29 november 2009

Werk dat af moet

In de kamer was het stil geworden. Alleen de novemberregen tikte als een buitengesloten gast tegen de hoge ramen. Het fotolijstje vloeide over van een jongetje met scheve voortanden naar een meisje met een scheve neus. Dat de bloedplas naast de staande boekenkast steeds groter werd, ging geluidloos.


Opnieuw klonk gebonk van rechtsboven. Het was mevrouw Hazelhorst, zojuist gestoord bij haar tweede ochtendkoffie, die ze stipt om elf uur uit de Senseo haalde. Ze moest gedacht hebben "Zo vroeg en dan al een oorlogsfilm?". Ze had het niet zo op haar linksonderburen. Niet dat het moslims waren of zo, maar wel nogal onaangepast, kinderen die altijd zo schreeuwden in het trappenhuis en die moeder die er altijd zo onverzorgd uitzag. Geblondeerde haren op halfzeven. Spijkerbroeken met gaten. Topjes waar haar tieten zo ongeveer uitvielen.

Alleen die man, die was eigenlijk wel aardig. Keurige man ook.


Op het vlierinkje was de regen een doffe melodieloze roffel op het dak pal erboven. Remco's vingers peuterden in een doosje, alsmaar onhandiger naarmate het langer duurde.

"Goddomme," vloekte hij. Hij rammelde aan het doosje terwijl hij voelde hoe zijn vingers en zijn hele lichaam trilden. Hij kon het niet onder stress. Weer iets wat hij niet kon. Was er ooit iets geweest wat hij wel kon?

"Godallejezus", vloekte Remco en vervolgens spuugde hij een hele serie vloeken uit, zo luid hij kon. Het kon niet meer schelen wie hem door de dunne wandjes heen kon horen. Die kinderen van beneden van de vrijgemaakte kerk moesten maar goed luisteren want die konden er nog wat van leren. En dat mens van Hazelhorst kon helemaal de tyfus krijgen. Op het moment dat het gebonk van haar staf tegen de radiator weer begon, ging het vloeken van Remco over in snikken.

"De trekker overhalen," dacht hij. "Dat is me anders prima gelukt."

Hij besefte dat hij op het moment dat hij dat deed hoegenaamd niks voelde. Enkel vastbeslotenheid, plichtsbesef alsof het zijn werk betrof wat af moest. Er was altijd weer van alles wat af moest en dan waren er nog steeds duizend dingen niet geregeld. Remco verborg zijn hoofd in zijn handen en huilde zijn longen en de laatste resten van zijn ziel eruit.


Het geruis van de regen ging over in gedrup. Ook beneden bij de overloop klonk gedrup.

"Bloed dat in het trapgat valt," dacht Remco werktuiglijk, maar de beelden die bij hem opkwamen, drukte hij weg. Hij had als taak om nieuwe kogels uit het doosje te halen. Hij had niet als taak om aan Mirjam terug te denken hoe ze keek toen ze het pistool in zijn hand zag. Of hoe ze keek als ze bijdehanter of grappiger was dan hij. Of hoe ze helemaal straalde als hij zei dat hij van haar hield, wat hij al met al toch vast wel een keer of drie gedaan had. In achttien jaar tijd.

En nee, het was zeker niet het moment om nu aan Titia en Lubbert terug te denken.

Remco snoof heftig door zijn neus. Hij herhaalde zijn vloek "godallejezus," als een mantra, tot zijn vingers metaal te pakken hadden. Deze keer lieten zijn vingers niet meer los.


Mevrouw Hazelhorst zette haar kopje neer en bekeek tussen twee geraniums door haar vaste hoekje straat. Ze zuchtte behaaglijk, blij dat al dat lawaai op de vroege ochtend voorbij was. Ze keek naar haar breiwerk, maar besloot dat ze nog even mocht ontspannen. Vervolgens schrok ze zich een hoedje van een doffe knal.

22 november 2009

Geheimpje

"Weet je op wie ik verliefd ben?" tikte Theo. "Weet je op wie ik gek ben? Weet je met wie ik ga?"

