30 mei 2009

De vangrail in

Van Mark Rutte zou ik het mogen. Een logje maken met als titel Hij bestaat lekker niet hoor en dat logje blijkt dan niet over Sinterklaas te gaan maar over de Holocaust. Over Holocaustontkenning (een woord waar ik tijdens een potje scrabble wel eens van droom) zei hij: "Als een studeerkamergeleerde het zegt, maar niet aanzet tot geweld, is vervolging niet gegarandeerd."

Met andere woorden, als ik geleerd genoeg ben, dan mag ik het, de Holocaust ontkennen. Aangezien ik drs. voor mijn naam mag zetten, lijkt me dat voldoende kwalificatie en dus ben ik een Nederlander die van Mark Rutte zou mogen zeggen dat de Holocaust nooit bestaan heeft. Joepie!


Er wringen hier twee dingen. Stel ik roep dat het afgelopen voetbalseizoen AZ géén kampioen is geworden. Het was waarschijnlijk toch gewoon weer PSV. Kan ik doen natuurlijk. Er zijn vele bronnen die mij tegenspreken en er zijn weinig mensen die mij serieus zullen nemen, maar ondanks dat kan ik mijn stelling hardnekkig blijven verkondigen, zonder dat ik daar veel mensen kwaad mee zal doen.

Maar met de Jodenvervolging ligt dit heel anders. Wat is het motief van iemand die de publiciteit zoekt met de bewering dat in de Tweede Wereldoorlog de Jodenvervolging niet of nauwelijks heeft plaatsgevonden? Die studeerkamergeleerde die dit dan blijkbaar mag, is slim genoeg om te weten dat hij feiten in twijfel trekt en dat hij hiermee een bevolkingsgroep provoceert, pijn doet, in verlegenheid en in diskrediet brengt. Al zal hij ongetwijfeld ook ontkennen dat antisemitisme bestaat, hij weet dat hij dit sentiment voedt met zijn uitlatingen. Hij had dit kunnen weten als hij ook eens een goed boek gelezen had.

De openbare bewering dat de Jodenvervolging niet bestond, is op zichzelf al een haatzaaiende daad, je hoeft er niet eens een expliciete aanzet tot geweld achteraan te doen. Ik ben zeer voor vrijheid van meningsuiting, maar er is helemaal geen sprake van meningsuiting, want dat er een Holocaust was, is een feit. Een zeer pijnlijk feit in de Wereldgeschiedenis. Genocide is iets wat ook na de Tweede Wereldoorlog is blijven gebeuren en het is één van de meest verschrikkelijke dingen waar mensen toe in staat zijn. Mensen die hiertoe proberen aan te zetten, moeten bestraft worden. Gevallen van Holocaustontkenning moeten om die reden te allen tijde voor de rechter komen.


Dan is er de vraag voor welke zaak Mark Rutte strijdt. Uit later gesputter bleek dat het hem uiteraard om iets anders ging dan naar een nieuwe genocide verlangende studeerkamergeleerden, wat een doelgroep is die ook niet zo bar veel VVD-zetels vertegenwoordigt. De media hadden zijn redelijke en fatsoenlijke betoog weggeknipt en alleen dat Holocaust-zinnetje, wat maar een bijzinnetje was aan tafel bij Knevel en van de Brink, was overgebleven.

Vervolgens vielen wel bijna al zijn collega's over hem heen, die vonden blijkbaar niet dat het de schuld van de media was. Mark was dus weer eens niet zo handig. Dat is een beetje het handelsmerk van onze Mark. Ik zie hem nu voor me op een deftig banket, een zaal vol hotemetoten. Eerst begroet hij de vrouw van de ambassadeur met de woorden dat hij het zo leuk vindt dat sommige mensen hun moeder meebrengen, vervolgens raust de arm van zijn jasje bij het pakken van een glas champagne het hele dienblad leeg en ten slotte probeert hij zijn gezicht te redden door bij de Saoedische delegatie de varkenshaas warm aan te bevelen.


Het ging natuurlijk om de kiezers van Geert. Een handje voer om de kippen in de ren van de buren te lokken, zo was het bedoeld. Maar Mark ondervond dat het rechts inhalen van iemand die zelf al op de vluchtstrook rijdt, best lastig is.

26 mei 2009

Het Laatste Oordeel

Ik probeer mijn aandacht zoveel mogelijk te focussen op het leven van een leven, maar soms denk ik wel eens na over het einde. En maar al te vaak zit ik wat te piekeren over de christelijke visie daarop en dan bekruipen me aan alle kanten de koude rillingen.


