot toe en probeerde zijn fiets in de rechtopstand te krijgen. "Onmogelijke vervoermiddelen zijn het," dacht hij. Goed om er vanaf te wezen.


Nadat Rutger tegen een mevrouw achter glas en een desk zijn naam had gezegd, raadpleegde zij haar computer. Gelukkig bleek hij ingeroosterd te staan. Vandaag had hij geen behoefte aan administratieve flaters met zijn voorletters of aan teksten als "Maar volgens mijn computer heeft u vandaag helemaal geen rijexamen."

"Neemt u maar even plaats," zei de mevrouw achter de balie, en ze wees op een rijtje vrolijk gele plastic sofa's die opgesteld stonden in de sombere schemering onder een trap. "Mevrouw Beekhuis komt zo bij u."

"Mevrouw?" dacht Rutger. Hij had zich diverse voorstellingen van zijn examinator gemaakt, met en zonder baard om precies te zijn. Hoe kon een vrouw nou examinator worden? Hij zat inmiddels. Hij voelde dat zijn linkervoet niet wilde stoppen met wippen en zijn hand wilde niet stoppen met trommelen op de vrije zetel naast hem. Achteruit inparkeren wordt in ieder geval een makkie, dacht hij en bij zijn grijns stiet hij een geluidje uit. Het echode de hoge ruimte voorbij de trap in. Hij keek besmuikt op, maar de mevrouw van de receptie had alleen oog voor haar computerscherm. Ergens van rechts, nu nog achter de trap, klonken hakken op tegels, de hakken van vrouwenschoeisel. Gek dat je het geluid van mannen- en vrouwenschoenen van elkaar kon onderscheiden, dacht Rutger. Hij keek op en dacht "Laarzen dan". Ze glommen en hadden ongeveer dezelfde bruine kleur als haar haren in een paardenstaart. "Goed dat CBR de wachtenden trakteert op langslopend schoon," dacht Rutger terwijl hij redelijk schaamteloos zijn ogen de kost gaf. Maar de vrouw stopte abrupt, keek hem aan en vroeg "Meneer de Koe?"

"Eh hallo," zei hij terwijl hij opstond en haar slappe zweethandje schudde. Zijn eigen hand was ook zweterig. Hij realiseerde zich dat examinatoren op hun werk uitsluitend trillende zweethandjes schudden.

"Eva Beekhuis," zei de mevrouw die hem blijkbaar zijn rijexamen ging afnemen. Dat een vrouw examinator kon worden, had Rutger inmiddels mentaal geaccepteerd maar nu moest hij wennen aan het idee dat een examinator blijkbaar ook nog mooi en waarschijnlijk jonger dan hijzelf kon zijn.

"Rutger de Koe. Ik hoop vandaag het recht te verwerven bestuurder van een Heilige Koe te worden."

Ze reageerde totaal niet op zijn grapje. Ze pakte haar PDA, viste het pennetje eruit en tikte met het pennetje op de toetsen.

"Klopt het dat u geschakeld examen wilt doen?"

"Ja," zei Rutger terwijl hij zich afvroeg wat de consequenties zouden zijn geweest als het niet had geklopt. Dan had mevrouw Beekhuis buiten mooi de verkeerde auto klaarstaan.


Buiten gekomen vroeg Rutger naar het merk van de examenauto.

"Geen idee," zei Eva, die voor hem mevrouw Beekhuis was. "Zo te zien is het met de buiigheid een beetje opgeklaard."

"U heeft geen idee?"

"Ik ben een vrouw," zei Eva en voor het eerst glimlachte ze. "Het is een blauwe," zei ze toen.

Toen ze in de auto zaten, Rutger achter het stuur en Eva naast hem met de PDA op haar schoot, vertelde ze hem de duur van het examen en de punten waarop hij beoordeeld zou worden. Rutger knikte af en toe ten teken dat hij luisterde, maar feitelijk wilde zijn aandacht maar niet afgeleid raken van haar rok en haar dunne lange benen en vooral de kousen waarin die benen verpakt zaten. Hij luisterde naar haar stem zonder dat haar woorden wilden doordringen. "Idioot," dacht hij en hij klemde zijn handen rondom het stuur. Hij wilde dit examen echt wel halen.

"De correcte wijze van het stuur vasthouden is tien voor twee," zei mevrouw Beekhuis. Rutger richtte zijn ogen op de hare. Fletsblauw. Hij overdacht welke steen deze vijver van zakelijkheid zou kunnen rimpelen.

"Dat weet ik," zei Rutger. "We waren toch neem ik aan nog niet begonnen?"

Eva wees hem een auto op dertig meter afstand aan en vroeg hem naar het kentekennummer. "29-TV-RS" antwoordde Rutger. "Ook een blauwe trouwens."

