30 april 2010

Commitment


Govaers en van der Vlugt waren de eerste aanwezigen in de vergaderzaal voor een ingelast clusteroverleg.

"Hoe was jouw weekend?" stelde van der Vlugt zijn vaste vraag, waarop Govaers zijn vaste antwoord gaf: "Oh niets bijzonders. 's Zondags even met vrouw en kids naar de camping geweest."

"Daar had je best weer voor," zei van der Vlugt en Govaers knikte. "Het was best lekker, zo even eruit," zei hij. Hij hing zijn jasje over de stoel, ging zitten en vouwde zijn armen bovenop zijn omvangrijke buik.

"Ik ben niet zo'n campingmens," zei van der Vlugt. "Ik moet een fatsoenlijk bed en een beetje comfort hebben."

"Jij bent meer een hotelmens?" informeerde Govaers, maar van der Vlugt schudde nee. "Dat is helemaal niet te betalen."

"Vooral Dien blijft eigenlijk het liefste thuis," liet hij erop volgen, en hij keek Govaers aan, die echter snel wegkeek, want er waren actiepunten waarvan hij liever geen actiehouder was.

"Hoe bevalt de nieuwe Divisiemanager eigenlijk? Van Maerlant?"

"Oh prima," zei van der Vlugt. "Hij zit heel strak in de wedstrijd," voegde hij eraan toe. Vervolgens keek hij op, zag van Maerlant aan komen lopen en slikte wat hij aan zijn opmerking had willen toevoegen, weer in.


 

Van Maerlant betrad de zaal met een kwieke tred. "Goedemorgen allemaal," zei hij, waarna hij koers zette naar het hoofd van de tafel. Onderweg ontdekte hij dat er een prop papier op de vloer lag, die hij met een achteloze beweging de prullenbak in stiftte. Inmiddels waren de Redenaer aan het binnenkomen, samen met zijn teammanager, Saskia Szabo.

"Eerst de QuickScan afmaken," zei die beslist. "Als we dan toch moeten prioriteren, dan zeg ik dat het programmaplan absoluut belegd moet zijn."

"Wie moeten erbij zijn?" vroeg de Redenaer. "Koos natuurlijk…"

"Koos is de belangrijkste stakeholder," knikte Saskia driftig. "En Patries, en natuurlijk Govert, want dan zit JZB tenminste goed aan tafel."

"Moet Pieter Wevelgem er dan ook niet bij zitten?"

Saskia dacht even na. "Laten we er geen Poolse landdag van maken," zei ze toen beslist. "Maar het is misschien verstandig even een mailtje te dichten aan Wybren, want meelezen willen ze mogelijk wel. En doe maar een CC aan Interne Zaken en Change."


 

De Redenaer opende zijn laptop en begon onmiddellijk te tikken. Van der Vlugt las met een schuin oog mee:

Ik heb mevrouw Szabo horen zeggen

Dat u niet kunt aanzitten bij onze overleggen

Om echter niet om info te zitten verlegen

Zult u de stukken van ons kregen

"Is dat niet fout, die laatste zin?" vroeg van der Vlugt.

"Hij rijmt toch?" vroeg de Redenaer verbaasd, maar op dat moment schraapte van Maerlant zijn keel en verstomden de gesprekken. De deur ging open en Jongeblom stormde binnen met een vers bekertje automatenkoffie. "Mijn excuses," zei hij. "Maar bij het klaverblad stond het dus helemaal vast." Terwijl hij ging zitten, tikte van Maerlant op de stapel papier op zijn bureau.


 

"De roadmap," zei hij. "Er is ons gevraagd om hier wat van te vinden. De vraag is in mijn bila met Duinhoven nog niet echt hard aan de orde geweest, maar we moeten proactief blijven, die vraag gaat er gewoon aankomen. En mijn vraag is hoe we dat gaan aanvliegen."

Govaers, die vaker met dit soort bijltjes had gehakt, stond onmiddellijk op, breidde zijn armen uit en begon achterlangs de tafels aan een grillige vlucht.