Ik werk in een modern bedrijf, hetgeen inhoudt dat ik met allerlei managerstypes te maken heb, meestal projectleider of –manager geheten, en deze mensen hebben werk in de aanbieding dat ze onder andere mij kunnen bezorgen. Dat zijn de mensen die inhoudelijk bepalen wat ik doe, of althans, dat bepalen zij en ik samen, want ik probeer van alle werk dat er is natuurlijk het leukste eruit te pikken. Eventueel geven ze ook richting aan wat ik precies doe. Of ze proberen dat tenminste.

Naast de projectleiders zijn er teamleiders, ook managerstypes, en één van deze mensen heeft de taak mij elk jaar te beoordelen. Deze manager heeft slechts een zeer beperkte kijk op de inhoudelijke kant van mijn werk, want dat regelen die projectleiders. Wat zij dus doet, is aan die projectleiders vragen hoe zij het werken met mij ervaren. Daar voegt ze haar eigen ervaring van het omgaan met mij bij. Ten slotte zijn er mijn functie een paar vaardigheden – die natuurlijk niet met zo'n alledaagse en oerhollandse term door het leven kunnen, dus dat noemen we met een mooi woord competenties – die als belangrijk worden gezien. Mijn beoordeling komt er grofweg op neer dat de normcijfers die gelden voor mijn functie worden vergeleken met wat ik er volgens de projectleiders en de teamleider zelf van bak, en dat pakt dan goed, normaal of slecht voor mij uit.


Het is een methode. Een methode met voor- en nadelen, die ongetwijfeld op een aantal punten zal meten hoe ik functioneer, maar ongetwijfeld worden er ook dingen niet gemeten of helemaal niet belicht.


De christelijke visie van het beoordelen na mijn dood komt in grote lijnen neer op bovenstaand scenario, maar met twee belangrijke verschillen.

Verschil 1: De normcijfers voor de functie zijn niet gebaseerd op wat gemiddelde mensen zo'n beetje kunnen, nee de normen zijn een 10 voor gedrag en een 10 voor vlijt.

Verschil 2: De teamleider verwaardigt zich niet om projectleiders te consulteren over hoe ze het werken met mij hebben ervaren. Hij baseert het hele oordeel op uitsluitend zijn eigen waarnemingen.


In het bedrijf "Leven volgens Christelijke grondslag" word je vanaf dag 1 in het diepe gegooid, je moet maar zien welk werk jouw kant op komt drijven en je krijgt van alle kanten sturing maar er is niemand aan wie je kunt vragen naar wie je zou moeten luisteren en naar wie vooral niet. De teamleider is zo iemand die zich nooit op de werkvloer laat zien en nooit bereikbaar is. In onderlinge gesprekken mag jij het woord tot hem richten en dan mag je weliswaar alles lozen wat je dwarszit, maar een weerwoord krijg je niet en aanbevelingen, complimenten of kritiek ook niet. En deze fantastische functionaris, schaal 7 maal 70, gaat aan het eind van de rit vrolijk jouw functioneren beoordelen. Het oordeel kan twee mogelijke uitkomsten hebben, "hemel" of "hel".


Ik zie werkelijk niet wat je hier voor troost uit kunt putten. Ik vind het een ronduit afschuwelijk concept. Gruwelijk zelfs. Welke organisatieadviseur met een uurtarief van 380 Euro per uur heeft ooit zoiets kunnen bedenken? Zo'n man zou met pek en veren het bedrijf uit gereden moeten worden.

Als Hij ons werkelijk heeft geschapen naar Zijn beeld, dan kan hij geen onmenselijke manier toepassen om ons te beoordelen, want in dat geval kan Zijn beeld onmogelijk op ons lijken.


Ik heb liever het concept dat we hier een jaar of 70, 80 rondlopen zonder dat het ook maar iets uitmaakt wat we ervan maken, misschien voelen we ons wat beter als de dingen die we doen nuttig of leuk of kwalitatief goed zijn, maar zinloos is en blijft het. En nadat onze tijd erop zit, gaat de brand erin of de kist erom en klaar. Je kunt een paar kinderen als kopie van jezelf nalaten, en een enkeling presteert het om een boek of een stukje muziek of een schilderij te maken dat na zijn dood bekend blijft. Hoe dan ook, het einde is wat abrupt en definitief, en die 70,80 jaar zijn op 15 miljard jaar planeetgeschiedenis tamelijk onbeduidend, maar verder kan ik met het concept best leven. En wie weet, is de zin van het leven iets Darwinistisch, dat uit het grote geheel van al die oneindig veel beestjes en mensjes uiteindelijk iets heel moois ontstaat.