Hij lachte naar het scherm. Zijn vingers aaiden bedachtzaam de A, de S en de D en tegelijkertijd ook de J, de K en de L, voor ze tikten:

"Weet je met wie ik afgelopen vrijdag in een hotel het dak eraf heb geneukt?"

Hij bekeek het geschrevene en voelde de euforie terugkeren waardoor hij nu al een paar dagen op wolken zweefde. Hij kon publiceren. Eén druk op een knop en het zou op het net staan. Zijn vinger zette koers naar die ene knop. Maar vervolgens schudde Theo zijn hoofd en drukte de backspacetoets in. Hij zag de laatste woorden van zijn ontboezeming weer van het scherm verdwijnen.

"Dát zou wel heel stom zijn," zei hij hardop. Hij herinnerde zich haar gezicht, haar broeierige netnadedaadogen waarmee ze hem aankeek. Deze keer niet om hem nog maar eens een zoentje te geven. Deze keer vroeg ze om discretie.

"Zul je hier met niemand over spreken?" vroeg ze.

Bij de herinnering aan de aandrang in haar stem, de urgentie, ramde Theo steeds sneller op de backspacetoets. Alles moest weg. Naar haar luisterde hij nu. Voor haar deed hij nu alles.

"Ik vermoord je hoor," had ze gezegd, toen hij haar plaagde met haar geheimzinnigdoenerij. Half bezorgd, half grappig. Toen Theo antwoordde dat zijn ultieme seksuele fantasie bestond uit vermoord worden tijdens de daad, lachte ze niet.

"Ik snijd je pik eraf," had ze toen gezegd, terwijl ze haar naakte lichaam aan hem opdrong. Terwijl ze onder de lakens grabbelde. Terwijl ze al giechelend zocht en vond. Ze trok twee keer vervaarlijk en hij was weer helemaal opgewonden.


"Ik weet het," zei Theo hardop. "Je hebt een man. Dat is eigenlijk wel jammer."

Hij dacht terug aan vrijdag toen ze tegenover elkaar stonden in een vreemde kamer. Waar het schemerig was. Raar stil ook, want geen van tweeën wist goed wat te zeggen. Uiteindelijk wees zij op de kasten en vroeg zich af wanneer zulk bruin modern was geweest.

"Ik heb geen idee," zei Theo. Hij waagde een stap. Ze had nieuwe kleren aan, een lichte rok met een lang strak truitje erboven. Onder de rok droeg ze kousen, en laarzen. Ze stond recht, met één arm leunend op het rieten stoeltje voor het bureau, waarvan het blad ook al zo raar bruin was. Ze was mooi. Ze was begeerlijk. Nu ze eindelijk in een situatie terecht gekomen waren waarin hij die begeerte niet langer verborgen hoefde te houden, interesseerde de kleur van het interieur hem geen zier.

"De jaren 80?" vroeg ze.

"Je wil tijd winnen," dacht Theo. Hij voelde haast, alsof hij in een TV-show zat en de opdracht had haar binnen 10 seconden aan iets anders te laten denken dan aan het interieur. Hij probeerde haar te zoenen en zag haar gezicht weifelen tussen afkeren of toegeven.

"Anders ga je niet door," hoorde hij een verongelijkte stem zeggen. Jerney Kaagman.

"Dat klopt geloof ik, maar welke eeuw hebben we het over?" zei Theo. De adem van haar lach blies in zijn mond. Hij pakte haar handen vast en kreeg zijn lippen goed vastgezogen op die van haar. Hij proefde sigaretten en tot zijn verrassing ook wijn. Hij wist zeker dat ze met de auto gekomen was, want ze hadden elkaar begroet op het parkeerterrein. Hij voelde haar tong. Hij voelde haar lichaam met kracht tegen het zijne duwen. Hij voelde haar handen in zijn billen knijpen.


"En toen…," tikte Theo, "gaven we ons als beesten over aan onze instincten."