"We kunnen natuurlijk allemaal onze opmerkingen bij jou inleveren en dan zeggen succes ermee, maar dit vind ik geen governance," zei hij. Hij was nu bij de deur, waar hij even pruttelde, maar vervolgens zoemde en sprak hij verder:

"Bovendien krijgen we dan veel te veel focus op de details. Het gaat voorlopig even om een high level doorkijk, naar ik begrepen heb."

"Dingen handen en voeten geven," knikte van Maerlant. "Heeft iedereen de stukken eigenlijk gelezen?" vroeg van Maerlant. Hij keek de kring rond. Saskia schudde nee.

"Ik had Middle Management dag gisteren," zei ze. "En vorige week was ik drie dagen op cursus."

Jongeblom stak zijn vinger op en zei dat hij natuurlijk heel graag wilde weten wat er allemaal speelde, maar zolang er geen zicht was op een gerichte opdracht, ging hij natuurlijk geen uren schrijven. "Accountibility is wel een issue. Ik had eigenlijk gehoopt dat je ons er even doorheen zou leiden, door de stukken," voegde hij eraan toe.

"Ik heb het toevallig wel gelezen," zei van der Vlugt. "Maar het is gewoon heel veel. Heel veel informatie. Ik lees zaken en dan denk ik, kunnen we dat niet platslaan?" Waarna hij een harde klap gaf, met name op het plan van aanpak, het dikste stuk van allemaal. Hij wapperde pijnlijk met zijn hand in de lucht.

"Kun je misschien wat duidelijker zijn?" vroeg Govaers. Hij cirkelde inmiddels doelloze rondjes in de buurt van de prullenbak.

"Kun je jouw punt maken?" vroeg Saskia.

"Misschien kun je jouw input wat meer SMART maken?" vroeg van Maerlant aanmoedigend.


 

"Neem nou die sourcing," begon van der Vlugt, waarna hij ging verzitten. "Er wordt hier gesproken over een sourcingsstrategie en een beslisboom die ons handvaten biedt om het sourcingsbeleid te effectueren. Maar we hebben ten eerste maar heel weinig kennis over de beslisboom, want dat is eigenlijk nooit goed belegd geweest, en bovendien is die kennis niet geborgd, want als Jan des Bouvier morgen onder een trein komt, dan zitten we in een vendor lock van hier tot Tokio."

Overal rondom de tafel werd goedkeurend geknikt.

"We moeten gewoon eindelijk eens stappen gaan nemen en de actiepunten uit het benchmarkrapport gaan uitvoeren. Zoals het nu gaat, hebben we wel resourceplanning en een sourcingsstrategie, maar we hebben geen enkele PI die ons vertelt welke kant we op moeten."

"Een PI," smaalde van der Vlugt. "Meten is weten maar het besef dat we zouden meten, moet eerst nog maar eens landen in de organisatie."

Met een glijvlucht keerde Govaers terug bij zijn stoel, en tot iedereens opluchting ging hij weer zitten.

"We moeten eerst maar eens een BOT-sessie houden," vond van Maerlant. "Gewoon een open gesprek. Problemen op tafel krijgen…..

"Uitdagingen," zei Jongeblom scherp. "In deze organisatie denken wij niet in termen van problemen."

"Kijken welke uitdagingen er liggen," corrigeerde van Maerlant, naar adem happend. "Knelpunten identificeren. Do's en Dont's. Free format spuien. Het speelveld in kaart brengen."

"En dan het net ophalen," zei Jongeblom.

"Allemaal leuk en aardig," zei van der Vlugt. "Maar dan hebben we wel een procesbegeleider nodig, want anders wordt het dus ècht een Poolse landdag."

Van Maerlant breidde zijn handen afwerend uit. "Nee, een Poolse landdag moet het absolúút niet worden," sprak hij beslist. "Maar iedereen moet natuurlijk wel zijn plasje kunnen doen."


 

Saskia stond op van haar stoel. Het volgende moment stond ze op haar stoel en tilde ze haar rok op, schattend of ze de stap naar de tafel aankon.

"Eh, mevrouw Szabo, het is wellicht beter dat u toch weer gaat zitten," zei van Maerlant. "Ik bedoelde dit niet letterlijk."

