30 oktober 2009

Zondagsrust

"Hé", zei zondagsrust, maar naar zondagsrust werd niet geluisterd. Ze richtte haar knokige, bevende hand schuchter op.

"Hallo," zei ze.


De woorden kwamen niet. Ze bleven weg, verborgen. Ze hielden zich schuil. Waar ze een paar maanden geleden nog onbekommerd door elkaar heen sprongen, was nu een lege ruimte. Elk woord wat zich waagde in de ruimte, werd onmiddellijk verjaagd, omdat het niet mooi genoeg was. Niet goed genoeg. Niet spannend, niet bijzonder, niet onalledaags genoeg. Alles wat niet onmiddellijk puntgaaf in orde was, werd geweerd.

"Wat is er?" vroeg de schrijver uiteindelijk wrevelig.

"Ik wil graag in een verhaal voorkomen," zei zondagsrust.

"Dat willen ze allemaal," zei de schrijver hautain. "Wacht eerst maar eens een dag of twee. Wie weet dat ik dan zin in je heb."

De schrijver ging door met zijn werk. Althans, hij zat achter zijn bureau en bekeek zijn monitorscherm en voelde zijn handen op de toetsen. De pink op de A, de ringvinger op de S, enzovoorts. Zoals hij het zichzelf ooit geleerd had op de dag dat hij wist dat hij schrijver wilde worden, maar geen geld had voor een kroontjespen.

Alleen zijn rechterpink zat altijd verkeerd. Die zette hij, vreemd schuin gekromd, op de P in plaats van op de dubbele punt. Want waarom zou je te allen tijde één toetsindruk verwijderd moeten zijn van het typen van een dubbele punt?

"Zondagsrust:" typte de schrijver. Hij moest zijn rechterpink in bochten wringen om bij de dubbele punt te geraken. Hij bekeek het woord en liet zijn associaties de vrije loop, achtereenvolgens Christen Unie, CDA, Balkenende en de uitspraak die hij gehoord had dat ze een ambitieloos iemand wilden, daar in Brussel. Een slappe zak dus.

"Wat kan ik daarover te melden hebben?" dacht de schrijver. "Wat kan ik bijdragen aan de discussie? Welk origineel standpunt zou ik nu eens te berde kunnen brengen?"

"Het interesseert me geen hout of hij gaat of niet," dacht de schrijver. Hij googlede zondagsrust en zag aan de eerste 10 hits dat het inderdaad vooral een woord was dat christenen bezighield.

"Zondagsrust is slapen tot een uur of 9 en dan lekker langzaam ontbijten, koffiedrinken en de rest van de Volkskrantkaternen lezen," dacht de schrijver.

"En dan kerkklokken horen beieren. En dan blij zijn dat je daar vanaf bent, dat geen keurslijf jou meer omringt dat jouw dwang laten voelen om te gaan," vulde hij aan. Plotseling keek hij tevreden. Hij keek naar zijn scherm en zag dat het vol woorden stond. Eindelijk weer eens.

"Ben jij tevreden," vroeg hij aan zondagsrust, maar die was teruggezonken in haar stoel met haar hoofd op haar borst. Ze leek een uiltje te knappen.

26 oktober 2009

Stress

Het fenomeen stress heeft op het werk goed toegeslagen. Ik ben betrokken bij vier projecten die allemaal voor het eind van het jaar klaar moeten zijn. Drie van die vier projecten zijn nog volop bezig. Allerlei mensen zijn van alles aan het doen. Gevolg is dat ik geen vijf minuten meer bezig kan zijn met het ene project zonder dat ik gestoord wordt met een vraag over een ander onderwerp. Als ik aan een mail schrijf, komt er iemand aan mijn bureau staan en terwijl deze iemand zijn vraag aan het stellen is, krijg ik telefoon. Als ik na het beantwoorden van de telefoon adem haal om antwoord te geven, gaat de telefoon opnieuw. Als ik na het beantwoorden van de telefoons en het te woord staan van mijn bezoeker weer terugkeer bij mijn mail, popt er een herinnering op voor alweer een projectoverleg. Laat dit dan net het project zijn waar je vandaag nog helemaal niet aan toegekomen was.