Hij schudde zijn hoofd en wiste wat hij had geschreven.

"Niet als beesten," dacht hij. "Dat is plat."

Vervolgens herinnerde hij zich de geluiden die ze gemaakt hadden nadat ze beland waren op dat bed, bovenop de sprei. Hij schreeuwde en zij gilde het uiteindelijk uit. Alsof ze in een hotel zonder gasten waren.

"Okee, als beesten," zei hij berustend, maar hij tikte het niet. Hij bekeek een leeg wit Wordscherm.

"Zul je hier met niemand over spreken?" klonk haar stem.


"Ze heet LIANNE," tikte hij. "Sorry, ik bedoel natuurlijk LIANNE. Ze is met mij naar een hotel geweest om een weekendje te neuken, hoewel ze een MAN heeft. Hoewel ze getrouwd is."

Hij keek naar het geschrevene en voelde opwinding bij de gedachte dat iedereen het zou zien, iedereen het zou weten.

"Ze is een overspelige slet," schreef hij. "Het is dat we hier in het Westen van die watjes zijn, anders zou ze gestenigd worden."


"Nee!" riep Theo tegen het scherm. "Oh nee!"

"Dit neem ik terug hoor," zei hij, terwijl hij als een razende op de backspacetoets drukte. "Dit meen ik natuurlijk niet."

"Echt niet hoor," zei hij tegen het scherm toen het weer helemaal wit was. Hij barstte in lachen uit, want er was niks meer te zien van zijn faux pas. Kon je loslippigheid in het echte leven ook maar zo gemakkelijk wegpoetsen.

"Of heb ik een keylogger zonder dat ik het weet," dacht hij en op dat moment raakte Theo werkelijk even in paniek. Hij zag software in de vorm van lachende groene duiveltjes. Ze renden naar zijn mailprogramma, openden zijn adresboek en verzonden alle woorden die hij ingetikt had, naar iedereen die hij kende, inclusief Lianne zelf. En haar man, want die zat ook in zijn adresboek. Hij zat net als Theo in de filatelie. Hij had goddomme de Zwarte Madonna wel.

"Gelukkig hebben we de Blonde Godin nu allebei dubbel," dacht hij. Hij moest opeens heel hard lachen. Het schaterde tegen de muur van zijn studeerkamertje.


"Nee!" zei Theo even later kalm. "Zulke programma's bestaan niet."

"Ik ben te goed met mijn PC," zei hij tegen het scherm en tegen de kast. "Er staat geen rotzooi op, want ik heb antivirus, antimalware en antispyware en ik update elke week."

Behaaglijk leunde Theo achterover. Een paar seconden later schoot hij overeind, want hij bedacht dat hij dit weekend niet geupdate had. Hij klikte onmiddellijk zijn antispywareprogramma aan.

"Je haalt me helemaal door de war," zei hij geërgerd, maar meteen voelde hij zich weer vertederd. "Gekkie," dacht hij. Hij dacht terug aan het paarsige hoogpolige tapijt en het spoor van kleren dat hij volgde toen hij na beurt twee naar de WC moest. Hij dacht aan hoe ze rechtop in bed zat toen hij terugkeerde. Haar haren in de war en haar lipstick doorgelopen, maar haar ogen lachend. En haar tieten bloot.

"Ik zou het misschien aan Suus kunnen vertellen," dacht hij. Hij keek verlangend naar zijn telefoon.

"Ik snijd je pik eraf," hoorde hij Lianne plagerig zeggen. Ze zei het met haar hese stem. Ze zei het met de stem die hem mateloos opwond.

13 november 2009

Ooggetuigeverslag

Een aanval van razernij, las Manon later terug in het plaatselijke sufferdje.


"Ik vond hem gewoon een beetje boos," dacht ze. Ze legde het krantje terzijde. Ze pakte de afstandsbediening. Ze zocht haar favoriete zender, vond haar favoriete soap, maar ook toen ze daarnaar keek, staarde ze voor zich uit.

