28 november 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (150-141)


150. Magnapop – Merry (1991)

Aanstekelijk enthousiasme is een van de betere kwaliteiten die rockmuziek kan hebben. Dit nummer heeft een 101 aan aanstekelijk enthousiasme op een schaal van 100.


149. Mano Negra – Mala Vida (1989)

Dit nummer gaat over nare dingen, hoewel mijn Spaans te slecht is om te doorgronden wat er precies aan de hand is. De kracht van een nummer is echter ook waar het aan doet denken en naar doet verlangen. Dit nummer doet verlangen naar de terugkeer van de felle volle zon, en in die zin is in dit nummer in staat om door een winter heen te helpen. Een letterlijke of figuurlijke maakt niet zo veel uit.


148. Felt – Primitive Painters (1985)

Is een op en top "new wave" nummer, een begrip wat toen ik achttien was nog iets inhield, namelijk dat je zwarte kleren droeg en je gezicht beschilderde en koketteerde met depressiviteit. Het mooie van new wave nummers vind ik de levenslust achter de vervreemdende lagen, het echte en pure. Hier zit zelfs iets vrolijks en fijns verstopt in de galm, de trance, de doom.


147. The Veils – The House She Lived In (2009)

De zanger die anno 21ste eeuw misschien wel het allerdichtst bij middeleeuws troubadourschap komt, is Finn Andrews van The Veils. Sun Gangs uit 2009 is een prachtig album en dit nummer is het prijsnummer.


146. This Mortal Coil – Mr. Somewhere (1991)

Een liedje waarbij de stem van de zangeres genoeg is. Luisteren is alles wat je hoeft te doen, luisteren naar die stem en de gevoelens die ze overbrengt. Eigenlijk maakt het geen zier uit waar het nummer over gaat.


145. Steve Harley & Cockney Rebel – Make Me Smile (Come Up And See Me) (1975)

Speelse gekte vermengd met muzikaliteit. Theatrale elementen vermengd met cabaret en liedkunst. Een nummer wat gek en bijzonder is, maar toch zo lekker klinkt dat het haast weer doodgewoon is. Verveelt nooit.


144. Creedence Clearwater Revival - I Put A Spell On You (1968)

Want liefhebben kan haast maniakale vormen aannemen.


143. Klein Orkest – Over De Muur (1984)

De Muur is allang gevallen en ook mensen kunnen al heel lang soms bij de Gedächtniskirche en soms op het Alexanderplein zijn. Toch goed dat er zo'n nummer is, ter herinnering aan een tijd dat een muur een stad splitste als een schizofrene geest.


142. Stone Temple Pilots – Interstate Love Song (1994)

Ik heb geen auto en heb dus ook niet veel met te hard rijden. Ik beleef het 50-kilometer-te-hard-gevoel het liefst met de stereo op 10 en rockmuziek. Dit nummer leidt tot onmiddellijke invordering van het rijbewijs.


141. Snow Patrol – Chasing Cars (2006)

Als je het genot uitstelt tot haast ondraaglijke proporties, dan is het als het toch nog komt, des te fijner en intenser. En daarom is dit nummer een door de halve wereldbol geliefd lied.

27 november 2010

Het bankje




"Ze bloeiden gewoon nog," dacht Rutger, bitter als de koffie die hij net gedronken had. "Die begoniaatjes vonden het wel fijn in mijn tuin."

Opnieuw bekeek hij het bankje, dat onverwachts bezoek gekregen had van duizenden sneeuwvlokjes. Of zouden het er tienduizenden zijn. Met zo'n vraag kon je haar dus ook al nooit interesseren. Dan keek ze verstrooid op en zei ze "Wat maakt het uit?" En dan had ze nog gelijk ook, en dat was het ergste.