 

Ik heb steeds minder invloed op mijn eigen agenda. Er is soms nauwelijks sprake van een agenda. De waan van de dag dreigt mijn werkzaamheden een draaikolk van chaos in te sturen. Behalve die vier projecten die allemaal voor het eind van het jaar klaar moeten zijn, zijn er ook nog genoeg nevenactiviteiten die aandacht vragen. Teamwerkzaamheden, functioneringsgesprek, vragen over projecten die volgend jaar pas moeten beginnen en vragen over projecten die al tijdenlang afgelopen zijn. Er dreigt een uitzichtloze situatie, namelijk dat ik mijn uren moet besteden aan uitleg geven over dingen ik niet kan doen of niet af krijg. Er dreigt een situatie van elke dag opnieuw met honderd dingen bezig zijn en nooit meer een dag waarop ik zelfs maar één dingetje af krijg.


 

Datgene wat nu gebeurt, wil ik niet. Aan de andere kant, ik wil het ook weer wel. De hectiek en de spanning zijn slopend maar even zo goed verslavend. Ik wil de druk van de deadlines niet voelen, maar wil aan de andere kant graag bezig zijn met dingen van belang gevonden worden, met dingen waar mensen naar uitkijken.

Ik zie het en merk het en voel het, de gevolgen van de stress. Mijn gedachten komen na afloop van het werk steeds moeilijker tot stilstand. Ik ben 's avonds steeds vermoeider maar slaap ook steeds slechter. Ik eet steeds haastiger, zit zelden even rustig en kan me niet meer zetten voor activiteiten waar je rustig voor in het hoofd moet zijn, zoals lezen, of webloggen.

Ik voel dat het bergafwaarts, dat de stress zijn wissel begint te trekken. Ik zou wat moeten afstoten, maar maak mezelf wijs dat dit niet kan. Ik zit in de materie. Ik kan het. Ik doe het beter, althans, dat maak ik mezelf wijs.

Ik wil nee zeggen, maar maak mezelf wijs dat het sneller gaat als ik ja zeg en het klusje aan het eind van de dag in de extra tijd nog maar even oppak. De situatie is maar tijdelijk. Het duurt maar even, maar 2 maanden en dan is het weer voorbij. Dit alles maak ik mezelf wijs. Ik weet dat het niet waar is. Van die vier projecten zullen er over twee maanden twee min of meer geruisloos draaien, maar de andere twee zijn nog in volle gang. De ene omdat het heel groot is en nog van allerlei nazorg met zich mee zal brengen. De andere omdat dit een project is dat alleen op papier over 2 maanden klaar is. In het scenario dat iedereen met niks anders bezig is dan dit project, is het project over 2 maanden klaar, maar in feite zijn de meeste mensen die voor dit project bezig zijn, met alles bezig behalve dit project. Inclusief mijzelf. Omdat in mijn bedrijf geen keuzes worden gemaakt en ook worden er geen prioriteiten gesteld. Altijd is alles van levensbelang. Dus dreigt altijd dat er nooit iets af komt.


 

Ik wil dit niet, maar ik wil dit wel. Ik wil er vanaf. Ik wil ermee kunnen stoppen. Maar ik wil er ook mee doorgaan en al deze taken en bezigheden en chaos tot een goed einde brengen. Ik wil lekker rustig met één simpel ding bezig zijn waarop geen druk ligt. Maar ik wil ook Atlas zijn, de wereld op mijn schouders nemen en haar dragen. Ik weet dat het niet kan, dat ik zal bezwijken onder het gewicht, maar ik wil het toch.


 

Wat is stress verschrikkelijk. Wat is stress heerlijk.

18 oktober 2009

Ontsnapt

De man leunde op zijn auto terwijl hij bedachtzaam inhaleerde. Terwijl hij zijn rook uitblies, keek hij de straat af. In de straat was het nog schemerig, maar de wolkjes aan de lucht waren inmiddels licht. Het was stil. Een mooie ochtend voor een eerste sigaret.