"Prima," zei mevrouw Beekhuis. "Dan mag u de auto nu wel starten en dan gaan we om te beginnen het parkeerterrein af."


Na een minuut of 20 reed Rutger Eva een rustig straatje door waarbij hij bij elke gelijkwaardige kruising voorbeeldig de straat rechtsaf inkeek.

"Ik had eigenlijk gedacht dat rijexaminatoren wat ouder zouden zijn" zei hij vrij onverhoeds. Hij had nog nauwelijks iets gezegd, want praten verstoorde zijn concentratie. Eva antwoordde dat hij de volgende kruising linksaf moest slaan en dan moest stoppen aan de linkerkant van de weg.

"Oh sorry," zei Rutger en hij overzag het strijdveld. Hij besloot in te houden voor de auto die van links kwam, zodat hij vervolgens Eva's instructie kon uitvoeren zonder het overige verkeer in gevaar te brengen.

"Keurig," zei Eva.

"Een plusje," dacht Rutger.

"Waarom denkt u dat rijexaminatoren oudere heren zouden moeten zijn?"

"Heren zei ik niet," zei Rutger, maar vervolgens bekende hij dat hij wel verrast was dat zijn examinator een vrouw was. "En nog jonger dan ik bovendien…"

"Dat weet u helemaal niet, of ik jonger ben dan u."

"Ik weet het niet, maar ik denk van wel" zei Rutger, "U weet het trouwens wel, want mijn geboortedatum staat in uw PDA."

Rutger zag Eva op haar schermpje kijken. Ze loenste een beetje. Liet haar gezichtsvermogen dan te wensen over? Dat kon toch haast niet. Een examinator die vrouw, mooi en jong was, alla, maar halfblind?

"Ik bedoel het niet seksistisch," zei hij en hij voelde dat hij het warm kreeg. "Het is alleen dat als je wat ouder bent, je dan ook automatisch wat overwicht op de kandidaten hebt, wat me wel handig lijkt, bijvoorbeeld voor als ze niet slagen en in discussie willen gaan, of zelfs kwaad worden? U volgt tegenwoordig toch ook agressietraining?"

"Ik kan karate," zei Eva. "Bedenk dat de meeste kandidaten 18 of 19 zijn. U bent relatief nogal oud."

Ze keek hem aan alsof ze wel wist dat dit een opmerking was die hij eigenlijk niet zo nodig hoefde te horen. Aha, dus bijdehante opmerkingen van haar kant zorgden voor rimpels in de vijver van zakelijkheid.

"En ik ben dus ook best nogal oud voor iemand van 18. U bent trouwens ongeveer anderhalf jaar ouder dan ik en ik zou graag willen dat u nu een bochtje achteruit maakt."

"Drieëndertig," rekende Rutger uit, voor hij zich weer concentreerde op zijn taak, de weg en het stuur.


"Bijna," flitste het door zijn hoofd terwijl ze de drukke weg langs de singel en het plantsoen volgden. Alle auto's gleden gezapig voort met identieke snelheid, keurig in het gelid. Nog twee stoplichten en dan nog een bocht naar rechts. Als hij die zonder kleerscheuren doorkwam, dan waren ze op het industrieterrein en dan moest het wel gek lopen wilde daar op die brede en veelal lege wegen nog iets gebeuren.

Er kwamen fietsers uit een zijstraatje zetten. Rutger volgde ze met argusogen, maar ze bleven op de stoep rijden. Het waren puberjongens, die een wedstrijd inzetten en een paar seconden lang ongeveer dezelfde snelheid ontwikkelden als het naar het stoplicht toe kruipende verkeer op de grote weg. Toen kon Rutger gas bijgeven en leek hij verlost van deze ongeleide projectielen. Even later liet hij het gas een beetje los want de rij voor het stoplicht naderde.

Vervolgens zag hij schuin achter zich in een flits één van de jongens met zijn fiets van het trottoir afspringen. Rutger loerde in zijn richting. Het bleek dat de jongen niet van plan was om naast de auto's te gaan rijden, maar dat hij dwars tussen de rij door wilde steken. Hij reed nu naast Rutgers auto en even hard. "Oh nee," dacht Rutger, en hij dacht ook "Zie je die L niet bovenop het dak?" Maar nee, Rutgers bumper was uitgekozen om voorlangs te schieten. Rutger zag de jongen door de voorruit vragend naar hem kijken. "Laat je me erlangs?" Rutger wist het niet, want Rutger kon niet bedenken of hij volgens de regels de jongen nu door moest laten of niet. En als hij zou remmen, kreeg hij dan zijn achtervolger achterop? Zijn natuurlijke instinct stelde het nemen van een beslissing uit. Hij omklemde het stuur toen hij uit zijn ooghoeken Eva's been zag bewegen en de auto voelde afremmen. Nog steeds vielen hem haar kousen op. De jongen zette nog een keertje extra aan en schoot vlak voorlangs zijn bumper de weg over en crosste het wandelpad en het park in.