Hij dacht terug aan toen hij het bankje gekocht had. Zijn hart bonsde toen hij haar zijn tuin inleidde. Iets kopen zonder haar medeweten was een waagstuk, want er mankeerde maar al te vaak iets aan. Of eigenlijk alles. Maar dit keer niet. Ze zei eerst "Wat leuk!" en toen "Wat mooi" en toen "Cool bankje man". En toen ging ze zitten. Haar benen waren bloot, haar laarzen lang en het rokje wat ze droeg best nogal kort. Toen hij vroeg of het nieuw was, zag hij een stralende lach doorbreken op haar gezicht. "Voor jou," had ze gezegd. Vervolgens was Rutger naast haar komen zitten en was de rest geschiedenis.


Dat was de eerste keer dat ze op zijn bankje had gezeten. De tweede keer en laatste keer was twee jaar later. Drie weken geleden. Toen kon ze haar jas nog gewoon uit doen, want toen was haar trui nog gewoon warm genoeg. Ze zat midden op het bankje waarop ze anders nooit zat. Een stuurs gezicht, haar laarzen functioneel en de spijkerbroek die ze droeg vaal. Waarna ze een sigaret opstak en haar verwijten begon te spuwen. Hou nou eens op met dat gedroom en maak eens serieus werk van werk zoeken. Zelden iemand zo vol afgrijzen zien kijken toen hij het woord "Reizen" had uitgesproken.

"Jij? Reizen? Jij vindt Terschelling al ver," was ze uitgevallen. Ze had nog gelijk ook, en dat was het ergste.

Maar drie weken geleden reageerde Rutger niet zo gelaten als dat hij deed nu hij terugdacht. Drie weken geleden ontplofte hij. Hij begon over dat gerook van Eva. Waarom was ze weer begonnen? Als er nou toch iets is waar je niks aan hebt en als er nou toch iets is waar je niks aan verliest als je ermee stopt en als er nou toch iets is waarvan het 100% zeker dat het je geen steek verder zal brengen, dan is het wel roken. Zijn vinger was gaan wijzen en zijn stem begon met overslaan. Eva bekeek haar sigaret die bijna op was. Even leek het alsof ze hem ging uitdrukken op het hout van zijn bankje, maar ze bedacht zich. Ze zette de peuk op haar duim en met haar wijsvinger schoot ze hem de tuin in, ergens tussen de hoop bladeren die van geel steeds bruiner werd.

"Als jij al niet met een gewoonte kunt stoppen die 100% negatief is," had hij toen tegen haar gezegd, "Hoe durf jij me dan te verwijten dat ik niet kan stoppen met dromen van een schrijverschap, en voor een veilig programmeursbaantje zou moeten kiezen…"

En zowaar, er klonk een snik in zijn stem. "Touché," dacht hij vervolgens, even strijdlustig als bitter. Het was opeens stil in de tuin. Onder de boom dwarrelde een zwermpje muggen in het schaarse licht van een half gesluierde, al weer bijna ondergaande zon.

"Schrijverschap," had Eva herhaald. De toon waarop ze het woord uitsprak, zei genoeg. Niet heel veel later besloot ze om niet te blijven eten. Laat staan slapen. Nog een paar dagen later belde ze Rutger op. Ze wilde tijd om na te denken. Ze wilde een afkoelingsperiode.


Hij staarde naar zijn bankje. "Je zit in hetzelfde schuitje als ik," zei hij, waarna hij terug naar binnen slofte.

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (160-151)


160. The Strokes – Last Nite (2001)

Rock zoals het op z'n lekkerst is, snel en jachtig. Seks en drugs zijn voortdurend vlakbij.



159. Dinosaur Jr. – Said The People (2009)

Nummer met één van de mooiste gitaarsolo's uit de geschiedenis, uitgesponnen, eigenlijk een huilbui voor zes snaren. En als die solo voorbij is en je denkt, dit was toch wel heel mooi, dan komt er dus nóg een gitaarsolo!



158. Claw Boys Claw – Suzie McKenna (1986)

Scheurzaagromantiek, met elke kleur die de nacht kan hebben.



157. The Byrds – Chestnut Mare (1967)

Sixties op en top. Zwevend op een paard boven de wolken, romantiek geïnspireerd door een pretsigaret met een enorme toeter. Puur en prachtig gitaarspel.