Zijn voordeur stond open. Ergens binnen was zijn vrouw die niet wilde dat de man binnen zijn eerste sigaret rookte. Of lag ze nog lekker op één oor?


Hij reageerde niet op het geluid van mijn fiets die enigszins hortend en stotend over de drempel naar buiten gereden werd. Hij reageerde niet op het geluid van mijn voordeur die dichtsloeg, de sleutel die omgedraaid werd in mijn slot. Hij was niet in mij geïnteresseerd. Hij was niet geïnteresseerd in het geluid van een werkend mens. Die tijd had hij gehad. Hij hoefde niet meer, nadat hij vast wel meer dan 40 jaar zelf werkend mens geweest was.


Hij hoestte voor het eerst toen het spatbord van mijn fiets klepperde bij het nemen van de stoeprand. Ik beklom mijn fiets en hoorde een rol, gevolgd door een piep. Vervolgens, toen zijn mond openviel, een rollend hoestgeluid dat diep vanuit zijn borstkas kwam. Ik knikte de man toe terwijl ik hem passeerde, maar hij had het te druk met het vasthouden van zijn sigaret en zijn keel.

Terwijl ik de straat doorreed, achtervolgde me zijn gehoest. Het kwam los daarbinnen. Hij rochelde nu zo luid dat het schalde tussen de huizen en het geklepper van mijn spatbord overstemde.


Ik luisterde en dacht aan dat ik vroeger rookte. Ik herinnerde me dat ook mijn bronchiën op zo'n koude wat vochtige ochtend overgevoelig reageerden wanneer de rook mijn longen binnen schroeide. Ik was begonnen met ook zo'n ochtendhoest te ontwikkelen. Eerst een rol en dan een piep, en dan een aanhoudend hoestgeluid totdat het loskwam. En dan rochelde ik mijn tot in het diepst van mijn bronchiën.

Ik zat nog in het beginstadium. Deze man was een gevorderde. Hij gaf zich nu met hart en ziel over aan de noodkreet van zijn getergde bronchiën. Het piepte hoog en rochelde laag en zwaar.

Het was een geluid dat me blij maakte dat ik ermee opgehouden was. Als ik doorgegaan was, hoe ver zou ik nu dan al heen zijn? Ik kon me niet voorstellen dat de man nog adem had om trekjes te blijven nemen, want zijn gehoest bleef klinken alsof hij erin bleef. Ik herinnerde me hoe zijn handen op het dak van zijn auto geleund gelagen. Ik zag ze afzakken. Naar de dakrand, naar de ramen, naar de sloten van de deuren en naar de grond.


Het geluid vervloog, misschien omdat de hoestbui over was, misschien omdat ik inmiddels te ver weg was. Na ongeveer 100 meter bereikte ik het eind van de straat. Er kwam een auto van links. Nadat die voorbij was, sloeg ik de hoek om. Het was weer stil om me heen. Ik verwachtte dat ik de man niet meer zou kunnen horen rochelen. Mijn verwachting bleek niet te kloppen.

12 oktober 2009

DSB

Wat zielig voor uitgerangeerde VVD-politici, die moeten vanaf nu weer burgemeester van Bloemendaal zien te worden. Wat zielig voor de schaatsers die op weg leken naar goud in Vancouver, maar nu wordt het schrapen naar restjes blik in de vuilnisbakken. Wat zielig voor AZ, want die waren net zo mooi kampioen, maar nu wordt het weer bikkelen om Heracles voor te blijven.


Wat zielig voor Dirk vooral. Hij begon als wachtmeester bij de politie en deed de bankzaken er in de avonduren bij. Hij maakte zijn fortuin, maar pas de laatste paar jaar werd hij een beetje serieus genomen. Soms leek hij een respectabele bankier in plaats van een ordinaire woekeraar. Maar dan krijg je zoiets. Ik vrees dat hij zijn oude baantje moet terugvragen. Misschien dat hij voor de avonduren nog een paar licht dementerende ooms kan vinden met nog wat spaarcentjes om vanaf te helpen.