"Godver de godver de godver," zei Rutger.

"Zeg dat wel,"zei mevrouw Beekhuis. "Op zich reed je best heel goed."


"Op zich," dacht Rutger en hij voelde zich overvallen door een minidepressie. Met 42 en een halve kilometer per uur kroop hij over de brede lege weg op weg naar het examengebouw zonder nog fut te hebben om harder te willen rijden.

"Niet getreurd," zei Eva. "De volgende keer haalt u het gewoon wel. U kijkt goed en in principe beheerst u gewoon uw voertuig."

Rutger keek haar aan. Haar woorden waren goed bedoeld. Ze probeerde hem een beetje op te beuren maar haalde nu het bloed onder zijn nagels vandaan. Hij moest moeite doen om zijn frustratie niet op haar te koelen. Zij kon er ook niks aan doen. Hoewel, zij kon op die PDA natuurlijk gewoon de geslaagdknop indrukken. Hoe kon je een aanvaring met zo'n ongeleid projectiel van een puber nou ook goed doen. Dit stomme stuk verdriet kostte hem ook nog 230 Euro.

"Als het mijn eigen auto was geweest, zou ik gewoon afgeremd hebben," zei hij. "Ik ga geen deuken oplopen van zo'n gestoorde randgroepjongere en z'n bloed hoef ik al helemaal niet aan mijn bumper."

Hij bleef haar uitdagend aankijken, hoewel haar ogen hem onderzoekend bekeken. Het interesseerde hem niet meer. Laat mevrouw Beekhuis maar fijn kennismaken met zijn ongenuanceerde verbale krachtpatserij wanneer hij teleurgesteld was.

"Ik vond het een hartstikke leuk joch," antwoordde Eva. "Hij had vooral een leuke lach. Hij had uw lach, weet u dat?"

Nu bekeken Rutgers ogen die van haar onderzoekend, maar ze wees naar de weg waar de inrit naar het parkeerterrein van het examengebouw in zicht kwam.


Toen ze stilstonden, kreeg Rutger van Eva een examenformulier. Achter het item "Gedrag nabij en op bijz. weggedeelten" had ze bij het item "reageren op bijzondere tekens"een kruisje gezet.

"Ik weet eigenlijk niet precies hoe ik dit op het formulier moet zetten," zei mevrouw Beekhuis verontschuldigend.

"Geeft niet," zei Rutger. "Het is me volkomen duidelijk wat er misgegaan is."

Even later liepen ze naast elkaar over het grote, nu bijna lege parkeerterrein naar de ingang van het gebouw. Aan de kim boven de gebouwen van het centrum werd het steeds lichter. Het werd goed weer om te fietsen, dacht Rutger zwartgallig en hij bedacht dat hij voorlopig nog niet langs showrooms hoefde, iets waar hij zich de afgelopen dagen op had zitten te verheugen. Lekker tegen banden van onbetaalbare auto's schoppen.

"Ga je wel eens uit met examenkandidaten?" vroeg Rutger. Hij hoorde het geluid van haar laarzen stokken. Ze keek hem aan terwijl ze allebei afremden tot stilstand.

"Hoe bedoelt u?"

"Wil je een keertje met mij uitgaan, een borrel drinken of zo.." zei hij. "En zeg alsjeblieft jij tegen mij," dacht hij erbij. Eerlijk gezegd bonsde zijn hart nu sneller dan tijdens de hele afgelopen autorit. Hij zag haar been in de kous aanstalten maken om door te lopen.

"Eh nee, ik ga niet uit met examenkandidaten," zei Eva doodernstig en ze demarreerde bij hem vandaan. "Okee," zei Rutger tegen haar rug en hij dacht "Dat kan er ook nog wel bij". Hij zette er de sokken in en had haar weer ingehaald vlak voor de deuren van het examengebouw.

"Alleen als ze geslaagd zijn," zei ze, terwijl de deuren uitnodigend opengingen. Eva moest vervolgens heel hard giechelen. Weer stond ze stil, maar nu vertoonde ze elk mogelijk teken van onrust.

"Dat was een rotgrapje," zei ze. "Volgens mij ben je wel leuk, maar…" Ze peinsde over wat ze als excuus kon aanvoeren.

"Nou vooruit dan maar," zei ze toen, vooralsnog gespeend van enthousiasme.

Clicky

Clicky Web Analytics