Er zijn toch veel troostrijker concepten dan het bijbelse concept? Reïncarnatie bijvoorbeeld. Dan krijg je gewoon een tweede kans, en wie weet mag je wel iets meenemen van vorige ervaringen zodat je de kunst van het leven misschien langzamerhand onder de knie krijgt. Dat vind ik nou wel een troostrijke gedachte. Wel menselijk. Als je een fout maakt, krijg je een nieuwe kans en daarmee de mogelijkheid er wat van te leren.

Het concept is desgewenst te combineren met een beoordeling. Als het moet, als je dat nou eenmaal graag wilt, kunnen we de beoordeling onmenselijke trekjes geven. Als je aan de drank en de drugs gaat in plaats van je talenten te ontplooien keer je terug als amoebe, eendagsvlieg of vingerplant, maar als je wel iets nuttigs met je leven hebt gedaan, ben je ook in je volgend leven weer een blank kind van rijke ouders.


Ik weet niet precies hoe de Islam over deze zaken denkt, maar ik durf te wedden dat zij een beschaafdere kijk op het Einde hebben dan Christenen, want er is niets te bedenken wat nog barbaarser is dan hun concept van het Laatste Oordeel.

25 mei 2009

Les Ardennes

Vorig jaar was ik ook een paar dagen in de Ardennen om te fietsen en toen dacht ik dat ik nooit meer terug wilde, want toen was het koud en regenachtig.

Maar nu... Nu hebben de Ardennen en ik het weer helemaal bijgelegd.


Vanaf Francorchamps naar beneden suizend


Halverwege Col du Rosier, in de buurt van Spa.



Spiegeltje, Spiegeltje in de heg
Wie is hier de koning van de weg?

21 mei 2009

Ideeënbus

Voor het hier geschetste probleem heb ik een alternatieve oplossing:


Johannes luisterde naar hoe hol zijn voetstappen klonken in de hoge brede gang, waarvan de muren, de plafonds en de plinten in diverse tinten grijs geschilderd waren.

"Blijft u het hele weekend?" vroeg de vrouw die hem begeleidde. Ze was lang en fors gebouwd, zwaarlijvig zonder vadsig te zijn. Ze sportte waarschijnlijk geregeld, maar niet buiten, want ze was ook eind mei nog januaribleek. Haar uniform was net als de omgeving grijs.

"Nee hoor, zondagochtend ga ik weer terug."

"Ik moet nog wat dingetjes doen," verduidelijkte hij. Een brede grijze deur kwam in zicht. Johannes werd een beetje ongerust bij het zien van de grendels. Maar ook wel weer op een lekkere manier, zoals bij het kijken naar een griezelfilm. "Het leek me wel fijn om ook nog in mijn eigen omgeving wat te relaxen voor de werkweek weer begint".

De vrouw knikte. "Het lijkt me best fijn om een weekend van drie dagen te hebben," zei ze.

Greetje, herinnerde Johannes zich van het voorstellen, maar haar achternaam was hij al weer kwijt.


De sleutelbos aan haar riem rinkelde toen ze halt hield voor de deur. Ze begon te lachen toen Johannes ernaar keek.

"Het is een beetje flauwekul tegenwoordig," zei ze, "die sleutels." Ze pakte een plastic kaartje en duwde die in de gleuf, waarna in het binnenste van de deur de sloten opensprongen. Langzaam zwaaide de deur open.

"We vonden het wel leuk voor onze gasten," zei ze en met haar hand wees ze Johannes de weg naar een nieuwe gang. Deze gang had deuren links en rechts en de deuren hadden kijkvensters met tralies ervoor. Ze waren fleurig geel geschilderd.

"Aha," zei Johannes. Hij merkte dat hier zijn voetstappen gedempter klonken. De plinten waren zalmkleurig. Was dit blok overgeschilderd voor de gasten of hielpen deze kleurschakeringen bij het voelen van berouw?

"Ik had eigenlijk verwacht dat ik geboeid zou zijn," zei hij.

Greetje keek hem aan.

"Of zijn de echte gevangenen wel geboeid en de gasten niet?"

