27 september 2009

Goe-hoed

Op weg naar de automaat voor zijn eerste koffie van de dag, liep Rutger Martijn Mindermaat tegen het lijf. Ze zaten vroeger bij KPN in hetzelfde team. Martijn lachte joviaal, stak zijn hand uit en drukte die van Rutger ferm.

"Hoe gaat het?" vroeg Martijn.

"Goe-hoed," zei Rutger. Hij dacht onmiddellijk weer terug aan de ruzie van gisteravond. De ruzie waarover hij de hele autorit op weg naar zijn werk ook al over had zitten piekeren.


Hij vertelde dat hij toch al weer een jaartje of vier bij de RBV zat. Leuke projecten hoor. Nee, functioneel ontwerper was hij nu niet meer. Hij was nu process manager.

"Leuk," zei Martijn, maar zijn ogen verrieden dat hij geen idee had wat dit inhield. Terwijl Rutger zijn bakkie zwart, extra sterk tankte, vroeg hij sinds wanneer Martijn bij ICT rondliep. Hij was er nu een week. Hij was ingehuurd voor het Functioneel Ontwerp voor het Burgerportaal.

"Leu-euk," zei Rutger, terwijl hij dacht "Jezus Christus, Burgerportaal." Bij RBV werden vanwege de crisis alle projecten stopgezet, behalve Burgerportaal, want dat was een speeltje van het management.

Terwijl Martijn zijn bakkie tankte - het leek wel extra, extra, extra melk – wisselden ze beleefdheden uit.

"Ben jij nog steeds met die… met …," vroeg Martijn en Rutger knikte.

"Met Eva," vulde hij aan. "Ja hoor gaat lekker. En jij? Hoe oud is eh… die jongen van jou nou?"

"Burgerportaal," fluisterde hij minachtend, nadat ze het koffiehok uitgelopen waren en hun wegen zich gescheiden hadden. Martijn was een goeie. Een dure ook. Zijn lijf vulde zich met frustratie, hoewel dat hele Burgerportaal hem tot nu toe weinig had kunnen schelen. Het was een club externen die ergens beneden zat. Behalve belastinggeld wegpissen deden ze weinig kwaad. Hij wist dat zijn frustratie een andere oorzaak had.

"Maar lieve Rutger we zijn volkómen langs elkaar heen gaan leven," hoorde hij Eva hartstochtelijk uitvaren. Zijn handen begonnen te trillen. Bij zijn bureau strekte hij zijn hand en leunde naar voren. Hij probeerde zijn koffie neer te zetten zonder te morsen, maar er gulpte een hete slok uit het bekertje over zijn hand. Hij vloekte binnensmonds en keek vervolgens schichtig door de open deur van de kamer naast die hem. Gelukkig was van Reenen er nog niet. Dat was iemand die in de kantine zijn handen vouwde, zijn ogen dicht deed en prevelde, voordat hij slurpend aanviel op zijn soep. Hij was bovendien clustermanager en die was de baas van de process managers.


Een tijdje later zat Rutger op de WC met zijn broek op zijn knieën en zijn hoofd in zijn handen. Over een kwartier moest hij de nieuwe changeprocedure voor PayPerfect presenteren. Laatst was er iets veranderd zonder dat testteam iets getest had en zonder dat de gebruikersorganisatie de wijziging geaccepteerd had. Toen de maandag daarop bleek dat de afdeling, SFA, opeens geen rekeningen meer konden uitschrijven, was het hommeles.

Rutger probeerde te bedenken wat er ook al weer op slides 4 tot en met 6 stond. Hij zag het bed wat leeg was toen hij zijn ogen opsloeg. Hij had zijn hand op het dekbed gelegd en nog iets van haar warmte gevoeld. Hij luisterde maar hoorde haar niet in de douche. Toen hij beneden kwam, bleek ze al weg te zijn.

Het angstzweet brak het uit bij de gedachte dat ze er ook niet zou zijn als hij vanavond thuis zou komen. Dat hij dan pas haar briefje zou vinden.

In de fruitmand, had hij wel in de fruitmand gekeken?

"En de RFC moet geaccepteerd zijn door de gebruiker.. oh nee eerst moet de RFC gereviewd worden door de process manager, dan wordt hij getekend door de gebruiker en als dan ook de change coördinator zijn fiat gegeven heeft, mag de wijziging in productie."

"Maar dat laatste is een formaliteit," zei hij vergoelijkend, terwijl hij voor de spiegel stond en met water en zijn handen het gemis van vanochtend, het gemis van de kam door zijn haar na het douchen en afdrogen, goed probeerde te maken.


"Goe-hoed," zei hij, terwijl hij het slappe handje drukte van Frits Goedkeels. "Met u ook?"

Frits was de nieuwe change coördinator. Hij droeg een blauwe ribbroek onder zijn bruine jasje, zag Rutger nu Frits overeind stond. De broek zag eruit alsof hij hem bij de kernwapendemonstraties in de jaren 80 ook al droeg.

"Het personeelslid dat het meest huiverig voor verandering is, maken ze change coördinator," herinnerde Rutger zich een uitspraak van Bas Averegt, maar die was over alles cynisch.

Rutger ging schuin tegenover de beamer zitten. Op de wand prijkte zijn eerste slide. "ChangePerfect voor PayPerfect", stond erop. Wat belachelijk pretentieus, dacht hij nu, terwijl hij zijn klamme handen tussen zijn dijen stopte. Van de opening van het overleg en de mededelingen kreeg hij zo goed als niks mee. Het ging snel, totdat Hans Hoed een aanleiding zag om over de Resitutiemodule te beginnen. Iedereen ging verzitten. Op pennen kauwen. Uit de ramen kijken, waarachter het verbazend mooi nazomerweer was. Rutger hoorde niks, want in Rutgers hoofd maalden de dingen die hij zodadelijk wilde zeggen. Hoe meer hij vergat en in de verkeerde volgorde bedacht, hoe zenuwachtiger hij werd voor zodadelijk.

