30 oktober 2010

Google is my best friend

Zo luidt de uitspraak, die ook voor mij opgaat. Alles wat ik op te zoeken heb op mijn computer, zoek ik via Google, en alles wat ik op te zoeken heb, doe ik via mijn computer. Google is gewoon de beste, klaar. Maar soms vraag ik me wel eens af waarom Google eigenlijk de beste is.

Want ook in een ander opzicht is Google “my best friend”. Ik vertrouw hem alles toe, via de zoektermen die ik hem voer. Google weet welke hobby’s ik heb en op welke clubs ik zit. Google weet hoe goed of hoe slecht mijn weblog en Flickr-fotopagina bezocht worden. Google weet van welke muziek ik hou. Tot nu toe weinig schokkend, dit weten mijn andere beste vrienden ook. Maar Google weet ook welke medische probleempjes ik heb, naar welke fobische angsten ik wel eens zoek, op welke manier ik seks het lekkerst vind en als ik er een geheim leven op na hou, een identiteit naast de identiteit waarmee ik me hier vertoon, dan weet Google dat ook. Er is één maar, namelijk dat Google eigenlijk alleen mijn computer, mijn IP-adres kent. Hij weet niet hoe veel computers ik heb en ik vertel hem ook niet wanneer ik een nieuwe gekocht heb, al heeft Google dat heel snel geraden, want zodra ik dat doe, zoek ik naar informatie over een ander besturingssysteem dan voorheen, zoek naar een instellingshandleiding voor een draadloos netwerk (“Aha kijk eens aan”, denkt Google dan, “hij heeft dus meer dan één computer”),  zoek ik naar nieuwe software, zoek ik naar foutcodes bij Windows Updates, enz.

Ik durf te wedden dat als de programmeurs van Google software maken die uitzoekt achter welke IP-adressen dezelfde eigenaar schuil gaat, en die loslaten op de database die ze stiekem van ons allemaal hebben, dat de succeskans hoger zal liggen dan die van weermannen, beleggers, handopleggers of relatiemakelaars.

Google zou aangifte kunnen doen als mensen neonazisites zoeken of kinderporno en zou een psychiater kunnen bellen voor mensen die dagelijks gewelddadige filmpjes op YouTube kijken. Afhankelijk van de politieke kleur van de zittende regering zou het aangifte doen kunnen veranderen. Onze huidige regering zou wellicht best graag een lijstje willen zien van mensen die zoeken op “burqa kopen”, “ of “sharia invoeren”. Mensen die daarbij aanvinken alleen pagina’s in het Arabisch te willen zien, kunnen meteen het land uit, niet geïntegreerd. Zou het zoeken naar “linkse hobby’s” ooit strafbaar worden?

Daar komt bij dat de tentakels van Google zich steeds verder verbreiden. Ik kan het ook niet helpen, maar als ik moet kiezen tussen Internet Explorer, Firefox of Google Chrome, dan is de laatste de winnaar, want de snelste, grafisch het handigste vormgegeven. Prijs is dat Google nu ook weet welke sites ik bezoek, welke sites ik in de favorieten zet, wat ik allemaal download, welke plaatjes ik vergroot en welke ik zonder een blik waardig te keuren overheen scroll, en welke pagina’s ik zo belangrijk vind dat ik ze bij het starten van de browser meteen laadt. Natuurlijk heb ik ook een gmail-account, dus Google kent mijn adresboek ook, en onder de identiteit van dat account beheer ik ook mijn weblog, dus Google kent mijn profiel en mijn schriftelijke zielenroerselen. Oh ja, en YouTube waar ik het zo-even over had, is dus ook van Google. Nog een bak met onthullende zoektermen die bij Google in bezit is.

Google is alomtegenwoordig. Google blijft “my best friend” als het om zoeken gaat, maar verder moesten we misschien maar niet te veel samen doen. Het is goed hem in de gaten te houden. Als onze vriendschap ooit bekoelt, blijkt Google namelijk de “best friend” aan wie ik zoveel heb toevertrouwd, dat hij alles wat ik ben op straat kan gooien.

29 oktober 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (190-181)



190. St. Germain – Rose Rouge (2000)
Grotestadserig. Drukke straten. Auto's en trams en geclaxonneer van taxi's. Jachtige mensen. Ze zijn met veel en velen zijn naamloos, maar opeens passeert een uitgesproken neus of een buitenissig pak. Een jurk die de aandacht trekt. Een sexy rok, een mooi gezicht.