156. Don McLean – Vincent (Starry Starry Night) (1971)

Eén van de tekstregels uit deze schitterende tekst is "This world was never meant for one as beautiful as you." Die zin is mij meer dan eens door het hoofd geschoten tijdens het kennis nemen van de strafbladen van PVV-kamerleden. Dat soort hufters geeft dit soort woorden hun waarheid.



155. The Sugarcubes – Deus (1988)

Als Gerard fantaseert over seks met God in de gedaante van een ezel die hem komt bezoeken, dan mag je zeker fantaseren dat je in al jouw verleidelijkheid in een warm bad ligt, en dat God in hoogsteigen persoon jou "squeaky clean" komt maken.



154. Sigur Rós – Svefn-n-Englar (1999)

Muziek die synoniem is voor sfeer, muziek die sfeer feitelijk als enige bestanddeel heeft. Een grote veelkleurige, zware, warme ballon van "sfeer".



153. Buzzcocks – What Do I Get? (1979)

Als iemand het ooit verzint om een Top 10 te gaan maken over liedjes vol zelfmedelijden, dan staat dit nummer op de eerste 10 plaatsen.



152. My Chemical Romance – Welcome To The Black Parade (2006)

Omdat mooi bombast dus echt niet lelijk is.



151. Alice Cooper – Poison (1989)

Velen zullen denken wereldhit aan het eind van de jaren 80, maar ondertussen denk ik aan S., een vrouw die me leerde wat ik eigenlijk altijd al wist.

20 november 2010

Brave New World


Daniël was al op het zebrapad toen hij verschrikt opkeek, want het geluid van de auto die hem naderde, klonk te luid. Zodra hij zijn pas inhield, vermeerderde de auto vaart in plaats van af te remmen. Geschrokken huppelde Daniël terug tot op het veilige voetpad. Zijn gebaar, dat het midden hield tussen een vermanend vingertje en een mistroostig wegwerpgebaar, werd beantwoord met een opgestoken vinger.

Even later was hij op de relatief rustige Noorderkade en ademde hij wat vrijer, hoewel hier nadat de kade 15 jaar autovrij was geweest, tegenwoordig weer auto's reden. Vroeger toen de stoep nog breed was, lagen hier wel eens drollen, herinnerde hij zich. Nu stonden er overal borden met een tamelijk vormloze zwarte hoop erop en het achterlijf van een hond, met een groot rood kruis erdoorheen. De boete was laatst verhoogd van 100.000 naar 200.000 gulden, herinnerde Daniël zich. Precies een modaal maandsalaris. Het duurde niet lang voordat Daniël een stadswacht in het oog kreeg, die behalve op de honden ook scherp oplette dat niemand papier of peuken weggooide, waar ook 200.000 gulden boete op stond. Daniël keek hem blijkbaar iets te lang of nadrukkelijk aan, want de stadswacht, een gezette man een kaal hoofd en "Lucassen" op zijn naambordje, tikte op zijn wapenstok en vroeg hem op vinnige toon of we nou nog gingen doorlopen, ouwe.

"Je bent zelf ook in de 50," dacht Daniël, maar hij zei dat natuurlijk niet. Er waren wel kranten met berichtgeving over wat ze dan met je deden, maar die kranten kon je bij de kiosk tegenwoordig niet meer krijgen.


Daniël vrolijkte op toen hij het Berlusconiplein bereikte, want de ijsbaan was weer opengegaan. Op de vrolijke klanken van René Froger, waar iets mee was, vijfde sterfdag of zoiets, reden veelal jonge mensen hun rondjes. Bij het zien van een meisje in een roze jas en een witte gebreide muts, smolt Daniëls hart. Ze leek best wel een beetje op Adèle, hoewel ze een flink stuk jonger was. Misschien leek ze meer op de dochter die hij en Adèle nooit gehad hadden, dacht Daniël, maar vervolgens stampvoette hij en vloekte hij binnensmonds tot die gedachte weg was. Het meisje was trouwens ook veel te bleek, dacht Daniël, nadat ze opnieuw enigszins parmantig langs gezwierd was en heel even opkeek. Nee, ze had geen spoor van een "kleurtje", zoals Adèle, al waren de Nederlanders die 's zomers naar een zonnig strand gingen, vaak bruiner. Ze had vast ook geen twee paspoorten. Of een verblijfsvergunning die met terugwerkende kracht ongeldig verklaard kon worden.

