07 augustus 2010

Vrijdag


Zoals een poes in de dakgoot, plotseling elke spier gespannen van aandacht. Kijkend. Reikhalzend. Maar niet loerend, want loeren is onbeleefd. Loeren, dat heeft jouw moeder jou afgeleerd.

Blond in de volle zon. Net gewassen, fris golvend, waaierend in de wind. Midden op straat. In de eenentwintigste eeuw is midden op straat een ultieme daad van vrijheid, want midden op straat is het exclusieve domein van auto's, altijd en overal met velen, in drommen, rijen dik. Maar hier niet. Nu op dit moment even niet. Op dit moment alleen het geluid van de wind en het rinkelen van lege flesjes in het krat dat ze sjouwt.

Niet loeren, ook niet naar dat krat. Niet kijken. Niks laten merken. Behandel haar zoals zij jou behandelt, een willekeurige passant.

Feestje vanavond? Heb je dat gisteren allemaal opgedronken, ook die twee die er bovenop liggen? Jarig gisteren? Zijn jouw ouders gebleven toen het gezellig werd of moesten ze toen ophoepelen?

Vragen te over. Openingszinnen. Eerst reserve en mogelijk afweer, maar even later… Je weet het nooit.

Is het niet te zwaar? Zal ik je helpen?

Het rinkelen is een geluid dat overstemt wordt door de auto die er aankomt. Eindelijk. Eindelijk van de weg af en terug naar de stoep. Terug naar waar mijn plaats is. Een laatste keer omkijken. Ja het is ook haar plaats.

De poes, zo-even nog gebiologeerd tot in elke vezel van het lijf, loopt door. Alsof er niks gebeurd is. Alsof er vandaag ook niet veel gaat gebeuren.

Clicky

Clicky Web Analytics