08 november 2009

Stoornis

"Ik ben zo blij," zei Lianne. Ze pakte haar schoteltje op. Ze prikte een royaal stuk bananenbavarois.

"Eindelijk is er een diagnose," zei ze. Haar stuk bleef op het vorkje in de lucht hangen, halverwege het schoteltje en haar roze gelipstickte lippen.

"Wat heeft Wesley dan?" vroeg Dieteke niet al te enthousiast. Met volle mond bovendien, want als Dieteke taart at, ging ze zo op in die bezigheid dat ze er eigenlijk niks bij kon hebben.

"Hij is verlegen," zei Lianne met een mengeling van afschuw en trots. "Ziekelijk verlegen," voegde ze eraan toe, toen Dieteke niet meteen reageerde. Ze was nog even te druk met haar laatste stukje wegwerken, gewoon appeltaart met slagroom, want dat vond ze nou eenmaal het lekkerst. Toen ze klaar was, legde ze haar vorkje neer. Ze leunde tevreden achterover.

"Verlegen?" vroeg ze een beetje verbaasd. "Is dat een stoornis?"

"Nou en of," zei Lianne. Ze keek enigszins geërgerd op naar haar vriendin. "Het belemmert Wesley heel erg in zijn ontwikkeling. Enorm gewoon. Weet je dat hij klasgenootjes heeft tegen wie hij nog nooit wat heeft durven zeggen?"

Dieteke leunde voorover om haar sapje te pakken. Ze knikte haar vriendin vagelijk toe. Het probleem van Wesley drong nog niet helemaal tot haar door. Op de lagere school was dat toch niet ongebruikelijk? Ze herinnerde zich dat er bij haar iemand op de middelbare school zat tegen wie ze nooit wat durfde te zeggen. Harm. Plotseling herinnerde ze zich Harm weer heel goed. Ze herinnerde zich de vlinders die ze in haar buik voelde als hij vanaf zijn verre bank opkeek in een richting die de hare zou kunnen zijn.

"Hij durft maandagochtend in de kring dus ook niet te vertellen wat hij in het weekend gedaan heeft?" vroeg ze. Lianne stopte met een nieuw stukje prikte. Ze was nog niet eens halverwege haar bavarois.

"Jawel hoor," zei ze. "Natuurlijk wel," zei ze.

"Oh," zei Dieteke. Haar ogen dwaalden naar de hoge ramen, waarachter de mist aan het verdwijnen was, maar het was de vraag of de zon echt zou gaan doorbreken.


"Je zei toch dat hij een stoornis had?" vroeg ze. Lianne keek enigszins niet-begrijpend op.

"Ik durfde ook niks tegen sommige klasgenootjes te zeggen, vroeger," zei Dieteke. "Tegen de bovenmeester durfde ik niks te zeggen." Ze voelde haar wangen rood worden. Ze voelde het gevoel van vroeger in zijn volle hevigheid in haar buik.

"Ik durfde niet om een nieuwe pen te vragen als hij leeg was. Of om een nieuw schrift…," zei ze. Haar stem stokte. Ze herinnerde zich dat ze op haar allereerste schooldag niet naar de WC geweest was omdat ze het niet durfde te vragen. Op een gegeven moment dacht ze dat ze uit elkaar ging knappen, maar nog steeds durfde ze niet.

"Nou, dat durft Wesley dus ook allemaal niet," zei Lianne blij. "Maar nu weten we waarom. Nu gaat hij training krijgen. Dokter Homan zei zelfs dat er kans was dat Wesley mee mag doen aan therapiesessies op het Modderman-instituut."

"Wat leer je daar, in die sessies?"