"Ik heb haar nooit meer gezien," dacht Daniël, voor hij schrok, want iets beroerde zijn been. Na die schrikreactie begon het "iets" onmiddellijk heftig te keffen. De eigenares van het hondje vroeg beledigd aan Daniël of hij niet kon uitkijken, want Pim kon er niet tegen als mensen haar een vrije doortocht belemmerden.

"Sorry mevrouw Graus," zei Daniël met een mengeling van onderdanigheid en ergernis, waarna hij zich uit de voeten maakte, want met die laatste emotie kon je tegenwoordig maar beter niet meer te koop lopen. Hij stak de brug over en passeerde het Grand Theater. Op het plakkaat las hij dat de afscheidstournee van toneelgroep Amsterdam vanavond zijn stad aandeed. Hij voelde een steek in zijn hart, ondanks dat hij maar één keer van z'n leven bij een voorstelling geweest was, natuurlijk met Adèle, want toen hij met Adèle was, deed hij nog wel leuke dingen. Hij zocht de prijs en vond die uiteindelijk piepklein op een informatiebordje naast het dichte loket. 360.000 gulden. Bijna een maandsalaris, en precies zesendertig keer zo veel als een volle tank benzine. Niet zo gek dat toneelgroep Amsterdam naar Berlijn gingen uitwijken, dacht Daniël. Was hij er zelf maar. In Berlijn waren naar verluid nog wel mensen met rastahaar, met hoofddoekjes, of mannen met haar dat tot op de schouders viel of zelfs er overheen. Maar sinds dat Nederland zich teruggetrokken had uit de Eurozone, waren landen die aan de Euro vasthielden, onbetaalbaar geworden.


Hier in de winkelstraat aangekomen, klonk Jeroen van der Boom. Daniël kende het liedje wel, het was een cover. Frank Boeijen Groep, dacht hij. Jaren tachtig van de vorige eeuw. Verbazend pessimistische tijden waren dat toch geweest.

"Denk niet wit," zong hij mentaal mee. "Denk niet zwart, Denk niet zwart-wit"

Ooit, vroeger, heel erg lang geleden, stond Daniël onder een douche en galmde "Maar in de kleur van je hart". Alleen zong Jeroen dat niet, tot Daniëls verbazing zong hij "Maar in de kleur van Geerts hart". Of vergiste hij zich nou, die Frank Boeijen kreeg namelijk vroeger ook altijd het verwijt dat zijn teksten niet te verstaan waren. Bij het volgende refrein luisterde Daniël nog eens heel goed, maar echt, wat Jeroen van der Boom zong was duidelijk te verstaan.

Omdat Daniël middenin de drukke winkelstraat bijna tot stilstand gekomen was, duurde het niet lang voordat er van achteren iemand bijna tegen hem aanbotste. Hij kreeg een halve duw en een meneer met een bolhoed en een rood gezicht hief zijn wandelstok naar hem op.

"Ik weet waar je woont," siste hij. "En ik weet waar de brievenbus zit."

Vervolgens maakte de driftkikker zich gelukkig uit de voeten, zij het demonstratief stampvoetend.

14 november 2010

De Oostvaardersplassen


"Verschrikkelijk," zuchtte Eva. Het papier van de krant ritselde toen ze wild de bladzijde omsloeg. En nog een bladzijde. En nog één. Ze vluchtte naar een veilige pagina.

"Wat is er zo verschrikkelijk?" vroeg Rutger. Hij schrok van het geluid van de opgevouwen krant op de rand van de tafel, alsof daar een vlieg had gezeten die nu doodgeslagen was. Maar dat kon het niet wezen, want Eva vond het zielig als je een vlieg doodsloeg.