"Goe-hoed," sprak Rutger, nadat Thijs Luidmoedig aangekondigd dat Rutger vandaag dan toch de langverwachte nieuwe change procedure voor het salaris- en factureringssysteem ging presenteren.

"De changeprocedure dus," zei hij terwijl hij overwoog of hij zou gaan staan, maar bij nader inzien leek het hem veiliger te blijven zitten. Als hij niet zo zenuwachtig was geweest, was hij misschien wel op dat "langverwachte" ingegaan. Die fokking asshole van een Luidmoedig wist best hoe lang het in deze toko duurde voordat iedereen zijn plasje over een plannetje gedaan had, dus het was nogal laag om te suggereren dat Rutger uit zijn neus had zitten eten. Dit alles speelde door zijn hoofd bij zijn eerste sheet, een keurig overzicht van wat hij allemaal aan de orde zou laten komen. Hij las voor wat er stond en keek de kring rond. Allemaal grijsharig of kaal, zag hij. Niemand hier wil dat er iets verandert, dacht hij, hoewel Marga Duikelboer instemmend zat te knikken.


Na een stroef begin, raakte Rutger op dreef. Zijn stem won aan kracht en met gebaren zette hij zijn verhaal kracht bij. Hij zette de procedure uiteen en liet er plaatjes van zien, waar hij uren op had zitten prutsen in een nieuw Microsoft-pakket, want zo lang duurde het voordat hij binnen de 4000 mogelijkheden die het pakket bood, de 4 dingen gevonden had die hij wilde gebruiken. Onderbroken werd hij maar één keer en dat was toen hij vergoelijkend zei: "Maar dat laatste is een formaliteit."

"Maar wel een vitaal en integraal onderdeel van de procedure, mag ik toch hopen," had die Goedkeels toen opgemerkt. De grijns op zijn gezicht suggereerde dat hij een vriendelijke aanvulling deed, de ondertoon van venijn in zijn stem suggereerde dat Rutger hem in het diepst van zijn ziel geraakt zou kunnen hebben. Hij haastte zich om Goedkeels te verzekeren dat het fiatteren een verplichte stap in de procedure en dat de RFC zonder een fiat van change niet doorgezet kon worden.

Zijn voorlaatste sheet bestond uit een smiley, die een gebruiker voorstelde die én een veranderd systeem gekregen had én nog steeds de salarissen kon uitbetalen. De laatste sheet was een smiley met denkrimpels met daarboven een groot vraagteken.

"Zijn er nog vragen?" vroeg Rutger, waarna het gevaarlijk stil bleef.

"Ze zitten allemaal te denken hoe ze nieuwe procedure kunnen omzeilen," dacht Rutger. "Ze willen helemaal geen RFC. Ze willen blijven doen wat ze vroeger deden."

"Het is wel veel Engels hè, zo'n nieuwe procedure," merkte Rob Verrips op. Op de vingers van zijn handen telde hij:

"Request For Change heb ik gehoord, Stages van de RFC, Plan Do Check Act, Control Stages…" Hij sprak elk Engels woord uit alsof het een vies woord was en keek vervolgens met een grijns de kring rond. Hij kreeg geen bijval. Hij was namelijk de enige die het zich kon permitteren de indruk te wekken dat die nieuwe procedure hem geen zak kon schelen. Hij had nog vier maanden te gaan voor zijn pensioen. De woorden "Ik ga vandaag wat eerder weg," sprak hij vaker uit dan de woorden ja of nee.

"Die PDCA-cyclus begrijp ik geloof ik ook niet helemaal, " zei Marga. Haar blauwe ogen achter haar bril werden groot terwijl ze kauwde op haar pen. Rutger vroeg of Thijs, die de laptop bediend had, slide 14 nog even wilde terughalen. Intussen vertelde hij dat de PDCA-cyclus, Plan Do Check Act dus, een procesverbeteringsstap was.


De sheet verscheen en hij legde het nog een keer uit. Zijn vingers wezen de cirkel rond die hij getekend had. Het doel was niet alleen maar om de changes voortaan gecontroleerd te laten verlopen. Ze wilden ook het proces verbeteren. Na implementatie zou de change geëvalueerd worden…

"Waarom noem je het gewoon verandering?" vroeg Verrips. "Een change is toch gewoon een verandering?"

"Ik had het ook een verandering kunnen noemen," zei Rutger 10 keer zo kalm als dat hij zich voelde. "Alleen noemt de literatuur het een change en de RBV doet dit dus ook,…" Hij keek naar Frits maar die knikte godzijdank.

Hij vertelde hoe de resultaten van de evaluatie zouden leiden tot verbeteringsvoorstellen op het proces, zodat op termijn de changes op PayPerfect steeds soepeler zouden verlopen.

"Een mooi streven," kraakte de stem van Koos Liederlijk. Koos was de Cobolprogrammeur die hier nu 32 jaar zat, waarvan de laatste 16 jaar uitsluitend op PayPerfect. Koos was de reden van Rutgers verhaal. Het bedrijf had ook kunnen kiezen om Koos eruit te schoppen in plaats van Rutger deze procedure te laten bedenken. Rutger had er een maand op gezwoegd, de procedure was door 12 mensen gereviewd, en de bureaucratische overhead zou straks met ongeveer het dubbele toenemen.