Wat zouden Dirks slachtoffers vanavond doen? Ik hoop een lekkere bel cognac schenken. Nog even genieten voordat de curator langskomt om hen te vertellen dat alles wat ze ooit bezeten hebben, nu in de transfersom van Pelle blijkt te zitten. Of anders Ari. Of wie weet heeft Louis het gebruikt om zijn biografie zo mooi wit en zwart te kaften.


Ieder nadeel hep z'n voordeel, zei een grotere voetbalman dan Dirk ooit zal worden. Het aanstaande faillissement betekent dat de diarree aan Frisia, Becam en Postkredietspotjes van ons scherm verdwijnt. Niet voor lang als we niks doen, want vroeger of later wordt DSB overgenomen en keren die spotjes met een nieuw naampje en een fris nieuw deuntje terug. Ik mag hopen dat de politiek wakker schrikt en deze prime time misleiding voordat het zo ver is, wettelijk onmogelijk maakt.


Misdaad loont, maar vandaag heel even niet.

10 oktober 2009

Father And Son

Soms komt een zin uit een liedje jarenlang voorbij zonder dat er iets gebeurt. Een onopgemerkte passant. Soms moet eerst een kwartje vallen voor je beseft hoe mooi die zin is. En nadat het kwartje gevallen is, krijg je kippenvel, elke keer als de zin opnieuw voorbij komt.

From the moment I could talk I was ordered to listen

Dat is zo'n zin. Hij komt uit het liedje Father And Son. Een van de redenen dat liedje en zin mij tot nu toe nooit echt opvielen, was dat het liedje zijn vertolker niet zo mee had. De versie van Cat Stevens vind ik een beetje irritant. Te galmerig en te veel productie.

Maar nu heb ik een andere vertolking leren kennen, die van Johnny Cash, met op de achtergrond Fiona Apple. Hij staat op de Unearthed box set. In deze vertolking is Father And Son opeens een heel erg mooi liedje.


Father And Son zoals het bedoeld moet zijn, zoals het klonk voordat de producer binnenkwam en er gedacht werd aan roem en eer en verkoopcijfers. Johnny is een oude man geworden als hij het zingt en dat is goed te horen, maar dat is één van de charmes van het lied. Zijn uitvoering is ontroerend en breekbaar. Zijn uitvoering bezorgt kippenvel. Dit is zingen. Dit is muziek. Dit is mogen wegdromen. Wat mij brengt op:

For you will still be here tomorrow, but your dreams may not

Wat de andere heel mooie zin uit dit liedje is.

04 oktober 2009

Het spel en de knikkers

Kennelijk had Dirk vernomen dat ik geen knikkers meer had, want toen de klassen leegstroomden en het plein vol, stond hij opeens tegenover me. Ik bekeek hem wat argwanend, want Dirk was anders nooit zo dik met mij. Dirk was namelijk "populair".

"Hoe gaat het met je? Kom je de tijd een beetje door?"

Hij vernam al snel dat ik deze en de volgende pauzes niet zo veel leuke bezigheden in het vooruitzicht had, want ik had al mijn knikkers verloren. Ik kon natuurlijk wel gaan kijken. Ik reikte mijn hals en zag hoe druk het was rondom de kuiltjes aan de rand van het plein onder de meidoornhaag.

"Zelf spelen is leuker," gaf ik toe.

Dirk knikte en stak zijn smalle handen in zijn brede zakken. Het rinkelde binnenin. Hij diepte wel 15 knikkers op. Hij zag me er met begerige ogen naar kijken.

"Je mag ze lenen," zei hij. "Voor drie maanden zakgeld. En een heel klein beetje rente. 3 komma 3 procent maar. Dat is zo goed als te geef."