"Als je het echt wilt weten, Rutger, dan moet je me aankijken," zei Eva, en zij keek Rutger aan. Met een blik die kon doden. Niet voor het eerst vroeg Rutger zich af waarom hij altijd zin in seks kreeg als ze zo keek.

"Die Oostvaardersplassen, dat is zo verschrikkelijk," zei Eva. "Nou staat er weer zo'n stuk in de krant van iemand die beweert dat je die beesten aan het eind van de winter gewoon lekker moet laten doodgaan, anders is het geen echte natuur."

"Dan heeft die iemand gelijk," antwoordde Rutger, killer dan hij het eigenlijk bedoelde. Hij won discussies namelijk graag. "In de echte natuur sterven individuen, vooral aan het einde van de winter. Dat is slecht voor dat ene individu, maar het is goed voor de soort."

"Ja, maar ze kunnen toch ook gewoon een paar voederbakken neerzetten," zei Eva met hartstocht. "Dan hoeven die beesten helemaal niet dood. Het is zo verschrikkelijk dat wij mensen…"

"Dan komen er veel te veel," onderbrak Rutger, met minstens evenveel hartstocht. "Als je gaat pamperen, zitten die Oostvaardersplassen straks vol met heckrunderen. Dan gaan ze de buitenwijken van Almere terroriseren. De jonge aanplant opvreten in de tuintjes. Denk maar niet dat wij mensen het heckrund nog steeds een schattig dier vinden als ze tuinhuisjes vernielen of deuken in auto's maken. Of de jonge katjes opvreten…."

"Wat draaf jij weer ontzettend door," viel Eva uit. "Hoezo komen er te veel? Hoezo dat ze dan in Almere gaan rondlopen? En hoezo dat ze jonge katjes vreten!"


Eva was nu echt boos. Rutger grijnsde. Eva graaide naar de kaas die tussen hen in op tafel lag. Een plat stuk jong belegen, 600 gram schoon aan de haak. Een compromis-stuk, want Rutger hield van oud en Eva van jong.
"Dat durf je toch niet," zei Rutger. Hij wees achter zich de grote ramen aan, waarachter de novemberochtend troosteloos nat was. Even leek alsof Eva het toch zou durven, maar ook zij herinnerde zich hoe veel dat dubbel glas destijds gekost had. Langzaam legde ze de kaas weer neer. Net toen Rutger dacht dat hij veilig was, pakte ze de prop van het zakje dat om de slagersachterham gezeten had en gooide dat in plaats van de kaas naar Rutgers hoofd. Ze schampte zijn flapoor.

"Heb je het stuk eigenlijk wel gelezen?" vroeg Rutger. Toen Eva niet reageerde, zei hij dat de ophef over de dierensterfte van de afgelopen winter, dankbaar door de jachtlobby aangegrepen was.

"Ja, inderdaad, dan worden er eind februari voederbakken geplaatst," zei Rutger. "En inderdaad, dan zullen een paar zwakke dieren die anders gestorven zouden zijn, de lente halen. Maar om de populatie te controleren, moet er gejaagd worden. Dat gebeurt nu niet. Nu worden er alleen wel eens dieren afgeschoten op het moment dat ze inderdaad stervende zijn, om ze uit hun lijden te verl…"

"Het gaat helemaal niet om jagen," viel Eva in. "Het gaat om onnodig lijden. Hoe kun jij vinden dat we beesten maar gewoon moeten laten doodgaan."

"Je hebt het stuk niet gelezen," zei Rutger. "We kunnen twee dingen doen. Het eerste is accepteren dat er aan het eind van de winter dieren sterven, wat op zichzelf de normale loop der dingen is, maar ja, als je hijgerig met een camera achter die stervende dieren aan gaat rennen…."

Weer die blik die kon doden.

"… En het pontificaal op YouTube zet, dan schreeuwen hele volksstammen dat het allemaal zo zielig is. En met hen de politici die graag gekozen willen worden."

"Het is inhumaan," zei Eva kalm, maar beslist. "Het is onbeschaafd en daarom ontoelaatbaar."