Koos begon een heel verhaal, waaruit bleek dat hij het belangrijk vond wat er gebeurde. Tevens vond hij dat er een paar goede stappen gezet waren. Toen begon hij over de datadefs, wat iets was dat niemand begreep, behalve Koos zelf.

"RBV had ook PayPerfect kunnen vervangen door een pakket waarvoor je geen maatwerk hoeft te bouwen," dacht Rutger, "Dan kan die grijze raaf er ook uit". Op zijn allereerste overleg had hij gevraagd waarom de afdeling SFA nog steeds werkte met dit pakket. Hij herinnerde zich de ijzige blikken die hij toen kreeg, nu nog steeds.

Het verhaal van Koos kwam er op neer dat als het RFC nummer aan de collecties gekoppeld moet worden, dat dan de datadefs uitgebreid en aangepast moesten worden. Rutger zuchtte diep.

"Volgens mij hebben we het over dit onderwerp al wel eens eerder gehad," zei hij. "Vele malen eerder," waagde hij eraan toe te voegen.

Gelukkig viel Thijs Rutger bij. Thijs herinnerde Koos er nog maar eens aan dat afgesproken was dat de RFC nummers als tag aan de collectie gehangen zouden worden en dat dus de datadefs niet aangepast hoefden te worden.

"Ik mis die afspraak in het verhaal," zei Koos. Zijn gezicht werd roder. Rutger hief zijn hand bezwerend op, maar Koos was nog niet klaar. Het kostte hem drie minuten om zijn punt te maken. De afspraak over de tags en de datadefs was essentieel en het was dus een onvergeeflijke omissie dat deze afspraak door Rutger niet vermeld was. Voor de vierde keer hield Rutger de procedurebeschrijving omhoog.

"In de presentatie heb ik het weggelaten omdat ik het iets te low level vond voor de managementlaag, maar hier staat het in, hoor Koos," zei hij. "Pontificaal op pagina acht, een hele paragraaf lang. Nog meer vragen?"

Rudi Pofbroek ging verzitten. Rutgers hartslag ging omhoog. Rudi had zich lang stil gehouden. Veel langer dan Rutger tevoren verwacht had. Rudi was de projectleider voor PayPerfect changes. Rudi keek op. Zijn vinger met daarin zijn pen ging half de lucht in. Hij keek maar zei nog niks.

"Je hebt nog geen steeds argument weten te bedenken die de procedure afschiet," dacht Rutger. Rudi was zijn grootste tegenstander. Rudi was iemand die met de mond beleed dat een geformaliseerde werkwijze te prefereren viel, maar achteraf bleek altijd dat hij om de formaliteiten heen gerotzooid was. De PDCA-cyclus had Rutger in de procedure gefietst om Rudi ermee te kunnen pakken. Rutger rekende erop dat Rudi slim genoeg dit te snappen.

In de telefoonklapper, had hij wel in de telefoonklapper gekeken?

Rudi vroeg in hoeverre de afdeling Communicatie was betrokken geweest in de procedure. Rutger keek wat onzeker naar Thijs. "Ik zie eerlijk gezegd niet waarom…."

"Als we geen facturen kunnen schrijven, laten we via Communicatie weten dat het ons spijt en als we geen salarissen kunnen uitbetalen, gaat Communicatie een mail opstellen om de werknemers te informeren. Me dunkt dat Communicatie dus een integraal onderdeel van het proces is…"

Rutger schudde zijn hoofd. "De procedure probeert dit soort flaters te voorkomen," zei hij met hartstocht. "Als we deze procedure gaan volgen, gebeuren dit soort dingen helemaal niet meer, en dus…"

Rutger keek de kring rond, maar iedereen zat instemmend naar Rudi te knikken.

"Ik moet zeggen dat ik het niet anders dan met Rudi eens kan zijn," zei Thijs. Rutger deed zijn mond dicht.

"Godverdomme nog aan toe," dacht hij. "Wat een fokking onzin."

"Ja nou zeg, vloeken lost wat op," hoorde hij Eva opnieuw uitvaren.


Vervolgens bedacht hij dat hij nu bij Martine Beelde langs moest. Hij voelde een nerveuze schok. Hij bedacht haar ogen waarmee ze hem aan zou kijken als hij haar zou vertellen dat ze bij SFA iets nieuws van plan waren en kromp nu al ongeveer in elkaar. Hij bedacht ook haar decolleté en haar lange dunne benen onder haar rok, verpakt in kousen met een werkje erin. Hij had wel eens fantasieën dat Martine hem een zweepje sloeg. Weer iets wat hij Eva nooit verteld had.

Rutger maakte een aantekening en keek op. "Goe-hoed," zei hij.

"Mag ik de hoop uitspreken dat we de veranderingen soepeler zullen kunnen doorvoeren, zonder productieverstoringen," zei hij.

Het enthousiasme wat hij in zijn stem probeerde te leggen, zag hij niet weerspiegeld worden in de ogen die hem aankeken.

23 september 2009

Tip

De politie moet eens wat mensen op Twitter gaan volgen. Iedereen die zijn getwitter begint met "ik rijd nu weer naar huis", is aan het mobiel bellen tijdens het rijden en dus kan er een acceptgiro voor een bekeuring van 150 Euro opgestuurd worden.

Als de politie dit beleid nu eens een jaar of 2 volhoudt, dan hoeven die bezuinigingen van 30 miljard misschien wel helemaal niet meer.

20 september 2009

Over snoeien

Mijnheer Zuiverloon snoeide zijn heg. Hij begon onwennig en voorzichtig, zijn snoeischaar hanterend alsof hij een kapper was die een delicaat kapsel onderhanden had. Gaandeweg kreeg hij de smaak te pakken. Hij bukte en wijdde zich aan de takken die over het pad gegroeid waren, de takken waar hij zich de hele lente en de hele zomer aan had geërgerd. Goed dat hij nu dan toch eindelijk in actie kwam.