189. Cuby and the Blizzards – Window Of My Eyes (1968)
Cuby and the Blizzards komen uit Grolloo in Drenthe. Ik kom daar alleen wel eens als het mooi weer is, op de fiets. Ik kom er fris ruikt en weids oogt, de wolken wit en de lucht blauw. Geen dagen voor Cuby. Geen dagen voor Window Of My Eyes. Window Of My Eyes moet geschreven zijn op een dag dat de lucht grauw was en regen net zo makkelijk viel als dat tranen opwelden. Een dag dat Grolloo mistroostig was, terneergeslagen, gespeend van hoop.

188. The Yardbirds – For Your Love (1965)
Een nummer van ver voor mijn tijd. Een nummer wat ik pas vond toen het voor vele fans allang vergeten was. Heerlijk om nummers te zoeken en pareltjes te vinden. Eenmaal gevonden nooit meer kwijtraken.

187 The Animals – We Gotta Get Out Of This Place (1965)
Het overbekende nummer van The Animals is natuurlijk House Of The Rising Sun, maar dit is mijn persoonlijke favoriet. Een echte rauwe rocker, blues vanuit de krochten van een doorgerookte strot.

186 World Party – Ship Of Fools (1985)
Een liedje dat heel goed over de kredietcrisis zou kunnen gaan, al was het liedje er veel eerder. Avarice and greed are going to drive you over the endless sea, drifting in the shallows, drowning in the oceans of history.
Bankiers preken van kansels dat ze geleerd hebben van fouten, maar bonussen worden weer uitgekeerd alsof er nooit iets gebeurd is. Mensen jagen nog steeds geld en macht en economische groei na, ondanks dat we nu weten dat deze jacht ons zal vernietigen. Zou er nog een moment komen dat gezond verstand de boventoon gaat voeren, of rennen we het onvermijdelijke tegemoet? Ons uitsterven is voor onszelf misschien een ontnuchterend einde, maar vanuit biologisch en ecologisch standpunt zou het een zegen zijn. Eindelijk worden natuur en milieu weer met rust gelaten. Onze planeet zit te snakken naar het einde van het zoogdier wat zoveel miste, maar in twee dingen beslist uitblonk, zelfoverschatting en zelfvernietigingsdrang.

185. Badly Drawn Boy – Nothing's Gonna Change Your Mind (2006)
Liedjes over ware liefde zijn er heel erg veel, maar deze is een krent uit de pap.

184. Weezer – Buddy Holly (1994)
Uitgelaten collegerock van een bandje dat toen nog zonder zorgen was, fris van de lever, echt en puur. Jammer dat ze dit niet bleven, maar na een veelbelovende eersteling volgen grote verwachtingen, en het is nooit makkelijk daaraan te voldoen.

183. TC Matic –Elle Adore Le Noir (1985)
Pikzwarte nachtblues op het zwoele ritme van een tango. Het lijkt een onmogelijke combinatie, maar dit down to the bone gezongen lied bewijst dat het kan.

182. Fugazi – Waiting Room (1990)
Cultklassieker, werd altijd gedraaid op feesten die ik destijds bezocht.

181. Kobus – When All Logics Die (1988)
Longen uit de lijf ballade van een verder niet erg bekend geworden Fries garagerockbandje dat ergens aan het eind van de jaren 80 een minihitje en pogodansvloervuller had met een cover van Rien n'a Changer van Les Poppys.

23 oktober 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (200-191)


200. Cindy Lauper – True Colors (1986)

Een lief, klein lied om mee te openen. Aandoenlijk, hartverwarmend en de volle waarheid. Destijds in 1986 waren er nog diverse ware kleuren die ik verborgen hield. Ik wist dat ze ooit tevoorschijn moesten komen, maar wist ook dat ik geen haast hoefde te maken, geduld kon hebben tot de tijd rijp was.

199. Janis Ian – At Seventeen (1975)

Er zijn niet veel liedjes met een tekst die in de buurt van de poëzie komt, maar dit is er zo één. Bedrieglijk ook, want het lijkt een licht jazzy wiegelied, terwijl het onderwerp een diep tragische kant heeft, namelijk het gevoel niet mee te doen en er niet bij te horen. Later leer je dat gevoel relativeren en leer je dat "er niet bij horen" iets relatiefs is, want in wezen hoort iedereen er op één of andere manier niet bij, en de dag dat je leert dat het geen zin heeft om te streven naar erbij te horen, is de dag dat je vrijheid voelt. Maar als je zeventien bent, doet het gevoel er niet bij te horen, pijn, en niet zo'n beetje ook.