"Okee, dan is het alternatief jouw voederbakken," zei Rutger. "Maar dat houdt wel in dat begin november de jagers komen. We zetten een hek neer en sluiten het gebied een dag af, zodat er geen hinderlijke pottenkijkers komen met vervelende camera's. Begin november lopen die dieren daar onbekommerd rond en verkeren ze in blakende welstand, voedsel zat. Maar eenderde van de dieren moet worden afgeschoten om te voorkomen dat er de volgende lente zoveel zijn dat de natuur het niet meer aankan."
Rutger keek Eva aan. Hij deed alsof hij een geweer vasthield.

"Abknallen," zei hij met zijn Prins Bernhard-accent. "Gewoon lekker abknallen."

"Paf-paf-paf," zei hij, en hij liet zijn geweer een cirkel beschrijven. Vervolgens liet hij het zakken.

"In naam der beschaving heb ik zojuist 200 kerngezonde heckrunderen abgeknallt," sprak hij, met een Duits accent, doorkneed met een onaangenaam sadisme.


"Lul," zei Eva hartgrondig. Ze keek zoekend rond over de tafel, maar ze kon niks meer vinden waarmee ze veilig kon gooien.

07 november 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (170-161)


170. Kings Of Leon – Use Somebody (2008)
Een soort van liefdesliedje voor alle gezindten, want het klinkt een klein beetje alternatief, maar was bijvoorbeeld ook regelmatig bij the Voice Of Holland, tijdens de 'Blind Auditions'. En waarom moet ik eigenlijk zoveel Engels typen als het gaat om een Nederlands programma?


169. Nomeansno – Now (1991)
Een liedje van een band die een vorm van speedmetal speelt, maar toch het liedje met de mooiste liefdesverklaring aller tijden: And if I had the courage, I'd pour into your jar, All the things that I have heard you whisper in the dark, And when that jar was heavy with your honeyed confidence, I'd put it to my lips and drink it's meaning and it's sense.


168. Yeah Yeah Yeahs – Maps (2003)
The Yeah Yeah Yeahs zijn helaas vooral een net niet band, maar in dit liedje overtuigen ze wel. Dromerige klanktapijten in de kleuren suikerwarm, bitterzoet en pruimensap.


167. Air – Sexy Boy (1998)
Ik gebruik allang geen drugs meer, ook omdat ik er niet tegen kan. "Lekker stoned" is iets wat mij maar een paar keer gelukt is, want drugs gebruiken ontaardde meestal in angstaanvallen en neigingen tot waanvoorstellingen en paranoia. Dit nummer klinkt als hoe "lekker stoned" voelde en dit nummer klinkt als die paar schaarse momentjes dat het lekker was om drugs te gebruiken.


166. The Wipers – Any Time You Find (1987)
Rock die met 187 over een snelweg raast in het midden van een zwarte nacht. Schitterende gruizige gitaarpartijen.


165. Pere Ubu – Non-Alignment Pact (1978)
Het meest eigenzinnige punknummer aller tijden. Onconventioneel en origineel, een nummer dat figuurlijk nergens op lijkt, en letterlijk ook wel enigszins, maar toch onweerstaanbaar is.


164. The Moody Blues – Tuesday Afternoon (Forever Afternoon) (1967)
Zeldzaam, want dit is een band waar ik helemaal niet van hou, veel te veel bombast en melodrama. Voorbeeld, het ronduit verschrikkelijke Nights In White Satin, een draak van een lied. Maar dit nummer staat als een huis, klinkt als een klok en heeft alles wat muziek hoort te hebben. En dus staat het ondanks de band toch in deze top 200.


163. The Chemical Brothers – Galvanize (2005)
Nee ik hou niet van dance of electro, maar als het allemaal net niet in een veilig hokje past, is het wel weer leuk. Ongeacht het hokje waar Galvanize nou precies in hoort, het is een zeer aanstekelijk nummer. Als de huiskamer gestoft moet worden, zet ik dit nummer keihard aan en hoop dat de vibraties van de bassen het stof wegjagen.