Hij kreeg het warm. Hij zette zijn golfpetje af en gooide het in het gras. Het was fantastisch weer voor midden september.


Mijnheer Zuiverloon werd opgeschrikt door twee groeten vanaf de straat. Het waren Jos en Johan van Benedenveld die naar hem riepen. Ze stoven op hun racefietsjes langs zijn heg. Mijnheer Zuiverloon stak zijn hand op, maar vervolgens keek hij hen hoofdschuddend na, want de jongens schoten zonder in te houden de kruising over.

"Er staat daar een stopbord hoor," bromde hij.

Maar het was wel goed dat ze helmen op hadden, dacht hij even later. Jos was laatst lelijk gevallen, blijkbaar had hij daar toch van geleerd.


De bovenkant van de heg snoeien vond mijnheer Zuiverloon het leukst, want terwijl hij de schaar zijn werk liet doen, kon hij mooi een beetje naar de weg kijken en wat daar allemaal langs kwam. Hij knikte de mevrouwtjes Reurink vriendelijk toe. Ook zij gebruikten deze mooie dag om de paden op en de lanen in te gaan. Hij keek hen na, de zonnehoedjes al opgezet, rugzakjes waar de dop van een thermoskan uitstak, flesjes mineraalwater in een gordel rond hun heupen. Hij keek ook hun billen na, bewegend op het ritme van hun Nordic Walking stokken. Werd hij of werden die billen nu te oud voor dit soort dingen, dacht hij, en hij moest lachen. Het leek alsof hij voor het eerst sinds maanden zijn lachspieren weer eens gebruikte.

De meisjes Toxopeus hadden een slinger van chrysantjes in hun dikke blonde haren geweven. De meisjes werden rap groter, dacht mijnheer van Wieren toen hij zichzelf erop betrapte dat hij ook hun billen nakeek.

"Weertje hè?" klonk het schuin achter hem. Mijnheer Zuiverloon zag de weduwe Kruytkoeck langs schuifelen, zoals altijd in haar lange vale winterjas. Zelfs haar kapje had ze op.

"Prachtig," antwoordde hij.

"Het bleuft nog wel vuuf dag'n zo," beweerde weduwe Kruytkoeck. "Dat zeeën ze op de radio".

"Jou mut niet alles gleuv'n wat ze op d'radio zehhen", antwoordde meneer Zuiverloon, waarop weduwe Kruytkoeck een schril lachje uitstiet. Vervolgens was ze voorbij en snoeide meneer Zuiverloon verder.


De mechanische arbeid deed hem in gedachten verzinken. Zijn schaar ging liefdevoller en subtieler te werk zodra hij aan Elma dacht. Wat zou ze nu doen? Vermoedelijk een boekje lezen in de tuin in de zon. Het kon ook wezen dat ze een van haar befaamde cakes stond te bakken. Mijnheer Zuiverloon herinnerde zich dat hij ervan hield naar haar te kijken als ze bezig was, hoe haar smalle handen met die lange vingers het deeg onderhanden namen. Haar gezicht geconcentreerd, haar halflange haren een gordijntje dat ervoor hing, tot ze plots naar zo'n lok blies en vervolgens met een gebaar dat altijd hetzelfde was die lok uit haar gezicht weg wreef.


Of zou ze op dit moment door die nieuwe vriend van haar genomen worden op de wasdroger? De schaar nam een paar grote wilde happen uit de heg. De struiken schudden ervan. Mijnheer Zuiverloon dacht terug aan de dag, die middag, toen zij in de keuken stond en opeens tegen hem uitvoer, voor zijn gevoel uit het niets. Ze zei dat er geen spanning meer was in hun leven, dat ze langs elkaar heen leefden, dat zijn reacties voorgeprogrammeerd waren, als een grammofoonplaat. Hij was in een diepe slaap geraakt, zei ze, ongevoelig voor wat het leven nog te bieden kon hebben. Met groeiende hartstocht deed ze hem na:

"Goed"(Hoe gaat het met je?).

"Oh niets bijzonders hoor" (Waar denk je aan?).

"Mmm nou vooruit dan" (Of hij nog wat aardappelen wilde).

"Mmm nou vooruit dan" (Of hij gepijpt wilde worden).

Ze schreeuwde zelfs tegen hem. Uit wanhoop, omdat hij maar niet reageerde. Ze schreeuwde over de seks die er nooit meer was en die hij ook helemaal niet scheen te missen. Ze schreeuwde over zijn werk waar hij al jaren steen en been over klaagde omdat het hem uitzoog en opslokte, maar stappen zette om weg te raken ho maar. Ze schreeuwde over de plannen voor het boerderijtje in Zuid-Frankrijk. Ze zouden het gehad hebben wanneer ze 2 jaar geleden een beetje lef getoond zouden hebben. Maar nu met de crisis….


"Oh ja ik heb trouwens een nieuwe vriend," zei ze toen, nadat ze was gaan zitten, haar hoofd in haar handen geborgen had.

Die woorden bleven echoën in meneer Zuiverloons hoofd, vermengd met het geluid van de snoeischaar, die nu weer langzaam knipte. Gelaten. Moedeloos. Ze was weg nu. Nu was ze ingetrokken bij die nieuwe vriend van haar. Ricardo, godbetert. Een dokter, maar dan niet een die levens redt. Nee, zo'n botoxboer, zo'n vetwegzuiger, zo'n neuscorrector. En bovendien een flierefluiter, zonder zorgen of plichtsbesef. Zo'n Plasterkhoed had hij, zo'n linkse hobby. Hoe kon zijn Elma daarvoor gevallen zijn? Hoe kon zij in zo'n operettefiguur getrapt zijn? Letterlijk, want die Ricardo zong in zijn vrije tijd dus in operettes. Hoe verzin je het?