Toen ze niet meteen antwoord gaf, deed Johannes twee stappen achteruit. Hij nam een bokshouding aan en begon een beetje te dansen op zijn voeten.

"Wat doet u nou als ik verzet bied?" vroeg hij uitdagend. "Wat doet u nou als ik niet met u mee wil, zo'n hok in?"

Hij begon schijnboksend om haar heen te dansen.

"Doet u nou niet zo raar alstublieft," zei Greetje, maar Johannes zei dat echte gevangenen haar gemakkelijk konden aanvallen.

"Ik heb 80 Euro betaald voor twee nachtjes, maar een echte gevangene wil niet naar binnen hoor," zei Johannes.

"Dat is waar," zei Greetje. "Echte gevangenen brengen we met z'n tweeën naar de cel, maar daar hebben we voor de toeristen het personeel niet voor."

"U kunt de toeristen boeien," herhaalde Johannes. "Zware ketens om de polsen en enkels, voor het echte gevangenisgevoel…"

Maar Greetje leek gechoqueerd in plaats van gecharmeerd door dat idee. Dus kwam Johannes weer netjes naast haar lopen.

"Het is misschien wel waar wat ze zeggen, dat het een vijfsterrenhotel is," zei hij uitdagend. Greetje antwoordde met een koele blik. Vrienden gingen ze niet worden, dacht Johannes.


Voor de deur van cel 447 gebruikte Greetje wel haar sleutelbos om de deur te openen, al zat onder het slot ook een gleuf voor een chipkaartje. Nadat de deur een klein beetje piepend opengezwaaid was, wees haar hand Johannes de weg. Hij keek om zich heen terwijl hij binnenliep. Links een eenpersoonsbed en rechts een bureautje dat leek op het bureau dat vroeger op zijn tienerkamer stond. Een beetje verloren tussen bed en klerenkast stond een fauteuil. Recht daar tegenover, op de rand van het bureau, stond de TV.

"Geen LCD," mompelde Johannes. "Dat valt me nog mee."

Hij legde zijn plastic tas op de bureaustoel.

"Is dat alle bagage die u heeft?" vroeg Greetje.

"Een toilettas en ondergoed voor twee nachten leek me eerlijk gezegd voldoende," antwoordde Johannes. "Oh ja, en een goed boek natuurlijk."

Hij drentelde naar de halfopen deur aan de rechterkant, waarachter het sanitair was, bestaand uit douche en WC. Eenvoudig doch functioneel.

"Geen ligbad?" vroeg hij.

"Geen ligbad," zei Greetje. Pas nu viel het Johannes op dat de kamer geen ramen had. Logisch. De verlichting werd verzorgd door twee staande lampen en een rijtje spotjes langs de beide lange wanden.

Johannes moest zich om Greetje heen wurmen toen hij terugliep om het bed uit te proberen. Best een lekker hard bed.

"Helemaal niet gek," zei hij. "Vind maar eens zo'n hotel voor 40 Euro per nacht."

"Het ontbijt wordt gebracht om 8 uur, de lunch om 1 uur en het diner om 7 uur," zei Greetje. "Bent u vegetarisch of bent u allergisch voor bepaalde voedingsstoffen?"

Johannes schudde zijn hoofd.

"Het luchtuurtje is 's middags van half 3 tot half 4. Dat doen we op de kleine binnenplaats. Als u wilt mag u dan ook even tussen de echte gevangenen rondlopen op de grote binnenplaats, onder begeleiding natuurlijk."

Johannes zei dat dit hem heel leuk leek.

Ze haalde een formulier uit de zak van haar uniform en legde het op het bureaublad.

"Een evaluatieformulier," zei ze. "Zou u dat alstublieft willen invullen? Uw input helpt ons om onze dienstverlening nog verder te verbeteren…"

Johannes bleef maar knikken. Hij keek Greetje heel blij aan. Greetje fronste haar wenkbrauwen.

"U beseft toch wel dat u deze kamer niet uit mag?" vroeg ze voorzichtig. "Als ik straks de deur achter u dichttrek, dan blijft u hier tot zondagochtend check out tijd…"

"Ja Greetje, dat besef ik heel goed hoor," zei Johannes en je kon gerust zeggen dat zijn blik nu iets gelukzaligs had.