Hij liet het binnenin zijn zakken nogmaals rinkelen. Hij diepte een paar grote knikkers op. Bij ons op het schoolplein heetten die "bakkers". Als je een bakker had, kon je een heel kuiltje vullen. Sterker nog, je kon met een bakker de gewone knikkers uit het kuiltje verjagen, als je goed mikte en hard rolde.

"Een aanbieding," zei Dirk. "2 komma 4 procent rente." Hij sprak de getallen met nadruk uit.

"Is dat veel?" vroeg ik.

Dirk liet zijn ogen opkijken naar de hemel. Hij breidde zijn handen uit – zo smal en zo zacht – en de bakker tussen zijn duim en wijsvinger glom in de zon.

"Is dat veel?" herhaalde hij. Hij keek me aan. "Als je ergens anders een lagere rente tegenkomt, jongen," zei Dirk. "Dan betaal ik jou het verschil terug. Wat zeg je me daarvan?"

"In dat geval lijkt het me wel wat," zei ik.


Er brak een mooie tijd aan. Het werd lente. De meisjes hinkelden en touwtjesprongen in steeds kortere rokjes en de jongens rondom de knikkerkuiltjes bekeken met onrustige ogen hun knikkers als ik aan de beurt was en mijn bakker in de aanslag bracht. Ik won vaker dan ik verloor. Als ik mijn handen in mijn zakken stopte, rinkelde het flink. Ik genoot van de afgunstige ogen die ik dan zag. Ik moest na mijn eerste afdracht nog wel even bij Dirk komen, in het fietsenhok. Hij nam me apart. Hij troonde me mee naar een stil, donker hoekje. Ik keek om en zag Sietse, een van de jongens die altijd om Dirk heen hingen. Sietse was hartstikke sterk. Het verhaal ging dat hij een auto bij de achterkant kon optillen.

Dirk deed zijn handen – die nog even bleek waren als eind maart – in zijn zakken en mijn maandafdracht kwam tevoorschijn.

"Er ontbreekt nog 90 Eurocent," zei hij. Ik keek hem verbaasd aan. Ik vertelde hem hoe veel zakgeld ik kreeg. Ik telde daar 2 komma 4 procent rente bij op en kwam precies aan het bedrag dat Dirk in zijn opengeslagen handpalm had liggen.

"Ja, dat is het termijnbedrag voor de lening," zei Dirk geagiteerd. "De lening is voldaan. Maar de verzekering moet nog betaald worden."

"Verzekering?" vroeg ik verbaasd.

Dirk legde me geduldig uit dat hij alleen maar zo'n lage rente kon rekenen als het 100% zeker was dat ik kon terugbetalen. Daar was die verzekering voor.

"Maar ik moet meer betalen dan afgesproken is," bracht ik uit. "Ik weet helemaal niks van een verzekering."

Sietse kwam opeens een heel stuk dichterbij staan.

"Hij is voor je eigen bestwil," zei Dirk. "Stel dat de touwdrop opeens duurder wordt, of dat jouw papa's installatiebedrijf failliet gaat, of stel je voor, God verhoede het, dat de schoolmelk niet langer gratis zou zijn." Dirk keek me ernstig aan. Ik knikte bedremmeld, want dat zou inderdaad helemaal niet leuk zijn.

"Dan kom jij met jouw zakgeld niet uit. Dan kun jij mij niet terugbetalen. Daarom zit er een verzekering bij de lening. Die verzekering zorgt dat je altijd kunt aflossen. En die verzekering kost een beetje geld. 90 cent voor de eerste maand, en 2 Euro 70 voor de rest van de looptijd…"

"2 Euro 70," vroeg ik zwakjes. Mijn maag draaide zich enigszins om. Sietse kuchte.

"Ach, nog een extra rondje kranten lopen en je hebt het bij elkaar," zei Dirk. Hij keek uit over het plein, waar de zon blakerde. "Ik heb zin in schaatsen," zei hij opeens.


Nadat voor de derde keer mijn vuist vol muntgeld door Dirks grote handen zorgzaam beetgepakt was, waarna ik het geld in zijn hand liet vallen, zei ik met een zucht dat ik blij was dat ik van mijn verplichtingen af was.