"Nou, je krijgt allerlei uitdrukkingsvaardigheidstrainingen," zei Lianne. "Je moet bijvoorbeeld in de groep vertellen over jouw grootste angst of jouw diepste verlangen. Enorm leerzaam lijkt me dat, voor Wesley. Of je moet een presentatie houden. Of je moet iemand met wie je niet zo goed overweg kunt, positieve feedback geven op zijn gedrag…"

"Dat is verschrikkelijk moeilijk," zei Dieteke. Ze zag dat een meisje van de bediening in de buurt was. Ze had zin in een nieuwe jus. Ze keek Lianne aan, maar die was nog maar halverwege haar smoothie. Ze speelde met de gedachte zelf te wenken. Ach, eigenlijk kon ze best nog even wachten.

"Dat kon ik zelfs op mijn eenentwintigste allemaal niet," zei ze. Lianne reageerde niet.

"Wat is jouw grootste angst?" vroeg ze. Lianne keek haar vriendin enigszins onzeker aan.

"Hoezo? Mijn grootste angst? Spinnen!" zei ze. Ze griezelde met haar schouders. Haar gezicht vertrok tot een grimas. "Afschuwelijke beesten," zei ze met haar kopstemmetje. "Naarlingen," voegde ze eraan toe. "Supergriezels!"

"Echt?" vroeg Dieteke. "Is de angst voor spinnen echt en waarachtig jouw grootste angst?"

Liannes glas beroerde haar lippen, maar het gelige en ondoorzichtige vocht bereikte ze niet. Een vlek roze ontstond op de rand van het glas en breidde zich langzaam uit.

"Hoe bedoel je?" vroeg ze. "Denk je nou werkelijk dat ik mijn echte grootste angst aan jou ga vertellen, zomaar op een dinsdagochtend in een V&D restaurant?"

"Je wil dat jouw zoontje van 7 het kan te midden van een groep mensen die hij niet kent," zei Dieteke.

"Ik wil niet dat Wesley met zijn mond vol tanden zit," zei Lianne. Ze ging rechter zitten. Ze schudde haar geblondeerde haren losser. Ze leegde haar glas. Eén grote, koude teug.

"Wesley moet gelukkig worden," zei ze. "Daar ga ik voor zorgen".

Ze keek zoekend rond en ontdekte dat het dichtstbijzijnde bedienende meisje wel 30 meter verderop was. "Jij wil vast ook nog wel een jus?" vroeg ze. Ze begon te zwaaien en "joehoe" te roepen zonder Dietekes antwoord af te wachten.

01 november 2009

Nooit meer december

"Wat zeur je nou toch," zei Eva. Vanaf het aanrecht liep ze met de pan naar de keukentafel en naar Rutgers bord. Met de spatel stuurde ze het spiegelei netjes op zijn dubbele boterham. Het ei lag recht en de dooier was niet gebroken. Rutger zelf zou al heel blij zijn geweest als hij één van die twee dingen voor elkaar gekregen zou hebben.

"Het wordt gewoon allemaal minder," zei Rutger. "Kijk maar," zei hij en hij wees omhoog. "Het is klaarlichte dag, maar toch zitten we met de lamp op. Het daglicht ontvalt ons. Elke dag een klein beetje minder licht. Elke dag meer grauwheid."

"Dat is juist gezellig," zei Eva. Ze keerde Rutger de rug toe. Met een vorkje prikte ze twee repen ontbijtspek als ondergrond voor haar eigen spiegelei. Weer extra afwas, dacht Rutger, je kon dat spek toch ook gewoon met de hand pakken? Ze waren toch niet vies van elkaar? Als één van de twee een besmettelijke ziekte onder de leden had, dan was die al lang overgedragen. Gistermiddag bij die tongzoen bijvoorbeeld, of gewoon gisteravond bij het neuken.

"Wat is er in godsnaam gezellig aan al die grijsheid?" zei Rutger met een stem vol afkeer.

"Het is gezellig om 's avonds kaarsjes aan te steken," zei Eva.

"Het is juist gezellig om buiten te zijn," zei Rutger. "Een beetje in de tuin klooien. Een rondje op de racefiets. Het is gezellig om samen te wandelen. Maar met dit weer moet ik er niet aan denken vanmiddag naar buiten te gaan. Als ik naar buiten kijk, voel ik de waterkou al onder mijn kleren kruipen, al hebben we dan nu dubbel glas."