17 mei 2009

Op de zolderkamer

In hun nieuwe huis was Geerts computerkamer de zolderkamer. Hij had er ruzie over gemaakt met Kevin, zijn puberende oudste zoon. Die zag de kamer hoog in de nok als het ideale domein voor een gitaarspeler. Al mocht hij thuis alleen op de akoestische oefenen, ook uit dat instrument wrong hij soms een magistraal geluid. Magistraal volgens Kevin dan, want Bjorn noemde het hopeloos gepruts. Bjorn droomde er dan ook niet van om Kirk Hammet te zijn. Bjorn was liever de nieuwe Arjen Robben.


Geert glimlachte. Het zou wel op registeraccountant uitdraaien, dacht hij, voor hij terugdacht aan de strijd met Kevin en opnieuw het gevoel had dat dit de laatste strijd was geweest die hij van hem gewonnen had.

"We willen gewoon niet dat je zo ver bij ons weg bent," had hij herhaald.

"Zo ongezellig in je eentje daarboven," was Gertrude hem bijgevallen.

Het waren zwakke argumenten. Maar doordat ze die samen hardnekkig bleven verkondigen, was Kevin toch gezwicht. Het was waarschijnlijk ook de laatste keer geweest dat Geert hem een paar tranen uit zijn ogen had zien wegvegen.

Gek toch dat ze hem de waarheid niet had willen zeggen. De werkelijke argumenten:

"We willen gewoon niet dat je daarboven stiekem hasj gaat roken," (Gertrude).

"Ik zie jou daarboven in dat perfect geïsoleerde liefdesnest al het meegelokte meisje van de week haar truitje over het hoofd trekken," (Geert).

"Mooie zin," dacht hij. Hij grinnikte. Hij dacht na over woorden waarmee hij vervolgens haar buik en haar navel en haar cupje B zou kunnen beschrijven. Hij zuchtte terwijl hij verliefd op het tafelblad trommelde en een stijve had gekregen. Tot op de dag van vandaag dacht hij dat hij ooit toch nog schrijver zou worden. Die stijve was dus research voor zijn nieuwe roman, dacht hij. Een gedachte waar hij vervolgens spottend om moest grinniken. Hij schudde zijn hoofd op precies dezelfde manier als daarnet, toen hij had gedacht aan Bjorn en zijn Arjen Robben-droom.

"Het is dus controller geworden," zei hij luidop. "Maar wel senior inmiddels," dacht hij er niet zonder trots achteraan. Hij keek naar het grote scherm voor zijn neus. Hij keek naar de toetsen van het toetsenbord.

"Wat let je," dacht hij, maar merkte dat zijn handen aarzelden. Ze wilden eigenlijk niet. Hij haalde diep adem en bracht ze in positie boven de toetsen.

"Nu," dacht hij maar zijn hoofd bleef leeg. Geen woorden. Geen openingszin. Langzaam maar zeker begonnen zijn handen te trillen. Hij keek ernaar en dacht eraan ze weg te halen, zichzelf deze vernedering te besparen. Maar toen tikte hij opeens.


"De vliegen kleefden in onafzienbare aantallen aan het gordijn op het uur dat de machtige knuisten van John Colorado de lamellen opzij duwden en zijn bezwete lijf de bar betrad."


Ja, dacht hij enthousiast na lezing.

Maar vervolgens wist hij even niet wat dan de tweede zin zou moeten zijn. Hij wist ook even niet wie die John Colorado in godsvredesnaam was en wat deze stoere cowboy hier op aarde te zoeken had. Wat was zijn missie? Wie was de vijand die hij in een glorieus laatste hoofdstuk zou afknallen? En wat was de naam van zijn meisje, een hoer natuurlijk, tot ze haar hart aan hem verloor. Blond? Zwart? Rood? Bruin dan.


Een bezweet lijf dat een bar betreed, dacht hij toen boos. Wat een onzin. Of is het toch poëtisch, dat blijkbaar alleen het lijf van John die bar binnen komt zetten?


"Kip zonder kop," gromde Geert en met nijdige toetsaanslagen backspacete hij zijn magistrale openingszin weer weg.

"Hopeloos gepruts," hoorde hij Bjorn zeggen. Hij keek zelfs om, maar Bjorns stem zat alleen in zijn hoofd.

"Eerst maar eens naar de Grand Canyon gaan," dacht hij. "Sfeer proeven. Inspiratie opdoen."

Maar Gertrude had vliegangst. De research zou moeten plaatsvinden op een plek binnen één etmaal autorijden van Lelystad. Weinig prairie te bekennen.


Geert zuchtte en tikte de URL in van zijn vaste pornosite.