"De lening is voldaan," zei Dirk blij. "De verzekering is afgekocht. Ik heb er alle vertrouwen in dat het met de koopsom ook helemaal goed gaat komen."

"De koopsom?" vroeg ik voorzichtig. Opeens was Sietse weer in de buurt, hij kwam naast Dirk staan en bekeek hem met hondstrouwe ogen.

"Wat is er nou weer?" vroeg ik met een zweem van wanhoop.

Dirk legde uit dat ik feitelijk niet de lening afloste. Het geld stortte ik in een koopsom. Deze koopsom viel normaliter vrij na het aflossen van de koopsom.

"Normaliter," herhaalde Dirk. "Als jij mij nu alle 15 knikkers kunt laten zien die ik jou drie maanden geleend heb. Met de bakker erbij."

"De bakker heb ik," zei ik gehaast. Ik liet hem zien. Toen Dirks ogen ernstig bleven, zei ik dat ik niet alle originele knikkers meer had. "Sommige heb ik verloren, maar ik heb er een heleboel andere voor teruggewonnen. Massa's."

Ik liet mijn handen in mijn zakken glijden. Ik liet mijn zakken rinkelen.

"Wil je knikkers?" vroeg ik aan Dirk. "Is dat wat je wilt?"

Ik diepte wel 25 knikkers op. Ik liet ze zien aan Dirk. Ik deed mijn handen dicht en naar voren, maar Dirk maakte geen aanstalten mijn handen zorgzaam beet te pakken.

"Dan kan de koopsom niet vrijvallen," zei Dirk ernstig. "Dat is een groot probleem."

Sietse kwam akelig dichtbij me, zo dichtbij dat ik een bokshouding aannam. Er verscheen een smalend lachje op zijn pokdalige gezicht. Hij had zin in vechten, las ik in zijn ogen.

"Gelukkig heb ik wel een oplossing voor jouw probleem," zei Dirk toen.

"Wat is de oplossing?" vroeg ik met een onvaste stem, vanwege Sietse en die grove handen die eruit zagen alsof ze me konden vermoorden.

"Een doorlopend krediet," zei Dirk. "Het is werkelijk schitterend. Je betaalt maar 1 komma 8 procent rente. Niet te geloven gewoon. Het lijkt wel alsof ik mijn geld gewoon weggeef."


Twee maanden later meldde ik me bij het fietsenhok. Ik zag dat de palen waarop het dak steunde, rood met wit geschilderd waren. Ik zag dat er een bordjes op de palen hingen. "Ik las DSFeTB"

"Dirk Scheringa Fiets en Transport Berging," zei Dirk, die handenwrijvend aan kwam lopen.

"Transport?" vroeg ik.

"Jelmer heeft een scooter," zei Dirk. "En Frommel heeft een Puch."

"Gekocht met geld dat hij bij mij geleend heeft," voegde Dirk er niet zonder trots aan toe.

Ik zei dat ik een heleboel geld voor Dirk had. Ik bekeek mijn handen, die groot waren van alle munten die erin zaten. Ik had helaas wel een klein probleempje, ik had namelijk 10 cent tekort. Ik vroeg of dat erg was. Dirk zei dat ik hem zijn polshorloge kon geven. Die zou hij dan gaan uitlenen. Dat was gouden handel. Er was een goede kans dat ik behalve mijn horloge ook nog een leuke winst zou beuren.

"Het zou zomaar kunnen dat je met de uitkering de maandtermijnen van jouw doorlopend krediet kunt financieren," zei Dirk. Ik bekeek zijn ogen en voelde het optimisme dat daarin glom ook in mijn hart.


Het schooljaar was voorbij en iedereen ging weg. Ik ging met mijn papa en mama naar Ameland, net als de ouders van Babette en Kees en Wybrand. Jelmer ging echt ver, naar Zuid-Frankrijk en Renske ook, want die ging naar Zweden. Alleen Dirk ging nog wat verder, want hij had z'n ouders getrakteerd op een maanreisje.