Diny Deleukste kwam langs op haar fiets. Haar bleke kuiten bloot, haar jurk fleurig, een jolig zwart hoedje op haar hoofd. Mijnheer Zuiverloon keek haar na terwijl ook zij het stopbord negeerde, vervolgens een beetje slingerend inhield voor een auto, waarna ze met een buiging haar hoed afnam om de automobilist, die naar haar claxonneerde. Mijnheer Zuiverloon schudde zijn hoofd, maar de grijns die op zijn gezicht verschenen was, week niet. Jolige meid. Een meid waar hij al jaren aan dacht. Voor elke drie seconden dat hij haar zag, bleef hij drie uur aan haar denken.

"Zo ongecompliceerd," dacht hij, terwijl hij dacht aan de hypotheeklasten, die nu Elma niet meer meebetaalde, wurgend geworden waren. Hij dacht aan straks, aan vanavond, aan in z'n eentje in de grote keuken aan de grote lege tafel. Hij wilde weg, maar was bang voor de stress van het huis verkopen, de stress van een nieuw huis en verhuizen. Van alles regelen in z'n eentje. Waarom snoeide hij die heg nog, dacht hij, maar toch ging hij door.

Hij verzon Diny's lippen, mooi rood opgemaakt, en zijn zorgen werden weggekust. Hij hoefde niet meer weg. Hij mocht blijven, want Diny wilde bij hem intrekken. Ze liep al rond in zijn bijkeuken terwijl haar geloken ogen alles in zich opnamen.

"Mooie wasdroger," zei ze en hij zag haar ogen naar hem opflitsen.


Een brommertje stoorde zijn overpeinzingen. Hij kromp in elkaar. Hij voelde hoe het geluid van de opgevoerde tweetakt zijn oren vulde, zijn ziel doorsneed, zijn gecoördineerde gedachtestroom veranderde in woeste draaikolken. Mijnheer Zuiverloon kon de berijder niet herkennen, zijn helm maakte zijn gezicht onzichtbaar. Bij de kruising piepten de remmen en slipten de banden. Het ging net goed, zag mijnheer Zuiverloon.

"Rij hem maar overhoop die lawaaimaker," dacht hij, maar vervolgens schaamde hij zich toch wel een beetje voor die gedachte. Nog een metertje, dacht hij, dan was hij klaar. Hoewel, klaar? Dan moest hij alle afgeknipte takken verzamelen en opknippen en in vuilniszakken stoppen. Dat maakte snoeien nou tot rotwerk.

"Eerst een bakkie hoor," dacht hij, terwijl hij door bleef knippen. Zijn ooghoeken zagen twee nieuwe passanten. Doodstil keek hij naar wat langskwam. Zijn gezicht vulde zich met afgrijzen.

Pas toen de Marokkaanse meisjes voorbij waren, maakte hij een gebaar. Een gebaar waarmee hij hun roze ragfijne sluiertjes van hun hoofd nam. Hij herhaalde het gebaar nog wat wilder, om hen ook hun witte hoofddoekjes af te rukken.

"Kopvodden," siste hij binnensmonds. Hij keek op, maar nee, de meisjes konden hem nooit gehoord hebben. Zijn snoeischaar knipte weer nu minstens zo agressief als toen hij dacht aan zijn Elma met die dokter op de wasdroger.

"Vanaf morgen moet elk hoofd vrij van bedekking zijn," zei hij hardop, alsof hij een decreet voorlas. "Wie deze verordening in de wind slaat…"

Knip. Knip, en nog een laatste grote knip en klaar was hij.

"Moet om te beginnen 1000 Euro dokken," zei hij. Hij voelde zich tevreden. Hij hurkte. Hij pakte zijn golfpetje, drukte het op zijn hoofd en snelde naar binnen voor een welverdiend kopje koffie.

12 september 2009

Slakken

"Ik ben dan zo iemand die daar niet aan meedoet," zei Sjors tegen het mooie blonde meisje dat hem had aangesproken. Het laatste wat hij van haar zag was haar gezicht dat betrok. Hij vond dat niet leuk, maar verdrong die gedachte met de gedachte dat hij haar goed afgepoeierd had. "Moet ze maar geen straatverkoopster worden," dacht hij en hij wandelde een kledingzaak in.

"Ik ben niet zo iemand van de uitverkoop," dacht hij toen hij weer buiten stond, moe van het graaien in bakken van 3 voor 10 Euro. Hij had zin om echte kleren te kopen. Mooie kleren. Hij drentelde in de richting van de Leerlooiersgang waar de boetiekjes waren waar vrouwen rijglaarzen of mantels of krokodillentasjes kochten. Mannen die in de reclame werkten, kochten daar hun pak. Terwijl hij hoge lokkende ramen naderde, besefte hij dat hij nog nooit zo'n winkel had durven binnengaan.

"Ik ben dan zo iemand die wars is van opsmuk," zei hij even later tegen een verkoopster, die zich niet had laten afwimpelen door zijn "Ik kijk alleen maar even rond hoor." Ze had als haar eerste suggestie een rek jasjes aangewezen. Geblokte jasjes. Glitterjasjes. Jasjes met knotsgekke kragen.

"Ik ben absoluut niet zo iemand die kleren zou kopen waar je amper mee over straat kunt." Zijn stem klonk ontevreden. Hij vermeed haar aan te kijken. Als hij horkerig deed, ging ze hopelijk weg.