12 mei 2009

Twitteren

In honderdveertig woorden kan ik vertellen over hoe moeilijk ik vanochtend op de plee op gang kwam. Ik kan je ook zeggen hoe het was op mijn werk, of wie er naar me lachte, of voor welke etalageruit ik stond en mijn blik op schoenen richtte, maar mezelf weerkaatst zag en vond dat ik er best mee door kon. Oh wauw en zij ook. In honderdveertig woorden kan ik hoogstens honderdveertig leugens aan jou kwijt en ook maar honderdveertig complimenten. Nu nog ff snel een pak melk kopen, net vergeten in de supermarkt, stom hè? Wie dit leest is gek, wie dit schrijft narcistisch. Oh ja, ook nog ff de honger in de wereld oplossen. Of zal ik nog ff in het reine komen met mezelf? Of eindelijk met mijn moeder? Of zal ik eindelijk zeggen dat ik van je.

07 mei 2009

The Veils in Vera

Ik was lang niet meer in Vera geweest. De laatste keer was een oudejaarsnacht, een jaar of 3, 4 geleden. Toen waren we bij het binnenkomen lang niet nuchter en werd het er gaandeweg niet beter op. Met andere woorden, de laatste keer dat ik in Vera was heb ik niet zo goed opgelet hoe het er uitzag.

Er is niks veranderd. De bar is op een andere plek. De muren van de zaal zullen wel eens geverfd zijn. De apparatuur zal wel eens vernieuwd zijn, hoewel de somberzwarte PA eruit ziet alsof het dezelfde zou kunnen zijn als toen ik hier geregeld kwam. Wat ongeveer 20 jaar geleden is.

Verder is alles hetzelfde. Vera wordt nog steeds gerund door vrijwilligers. In de jaren 80 en 90 was dat niet zo'n heksentoer want toen was half Groningen werkloos, maar nu kan het kennelijk nog steeds. Het Verakrantje lijkt sprekend op het krantje van vroeger en de posters voor de ramen ook. Vroeger hadden ze een eigen drukkerij en die hebben ze zo te zien ook nog steeds. Zelfs het systeem dat je naast het concertkaartje ook een maandkaart moet kopen, bestaat nog steeds. Kosten 1 Euro. Vroeger, in guldens, was het 1,50. Heeft zelfs de inflatie Vera overgeslagen? Nee, gelukkig blijkt even later de prijs van het bier toch met z'n tijd meegegaan.


Tijdens het voorprogramma, waar ik verder geen woorden aan vuil wil maken, neus ik nog wat rond. Er komen herinneringen. Mensen van vroeger. Gebeurtenissen. Emoties. Wat allemaal zo lang geleden lijkt, lijkt opeens weer dichtbij. Als ik zin zou hebben het verleden te herkauwen, zou ik er logjes over kunnen schrijven. Als ik zin zou hebben. Hoor ik hier wel, denk ik en ik bedenk dat ik dit in Vera vroeger ook al wel eens dacht. Vera was hardcore. Vera was compromisloos alternatief, terwijl ik meer een halfbakken post new waver was. Om me heen zie ik nu trouwens nauwelijks hardcore en eigenlijk ook niets eens veel halfbakken alternatief. Dat eerste is logisch, want the Veils is geen hardcoreband. Vera blijkt ook niet helemaal vol te lopen voor the Veils, wat toch een grote band is voor zo'n kleine zaal en podium. Zou het Verapubliek nog steeds zo eenkennig zijn als vroeger? Komen ze nog steeds alleen maar voor bands die tik-tik-tik op de drumsticks doen om vervolgens 2 uur lang oorverdovend te "speul'n"?

De podiumlichten aan, en ook nu zien de kleuren en bundels er precies hetzelfde uit als vroeger. Vroeger kon je op dit moment nog makkelijk bier gaan halen voordat het begint. En ook nu blijkt dat nog steeds zo te zijn.


Qua podiumact zijn The Veils heel erg de zanger, Finn Andrews. De andere leden lijken introverte mensen. Bijvoorbeeld de bassiste, Sophia Burn, laat haar zwarte haren voor haar ogen hangen en lijkt maar weinig te zien van publiek. Hoewel ze af en toe een beetje lacht bij applaus.