In September had ik drieëntwintig cent tekort. Ik vroeg vol verwachting wat er van het uitlenen van mijn horloge gekomen was. Gouden handel, herinnerde ik me dat Dirk gezegd had. Maar Dirk zag er vandaag helemaal niet zo optimistisch uit. Hij was de enige die niet bruin geworden was op vakantie.

"Er is iets mis," zei Dirk. "De economie is een beetje ziek. Laten we zeggen dat de economie griep heeft. Het rendement van de leaseregeling is niet helemaal wat ik ervan gehoopt had."

"Maar wat is het rendement dan wel?" vroeg ik met enige wanhoop. Het feit dat ik Sietse zag verschijnen, maakte die wanhoop alleen maar groter.

"Drieëntwintig cent misschien?" vroeg ik met de moed der wanhoop. Dirk schudde ernstig van nee. Hij breidde zijn doodsbleke handpalm uit.

"Omdat het rendement onverwachts pessimistisch uitviel, moet ik helaas een naheffing opleggen van 1 Euro 23," zei hij.

"Dat heb ik niet," zei ik. Ik richtte mijn ogen naar de grond. Ik zag mijn schoenpunten.

"Wat nu?" vroeg ik gesmoord.

Dirk vroeg of mijn schoenen nieuw waren. Ik knikte. Ik hoorde hem zeggen dat hij zich ermee tevreden zou stellen, al waren ze niet zijn smaak. Voor deze ene keer zou hij me matsen.


In Oktober was het weer omgeslagen. Het fietsenhok kraakte onder het geweld waarmee de wind naar binnen waaide. De wind bracht natte bladeren mee.

Dirks grote handen omvatten zorgzaam mijn vuist, waar meer geld in zat dan ik ooit bij elkaar had gezien. Ik liep niet alleen kranten in de Schildersbuurt, maar ook in de Parkwijk en zelfs aan de overkant van het kanaal in de nieuwe Vinexwijk, waarvan men zei dat Dirk er flink wat zakgeld in had zitten.

"Het is 9 cent tekort," zei hij ernstig nadat hij de dubbeltjes en kwartjes geteld had. Ik vroeg niet eens meer hoe dat toch kon. Ik was er inmiddels aan gewend dat mijn maandlasten elke maand hoger werden. Ik voelde hoe Dirks ogen me van top tot teen inspecteerden. Ik wist dat er niks meer te vinden wat iets noemenswaardigs waard was. Ik rilde van de kou van de wind.

"Geef me dan jouw kleren maar," zei Dirk. Ik keek op.

"Die zijn nauwelijks wat waard," zei ik schor. Sietse kwam zo dicht bij me staan dat ik de wijnballen rook die hij kauwde. Hij lachte de bruine stompjes die ooit zijn tanden waren geweest, bloot.

"Ik zal het koud krijgen," zei ik klaaglijk. Dirk had zelf een hermelijnen jas aan, de mouwen wijd zodat goed opviel hoe knokig en bleek zijn polsen waren.

Hij was niet te vermurwen. Sietse stond zijn mouwen al op te stropen. Dus koos ik eieren voor mijn geld. Met zijn armen over elkaar keek Dirk toe hoe ik mij ontdeed van mijn slipover, mijn broek en mijn bloes. Ik raapte het stapeltje kleren van de grond op en overhandigde ze, nog warm van mijn eigen lichaam, aan Dirk.

"Ben je nu tevreden?" vroeg ik. Ik stond te bibberen als een riet. Het zou toch onmenselijk zijn als ik mijn hemd zou moeten afgeven? Om over mijn onderbroek maar te zwijgen.

Ik zag een minuscuul lachje verschijnen op Dirks gezicht. Sietse lachte ook, alsof Dirk hem een mop vertelde.

"Voor Oktober ben ik content, jongen," zei hij. Hij liet mijn geld in zijn grote brede zakken verdwijnen en gaf mijn kleren aan Sietse.

"We zien elkaar weer als het November is," zei hij verheugd.

Clicky

Clicky Web Analytics