Met een enigszins verongelijkte blik stapte mevrouw Szabo weer van haar stoel af.

"Een procesbegeleider kunnen we extern inhuren," zei van Maerlant.

"Moet dat?" vroeg mevrouw Szabo. "Gewoon even wisselen geeft ook al wel een stukje duidelijkheid."

"Ik weet het niet," zei van Maerlant. "Ik heb er nog geen goed gevoel over. Er is nog geen bottom up draagvlak. Wisselen is goed, uitstekend zelfs, maar ik mis misschien toch nog een stukje betrokkenheid, een stukje focus ook. Ik vrees dat ik nog niet van iedereen het commitment heb."

Hij keek de tafel rond en zag dat iedereen zijn mobiel tevoorschijn haalde om te controleren of er boodschappen waren.

12 april 2010

Damwoude 1


Van Oudegem trommelde met zijn vingers op tafel, want de meeste dammers zaten inmiddels en op het podium aan de wedstrijdtafel maakte de voorzitter van de plaatselijke vereniging al aanstalten om naar de microfoon te lopen. Niet dat zo'n speech belangrijk was, maar van Oudegem was gesteld op regelmaat, en regelmaat hield in dat je zat wanneer de spreker op de microfoon tikte.

Hij keek rond. In zijn buurt ontdekte hij nog maar één bekende, maar tegen Jan de Koning moest hij vast niet spelen. Dan zou Jan het daar vorige week op het toernooi in Bolsward wel over gehad hebben, want Jan wist altijd precies tegen wie hij gespeeld had en nog moest spelen. Van Oudegem had dat nooit geweten, ook niet toen hij er nog echt wat van kon. De zetten natuurlijk wel, die onthield hij vaak jarenlang, maar de namen, de uitslagen, de ereplaatsen en de eindklasseringen, hij was het soms een week later al weer kwijt.

Verder stond er nog een groepje adspiranten, maar adspiranten speelden natuurlijk niet aan bord 1. Toch kwam nu één van die jochies aanzetten, samen met zijn vader, en die vader wees de plaats tegenover van Oudegem aan.

"Daar," zei hij, en hij wees: "Daar moet je spelen."

De voorzitter sprak al toen van Oudegem overeind kwam uit zijn stoel om de jongen de hand te schudden. Het was een blonde jongen met stekelig haar en een verbazend rood gezicht.

"Max," zei hij, met een zucht van haast. "Max Baas."

"Van Oudegem," zei van Oudegem. "Kees van Oudegem" De jongen reageerde niet, maar van Oudegem zag dat zijn vader achter diens rug verschrikt opkeek en vervolgens verbaasd.

Van Oudegem wees de stoel van de jongen aan en zei: "Ga zitten." Hij lachte hem geruststellend tegemoet. Geen wonder dat zijn naam hem niks zei, dacht hij, zijn laatste wereldkampioenschap was waarschijnlijk ongeveer twee keer zo oud als deze Max.

 
"Als ik een priester was, zou ik hem vast willen misbruiken," dacht van Oudegem nogal oneerbiedig, waarna hij opmerkte dat de meeste mensen die aan bord 1 speelden wat ouder waren dan Max.

"Ik ben schoolkampioen," verklaarde Max. "Schoolkampioen van Damwoude. Als prijs mag ik hier aan bord 1 spelen."

"Schoolkampioen," herhaalde van Oudegem. "Dan weet je vast wel hoe de klok werkt."

Max knikte. Hij leek een tikje verontwaardigd, hoezo zou hij niet weten hoe de klok werkte?

"Van welke club bent u?"

"Zeg maar jij hoor. Zeg maar jij en zeg maar Kees. Vandaag speel ik voor Leeuwarden."
"Dus niet altijd?"

"Nee, niet altijd," zei van Oudegem, maar hij legde niet uit hoe het zat met hem en clubs. Dat zou een lang verhaal worden.

"Ben jij vroeger nou ook schoolkampioen geweest?" vroeg Max. Van Oudegem keek op en voelde een glimlach op zijn gezicht verschijnen.

"Nee, schoolkampioen ben ik helaas nooit geweest," zei hij schalks.