"Volgens mij bent u iemand die best een beetje onconventioneel is," zei ze met een glimlach. Daarmee brak ze het ijs. Sjors keek haar nu wel aan. Ze droeg een wat vormelijk jasje en droeg haar rossige haren in een knoet. Hij staarde haar aan tot zijn gezicht er warm van werd.

"Bent u zo iemand die wel eens met klanten uit gaat?" vroeg hij roekeloos en hij scoorde een parelende lach van verbazing.

"Nee," zei ze. "Maar mag ik u onze vrijetijdsjasjes laten zien? Een beetje frivool, maar ze kleden goed af en je kunt je er overal mee vertonen."

"Hartstikke duur zeker?" vroeg hij retorisch, toen hij de stof van een beslist niet onaardig diepbruin exemplaar tussen zijn vingertoppen koesterde.

"U bent dan zo'n echte Nederlander hè?" merkte ze op, toen haar verkopersinstinct haar zei dat hij wel keek maar niet ging kopen.


"Ik ben dus zo iemand die een fles wijn van 5 Euro net zo lekker vindt als één van 25," zei hij en hij keek Karin diep in haar grijze ogen voor hij met haar proostte.

"Nieuw jasje?" vroeg ze, maar nadat hij had geknikt, duurde het wel even voordat ze, inmiddels verdiept in haar menukaart, zei dat het hem goed stond.

"Waar heb je het gekocht?" vroeg ze. Sjors antwoordde: "C&A".

"Wat neem je?" vroeg ze even later verstrooid. Met haar wijsvinger ging ze de gerechten langs.

"Ik ben dan zo gek dat ik slakken ga nemen," antwoordde Sjors. Karin keek op. Haar geëpileerde wenkbrauwen gingen de hoogte in.

"Die zijn 27,50," zei ze.

"Nou en?" zei Sjors.

"Ik heb zoiets van als het dan toch zo duur moet, dan wil ik zeker weten dat het lekker is," zei Karin. Ze keek Sjors aan alsof ze hem de les ging lezen.

"Nou ja, het is jouw geld," zei ze. Ze keek weer in de kaart.

"Ik doe de varkenshaas maar," zei ze met een zucht.


"Ik heb daar een paar mooie jasjes gezien," wees Karin een straat in, die Sjors herkende als de Leerlooiersgang. "Ik ben dan zo'n vrouw die ervan houdt als mannen zich goed kleden."

Ze keek Sjors aan, die zich onbehaaglijk voelde in zijn nieuwe jasje, al was de avond nog steeds lekker nazomerzwoel.

"Ik ben dus zo'n man die altijd als lul weet over te komen," dacht Sjors. Gelukkig wilde hij helemaal niks met Karin. Ze was hem te zorgelijk, te chaotisch ook. Hij herinnerde zich nu trouwens dat hij haar laatste ex in nooit iets anders had gezien dan spijkerbroeken en bloesjes van de Hema.

"Nou dag," zei hij op de kruising van de Spoorstraat en de Emmalaan. "Het was weer gezellig."

Karin knikte een beetje als antwoord. Ze scheen even te aarzelen.

"Hoe vond je die slakken eigenlijk?" vroeg ze. Dat deed ze nou altijd, een gesprek beginnen als het tijd was om te gaan. Sjors haalde zijn schouders op.

"Wel OK," zei hij. "Maar of ze nou 27,50 waard zijn…"

Karin lachte wat, maar vermeed een uitspraak als "Ik heb het je toch gezegd." Ze kende Sjors lang genoeg om te weten hoe geïrriteerd hij daarvan raakte. Ze lachte hem toe. Ze mocht hem graag, al presteerde hij het altijd weer om eruit te zien als een IT'er, of een leraar. Zo'n nieuw jasje vrolijk een maat te groot kopen en het niet eens doorhebben.


"Maar ik ben dan zo iemand die niks zegt," dacht ze. Met haar breedste glimlach liep ze achteruit bij hem vandaan. Ze zwaaide. Soms zoenden ze bij een afscheid, maar soms ook niet.

"Ik ben dan iemand die daarvoor in de stemming moet zijn," dacht Sjors, terwijl hij zijn schoenen bekeek, het licht van de maan in de gracht. Zijn ogen dwaalden omhoog naar de donkere toppen van de bomen.

"Ik ben dan iemand die het wel eens warm wil hebben," sprak hij in de lucht. Zijn ogen begonnen een beetje te prikken.

Even doorpakken

Kamerleden stellen heel wat Kamervragen en het stellen en beantwoorden van deze vragen gaat meestal onopgemerkt voorbij. Normaal gesproken moet je de Handelingen raadplegen om te weten wat er gevraagd is en wat daarop het antwoord van de Minister was. Af en toe verschijnt er iets in de krant, maar voorpaginanieuws zijn Kamervragen zelden.

Behalve als de PVV aan de minister vraagt hoeveel niet-westerse allochtonen kosten, dan opeens is het stellen van een Kamervraag wel nieuws. Op mijn afgelopen vakantie kon ik vaak geen Nederlandse krant bemachtigen en heb daarom een aantal keer de International Herald Tribune gelezen. Er stond bijna nooit nieuws vanuit Nederland in. Of we Zeeuwse polders nou wel of niet zouden laten onderlopen, de Herald Tribune vond het niet interessant. Over een meisje van 13 dat uit zeilen wilde, had heel Nederland een mening, maar de Herald Tribune vond dit toch nog net geen wereldnieuws. Eén keer maar was Nederland in het nieuws. En dat was toen een Nederlandse populistische partij van de Nederlandse regering wilde weten hoeveel de allochtonen kostten.