162. T. Rex – Hot Love (1972)
Of de macht van gewoon maar "la la la la la la la" zingen. Aan het begin verwacht je het al en verlang je er al naar, maar het duurt nog even voordat het losbarst en dan duurt het en duurt het en duurt het voort, maar het nummer is gewoon veel te onweerstaanbaar om je er aan te ergeren, integendeel.


161. Krezip – You Can Say (2002)
Ik kende het nummer niet zo goed tot het op een gegeven moment in een spinningles zat. Het nadeel van thuis luisteren naar nummers waarop je je in een fitnesscentrum in het zweet werkt, is dat je je ook thuis gaat verbeelden dat er overal zweet uit poriën spuit, maar dit nummer is wel een paar zweetdruppels waard, want het is echte pure rock, gezongen door een zangeres die bij mij elke gevoelige snaar weet te raken.

06 november 2010

Bezuinigen op cultuur


De dag dat Siegfried zich realiseerde geen lezer meer te zijn, was de dag dat hij de televisie afzette kort voor een groot schrijver ter aarde besteld werd, en hij dacht: "Een Donald Duck is ook mooi." En hem toen pakte, samen met zijn leesbril.

05 november 2010

Mooiste liedjes aller tijden 2010 (180-171)


180. Toploader – Achilles Heel (2000)

Mooi, even lief als intens gezongen liedje over de "ware".


179. The Proclaimers – Letter From America (1988)

Een nummer dat gezellig is, dat doet verlangen naar regenachtig weer en in de kroeg belanden. Natte wangen opdrogend in oranje schemerlicht. Het bier uit het levensgrote glas schuimt. Ogen lachen.


178. The Associates – Breakfast (1984)

Een nummer met een Zangeres. Ze haalt alles uit de kast. Ook een ideaal nummer om in een pubquiz in de muziekvraag te doen. Hebben die mensen die de hele jaren 80 binnen vijf seconden herkennen eindelijk eens een nummertje waar ze even over moeten nadenken, want dit nummer is echt niet bekend geworden, maar het heeft vast wel een week of twee in de tipparade gestaan.


177. Steely Dan – Rikki Don't Lose That Number (1974)

Nummer dat heerlijk vol is van muzikaliteit. Muziek maken is helemaal niet moeilijk en kost helemaal geen moeite, denk je als je dit hoort. Een genot om naar te luisteren.


176. America – A Horse With No Name (1972)

Met welk meisje zou je op dit nummer dansen als je achttien zou zijn geweest in 1972? Om de een of andere reden denk ik aan een meisje met steil bruin haar in een korte rok, met ogen die blijven aanmoedigen tot je de hint eindelijk begrepen heb. Als we vervolgens bij elkaar gebleven zouden zijn, zou ik nu 56 zijn en zij een paar jaar jonger en zou die glans van vroeger niet zo heel vaak meer oplichten, maar nog wel wanneer de shufflefunctie van de MP3-speler zijn mechanische keuze zou laten vallen op dit nummer.


175. Manu Chao – Me Gustas Tu (2001)

Al is de zomer buiten nog zo ver weg, met het horen van dit nummer lijkt hij altijd weer even binnen handbereik.


174. Tim Buckley – Phantasmagoria In Two (1967)

Een liedje voor als de nacht echt zwart is, de liefde echt voorbij, de nabije toekomst oprecht uitzichtsloos.


173. Tindersticks – A Night In (1995)

Alsof je een grote bak met ijs opendoet en romantiek opschept die smaakt naar diverse kleuren bittere chocola. Je eet en je blijft eten totdat je niet meer kunt.


172. Mumford & Sons – Winter Winds (2009)

Keltische folkromantiek. Een lied met een break en daarna een climax die onweerstaanbaar blij maakt. Weer hoopvol. Geluk komt terug binnen handbereik.


171. Richard Hawley – For Your Lover Give Some Time (2009)

Een lied voor de late avond en de volgende whisky. Je moet eraan wennen, net als aan het drinken van whisky, maar als je eenmaal nipt in het juiste tempo, met de juiste intensiteit, dan is het genieten geblazen.

Clicky

Clicky Web Analytics