"Mooi zo," zei Max, "Dan zal ik wel de favoriet zijn."

Van Oudegem keek verwonderd op en zag dat het joch bloedserieus naar zijn schijven zat te kijken.

"Je vergeet dat ik wit heb," repliceerde hij enigszins ijzig en deed zijn eerste zet.

 
Hij besloot om het rustig aan te doen, Siciliaans dus. "Een weinig temperamentvolle opening," placht zijn schaakvriend dan grinnikend op te tekenen voor zijn damrubriek in de krant. "Wat je doet als je tegen een sukkel speelt," zou hij in de kroeg oreren. "Je zet een hechte stelling neer, beetje onoverzichtelijk ook, en daarna leun je achterover en wacht tot die sukkel een fout maakt."

Zo rond de twintigste zet begon Max behoorlijk te zweten en dat was niet alleen omdat de temperatuur in de zaal opgelopen was. Hij was danig in het nauw gedreven en voelde aankomen dat als hij niet heel erg uitkeek, hij straks alleen nog gedwongen zetten kon doen.

"Zo veel kijk heb je tenminste nog wel op het spel," dacht van Oudegem, terwijl hij de felle blauwe ogen van Max van links naar rechts zag gaan en weer terug. Hij voelde zich lekker. Nu het weer zonnig was, was zijn hoofd helderder. Vooral in de winter was alles één grote brij. Gaten. Het ene moment dacht hij nog twaalf varianten vooruit, en zag hij overal orde, maar het volgende moment besprongen duizenden stellingen hem van alle kanten als een chaotisch huurlingenleger. Het stormde dan in zijn hoofd. Totdat het opeens grijs en leeg en zonder verleden geworden was. Op zo'n moment wist hij zelfs niet eens meer de openingszet van de Poolse opening.

 
"Wat doet u nu?" hoorde van Oudegem Max vragen. Hij klonk verbaasd. Van Oudegem bekeek de stukken en voelde een koude rilling langs zijn rug lopen.

"30-35," mompelde van Oudegem gelaten. "Dat was wat ik deed. Je ziet het…"

Hij legde zijn handen op tafel, bedacht zich en legde in plaats daarvan zijn ellebogen op tafel. Hij liet zijn hoofd rusten op zijn handen. Steeds dieper bogen zijn handen door en zakte zijn hoofd. Vier zetten later had Max een dam. Omdat van Oudegem zich verdedigde met de moed der wanhoop en omdat Max nog niet zo goed doorhad hoe hij met een voordelige stelling moest manoeuvreren, duurde het nog een zet of dertig voordat van Oudegem Max de hand drukte en feliciteerde.

"Jammer," zei Max. "U stond er zo goed voor." Van Oudegem knikte vagelijk.

"30-35 had u misschien beter niet kunnen doen. Weet u…"

"Ik weet heel goed dat ik 30-35 beter niet had kunnen doen," zei van Oudegem scherp. "Het is de zet van een idioot, een kluns, een volslagen beginneling."

Bij die laatste woorden sloeg hij op de tafel. Hij bedaarde bij het zien van de ontsteltenis van de jongen.

"Je hebt goed gespeeld," zei hij toen zacht, met een lach. "Ik hoor altijd dat schoolkampioenen van Damwoude het ver brengen."

Hij stond op van de tafel. Hij lachte Max nog één keer toe, van plan om vervolgens schielijk weg te wandelen van bord 1.

"Mag ik u wat vragen?" vroeg Max toen. Van Oudegem knikte enigszins ongeduldig.

 
"Bent u familie van die de Oudegem die wereldkampioen is geweest? Ik geloof in '69 en '76."

"Hoe weet je dat zo goed, die jaartallen?" antwoordde van Oudegem. "Het was ver voor jouw tijd."

"Ik heb het uit een boekje," zei Max. "Een boekje waar een lijstje met wereldkampioenen instaat. De Nederlanders weet ik uit het hoofd."

Max knikte begrijpend.

"Ik ken hem goed, die van Oudegem" zei hij toen. "Maar we spreken elkaar de laatste tijd steeds minder."

Clicky

Clicky Web Analytics