Ook nadat er een antwoord is gegeven, is de kwestie nog steeds nieuws, want nu schijnt de Minister er weer spijt van te hebben dat hij die arme PVV'er zo met een kluitje in het riet heeft gestuurd. De Minister was namelijk onwillig om de vraag te beantwoorden. De vraag wat dingen kosten wordt niet uitgesplitst naar bevolkingsgroep, dat was zo ongeveer zijn antwoord. Hij dacht de PVV daarmee de wind uit de zeilen genomen te hebben, maar ondervond dat de PVV nog steeds garen spon bij zijn antwoord. Hij heeft blijkbaar nog niet door dat het niet uitmaakt wat voor soort aandacht je de PVV geeft, het is altijd goed voor een stijgend zetelaantal. Als je ze maar aandacht geeft. Tijdens het zomerreces, in de komkommertijd, liep het zetelaantal wat terug en dat was omdat Wilders geen enkele journalist kon vinden die niet in Zuid-Frankrijk op een camping zat. Zo had het ook geen zin om te zeggen waar het op staat of durven uit te spreken wat ik eigenlijk altijd al gedacht heb, want ik hoorde het dus niet.

Ik vind dat de media een hetze moeten beginnen tegen deze Minister. Hij moet natuurlijk per ommegaande antwoord geven. Behalve dat hij ons moet vertellen wat de niet-westerse allochtoon kost, moet hij ons ook vertellen wat de gemiddelde Nederlander kost, zodat we de volgende stap kunnen zetten. Een hetze voeren tegen iedere niet-westerse allochtoon die meer kost dan de gemiddelde Nederlander, want die moet het land uit.


Ik vind dat trouwens nog steeds een slap plan. Het is tijd om even door te pakken. We moeten ons niet beperken tot een rekening per groep, we moeten gewoon voor iedereen individueel gaan uitrekenen hoe veel hij of zij de staat gekost heeft. Op https://mijnoverheid.nl kun je inloggen met je Digid en vervolgens kun je bekijken hoe jouw rekensommetje eruit ziet. Het is allemaal keurig geregeld hoor, van de buurman kun je alleen de totaalstand zien en niet de specificatie, behalve natuurlijk als hij een veroordeelde pedofiel is. Als je het niet met de berekening eens bent, zijn er prima beroep- en bezwaarprocedures. We zijn en blijven uiteraard een rechtsstaat.

Ik zie eigenlijk alleen maar voordelen. Belastingontduiking bijvoorbeeld zal tot het verleden behoren. Iemand als Prinses Christina zal smeken om voor de volle mep aangeslagen te worden. Subsidies kunnen afgeschaft net als studiebeurzen, want niemand zal zo gek zijn ze nog aan te vragen. En wie weet raken we zelfs de hypotheekrenteaftrek kwijt. Nou zijn er altijd van die zwartkijkers die alleen maar nadelen zien, ik hoor het gezeur over chronische ziektes al weer, en dat iemand daar toch echt niks aan kan doen dat ie dan peperduur is, maar dan zeg ik had je maar wat meer vooraan moeten gaan staan toen de gezondheid uitgedeeld werd. Trouwens, als je nou gewoon denkt dat je niet ziek bent, dan ben je het volgens mij ook niet. En als succes een keuze is, dan is gezondheid dat ook.

Misschien vraagt u zich af wat we gaan doen met de te dure Nederlanders, die kunnen we toch moeilijk uitzetten? Het buitenland ziet die opvreters al aankomen.


Ten eerste krijgen die een coach toegewezen, die samen met u het uitgavenpatroon bekijkt en wat tips zal geven om minder geld over de balk te smijten. Ten eerste natuurlijk niet meer je handje ophouden, die tijd hebben we gehad. Maar er zijn een hoop andere maatregelen mogelijk. Bijvoorbeeld meer autorijden (levert de staat accijns op), weer gaan roken (nog meer accijns), schenkingen doen aan de Belastingdienst, de kinderen op de eerste vakantiedag aan een boom vastgebonden achterlaten en natuurlijk nooit meer naar het buitenland gaan, want daar geef je maar geld uit dat ook ten goede aan de Nederlandse staat had kunnen komen. Uw negatieve balans zal verdwijnen als sneeuw voor de zon, en daarmee ook het begrotingstekort van de BV Nederland.

Als de tips van de coach in de wind worden geslagen, worden de adviezen bindend en als ook dat niet wil helpen stroom je ten slotte, want het motto is immers three strikes and you're out, een uitstekend en volkomen pijnloos euthanasieprogramma in.


Als we dit plan nou eens gaan uitvoeren, dan hebben de media vast weer even genoeg om te schrijven, hoeven ze geen meisjes van 13 die willen gaan zeilen meer te stalken. Als het eenmaal zo ver is, zal ik proberen om nog eens een internationale krant te bemachtigen. Natuurlijk niet om over het buitenland te lezen, maar te lezen over wat men in het buitenland over Nederland schrijft. Ik durf te wedden dat mijn hart zal zwellen van trots.

04 september 2009

Breakfast in Berlin

Muziek in hotels tijdens het ontbijt is bijna zonder uitzondering nietszeggend getingeltangel. Dit is ook logisch. De eis die aan dergelijke muziek gesteld wordt, is dat niemand zich eraan mag ergeren. Met andere woorden, alles wat te hard, te wild, te gek, te obscuur, te raar, te uitgesproken, te verdrietig of te vrolijk is, valt af. Er wordt iets opgezet waarvan verondersteld wordt dat het niemand in de gordijnen jaagt.


Het hotel in Berlijn waar ik 9 nachten en dus ook 9 ochtenden aan de ontbijttafel heb verbleven, was geen uitzondering. Ik mocht onder andere luisteren naar "liedjes bekend van radio en televisie", maar dan niet het origineel, want dat is te populair, te gevaarlijk. Wie weet wordt dat wel gedraaid door de niet in de hand te houden pubers waar de echtparen aan de ontbijttafel een lang weekend van verlost hopen te zijn. Nee, de liedjes zijn bekend, maar de uitvoering niet. De uitvoering klinkt wat men noemt "sfeervol". De liedjes zijn namelijk bewerkt voor de panfluit.