198. Anouk – RU Kiddin' Me (1999)

Soms kleven er grote herinneringen aan liedjes, maar soms ook redelijk triviale. Dit liedje doet me denken aan mijn eerste ICT-baan, een werkkamer op de negende verdieping met fantastisch uitzicht als het mooi weer was, en elke keer als het mooi weer was, dit liedje op de radio. En als het regende trouwens ook. De baan die ik toen had, vond ik destijds best inspannend, want ik was junior en moest alles nog leren. Als ik er nu aan terugdenk, was die eerste baan bijna een paradijs. Het project waarop ik zat was bezig aan overspannen verwachtingen en exploderende kosten ten onder te gaan, en omdat ik geen rol of verantwoordelijkheid op dat terrein had, ging het gedoe grotendeels langs me heen. Zonder dat er veel aandacht aan me werd besteed, kon ik lekker mijn gang gaan en mezelf het vak leren wat ik tot op de dag van vandaag beoefen. Een project wat anderen uiteindelijk trauma's bezorgd heeft, was voor mij een ideale leerschool.

197. Spoon – The Underdog (2007)

Een niet zo opvallende band, want geen kaskraker en ook niet echt groot bij het cultpubliek. Wel een goede band die in 2007 een heel goede plaat maakte, waarvan dit het lekkerste lied is, zo'n lied wat bij de eerste draaibeurt helemaal niet zo vreselijk opvalt, maar als je het meerdere draaibeurten gunt, komt er een moment dat je opgewonden denkt: "Maar dit is écht goed!"

196. Underworld – Born Slippy (1995)

Een lied wat ik onlosmakelijk verbonden vindt met de film Trainspotting, wat één van de meest aansprekende films aller tijden is.

195. The Stooges – No Fun (1969)

The Stooges hadden misschien wel een nog grotere rocklegende kunnen worden als Led Zeppelin uiteindelijk werd, en als dat gebeurd zou zijn, dan was de punk nooit nodig geweest. Drugs gooide roet in het eten. De tomeloze creativiteit raakte verdoofd en the Stooges gingen te vroeg uit elkaar, maar een handvol memorabele liedjes hebben ze wel achtergelaten.

194. Waterboys – The Whole Of The Moon (1986)

Ik heb een zwak voor liedjes die eigenlijk een maat te groot zijn, die iets te veel klateren en schetteren of te groots uitpakken. Dit is zo'n lied. Eigenlijk is het allemaal net wat te veel, met name de trompettenclimax schuurt langs de grenzen van de goede smaak. Maar wat is het heerlijk als zo'n liedje halverwege helemaal loos gaat.

Er zullen nog een hoop liedjes komen waarin een climax zit, waarin men loos gaat, waarin een gevoel van bevrijding uitstraalt.

193. The Raconteurs – Many Shades Of Black (2008)

Een vrij zeldzaam genre, een min of meer vrolijk liedje over een verloren liefde. Maar soms is het plezier gewoon voorbij en de rek eruit en als het gewoon niet anders is en als het besef er is dat het goed is dat het voorbij is, dan wordt het tijd voor Many Shades Of Black.

192. Chumbawamba – Tubthumping (1997)

Echt rampetampen en hatseflatsen, höken en singalong. Brullen en blèren en te uitbundig gedrag. Lied met een aanstekelijkheid die onweerstaanbaar is en blijft.

191. Placebo – Battle For The Sun (2009)

Het tweede lied uit deze reeks met een climax. Deze hoor je al van verre aankomen, al minuten voor het gebeurt. Je moet er haast ondraaglijk lang op wachten, op het echte loos gaan. En dat is ook precies wat ik zo fijn vind aan een nummer als dit. Je moet geduld hebben, blijven verlangen, blijven hopen. Totdat je denkt dat het misschien nooit meer komt, maar dat is het moment dat je alles krijgt wat je wilt.