"Vanavond kunnen we elkaar warm houden voor de televisie," zei Eva. "Best gezellig. Lekker met de laptop op de bank en niet naar buiten hoeven, heerlijk."


De twee eieren die Eva op de rand van de pan gebroken had, begonnen te sissen in de boter. "Oh wat heerlijk, niet naar buiten hoeven," herhaalde Rutger schamper. Hij verzon meer schampere woorden, maar sprak ze niet uit. Hij wilde geen ruzie. Dit was geen discussie die een ruzie waard was. Waarom wilde hij zo graag gelijk hebben, ook al ging het om een verschil van mening waarvoor geen objectief gelijk bestond. Hoewel, het was regelrecht bespottelijk om het gezellig te vinden een hele dag binnen opgesloten te zitten.

"In alle opzichten verschillend," dacht Rutger. Eva legde ringen tomaat op haar eitje. Rutger bekeek Eva's billen in pyjamabroek terwijl ze in de weer ging met de pepermolen. Hij kreeg nu al weer zin in haar.

"Ik denk aan mijn eigen sterfelijkheid als ik in de natuur alles minder zie worden. Nu het licht verdwijnt, bloemen verwelken, bladeren vallen en vogels vertrekken naar warmer oorden. Het duurt nog zo lang voor het weer beter wordt. En hoe zeker weet je dat het ooit weer beter zal worden? Misschien blijft de tijd wel stilstaan. Misschien blijft het gewoon de rest van ons leven 1 november."

"Jij hebt het weer niet nodig om jezelf in de put te praten," zei Eva. Met haar bordje nam ze plaats tegenover Rutger. "Mmm," zei ze tegen haar dampende tomaten. Meestal liet ze haar ei lauw worden voor ze het opat. Alweer iets wat Rutger nooit zou doen.

Rutger nam zijn vork en viel aan op zijn ei. Hij prikte een groot stuk op zijn vork. "Het zou toch wat zijn," zei hij met pretogen. "We hebben het eerst natuurlijk helemaal niet door. Behalve een paar wetenschappers, die iets merken aan de zon- en maanstanden, maar die worden weggehoond. Ik wed dat het maanden duurt voor we onraad ruiken."

Hij nam een hap en vervolgde zijn betoog met volle mond: "In de winter is het toch meestal herfstweer. Het duurt tot april voordat mensen doorkrijgen dat de sneeuwklokjes en krokussen niet hebben gebloeid en dat de bladeren niet terugkeren aan de bomen. Dan pas hebben we door dat er iets mis is. Dan pas denken we aan de wetenschappers die we weggehoond hebben."

"In dat geval wacht ik maar even tot eind april met in paniek raken," zei Eva.

"Wat ben jij toch altijd walgelijk nuchter," zei Rutger.

"Ik moet jou een beetje in evenwicht zien te houden," zei ze. "Met fantasieën ben jij minstens zo onmogelijk als met tafelmanieren."

Rutger had net een nieuwe hap genomen. Hij kauwde met bolle wangen. Hij breidde zijn armen verontschuldigend uit en zei "mmm". Met een gebaar liet Eva weten dat ze het wel goed vond.
"Ik hou ervan als het ei nog warm is," zei hij, toen zijn mond leeg was.

"Ja dat weet ik," zei Eva. "Je vindt het vast niet erg als ik nog even wacht." Ze nam haar glaasje jus, waar nog één slokje in zat, maar ze slaagde erin zo weinig te nippen dat er toch nog steeds wat over was.


"Maar dan word ik nooit meer jarig," zei ze, plotseling stralend. "Dan blijf ik voor altijd onder de 40!"

Met een klap zette ze haar glaasje op de tafel. Naast de onderzetter, zag Rutger. Wat kringen maakte, dacht Rutger.

"Wat een fantastisch vooruitzicht!" riep ze luid, waarna ze zich vol enthousiasme op haar omelet stortte.

Clicky

Clicky Web Analytics