In de basis zijn The Veils troubadours. Ze staan op het marktplein en brengen met gedragen zang lyrische liederen over de liefde. Alleen gaan de emoties op een gegeven moment met de zanger op de loop en dan moet de muziek wel volgen. Als The Veils hun meest toegankelijke liedje, Advice For Young Mothers To Be spelen, dan word je ook op die in essentie afgeragde geluidsinstallatie van Vera nog steeds met speels gemak meegevoerd op een gouden melodie, maar dan denk je wel wat doet die band hier eigenlijk? Waarom zijn we niet in de Music Hall of in Ahoy? Maar als ze Jesus For The Jugular spelen, beukt er een monotone Birthday Party achtige riff en worden er vocaal duivels bezworen en demonen uitgedreven. Dan toont The Veils haar ware manisch aard. En dan word je meegevoerd en meegezogen naar plekken waar je misschien liever niet geweest zou zijn. Maar altijd komt er ook weer iets lichts terug in de muziek en blijkt het toch goed toeven.


Na een stroef begin gaat Vera langzaam maar zeker plat, al hoor ik één keer, als Finn Andrews tussen twee nummers wat met een nieuwe gitaar loopt te pielen, de overbekende Vera strijdkreet "Speul'n". Waarop Andrews naar de microfoon buigt en vraagt wie er wil vertalen. Het is een innemende en bij vlagen grappige man. "This is a song about not really knowing where to go," kondigt hij op een gegeven moment aan, waarna hij er met een bakvisachtig lachje achteraan zegt "I have a few of those".

The Veils hebben net hun derde plaat uit, Sun Gangs. Ik ben nog aan het wennen en voor gisteren dacht ik dat ik hun tweede album, Nux Vomica, beter zou blijven vinden. Maar nu weet ik het nog zo net niet. De prijsnummers klonken als een klok. The Letter is Editors-achtig, Three Sisters is een heerlijk popliedje, The House She Lived In is de nieuwe gouden melodie, wel typische Veils-kou maar in een heerlijk warme sjaal verpakt. It Hits Deep en Scarecrow zijn van huiveringwekkende intensiteit en Larkspur is escapistisch tekeer gaan.


Als Finn Andrews vraagt of er nog verzoeknummers zijn, worden er niet helemaal onbegrijpelijk nummers van de eerste plaat geroepen, want daar hadden ze nog niks van gespeeld. Probleempje, want Finn heeft na die eerste plaat zijn hele band ontbonden, is opnieuw begonnen en de huidige Veils spelen de eerste plaat niet meer. Maar aan het eind van de toegift gaat de band weg, en Finn blijft nog even achter op het podium met zijn akoestische gitaar om het gemis goed te maken. Eerst Lavinia en dan mijn persoonlijke favoriet van de eerste plaat, The Tide That Left And Never Came Back. Tenslotte speelt hij als afsluiter House Where We All Live, bij uitstek een liedje voor een kleine man met een grote hoed en zijn gitaar. En een stem geladen van emoties.


Het was goed dat The Veils in Vera waren. Het was goed om erbij geweest te zijn.


Not Yet is in één nummer alles wat the Veils te bieden hebben. Helaas kon ik geen live-opname van goede geluidskwaliteit vinden, maar voor een indruk gelieve hier te klikken.

05 mei 2009

Vrijheid

Voor mij is vrijheid kunnen gaan en staan waar je wilt. In mijn top 10 van vrijheidsgevoelens staat die vrijheid hoog, misschien zelfs op 1. Ik vind dat ik in de openbare ruimte zou moeten mogen kiezen waar ik naartoe ga, vandaan kom, langs ga, blijf plakken.

Vandaag, Bevrijdingsdag, maakten een collega en ik een klein incident mee. Zoals elke dag fietsten wij van ons werk naar huis terug door het Stadspark en zoals al een aantal jaren op 5 mei was er in het Stadspark Bevrijdingsfestival. Tot nu toe was dat nooit een probleem. Je ging langzamer fietsen en je bekeek de T-shirtjes van de nieuwste bandjes, de uitdossing van de hipste tieners en je luisterde even naar het bandje dat nu op de Drafbaan aan het spelen was. Op het drukste punt voor de ingang stond je even bijna stil maar daarna werd de weg leger en kon je gewoon weer door.

Helaas stonden dit jaar op de weg, die gewoon openbare weg is, dranghekken. Bij die dranghekken stonden twee jongens die verklaarden dat ze fietsers helaas niet door mochten laten.