22 oktober 2010

Dit knippen we eruit


Dat je dan door de stad loopt. Dat je opkijkt bij elk meisje dat langskomt, hoe kansloos ook, om inderdaad bevestigd te krijgen dat zij niet ook naar jou kijkt. Dat je voelt dat je zwaar bent. Dat je slentert, dat er een lusteloosheid over je heen gekomen is waardoor je schouders ingezakt zijn. Je weet dat het beter voelt om rechtop te lopen, maar je voelt je te neerslachtig om het ook te doen. Geef het nou maar toe. Het komt niet door het weer, het weer is toevallig gelijk aan hoe je je nu voelt. Je slaat de krant open en je ziet zeven dagen vooruit alleen maar regenkansen. 80%, 80%, 70%, 50%. Je vraagt jezelf af of je 50% regenkans moet interpreteren als 5 minuten nat regenen bij 10 minuten buiten lopen. Zwartgallige gedachten. Zo voel je je. Je voelt water sijpelen door het gaatje onderin de zool van jouw schoen en zo voel je je ook al weer precies.

En je ergert je. Mateloos. Je ergert je aan brommers en vrachtwagens en auto's, waarvan er als het regent altijd zoveel meer lijken te zijn dan de onmetelijke hoeveelheden die er al zijn als het niet regent. Uitzichtloos, denk je. Je hele leven zul je je moeten blijven ergeren aan het geluid van verbrandingsmotoren. Net als dat je jouw hele leven alleen zult blijven. Je zult je er in jouw eentje doorheen moeten slaan. Alhoewel het in jouw leven statistisch gezien eind augustus is, voelt het als eind oktober. Een regenkans van 50% is een goede dag, godverdomme. Oh ja, een machteloze vloek, dat kan er ook nog wel bij.

Je bent thuis nu. Je schrijft. Eindelijk schrijf je weer eens een keertje over wat je bezighoudt. Je zou in de ik-vorm moeten schrijven om de lezer duidelijk te maken dat het echt zo is dat het je bezighoudt. Het is geen hypothetische situatie. Het is geen gedachtenexperiment. Het is echt zo. Ik voel me neerslachtig. Ik voel me gebukt gaan onder een uitzichtsloos gevoel. Ik zal wel alleen blijven, ik zal vast wel nooit meer vinden wie ik zoek, nooit uitvinden waar ze is, in welke straat van welke stad zij langs lokkende etalageruiten schrijdt. Ik denk zelfs aan haar, al ken ik haar niet. Misschien is ze op dit moment net zo neerslachtig als ik. Misschien, maar waarschijnlijk voelt ze een heel stuk beter en fleuriger. Maar dat ook zij zich ergert aan langsknetterende brommertjes, staat vast. Dat is één van de tientallen dingen die we gemeen hebben.

"Waarom niet?" Denk ik.

"Waarom ik niet?".

De tientallen mogelijke antwoorden op die vragen wil ik niet analyseren. Ik wil dingen kopen. Ik wil dan toch in ieder geval de macht voelen van het kunnen kopen. Ik kan zomaar de Bijenkorf binnenkopen en een Tommy Hilfiger trui kopen. Duur, maar ik heb geld. Geld zat heb ik. In mijn top 100 van sombere gedachten is geld niet voorgekomen. Toch fijn dat er iets in mijn leven is wat zonder zorgen is.

Terug in de regen hangen mijn schouders nog steeds. De trui is fijn, maar een wezenlijke verbetering van mijn leven is het niet. Het is op dit moment gewoon niet beter, niet lichter, niet kleuriger. Ooit ga ik dood en vlak voordat dit het geval is, trekt volgens de overlevering het leven dat je geleefd hebt, als een film voorbij. Korte film wordt dat, denk ik om te beginnen, want de grauwe wolken blijven maar voorbijdrijven. Ik besef dat deze dag en dit moment er niet in voor zal komen. Het is net als een trailer of een promo van de Voice of Holland. In 30 seconden tijd komen allemaal momentjes voorbij waarop ik me gelukkig voelde, en voor de toeschouwers zal het geweldig lijken om mijn leven te hebben gehad.

Tijd om naar huis te gaan. Ik wil schrijven, eindelijk weer eens. Schrijven over een moment waarop ik me gelukkig voel, komt wel weer eens, maar nu schrijf ik over één van die vele lange dagen die eruit geknipt zullen worden, uit de film die mijn leven is. Zodat het toch vereeuwigd is. 

01 oktober 2010

De Intrigrant


Eén van de allerbeste verhalen van Asterix en Obelix is de Intrigant. Een klein onooglijk mannetje die bijna niks hoeft te zeggen of doen om overal om zich heen ruzie te veroorzaken. Waarna hij zich in de handen wrijft en zijn eigen belangen behartigt.