Ja, inderdaad, de panfluit ja.


Dat is net zoiets als een kunstfluit, zo'n mannetje dat z'n handen aan z'n mond brengt en dan de kanarie in de kooi nadoet. Alleen is het mannetje nu een of andere Griek die zijn bronskleur bij de zonnebank heeft gescoord en zijn golvende gitzwarte manen bij de pruikenwinkel. Voordat hij zijn instrument naar zijn lippen brengt, lacht hij en glitteren zijn tanden al even smaragdwit als de bloes waaruit zijn overvloedige borsthaar gulpt. Waarna zijn gebotoxte lippen zich innig met zijn fluitje verstrengelen en zijn feërieke klanken de ether bezwangeren. Magische melodietjes, bijvoorbeeld Yesterday, waarvan ik eigenlijk niet hoef te vertellen dat dit van The Beatles is.

Stel dat ik muziek zou maken. En stel dat het me gelukt zou zijn een hit te schrijven, een nummer dat zo aansloeg bij het grote publiek dat het in minstens 5 landen op nummer 1 is gekomen. Onwaarschijnlijk, maar stel. Dan zit ik dus op een goede dag in een of ander vijfsterrenhotel de ster uit te hangen en dan komt mijn manager op mij af in het gezelschap van zo'n Gheorge Zamfir en die laatste zegt dat hij werkt aan zijn nieuwe panfluit-CD ("Werktitel Blumen pour mio darling, maar eigenlijk vind ik dat Flowers pro mon Liebchen beter klinkt"). Vervolgens valt hij op zijn knieën voor jou neer en vraagt of hij jouw wereldhit opnieuw zou mogen arrangeren voor de panfluit.

Ik zou dan nee zeggen. Of liever gezegd, NEE! En rot nu maar weer op, eikel. Principes zijn en blijven principes, zelfs al heb je toevallig ooit een wereldhit gehad.

Niet iedereen denkt daar zo over. Bijvoorbeeld The Scorpions. Ook bij hen kwam Gheorge Zamfir ("Maar vrienden zeggen gewoon Sjors Samenvier hoor") op audiëntie, om te vertellen dat hij van dat hardrockgedoe van vroeger niet zo veel snapte, maar Wind Of Change, dat vond hij toch wel "very groovy"en "very moving" en uitermate geschikt voor panfluit. En of hij dat nummer zou mogen opnemen voor zijn nieuwe CD Summer in Tibet, hoewel de titel nog niet vaststond, want de platenmaatschappij had Romance in Rome voorgesteld. Toen zeiden de Scorpions geen NEIN! Allerminst. Integendeel, ze staken hun duimen op.

"Toll!"

"Wird Spass machen!"

"Super Sjors!"

Waarna ze nog wel even vroegen of dat ook royalty's zou gaan opbrengen, waarop Sjors antwoordde dat hij heel lang in de business zat en dat hij echt wel wist hoeveel twee plus twee was.


Aldus kon het gebeuren dat duizenden vakantiegangers over de hele wereld nu hun roerei proberen weg te krijgen onder de klanken van Wind Of Change in de panfluitbewerking. Eén voordeel is wel dat er in deze versie niet gezongen wordt, dit in tegenstelling tot het origineel, wat klinkt alsof de zanger een touwtje om zijn scrotum kreeg gebonden, wat vervolgens door elk lid van de studiocrew nog een keertje strakker getrokken werd, voordat het dichtgebonden werd en de opnameleider de band toeknikte en zei "Jetzt Geht's Los!"


Mocht het nog niet duidelijk zijn, van panfluitklanken in het algemeen en Wind Of Change in het bijzonder kun je mij heel aardig in de gordijnen krijgen. Al zingt die panfluitgozer dan niet, je denkt de zang van het origineel er automatisch bij en dan hebben we het niet meer over muziek maken, maar over een misdaad tegen de menselijkheid.

Okee als ik nog helemaal niet wakker ben, mijn ogen half dicht doe en al mijn medidatieve vermogens aanspreek, dan zie ik op de klank van de panfluit heel even verstilde bergtoppen, een beekje met kristalhelder water of een rozentuin, maar vervolgens zie ik altijd een man en dat is Ivo Niehe.

Zo komen we op de paradox. De moraal van dit verhaal. Wat ook iets vreselijks is, maar je takelt onherroepelijk af wanneer je zit te schrijven, zit te luisteren naar nieuwe woorden maar het enige wat je hoort is de panfluit van Sjors. Hoorde ik maar stemmen in mijn hoofd, denk je dan.

De moraal van dit verhaal luidt: Als het je doel is om niemand tot last te zijn, ben je in ieder geval voor niemand een plezier en zijn er waarschijnlijk nog steeds mensen die zich aan je ergeren.

Nou Sjors, daar kun je het mee doen. Om dan toch een beetje positief te eindigen, het is wel zo dat de klanken van de panfluit de stoelgang stimuleren, want direct na het ontbijt moest ik altijd naar de WC. Laten we voor Sjors maar verzwijgen dat dit ook zo is wanneer ze geen panfluitmuziek opzetten. Want ik moet namelijk nog verder met Sjors. Want volgend jaar is er een nieuwe stad met een nieuw hotel, en ik weet zeker dat ik daar bij het ontbijt Sjors weer ga tegenkomen. Die dan net zijn nieuwe CD uit heeft, Breakfast in Berlin.

Clicky

Clicky Web Analytics