Hoewel het op zichzelf een redelijk onbeduidende manier van vrijheidsberoving is, we moesten nu een kilometer omfietsen, werd ik er toch kwaad over. Ten eerste omdat die jongens op de toer gingen van wij kunnen het ook niet helpen, wij hebben het ook niet bedacht, we doen alleen maar onze plicht. Het is een oneerlijke vergelijking, maar op Bevrijdingsdag dringt zich toch het gevoel op dat als iedereen 70 jaar geleden die grammofoonplaat had afgedraaid, we vandaag de betekenis van het woord Freiheit uitsluitend in het woordenboek zouden kunnen vinden.

Maar de hamvraag is: Wie bedenkt zoiets en met welk doel? Omdat die Bevrijdingsfestivals in allerlei steden gehouden worden en overal hetzelfde logootje hebben, wordt zoiets misschien wel landelijk bekokstoofd. Er is een dreigingsanalyse gemaakt, waaruit blijkt dat al die fietsers tussen de festivalgangers een risico is. De toegangswegen moeten afgezet, want anders kan de veiligheid niet gegarandeerd worden. Vorig jaar in Venlo werd iemand door een fietser aangereden en brak zijn heup en dus moet nu de hele zaak preventief dicht. En in Den Haag struikelde iemand heel erg naar over een fiets. Misschien mooi bedacht en misschien met de beste bedoelingen verzonnen, maar er waren vandaag in Nederland geloof ik 13 van die festivals dus zijn er vandaag ook 130.000 fietsers gepest.


Het zou me trouwens niet verbazen dat deze nieuwe maatregel de postume verdienste van Karst T. is. Heeft ie toch mooi nog wat bereikt.


De nieuwe mode is blijkbaar dat we bij elk evenementje in elke stad een aantal wegen potdicht gooien en flink met dranghekken in de weer gaan. En wie weet gaat het nog wel verder. Als de fanfare langskomt, mogen de winkels niet open. En er zijn natuurlijk evenementen waarbij omwonenden gedwongen moeten evacueren. Bijvoorbeeld een wielerkoers, oldtimer-puzzelrit of bloemencorso. De veiligheid kan toch echt niet gegarandeerd worden als in de huizen langs het parkoers mensen mogen in- en uitgaan. Oh ja, en de huisdieren zijn in deze omstandigheden ongeleide en levensgevaarlijke projectielen, die bovendien door een doorgedraaide gek zomaar met explosieven behangen zouden kunnen worden. Naar het asiel dus. En kinderen? Ik heb het nog niet eens over het Grootste Gevaar van Allemaal gehad.


Het was maar een klein incident. Maar toch lijkt vrijheid sinds Bevrijdingsdag 2009 een begrip met alweer iets minder inhoud.

01 mei 2009

Aan de straatstenen

Nu was het dan eindelijk stil.


Er was vandaag in het café zo veel gezegd. Over hoe het gebeurde. Over wat er ook had kunnen gebeuren. Over de slachtoffers. Over de gewonden. Over de dader. Waar hij woonde. Hoe eenzaam hij was. Hoe gek. Hoe losgeslagen. Hoe wanhopig. De meesten dachten dat Koninginnedag nooit meer hetzelfde zou zijn.

Rick had niet zo veel gezegd. Rick had veelal zwijgend naar het TV-scherm en de journaals gekeken.


Rick zuchtte nu hij voor de grote ruiten stond, zwart van de nacht. Hij bekeek de glimmend gepoetste modellen. Het waren zware maanden geweest, maar de afgelopen paar weken met het mooie weer leken de zaken iets beter te gaan. Rick had zijn targets de afgelopen twee weken gehaald en dat konden John van de Alto en Dennis van de Splash niet zeggen. Dat was hem eerlijk gezegd goed uitgekomen. Een lelijke gedachte, maar ja, als John of Dennis er niet uit vloog dan zou hij het zelf zijn. Het was in deze branche eten of gegeten worden.


Rick zuchtte. Rick zuchtte heel erg diep.

"Over één slachtoffer hebben we het vandaag nog niet gehad," zei hij knarsetandend terwijl hij naar zijn hoekje van de winkel keek, waar ze stonden, de auto's die hij geacht werd volgende week te moeten verkopen. Twee gele, een rode, een blauwe en nota bene drie zwarte.

"Ik ben Rick van de Grift en ik verkoop u graag een Suzuki Swift," zei hij en in het raam zag hij dat zijn glimlach nog best goed leek. Maar in zijn stem klonk in plaats van vrolijkheid iets heel bitters.

Clicky

Clicky Web Analytics