Dit verhaal wordt op dit moment in een moderne bewerking verteld in Nederland. Het CDA was meer dan drie maanden geleden bij het kampioenschap hokjes rood kleuren de grote verliezer, maar wilde toch wel heel graag regeren. Dat kon alleen met de PvdA, maar als Maxime daaraan dacht, dan liepen hem de rillingen over de rug. Gelukkig was er ook nog een vrij grote man met onooglijk witte haren, die regelmatig van die dingen riep waarvan de balloons waarin zijn woorden vermeld stonden, groen en geel kleurden. Niet ideaal, maar desalniettemin vergat Maxime Verhagen de PvdA op slag zodra hij de kans rook met de Intrigant in zee te kunnen gaan. Het duurde niet lang voordat in de berichtgeving over de kabinetsformatie ruziënde CDA’ers de boventoon voerden. Het leek er zelfs even op dat de partij die als een oase van stabiliteit geldt, met een grote klap ging ontploffen, maar nadat de gifgroene balloons van Ab Klink via intimidatie en dreigementen leeggeprikt waren, werd het weer rustig en ging Maxime verder met zijn karwei om het CDA in de regering te helpen en zichzelf op het pluche.

Zo kon het gebeuren dat er op een gegeven moment een regeerakkoord en gedoogakkoord was, en er stonden drie blije mannen achter een desk te vertellen dat ze mooie plannen hadden gemaakt en dat het een toffe tijd ging worden. Iedereen was tevreden. Er was alleen nog één horde te nemen, het congres van één van de drie partijen, het CDA, moest nog even ja zeggen tegen het regeerakkoord. Om deze formaliteit zo soepel mogelijk te laten verlopen, was ervoor gekozen het akkoord zo laat mogelijk te presenteren, zodat de leestijd en protestorganiseertijd minimaal zou zijn. Je zou verwachten dat het na wat last minute intern gemorrel snel stil zou worden. Het was immers goed geregeld, het CDA zat niet in de oppositie, hoefde niks te maken te hebben met de PvdA, en er lonkten misschien wel zes ministersposten. Dus voor de vorm nog even intern in de fractie wat mooie morele bezwaren uiten, maar dan snel het gezond verstand laten zegevieren en op dat congres als één grote applausmachine ja zeggen tegen regeren.

Echter, iedereen onderschatte wederom de Intrigant. Zonder zelf ook maar iets te doen, hij gaat zelfs het land uit, in Berlijn een volgende preek houden tegen de vermeende islamisering, sprongen bij het CDA aan alle kanten kikkers uit de pan. De halve partij zoekt televisieprogramma’s uit om zijn morele bezwaren te uiten. Meneer Hirsch Ballinn profileert zich bij Nieuwsuur als de zoveelste dissident, en één reclameblokje later zit Henk Bleker bij Pauw en Witteman zijn partijgenoot, die al sinds mensenheugenis lid is van het CDA en dus in zijn eigen kring een grootheid, vierkant af te vallen. De taal van al die CDA'ers is nog wel iets beschaafder dan die van de Intrigant, maar de balloons waarin ze spraken, waren donkergroener dan ooit. Het gaat lekker daar bij het CDA. Het sfeertje zit er goed in.

Bijna 5000 mensen gaan morgen in een hal zitten om te beslissen of ze al dan niet willen gaan regeren met de Intrigant, en het zou best kunnen dat ze elkaar met vissen te lijf gaan. Uiteindelijk zullen ze toch vast wel ja zeggen, want principes en een oprecht gevoel dat met de Intrigant in zee gaan, onheil betekent, kan het nooit winnen van de verlokking van dat pluche. Wat moet bijvoorbeeld Jan-Kees de Jager met zijn leven doen als dat congres nee zegt? Dus op dat congres zal hevig tegengesputterd worden, en daarna zullen er misschien ook nog wel notabelen hun lidmaatschap opzeggen en worden er nog wat mindere goden uit de fractie geknikkerd, maar aan het eind van het pandemonium zal er een Koningin op een bordes zijn, en zij zal omringd worden door trots blozende CDA’ers die niet kunnen wachten om met de Intrigant te gaan regeren.

Hoe lang het gedogen van Geert ook zal gaan duren, één ding is zeker. Het CDA zal bij de volgende verkiezingen een nieuwe grote nederlaag slikken en de PVV zal nog veel groter worden dan ze nu al zijn. Machtsbeluste politici zijn geen enkele partij voor de Intrigant.

Clicky

Clicky Web Analytics